Bestaat tijd eigenlijk wel?

Wanneer ik het woord Toekomst uitspreek,
vertrekt de eerste lettergreep al naar het verleden.

                                                                Wislawa Szymborska

Als je afgaat op het gemak waarmee we het woord ‘tijd’ in de mond nemen, zou je denken dat tijd een glashelder begrip is.
We zeggen zonder een spier te vertrekken of we wel of geen tijd hebben, of als we iets genuanceerder zijn of we veel of weinig tijd hebben.

Maar als we iemand zouden vragen om eens uit te leggen wat tijd is, hangt het een beetje van het type persoon af wat voor antwoord je krijgt.
Een beetje technisch type zal misschien zeggen: “Tijd is wat je met een klok meet”.
Een literair type zal wellicht een verhaal ophangen over het verleden, het heden en de toekomst.
En een filosofisch type zal zeggen tijd is datgene wat je waarneemt als er een verandering plaats vindt, en zal daar na een tijdje (!!) waarschijnlijk op terugkomen.

Allemaal uitspraken die wel lijken te kloppen, maar het zijn geen definities. Het zijn uitspraken over eigenschappen van tijd, of misschien alleen maar over onze beleving van tijd.

Wat is dat eigenlijk, tijd?

De driedeling verleden, heden, toekomst biedt ons misschien wel een uitgangspunt om er iets over te weten te komen. In onze taal hebben we ook aparte vormen voor de verleden tijd, de tegenwoordige tijd en de toekomende tijd.
Het sluit aan bij ons gevoel dat tijd iets is dat stroomt. Ons voorbij stroomt. We herinneren ons dingen die er niet meer zijn, en wat ons nog meer zegt,  gebeurtenissen die plaats gevonden hebben. In onze jeugd bijvoorbeeld; in een tijd die er niet meer is. De verleden tijd. Le temps perdu, zegt een Franse schrijver, de verloren tijd.

Wat we ons van die voorbije gebeurtenissen meestal ook wel ongeveer herinneren is dat ze een bepaalde volgorde hadden.
Wie iets met wetenschap of techniek van doen heeft weet ook dat sommige volgorden onomkeerbaar zijn: Oorzaken gaan altijd vooraf aan gevolgen.

Maar als we denken aan dat deel van ons bestaan dat bepaald wordt door beslissingen die wij zelf of anderen nemen, zien we dat de volgorde waarin de dingen gebeuren voor een groot deel niet vast liggen. En het kan voorkomen dat de volgorde die wij ons van bepaalde gebeurtenissen, zelfs van die waar je zelf de oorzaak van was, door ons anders wordt herinnerd dan door mensen die die zelfde gebeurtenissen hebben meegemaakt. We komen dan iemand tegen die die zelfde gebeurtenissen heeft meegemaakt en die zegt dan “Ja, dat herinner ik me ook, maar dat was pas nadat je naar Zwolle was geweest, want …”.

Zo’n bevestiging van jouw persoonlijke herinneringen door iemand anders, de gelijkluidendheid van de verhalen van oudere mensen, en het bestaan van het geschiedkundige documentatie overtuigen ons dat er zoiets bestaat als een verleden, een weliswaar niet meer bestaande werkelijkheid, waarvan de details ter discussie kunnen staan, maar aan het hebben bestaan waarvan niet getwijfeld kan worden.

We kunnen dus met tamelijk grote zekerheid zeggen, dat tijd in elk geval bestond.

Van de toekomst kunnen we zeggen dat die hoogstwaarschijnlijk zal gaan bestaan.
Een sluitend logisch of natuurwetenschappelijk bewijs hiervankunnen we weliswaar niet geven, maar de wetenschap dat er na de oerknal al zo’n 13,7 miljard jaar wordt bestaan, geeft ons een redelijk kans dat er volgende week donderdag ook nog wel sprake van bestaan zal zijn.

Maar zelfs als we zeker zouden weten dat er ook op langere termijn of misschien wel altijd een toekomst zal zijn, hij is er daarom nog niet.

Dus mogen we de conclusie trekken dat de enige tijd die wel bestaat de tegenwoordige tijd-, het heden-, het nu is.

Het mag dan wel lijken dat we nu iets meer weten van de tijd, namelijk wáár deze werkt, maar helderder wordt de zaak daarmee niet.

Want wat verstaan we precies onder het heden?
De dichtregel die als motto boven dit artikel staat geeft duidelijk aan waar de pijn zit: In de duur van het nu.

Wanneer ik het woord Toekomst uitspreek,
vertrekt de eerste lettergreep al naar het verleden.

In de wiskunde zijn we vertrouwd geraakt met begrippen als een punt zonder afmetingen, en één zo’n punt is het punt NU op de tijdschaal. Dit nu heeft geen tijdsduur. Het is het tijdloze moment tussen verleden en toekomst. Toch moet de geboorte van al het gebeurde daar in een doorlopend proces plaats gevonden hebben. En wordt daar nog steeds toekomst continu veranderd in verleden. En dat terwijl de afmeting van dat heden nul is!

