Post Tagged ‘schepping’

Onder de hemel

zaterdag 19 november, 2011

Voor het eerst sinds we eind september in ons nieuwe huis in de heuvels trokken om daar als een soort kwartiermakers te gaan kamperen vind ik voldoende rust om iets op te schrijven. Niet dat het huis af is. Nog lang niet, maar er zijn al zeer bewoonbare gedeelten.
Wat wel volmaakt is, is het uitzicht, dat ik elke ochtend geboren zie worden. Naar mate de horizon achter me, die van uit dit huis niet zichtbaar is, zich verder naar de zon toe wentelt, onderscheidt de westelijke hemel zich duidelijker van de heuvelrand.
Elke dag gebeurt dit iets later. En ook voor zonsopgang is er ook al van alles verschoven in de weken dat ik hier wakker word.

De maan blijft steeds meer achter naarmate hij minder vol is en Orion is opgeschoven en hangt nu boven België als het nog net donker is.

Dan voltrekt zich wat beschreven wordt in mijn favoriete lied Nuevo dia van de gelijknamige CD van Lole y Manuel.

El sol joven y fuerte
ha vencido a la luna
que se aleja impotente
del campo de batalla.

La luz vence tinieblas por campiñas lejanas.
El aire huele a pan nuevo.
El pueblo se despereza.
Ha llegado la mañana.

De zon, jong en krachtig
heeft de maan verslagen
die zich machteloos terugtrekt
uit het slagveld.

De zon lost de nevels op in de velden in de verte.
De lucht ruikt naar vers brood.
De mensen rekken zich uit.
De ochtend is aangebroken.

Terwijl ik dit schrijf  is de zon door de wolken gebroken en worden drie verderop gelegen boerderijen uitgelicht. De huizen dichterbij moeten nog even wachten tot de zon ook de heuvel waarop wij wonen heeft genomen.

De schapen van de overburen hebben zich nog niet laten zien.  Ze zijn met zijn drieën. Twee witte en één donkerbruin.
Toen het een paar dagen geleden rijpte was het bruine schaap aan de bovenkant ook wit. De koeien in de grote boerderij verderop wachten tot het wat warmer wordt voor ze uit de stal komen.

Zo worden er langzamerhand patronen zichtbaar.
Patronen en verschuivingen in die patronen die zich voltrekken in het tempo dat de wetten van het heelal ze oplegt.

Het geeft me een intens gevoel weer thuis te zijn. Thuis in het heelal, de schepping of hoe je het noemen wil, de onpeilbare complexe ruimte gevuld met leegte en materie, waarvan ik dankzij een raadselachtig verschijnsel dat leven heet een tijd getuige mag zijn.

Wow!

De Betekenis der Dingen

woensdag 5 december, 2007

Ik weet niet of alle mensen dat hebben, maar ik ben zeker niet de enige die uit ervaring weet dat je een woord tijdelijk los kunt maken van zijn betekenis door het maar vaak genoeg te herhalen.
Huis kan dan een klank worden, zoals uis een klank is.
Zo zal ik ook niet de enige zijn die met regelmaat woorden op meerdere wijzen leest. Dus het woord pompoen niet alleen interpreteert als die vrucht die je verrassend vaak in het Odin pakket aantreft, en een aantal jaren geleden -nog verrassender- zag uitrusten op een bankje met uitzicht op een betegeld voortuintje, maar er ook een verwijzing in ziet naar een niet al te slimme bediende van een benzinestation.

Naast deze algemene afwijkingen bespringt mij ook af en toe de neiging om taalregels toe te passen op een manier die misschien niet helemaal zo bedoeld was.
Een woord dat dat gedrag bij mij vaak uitlokt is het woord “betekenis”.

Normaliter staat dit woord voor iets dat in de categorie eigenschap aanduidende woorden valt, maar ik wordt altijd verleid om het woord “betekenis” te ervaren als iets dat in de categorie activiteit aanduidende woorden thuis hoort.

Zoals bemoeienis duidt op

het (zich) bemoeien met iets

duidt betekenis voor mij op

het betekenen van iets.
Betekenen dan in de zin van ‘van een teken voorzien’.

En als ik in die duiding de zin “De betekenis der dingen” oproep, is het hek van de dam.
De dam die de afscheiding vormt tussen de rationele persoon die ik overwegend ben en het rijk van de verbeelding dat ik produceer als de behoefte daaraan zich voordoet, maar die ook kan dienen  als verbinding tussen die twee domeinen.
Het hek van die dam is namelijk vervaardigd uit de grondstof taal, en de vrijheid die ik mij met dat materiaal veroorloof, zorgt er voor dat ik het hekje openen kan.

Als de dingen betekend kunnen worden, moet er ook een onbetekende staat van de dingen zijn geweest. Een situatie waarin de dingen er wel waren, maar nog niet betekend waren met een woord.

In de betekende wereld waarin we nu leven is die koppeling tussen ding en woord stevig, en over het algemeen hoogst bruikbaar voor het denkproces en het uitwisselen van informatie, ideeën en verwoorde gevoelens.

Het is niet alleen een theoretische vraag of die koppeling ooit weer te verbreken is.
Mensen die langdurig verblijven in een land waar een andere taal gesproken wordt krijgen daar mee te maken. Aan één ding komen dan meerdere woorden te hangen en pas als je in die nieuwe taal begint te denken en te dromen heeft de nieuwe koppeling de plaats van de oude ingenomen.

Kan je ook opzettelijk die koppeling verbreken?
In de openingszin van dit verhaal werd al verwezen naar de mogelijke transformatie van een woord tot een klank door langdurige herhaling van dat woord. En je zou dit het onttekenen of de onttekenis van een woord kunnen noemen.
Maar zou je ook dingen van het woord kunnen bevrijden?

Ik heb de indruk dat mediteren (wat dat ook moge zijn)  hierbij een beter instrument is dan filosoferen.
Een staat van vervoering, opgewekt door een buitengewone ervaring van ruimte, stilte of schoonheid wil wel eens helpen, maar het is op zich zelf al een paradox om de woordloosheid te willen beschrijven.

Toch moet er ooit een onbetekende wereld zijn geweest. Een wereld waarvan ik me niet zo goed een voorstelling kan maken, maar over die overgangsperiode waarin het betekenen plaatsvond – de periode dat de talige mens ontstond – kan en wil ik vaak en graag dromen.
Hoe graag ook zou ik dat meegemaakt hebben.
Bij nader inzien liever niet als een van de deelnemende mensachtigen maar als een onzichtbaar observerende mensachtige van het huidige ontwikkelingsstadium. En dan natuurlijk voorzien van een onuitputtelijke hoeveelheid papier en (onzichtbare) inkt.

Hoe ontstond de taal? Hoe betekenden ze de dingen?
Ik vermoed dat het zo ging dat als een dominante mensachtige een bepaalde klank uitte als er een bepaald object verscheen, dit door de anderen werd overgenomen en dit zo de naam van dit object werd.

In het filmpje dat ik voor me zie is een groepje mensachtigen op jacht en maakt de leider bij het waarnemen van een (tot op dat moment nog niet betekende) prooi zachtjes een geluid om de anderen te waarschuwen.
Misschien imiteert hij wel het geluid dat de prooi zelf maakt. Dus als er een gnoe in het vizier komt een gnoe geluid. En als de anderen dat bij volgende gelegenheden overnemen kan in het vervolg het beestje bij de naam genoemd worden.
We maken de geboorte van de taal mee!

Wat een verpletterende uitwerking moet het gehad hebben toen het gnoe geluid voor het eerst gemaakt werd zonder dat er een gnoe te zien was. Misschien deed de hoofdjager dat wel op een dag toen het vlees op was, terwijl hij met een hoofdbeweging naar de uitgang van de grot zijn speren op pakte.
De abstractie was er en zou niet meer uit ons leven verdwijnen.
Nu werd alles mogelijk!

mailtobutton

Wat is er? Niets.

zondag 22 juli, 2007

Boven ons ligbad geeft een venster in het plafond uitzicht op de hemel.
Behalve ‘s avonds of op winterochtenden; dan zie je de weerkaatsing van kaarsen en waxinelichtjes in het gewelfde venster van het daklicht.
Sterrenlicht wordt sowieso al niet meer geleverd in Rotterdam. De sterren stralen alleen nog in arme niet geïndustrialiseerde landen, en dat verschaft weer de troost dat er toch ook nog iets sociaals aan de schepping valt toe te dichten. Bij daglicht zag je vroeger een paar takken van de eik die voor het huis stond, tot de deelgemeente besloot dat er toch maar beter een paar parkeerplaatsen bij konden komen. En dus verdween vrijwel al het groen uit de straat.
Tijdens de werkzaamheden kregen we nog een briefje in de bus van een ijverig deelgemeenteraadslid, die zich er op beroemde, dat hij ons dit aangedaan had. Groeneweg heette de man ook nog en hij zat met gestolen SP-stemmen in de deelraad.
Nu de eik (en met hem vele kastanjes en linden) weg zijn, rest het zwerk, een enkele passerende vogel en de condensstrepen van hun grotere metalen collega’s. Maar echt genieten is het als het uitgesproken slecht weer is en de hagel tegen het raampje ratelt, terwijl jij daar tot aan je oren in naar Franse Varens geurend water van 38° C ligt.
Zelfs ik kan dan wel eens tot drie minuten aaneengesloten ontspannen. Hoewel de hele badkamerinrichting voornamelijk bedoeld was om mijn bruid te behagen.
Op een dag dat ik het bad van mijn bruid gebruikte, en me weer eens realiseerde dat het bad rechtstreeks uitzicht bood op het heelal en (niet voor de eerste keer) vaststelde dat in principe élk venster uitzicht geeft op het heelal, maar dat je er wel oog voor moet hebben, kwam ik op het verontrustende idee dat er – misschien wel voor hetzelfde geld – ook wel eens een ‘helemaalniets‘ in plaats van een ‘heelal‘ had kunnen zijn.
Dat was zó’n verontrustend idee, dat het onmiddellijk afgelopen was met de staat van baarmoederlijke genade die het bad mij even gegund had. Ik hoefde op weg van het bad naar de maatschappij, zelfs niet eens op de weegschaal te gaan staan om te weten dat ik iets had om ernstig over na te denken.

De dagen daarna had ik zo veel te doen, dat het me niet lukte een consistente gedachtenlijn te ontwikkelen over de consequenties van een geheelniets. En die drukke dagen groeiden uit tot drukke weken. Maar achter in mijn hoofd liet de gedachte eraan regelmatig merken dat hij er nog was.

Was er niet iemand geweest die gesteld had, dat er met termen die golden binnen een systeem niet iets objectiefs te zeggen was over dat systeem zelf.
Dat was nou zo’n onderwerp waar ik tot nu toe altijd maar omheen was gelopen, als het bij me opkwam. Maar stel dat dit klopte, dan had ik nu een onderwerp waar je wel iets geldigs over kon beweren.
Maar dat viel tegen:
Niet bestaan, daar kon je nog iets mee.
Mijn broer bijvoorbeeld, die bestaat niet, bestond niet en zal ook nooit bestaan omdat mijn ouders zaliger maar één zoon kregen.
Maar het concept mijn broer is denkbaar, en als mijn verhaal er beter van wordt voer ik zonder wroeging mijn broer op.
Maar onbestaan, dat bleek heel andere koek.
De eerste kuil waar ik in viel was dat zodra ik me een situatie probeerde voor te stellen van een totale alomvattende leegte, ik zelf ook weg hoorde te zijn. Dus er was ook niets of niemand meer die zich iets kon voorstellen.
Met recht einde voorstelling dus.

Ik probeerde het met een paar hulpconstructies.
In de mechanica kon je prettig theoretiseren door zoiets als een stoffelijk punt te bedenken dat je – niet gehinderd onpraktische zaken als afmetingen – door een wrijvingsloos medium kon laten excerseren .

Als ik nu eens een onstoffelijk punt van waarneming bedacht?
Ik schoot er niets mee op.
Iets onstoffelijks kan moeilijk waarnemen. En zelfs als het dat op enige exotische manier wel zou kunnen, dan zou het die waarnemingen niet kunnen vastleggen.

Afgezien daarvan, wie zou die waarnemingen kunnen interpreteren?
In al die pogingen bleef ik zelf hinderlijk aanwezig.
Het enige wat overbleef van mijn theoretische heelniets was een verderniets.
Dus ík was er dan, en verder was er niets. Vooruit, mijn lichaam was er ook niet meer, alleen mijn bewustzijn.

Een moeilijk met onze ervaring te rijmen situatie, maar misschien als gedachtenexperiment aanvaardbaar.
Zou er dan zoiets als tijd zijn? En was er dan zoiets als ruimte?
Een lege ruimte leek nog te kunnen. Maar waaraan ijk je ruimte als er geen materie is?
En dan tijd.

Tijd is iets waar ik uitstekend mee om kan gaan, maar waarvan ik het wezen niet begrijp.
Een van de eerste boeken die ik in het Engels las, was “Time Must Have a Stop” van Aldous Huxley. Ik leerde er als onervaren puber veel van, maar niet waarom hij die titel had gekozen, en of de er in verwoorde stelling klopte.

Het riep later wel de vraag op of tijd ook een begin kon hebben?
Het enige wat ik tot nu toe over tijd had kunnen bedenken dat stand hield, was dat je tijd altijd beschrijft in relatie met verandering.

In mijn surrogaat heelniets, het verderniets zou
door het ontbreken van materie
→geen verandering bestaan
→geen tijd bestaan
en bijgevolg zou mijn onstoffelijke bewustzijn ook niet functioneren omdat bewustzijn een vergelijking van waarneming en bestaande kennis is, en dus een proces, en dus tijd vergt.

Maar klopte het wel wat ik dacht over tijd? Of had ik alleen maar een kenmerk te pakken over tijdservaring?

Als ik nu weer eens in bad stapte en door het dakraam keek? Dan zag ik een heelal waarvan ik vrij zeker wist dat het in beweging was. Dus er was verandering en had ik een middel om tijd te ervaren.

Geleerden speculeren over iets als ‘het ontstaan van het heelal’.
Eens zou het er dus niet – of niet in deze vorm- geweest zijn.

Was dat eens het begin van de tijd?
Was er tot het moment van die oerknal die men veronderstelt een periode dat er niets veranderde? Stond de tijd toen als het ware stil, maar was er wel een inerte materie?
En begon de klok te lopen toen de boel losbarstte?

Dan zou het zogenaamde ontstaan van het heelal alleen maar het moment van de faseverandering van een reeds aanwezige vorm van materie zijn geweest en zou alles er al geweest zijn, zij het in een andere vorm.
Een bevroren heelal als het ware.

Het ontstaan van het door ons gekende heelal zou dus alleen maar het begin van een verandering geweest zijn die een voor ons waarneembare tijd creëerde.
Als er al een niet-heelal-situatie zou zijn geweest, dan zou dat niet voorafgaande aan de oerknal geweest zijn. Omdat er toen nog geen tijd bestond zou er ook geen voorafgaande zijn. En ontstond het door ons gekende heelal uit de eeuwigheid. Dus was er ook geen scheppingsmoment, maar hooguit een begin van de verandering, zo u wilt van de evolutie.

Schiet ik hier nu iets mee op?
Nou ja, ik word er een beetje rustiger van.
Blijkbaar zijn er zaken als het niet bestaande die voor mij als bestaande blijkbaar niet kenbaar zijn.
Moet ik er van uitgaan dat Alles betekent datgene wat er is.
En dat datgene wat er is in principe te begrijpen, of op z’n minst te ervaren is. En dat dat -als je daar aanleg voor hebt- het materiaal is, waardoor je gelukkig wordt.
En dat dat wat er niet is, niet te begrijpen is. En dat je dat -als je daar aanleg voor hebt- kunt laten rusten.

In de beginne was de stof.
En de stof kwam in beweging.

Eigenlijk wel een mooie voorstelling.

Ritueel en Ratio

dinsdag 27 februari, 2007

Toen ik een jaar geleden klaar was met wat een boek zou moeten worden, had ik het gevoel dat ik nu ook wel zo’n beetje klaar was met de vragen over het bestaan.
Dat was een comfortabel gevoel. Zoiets van ‘mij kan niets meer gebeuren’.
Ik had het gevoel dat ik nu – als het per se moest – zou kunnen sterven, zonder het gevoel te hebben niet klaar te zijn met het leven. En daarnaast had ik het gevoel dat ik volledig wist wat ik aan mezelf had.

Niet dat dat nu allemaal over is, maar de afgelopen maanden stuitte ik toch op iets wat ik niet begreep van mezelf.
Het ging over de rol die rituelen spelen in mijn leven.

Een paar maanden geleden stierf een dierbare vriendin van ons. Het was een niet geheel onaangekondigde dood.
Er ging een lange ziektegeschiedenis aan vooraf waarin vaak het perspectief van genezing aanwezig leek.

Ik kende haar lang. In eerste instantie van mijn werk, en in de loop der jaren evolueerde onze relatie zich van een goede werkrelatie, via een vriendelijke- tot een vriendschappelijke relatie, en uiteindelijk tot een zeer warme relatie tussen ons en haar.
In de openheid die in haar laatste levensjaar tussen ons groeide, vertelde ze hoe ze haar laatste tijd op aarde dacht door te willen brengen.
Ik zei dat ik haar rolstoel graag zou duwen wanneer ze het Arboretum Trompenburg of het Kralingse Bos wilde zien, en dat ik ook heel mooi kon voorlezen.

Die rolstoel is wel in huis gekomen, maar uiteindelijk zag ze dat niet zitten, maar aan dat voorlezen werd ik herinnerd.
Dus las ik elke zaterdag rond het middaguur een tijd voor uit een boek dat zij net gekregen had.
Maar de ziekte was sneller en het eind van het boek haalden we niet.
Toen dat duidelijk werd, stond voor mij vast dat ik het boek voor haar zou uit lezen. En dat deed ik ook, op zaterdag omstreeks dezelfde tijd als het kon. Op de begraafplaats.

Ik heb geen moment getwijfeld dat ik dit moest doen. En ik voel dat nu het boek uit is nog steeds zo. Maar op de een of andere manier begreep ik het niet, waarom een redelijk rationeel persoon (om ook eens een pleonasme te gebruiken) zoals ik denk te zijn, wil voorlezen aan iemand die er niet meer is.

Mijn eerste verweer was, dat zij in mijn herinnering nog wel degelijk leefde. Maar in de regel lees je niet voor aan je herinnering. Dan was er natuurlijk ook de voor de hand liggende symboliek, van het boek dat nog niet gesloten was, die zich opdrong.
Kon me ook niet overtuigen.
Wat ik wel begreep, was dat ik aan het rekken was. Ik ben geen held in het afscheid nemen.
Maar waar ik over struikelde, was over het irrationele van het ritueel dat ik gekozen had.

Met rituelen heb ik nooit moeite gehad. In tegendeel, ik vond en vind ze heel waardevol. Maar ik riep wel altijd; “Ik heb niets tegen rituelen, als het maar je eigen rituelen zijn”. Ik beschouwde ze als sierlijke toevoegingen aan het bestaan. Een soort cadeau verpakking die van alledaagse gebeurtenissen iets bijzonders konden maken.
Ik had nooit het idee om met een ritueel iets anders te veranderen dan de aandacht of de stemming.

Maar nu begreep ik dat ik ook een helende werking zocht in het ritueel.
Niet dat ik de oorzaak van mijn verdriet er mee te niet kon doen, maar ik kon het verdriet zelf wat polijsten, waardoor het minder pijn deed.

Toen ik daar langer over nadacht kreeg ik een ander beeld van de wijze waarop ik met de werkelijkheid om ga.

Ik besef dat de werkelijkheid in zijn totaliteit en doorlopende verandering onmogelijk te bevatten is, en dat wij stervelingen het dus moeten doen met een model.
Veel van de elementen van dat model worden ons bijgebracht door onze ouders en het onderwijs wat we krijgen en wat verder horen zien en lezen.
Ons model wordt dus steeds beter. Moesten mijn grootouders nog naar de lucht kijken om te beslissen of ze wel of geen paraplu mee zouden nemen, wij kijken naar pagina 702 van de teletekst.
Maar daarnaast, besef ik, wordt een groot gedeelte van mijn beeld van alles-wat-er-is door mij zelf bepaald.
Het beeldscherm waar ik tegen aan kijk is niet zoals in de grot van Plato alleen het gevolg van een extern projectie-mechanisme, maar het beeld wordt ook sterk beïnvloed door mijn eigen ‘optiek’.
Mijn eigen ervaringen en opvattingen over het bestaan kleuren, filteren het beeld, of maken het naar behoefte scherper of waziger.

En dat bevalt best. Van de nood – dat wij zoals Paulus dat noemt, zien als in een spiegel, in raadselen – maak ik een deugd. Ik maak een eigen beeld waar geen plasma TV en geen Dolby Surround tegen op kan.

OK, als het er om gaat een electrisch apparaat te repareren, of belastingaangifte te doen dan gelden de fysieke en de maatschappelijke wetten ten volle en uitsluitend. Maar wanneer mijn beleving in het geding is dan ik acht ik me daar niet uitsluitend door gebonden.

Wanneer er een bepaalde bezigheid of omstandigheid met grote regelmaat in je leven terugkeert kan je dit als eentonig, vervelend of saai ervaren, als je je beperkt tot de alledaagse logische inhoud. Dan fiets je jaar in jaar uit dezelfde weg naar je werk. En een camera die mij gevolgd zou hebben zou inderdaad dat beeld kunnen suggereren. Maar vanuit mijn ‘projectiecabine’ bekeken ziet het er nooit hetzelfde uit.
Ten eerste omdat die weg er nooit hetzelfde uitziet en er altijd dingen zijn die aanleiding tot interessante vragen geven. (Zou die man die daar fietst een hond hebben. En zou hij wel een bosje bloemen voor dat beest gekocht hebben?) En mocht er niet zo’n aanleiding zijn dan kan ik altijd nog de automatische wielrijder aanzetten en me bezig kan houden met het mogelijke gedachtenleven van de vogel die ik net voorbij zag scheren.

Gelukkig in Holset I

maandag 24 juli, 2006

Het gebeurt maar zelden dat iets waar je verlangend naar uitgekeken hebt helemaal voldoet aan je hoog gespannen verwachtingen als het lang verbeide moment dan eindelijk aanbreekt.
Ook nu was dat niet het geval.
Onze verwachtingen werden ruimschoots overtroffen.

Een paar jaar geleden hadden we op onze fietstochten door Zuid Limburg het kerkje van Holset al ontdekt en waren daar onmiddellijk voor gevallen, ook al was het binnen niet zoals je buiten zou vermoeden.
Vorig jaar viel ons op dat er een aantrekkelijk ogende herberg tegenover het kerkje lag en toen we daar een drankje gebruikten zagen we aan de diverse opschriften dat we met een herberg in de ware zin des woords te maken hadden en dat er ook bed en ontbijt genoten kon worden.
We kregen een kaart mee met een verwijzing naar http://www.oud-holset.nl en die bewaarden we goed omdat we er al jaren over droomden om eens een keer samen – zonder kinderen – op vakantie te gaan en dit leek ons dan een ideale plek om te beginnen.
Dit jaar deed die gelegenheid zich voor. Onze enige nog thuis wonende zoon kon met een vriend mee op vakantie en dus reden wij op de avond van de finale van het WK voetbal over aangenaam stille wegen van Rotterdam naar Limburg.

img_0100.jpg

De dagen daarop verkenden we veel plekjes die we al van eerdere bezoeken kenden, maar vonden ook weer nieuwe weggetjes. En hoewel we beiden heidenen zijn is ons bestand van favoriete kerkjes van twee naar drie gegaan in deze vakantie.
Het kerkje van Holset zelf werd al genoemd, maar het mooiste kerkje van Nederland is misschien wel dat van Lemiers, dat trouwens ook aan een van de lelijkste kerken plaats biedt.

Het oude kerkje van Lemiers is op afspraak te bezichtigen en herbergt een verrrasing, die hier dan ook niet onthuld wordt.

Op aanraden van de aimabele waard van Oud Holset gingen we naar Wahlwiller om de kruiswegstatie en verdere beschildering van de St. Cunibertus kerk door Aad de Haas te bekijken.
Dat is wat moeilijk omdat een hoog hek je verhindert de kerk te betreden en de kerk vrij donker is. Het inwerpen van een munt zorgt er voor dat er vijf minuten wat zuinig licht wordt ontstoken, dus dat zal bij een volgend verblijf een rondleiding moeten worden.

Het beste moment van de vakantie kwam voor mij op een weggetje nabij Melleschet, waar kort na elkaar twee vogels een sierlijk gekalligrafeerde bocht over de weg vlogen.
Niemand had ze daarom gevraagd.
Nooit was te voorzien geweest dat uit de oerknal net al die materie zo bij elkaar zou komen dat op 11 juli 2006 Limburg er zo uit zou zien, dat ik er die dag zou lopen op het moment dat zij hun vlucht uitvoerden en ik ook nog eens de goeie kant uitkeek.

Je hoeft geen gelovig mens te zijn om totaal ondersteboven van de schepping te zijn.
Een schepping waarvan het meest opwindende is, dat hij niet voltooid is maar nog op volle sterkte explodeert.
Overal.
Altijd.

Bijvoorbeeld in Holset.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.