Als we ons een objectief beeld willen scheppen van de tijd, dan kunnen we ons het heden voorstellen als een venster van een oneindige dunte waar de tijd doorheen stroomt.

In dit dimensieloze venster woont niet alleen ons bewustzijn, maar vindt ook alles wat er gebeurt plaats. Hier echoot niet alleen de oerknal na, maar, dit is ook het gebied waar de gevolgen van ons handelen de toekomst op nanoschaal zullen beïnvloeden.

Hoe kunnen we daar mee leven zonder voortdurend in verwarring te zijn?
Ons geheugen behoedt ons voor deze verwarring die ons eigen bestaan op losse schroeven stelt. Het geheugen stelt ons namelijk in staat een korte periode als tegenwoordige tijd te ervaren. Het is als het ware een tijdlens.

Stel je voor dat  je een gesprek met iemand voert over een plan wat je hebt en waar je de ander bij wilt betrekken.
Je formuleert dan voor je begint te spreken een zin die je in je geheugen opslaat en tijdens het uitspreken van die zin weet je doorlopend – maar zonder dat je je dat bewust bent – welk deel van die zin je al uitgesproken hebt, en welke woorden je nog moet uitspreken.
Het kan echter zijn dat je tijdens het uitspreken van die zin je een betere omschrijving te binnen schiet. Je past je zin dan aan of vlecht er een bijzin in.
Dat kan allemaal, omdat mensen, ja zelfs mannen, meerdere dingen tegelijkertijd kunnen doen met hun brein.
We kunnen tegelijk spreken, ons werkgeheugen uitlezen en volgende stappen plannen.
Maar dit vermogen is beperkt evenals ons geheugen beperkt is. Dat veroorzaakt dat we soms in herhalingen vervallen of,  als het gesprek lang duurt, we zoveel zijpaden inslaan dat we op het laatst moeite hebben om ons te realiseren waar we het nou eigenlijk over wilden hebben.

Niettemin is het verbijsterend waar we toe in staat zijn in een ondeelbaar – ja, eigenlijk tijdloos moment nu. En nog raadselachtiger wordt het als we ons realiseren dat zolang het heelal blijft bestaan, dit bestaat in een langdurig misschien wel eeuwig en tegelijk tijdloos moment NU. En dat alles wat wordt, in dit eeuwig nu wordt.

Dit alles, wat je het heel-al, kunt noemen, of alles onder de hemel zoals de taoïsten zeiden, of de schepping zoals verschillende religies het noemen, kan je niet als een voltooid proces zien, want alles stroomt nog steeds. Het heelal dijt noch steeds uit, ons klimaat verandert (mede door onze activiteiten waarschijnlijk) en de Andromeda nevel koerst op ons af.

Een beter woord dan Schepping lijkt dan ook Wording

Wat zijn de consequenties van het feit dat er ergens in dit wordingsproces de mens ontstaan is? De mens die zich bewust is van zijn bestaan, die keuzes kan maken en een zekere vrijheid van handelen heeft. Keuzes die kunnen leiden tot overleven of tot vernietiging.

Is het biologische wordingsproces – de evolutie – hiermee in een andere fase  terechtgekomen? Is het proces van menswording voltooid of begint het pas net? Allemaal vragen die opkomen als je ons bestaan plaatst in een tegen de achtergrond van het gehele wordingsproces.

Hier over gaat een volgend artikel dat voorlopig als werktitel heeft Evolutie 2.0 en het Wordingsproces.
Maar het zal nog wel maanden duren voor dat geschreven wordt.
Eerst Teilhard de Chardin nog maar eens lezen en uitzoeken waar en waarom ik het niet met hem eens ben, maar toch geïnspireerd wordt door hem.

Epiloog

Zijn we nu wat meer te weten gekomen over tijd? Niet veel. In ieder geval niet veel over het ware karakter van de tijd.
Net zoals we waarschijnlijk ook nooit helemaal zullen doorgronden wat die andere hoofdingrediënten van ons bestaan zijn leven, ruimte en materie.

Logici zeggen geloof ik ook dat iets wat deel is van iets anders geen betrouwbare uitspraken over dat andere kan doen, maar ik weet niet zeker of ik dat goed begrepen heb.

In het dagelijkse leven kennen we tijd in elk geval als het stramien waartegen we de volgorde van gebeurtenissen afzetten. We kunnen de tijd alleen maar meten of ervaren met behulp van veranderingsprocessen.

De verleden tijd, tegenwoordige tijd en toekomende tijd in onze taal heeft ook alleen maar uitwerking op werkwoorden, woorden die een activiteit en dus een verandering een wordingsproces betreffen

Tijd is niet hetzelfde als verandering maar de twee zijn sterk gekoppeld. Als er niets meer verandert is ook de tijd bevroren. En wanneer onze stofwisseling  stopt en onze neuronen niet meer vuren is ook onze tijd voorbij.

Maar niet de tijd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: