Krimpgemeenten en krimpvoorzieningen

zaterdag 24 februari, 2018

Krimpgemeenten en krimpvoorzieningen hebben die iets met elkaar te maken?

De belangrijkste oorzaak van bevolkingskrimp is niet dat mensen minder lang blijven leven, maar dat de gezinnen kleiner worden dat er later aan kinderen wordt begonnen en dat mensen en vooral jonge mensen gemeenten verlaten als daar minder werkgelegenheid, onderwijs en andere`perspectief biedende voorzieningen zijn.

Ik woon in zo’n gebied. En nu is het toevallig zo, dat de gemeente waar mijn geliefde dorp toe behoort zich op een stijgend aantal inwoners mag beroemen.
Ik zou natuurlijk graag beweren dat door mijn vrouw en mij komt, want nadat wij hier zo’n zes jaar gelden neerstreken, zijn een zuster, twee zoons en twee kleinkinderen ons nagereisd.

Nee, de oorzaak is eerder te zoeken in het gereedkomen van een imposante studentenflat, van een Duitse Universiteit op een steenworp hier vandaan.
Die maateenheid Steenworp, heet in het Duits Katzensprung en zo heet de flat dan ook.
Er komt nog zo een, en daarvoor is al een wachtlijst van 600 personen.
Iedereen blij dus, op één raadslid na, die bij elke raadszitting wel iets te mopperen over die vreemdelingen, maar die maakt dan ook geen deel uit van de coalitie die dit tot stand heeft gebracht.

Maar omdat op grotere schaal en op langere termijn de bevolking in deze streek afneemt wordt de dienstverlening hier ook steeds schameler.
En hoe slechter die voorzieningen worden, hoe eerder de jeugd hier zal denken: “Wegwezen!”
We belanden dus in een spiraal.

Dooming bisnez i.p.v. blooming bisnez
Want business heeft er alles mee te maken.
In mijn jeugd had je in grote steden een

  • Gemeentelijk vervoerbedrijf
  • Gemeentelijk energiebedrijf
  • Gemeentelijke waterleiding
  • Stadsreiniging
  • Gemeentelijke gezondheidszorg
  • Gemeentelijke weeshuizen
  • Gemeentelijke bejaardenhuizen
  • Gemeentelijke leenbank
  • Gemeentelijke onderwijsinstellingen van basisschool tot Universiteit
  • In Amsterdam zelfs een Gemeentegiro

Als ik het goed heb is daar alleen de Universiteit nog van over.

In plaatsen waar wegens de schaalgrootte dergelijke voorziening niet mogelijk waren had je provinciale equivalenten en op de grootste schaal had je de PTT de Nederlandse Spoorwegen en de Rijkspostspaarbank.

Dat werkte allemaal prima, totdat er in de tachtiger jaren een versie van het liberalisme het marktmechanisme als het zaligmakende recept voorschreef als basis van de economische en sociale maatschappelijke ordening.
Een medicijn dat helaas van links tot rechts geslikt werd.
Begrippen als verzorgingsstaat werden door de ferme jongens , stoere knapen retoriek van de neoliberalen afgeschilderd als een systeem waarmee je losers pamperde en alleen maar nieuwe losers kweekte.
Omdat niet alleen de sociaaldemocraten hun ideologische veren afschudden maar ook de christendemocraten naar een kleurloos midden afdreven, kon dit proces ongehinderd doorgaan, met als resultaat dat nu vrijwel alle nutsvoorzieningen in handen zijn van commerciële instellingen. Waarvan sommigen zelfs deel uitmaken van multinationals.

Het resultaat kennen we: minder waar voor meer geld.
Het is onbegrijpelijk dat deze flagrante aantasting van de taak van een overheid; zijn ingezetenen te beschermen en te dienen, nog steeds massaal geaccepteerd wordt, en dat de mythologie  van de marktwerking als het ware geloof omarmd wordt.
Oké, dat verhaal van de concurrentie klopt in zoverre dat de grote kapitaalkrachtige partijen eerst de kleintjes kapot concurreren, maar zodra ze met zijn tweeën of z’n drieën over zijn sluiten ze een herenakkoord en verpakken dit zo handig dat het jaren kan duren voor dat de kartelvorming ontdekt wordt. En dan wordt na enig juridisch gespartel de boete betaald en worden er mensen ingehuurd om een slimmere constructie te bedenken.

Nu kunnen we tot op zekere hoogte ons zelf er niet van vrijpleiten dat we dit hebben laten gebeuren, want dit is allemaal gebeurd met instemming van de mensen die wij gekozen hebben.
Maar dat gaat maar ten dele op, want er is langzamerhand geen grote partij meer waar de kleine man, de arme immigrant , de laag opgeleide (U weet wel wat we vroeger aanduidden als de arbeidersklasse of met enige trots het proletariaat) van nature zijn heil zocht. En die we nu misprijzend zien als aanhangers van populisme.
Niet dat dat populisme te prijzen valt, want dat is alleen maar een ‘ideologie’ die vijanden aanwijst, maar hun aanhang verdient  wel enig begrip.

Goed, daar zitten we dan.
Hoe komen we hier uit?
Toch maar weer op die beginselpartij stemmen, maar dat niet alleen.
Lid worden en de discussie oprakelen, hoe we de publieke voorzieningen terug veroveren.
Kan dat?
Ja natuurlijk kan dat. Als we maar met genoeg mensen zijn en op het juiste niveau beginnen.
En dat is op het basis  niveau. Door daar coalities te smeden. Vrijwilligers te politiseren en middelen te geven. Kleine stukjes van de leefomgeving terug te winnen, zodat de achterban groeit. Door te luisteren naar het actieve deel van de nieuwe generatie.

Dan zullen we draadje voor draadje het tapijt van de samenleving herstellen, met de basisvoorzieningen als schering en de veelkleurige talenten van ons burgers als inslag.

 

 

Advertenties

Een voorschaduw van een gevoel

maandag 12 februari, 2018

Na de operatie waarbij wat titanium aan mijn gestel werd toegevoegd is de onderste helft van een been nog gevoelloos.
Vijf tenen kijken mij nieuwsgierig aan uit hun gipsen bedding, maar ik kan ze er niet toe bewegen zich te bewegen.
Het is de tweede keer dat ik zoiets ervaar.
De eerste keer was het héle been veranderd in een aan mij verbonden ding dat er net zo uitzag als het been dat zich eerst daar bevond. Ik kon het ding aanraken en mijn hand signaleerde “beenvormig voorwerp hier” maar er was geen been dat een hand voelde.
Dat ervaren mensen met een dwarslaesie dus, en er kwam weer een dimensie bij aan mijn begrip van vervreemding.

Maar later op de dag en de nacht die er op volgde, beleefde ik een paar keer een nieuwe ervaring.
Een ervaring die ik niet goed kan beschrijven in bestaande bewoordingen. Maar ik ga proberen er zo dicht mogelijk bij in de buurt te komen.

Ik zou het woord voor-gevoel gebruiken als dat al niet in een andere betekenis in gebruik was. Want wat we daar mee aanduiden is een gevoel of gedachte over iets wat nog niet daar is.
Hier betekent gevoel iets anders dan een fysieke gewaarwording. Maar het is opmerkelijk dat we, als we niet zo zeker zijn van de legitimiteit van die gedachte of dat gevoel dat we dan in de taal verijzen naar de lagere regionen van het lichamelijke
We spreken over een onderbuikgevoel of gut feeling, of voelen het aan ons water.

Maar wat gebeurde er nu in dat ziekenhuisbed?
Op een bepaald moment was er een gewaarwording van mijn enkel. Een gewaarwording die nog geen gevoel was. Ik voelde niet mijn enkel, maar de aanwezigheid van mijn enkel.
Het komt in de buurt van wat je merkt kort voor het begin van het ochtendgloren bij een bedekte hemel,als je nog niet kunt zien waar de hemel ophoudt en de horizon zich begint af te tekenen.
Het is een tinteling, een gevoel wat nog niet helemaal ontwaakt is. Een gewaarwording in statu nascendi.
Misschien waren er wel een paar neuronen uit de enorme voorraad die we in reserve hebben die zich nog iets verder moeten ontwikkelen om met dit soort nieuwe ervaringen om te gaan.
Toen geleidelijk andere delen  va mijn voet ontwaakten kwam die voor-melding weer eerst.

Toen ik hier over door mijmerde kwam ik op een verrassende gedachte.
Zoals uit mijn blog blijkt ben ik gefascineerd door de mogelijke volgroeide mens.
Want als wij dachten dat wij deel uitmaakten van een volmaakte mensheid, zouden we net zulke zelfgenoegzame ijdeltuiten zijn als middeleeuwers die het zelfde dachten.
In al mijn bespiegelingen over een rechtvaardige en liefdevolle samenleving, heb ik me eigenlijk vrijwel alleen maar bezig gehouden met de maatschappelijke en ruimtelijke ordening van de maatschappij in de verwachting dat die zou leiden tot een vreedzame ‘family of men’.

Maar nu ineens, door die veronderstelling van neuronen in opleiding, besprong mij het idee van een verdere ontwikkeling van onze zintuigelijkheid.
Als je het traject bekijkt dat we hebben afgelegd sinds wij nog slechts mensachtigen waren, dan is naast de verbluffende ontwikkeling die ons bewustzijn heeft doorlopen – in elk geval door mij – weinig aandacht besteed aan de ontwikkeling van ons gevoel.

Vormen van empathie zien we al bij sommige diersoorten, maar bij sommige exemplaren van de soort mens zien we dat al zo ver kan gaan dat die tot zelfopoffering leidt.
Wat eveneens een fascinerend verschijnsel is, is dat we evenals primaten en enkele andere diersoorten blijkbaar spiegelneuronen hebben.
Die zorgen er onder andere voor dat wij automatisch zelf hap bewegingen maken als we ons kindje voeren. of dat je wanneer je de voeten van je geliefde masseert je zo ontspant dat je zelf acuut slaperig wordt.
Dat je een soort echo voelt van wat degene die je met aandacht of liefde aanraakt zal voelen. Weliswaar niet met die zelfde intensiteit, maar als een vage afbeelding er van.
Hebben we hier misschien te maken met een vorm van sensitiviteit die zich bij de mens aan het ontwikkelen is?

Evolutionaire ontwikkelingen gaan langzaam, dus we zullen het zelf niet meemaken.
Maar laten we een gecontroleerd dromen, wat het evolutionaire voordeel zou zijn van zo’n toenemende intersensitiviteit  om het maar een naam te geven.
Dan is het misschien nuttig om niet alleen na te denken over de vraag welke maatschappelijke ordening ons het beste stimuleert om goede mensen te zijn, maar hoe we onze soort misschien kunnen helpen die faculteiten te ontwikkelen waardoor we zo voor komen dat we elkaar uiteindelijk zullen kennen van aangezicht tot aangezicht.

Als het inderdaad, zoals sociaal georiënteerde groeperingen al lang veronderstellen, een evolutionair voordeel biedt als de intersensitiviteit van mensen zich verder uitbreid zullen we naarmate die evolutionaire ontwikkeling voortschrijdt de kring van mensen die wij als onze naasten beschouwen voortdurend verwijden en zullen onze spiegelneuronen steeds vaker en steeds enthousiaster aan het werk gaan.

Een van de vroegste vormen van contact maken en met een tot dan toe onbekende persoon is een uitgestoken hand.
De naar mijn smaak wat misantrope interpretatie daarvan is:’kijk er zit geen mes in’. Maar je zou er ook in kunnen zien:
‘kijk, vijf vingers net als jij;
voel, warm net als jij’.
In meerdere films komt een scene voor waar een vrouw haar man in een gevangenis bezoekt. Ze zitten tegenover elkaar gescheiden door een glaswand en praten via een geluidsverbinding. De man houdt zijn hand met gespreide vingers tegen het glas, en zij plaatst haar hand aan de andere zijde zodat hun vingertoppen elkaar spiegelen,. En wij kijkers voelen het mee.

De handreiking is wellicht het begin van een ontwikkeling naar een schitterend wezen:

De Mens.

Met een Hoofdletter die ook een Hartletter is.

De onzichtbare fietser

zondag 21 januari, 2018

Wie van een universiteit een universele- dat wil zeggen een alle aspecten omvattende – analyse van een vraag of vraagstuk verwacht , wordt tegenwoordig steeds vaker teleurgesteld.
De Beleidsanalyse Trambaanfietsroute Maastricht-Aken van de Vrije Universiteit Amsterdam is een voorbeeld van een eenzijdige benadering.
Zoals het rapport zelf aangeeft, is het geschreven in opdracht van een groepering die tegen de aanleg is:

”Dit onderzoek is tot stand gekomen op verzoek van de Vereniging tot Natuurbehoud (VTN) in Cadier en Keer. Deze nota heeft als doel een constructieve bijdrage te leveren aan het debat rondom de Trambaanfietsroute, door een aantal onderwerpen rondom de geplande aanleg nog eens nader te beschouwen. Ook gaat deze nota in op een aantal alternatieven, zoals een grensoverschrijdend Trambaanwandelpad.”

Natuurlijk, er is een groeiende markt aan beleidsadvisering, en de de tekortschietende financiering van het hoger onderwijs noopt deze instellingen daar een stukje van mee te nemen, maar dit is in combinatie met de tendens van opdrachtgevers om mee te schrijven een kwalijk verschijnsel.
De beoogde  of in elk geval zo aangeprezen ‘constructieve bijdrage’ is door de pers terecht gekarakteriseerd als “forse kritiek op de trambaanfietsroute” en zal ongetwijfeld tot grote tevredenheid bij de opdrachtgever hebben geleid.

Hoe stel je vast dat dit rapport eenzijdig is? Door niet alleen te kijken wat er in staat, maar ook door je te realiseren wat er niet in staat.
Dat laatste is iets lastiger, want je kunt moeilijk dingen lezen die niet geschreven zijn.
Maar ook buiten de VU bestaat logica:

En een hele logische vraag is natuurlijk voor wie zou je een fietsroute willen aanleggen?
En het antwoord is dan natuurlijk voor de fietser.
En waar houd je dan primair rekening mee?
Weer is het antwoord duidelijk: Met de belangen van die fietser.
En dat is nu precies wat er aan dit rapport ontbreekt:

Ja, hij wordt wel genoemd als verdienmodel voor de horeca en andere uitbaters van het toerisme. Maar alleen als middel, en niet ook als doel.

We stuiten hier op een merkwaardige paradox van overheden en belangenorganisaties.
Enerzijds wijzen we op de ‘miljoenenschade’ die de dagelijkse files aan de samenleving toebrengen. En willen we dat meer mensen de fiets pakken in plaats van de auto om naar hun werk te gaan, en als dat niet werkt dat er dan maar een extra rijbaan op dat stukje van de A zoveel wordt aangelegd. En natuurlijk de maximumsnelheid wordt gehandhaafd om de automobilist de indruk te geven dat hij het oponthoud nog kan inhalen.
Maar als er een stukje fietspad dreigt te worden aangelegd, dan wordt er met ontzetting gesproken over wel 7 kilometer asfalt zo breed als een fietspad.
Zoals een verontruste inwoner van Lemiers de krant liet weten, plaatselijk bijna vier meter breed. (Oh nee toch, straks komen er nog rotondes voor fietsers van onze belastingcenten).

De fietsers die genoemd worden in de “Analyse”  worden allen maar meegeteld als ze recreatief van het pad gebruik gaan maken, omdat zoals dat beargumenteerd wordt:

“Zowel het fietsbeleidsplan van de provincie (Provincie Limburg, 2014b) als het Fietsplan Maastricht (2009) zetten in op “gedragsbeïnvloeding om het fietsgebruik te stimuleren”. Hierbij kan worden gedacht aan: educatie, voorlichting en promotie als factoren die het (utilitaire) fietsgebruik bij doelgroepen als scholieren en werknemers verhogen. Maar ook het promoten van ‘Fiets van de zaak’. 
In hoeverre echter de geplande Trambaanfietsroute bijdraagt aan het stimuleren van het fietsgebruik voor het utilitair fietsverkeer, is niet duidelijk. De initiatiefnemers, onder wie de Provincie Limburg, spreken over “utilitair fietsverkeer en schoolgaande jeugd, als bijvangst”, waaruit blijkt dat deze investering voornamelijk op de recreatieve fietser is gericht, en niet op woon-werk verkeer of schoolgaande jeugd.”

Dit is een tamelijk bizarre denkwijze:
We tellen alleen het recreatieve gebruik mee, want de initiatiefnemers hebben ander gebruik niet als hoofddoelstelling genoemd. Dus hoeven wij dit gebruik niet mee te nemen in onze analyse.
Maar waar de miskenning van de fietser het meest duidelijk wordt is waar de vlakheid van de route gebagatelliseerd wordt.

De fietsers kunnen immers gewoon de bestaande fietspaden naast de N278 gebruiken?
De hellingen zijn geen bezwaar omdat ouderen in toenemende mate een e-bike hebben.
Blijkbaar spiegelen de samenstellers zich hier aan hun eigen omgeving waar ouderen voldoende welvarend zijn om zich zo’n fiets van meer dan duizend euro, of in geval van een echtpaar twee van die dingen, te kunnen veroorloven.
En blijkbaar zijn die dingen allemaal uitgerust met een wonderaccu’s die in dit heuvelland het op de vlakke rest van Nederland gebaseerde bereik halen, en dat ook na een paar jaar nog steeds doen.

Wat echter helemaal buiten beschouwing blijft is dat het fietsen langs een autoweg een ongezonde bezigheid is.

De onderzoeken naar de schadelijkheid van fijnstof hebben duidelijk gemaakt dat de risico’s voor de gezondheid toenemen naarmate je dichter bij een autoweg woont. En als je dan ook nog een lichamelijke inspanning moet leveren bij een helling adem je meer vergif in. Want wat automobilisten misschien niet weten is dat op een e-bike mee moet trappen, en daarbij ook echt kracht zetten wil je op de zelfde acculading  ook nog weer terug naar huis komen.
Kort samengevat, de rapporteurs hebben het alleen maar over de economische waarde van de fietser. Andere waarden zoals natuurschoon, stilte, ontspanning en gezondheid tellen blijkbaar niet meer mee op de Vrije Universiteit.

Maar weer eens op een beginselpartij stemmen?

dinsdag 16 januari, 2018

In week 12 is het weer zo ver. We mogen een nieuwe gemeenteraad kiezen en hierdoor  ook richting geven aan de samenstelling van het college van B&W. In veel gemeenten zullen er dan ook weer nieuwe partijen mee doen. En voor een deel zullen die opgericht zijn door raadsleden die uit de partij die ze kandidaat heeft gesteld zijn gestapt, of die er uit zijn gezet.
Vroeger zag je dat alleen in kleinere gemeenten en in de randstad sprak men dan denigrerend over dorpspolitiek, maar inmiddels is de zetelroof ook in de randstad en in het parlement een bekend verschijnsel geworden.
De doorgeschoten individualisering heeft nu ook onze vertegenwoordigende lichamen bereikt.

Lang waren we een driestromenland, tot de ontzuiling intrad.
In zekere zin is ontzuiling een term die wat overdreven is, want wat wij zuilen noemden waren geen monolithische zuilen maar meer of minder hechte bundels van beginselpartijen en partijtjes. Allean de confessionele zuil bood al onderdak aan KVP, AR, CHU en SGP, de linkse partijen splitsten en bundelden er ook op los en zorgden dat de kiezer terecht kon bij de CPN, de PvdA, PSP, SP, DS’70, en PPR waarvan er drie opgingen in GroenLinks later door Mw. Halsema gekenschetst als een liberale partij.
En dan had je nog die onduidelijke derde stroming van het liberalisme. Hiervan kan je je afvragen of het een beginselpartij is of een standenpartij is.
Belangrijkste aandeelhouders: VVD en D’66.

Regeringsvorming was toen die zuilen nog stabiel waren een kwestie van het smeden van een coalitie van twee of drie partijen die op een parlementaire meerderheid konden rekenen.
Maar het begon moeilijker te worden toen tumultueuze verschijnselen als de LPF het toneel beklommen om er kort daarna weer af te kukelen. Maar het hek was voorgoed van de dam.
Je had geen beginsel programma meer nodig om kiezers te trekken, maar je hebt genoeg aan een A4-tje met een opsomming van de volkeren, geloven en groeperingen waar je tegen bent.
De randintellectuelen van dit soort partijen hebben inmiddels zoveel succes dat de traditionele partijen al met z’n vieren of z’n vijven bij elkaar moeten komen om te gaan formeren.
Bijkomend verschijnsel:

Als je maar een minimale meerderheid in de Kamer hebt, moet je

  1. behoorlijk wat water in de wijn doen om je coalitiegenoten binnenboord te houden,
  2. als een van je Kamerleden in de fout gaat, zal je dat met de mantel der liefde moeten bedekken als die laat doorschemeren dat hij of zij anders voor zichzelf begint.

Dit alles is het gevolg van de doorgeschoten individualisering die (niet alleen in ons land) vorm krijgt in een veelheid van vormen van georganiseerd  politiek en commercieel uitgebuit egoïsme.

Dit egoïsme wordt gepresenteerd onder veel vriendelijker klinkende namen als persoonlijkheid, individualiteit, eigenheid, lifestyle, zelfontplooiing en uit zich in trots op nationaliteit, traditie en folklore.

Dat kan variëren in tamelijk onschuldige commerciële lulligheid als “Giroblauw past bij jou” en aanbevelingen van uitvaartmaatschappijen die je aanmanen om bij leven er voor te zorgen dat je uitvaart verloopt in een stijl die bij v/h jou past, tot enge gedachten als eigen volk eerst.

Bij de gevestigde partijen leidt die opkomst van het egoïsme tot de bedenkelijke beslissing om een scheutje verdund populisme door hun programma te mengen.Dit leidt soms tot potsierlijke vormen als het voorstel om katholieke kinderen te verplichten een vreemd lied te leren waarin een katholieke tiran verdreven moet worden om dat hij een (protestants) hert doorwond heeft.

Maar deze overlevingsstrategie is een doodlopende weg.
Politiek is naar mijn smaak een kwestie van zowel valkuilen als vergezichten. Als je je alleen concentreert op het omzeilen van valkuilen dreig je de vergezichten uit het oog te verliezen. En uit het oog is hier op den duur ook uit het hart.

En dat is met name ernstig voor de partij die daar woont waar het hart woont: Links.
Want links zijn de partijen die willen verbinden.
Oké, de confessionele partijen streven ook naar verbinding, maar dat is een verticale verbinding, en wij (ik mag toch wij zeggen, lieve lezer?) streven naar een horizontale verbinding waarin wij ieder mens even hoog  achten en daarom de vernederden willen verheffen en degenen die te hoog te paard zitten een toontje lager te laten zingen

Dat neemt niet weg dat er met echte confessionele partijen best samen te werken valt want ten aanzien van een aantal van onze kernwaarden zijn wij zeker schatplichtig aan christelijke waarden, en in het verleden hebben ‘roomsrode coalities’ zeker veel sociale verbeteringen gebracht.

Maar het CDA is wel erg vaag aan het worden als beginselpartij. Neem bijvoorbeeld wat bij de gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente waar ik woon aangeboden wordt.
In het verkiezingsprogramma 2018-2022 lees ik letterlijk:

“Is het CDA een Christelijke partij, een partij gebaseerd op geloof die andere geloven uitsluit? Het antwoord is nee, het CDA is geen Christelijke partij gebaseerd op geloof !”

(Het uitroepteken is echt deel van de geciteerde tekst en is niet een uiting van mijn verbazing.)

Maar om het goed te maken staat een paar regels verderop :

“Het CDA is een Christen Democratische partij. Dat wil zeggen, dat wij een brede volkspartij zijn met onze eigen opvattingen over hoe de samenleving eruit moet zien. Die ideeën halen we niet uit de leer van het Christendom, maar we zien wel iets in het Christelijk, zeg maar West-Europees mensbeeld.”

Dat moet voor de belijdende christen toch een troost zijn dat ze nog wel iets zien in het zeg maar christelijk mensbeeld  althans in de West-Europese versie.
Rome, is dat West-Europa of Zuid-Europa?  En die Paus Johannes Paulus II was dat geen Pool, en die huidige paus is dat geen Argentijn van geboorte? Hebben die wel een christelijk en tevens zeg maar West-Europees mensbeeld?
Ik ben niet gelovig maar volgens mij stond die kribbe in een dorpje op de Westelijke Jordaanoever en niet op de Brunsummerheide.
Is dit soms dat herbronnen waar het CDA het ooit over had?

En wat heeft dit eigenlijk voor invloed op het gemeentelijk beleid?
Het programma zegt er onder meer het volgende over:

“CDA VAALS kiest ervoor om op te komen voor de Christelijke cq West-Europese waarden, normen en tradities. Onze Nederlandse, Limburgse, Vaalser, Vijlener en Lemierser cultuur dient gekoesterd en zo nodig beschermd te worden tegen de mondiale veranderingen waarmee wij de laatste jaren van doen hebben.”

Hier staat tussen christelijke en West-Europese waarden c.q. casu quo. Dat wil zeggen, afhankelijk van het geval wordt er of voor de christelijke of voor de West-Europese waarden normen en tradities opgekomen. En onze cultuur gaat de CDA fractie beschermen tegen mondiale veranderingen.
Dat is mooi, maar komen die mondiale bedreigingen vandaan? (Want als je tegen veranderingen beschermd moet worden ziet het CDA veranderingen kennelijk als bedreigingen).
Niet van de buren. De Belgen mogen hier zelfs aan de schuttersfeesten meedoen en het schönste Öcher Platt wird in Vols jesprochen zegt men. En de West-Europese waarden worden in een adem genoemd met de christelijke.
Hacken de Russen dan misschien de websites van de carnavalsverenigingen of liggen die vermaledijde moslims achter de Schneeberg op de loer?

Ik denk dat we hier een voorbeeld hebben van het aanwakkeren van nationalistische of provincialistische sentimenten door een vaag dreigingsbeeld op te roepen van de anderen.

(Even tussendoor, mijn gebruik van hoofdletters is gebaseerd op de aanbevelingen van de Taalunie).

Maar waarom staat er dan boven dit artikel de suggestie om misschien toch maar weer op een van de beginsel partijen te stemmen?
Omdat ze moeten blijven. Om ons aan elkaar te spiegelen en onszelf scherp te houden, en waar mogelijk samen te werken en de ont-binding tegen te gaan.
Maar nog beter is het om lid te worden van zo’n beginselpartij en te kijken of je daar wat missie c.q. zendingswerk kunt verrichten om ze weer terug te brengen naar hun oorsprong.

Herbronnen niet in de zin van uit andere bronnen tappen, maar je bronnen terug te vinden en te kijken waar je daar te ver van afgedwaald bent hoe je terugkeert en wat de  middelen zijn waarmee je je missie aanpast aan de noden van deze tijd.
Als je daardoor de middelen vindt om hier, op de grond, in jouw buurt, in jouw dorp in jouw gemeente aanwezig te zijn, te helpen en te verbinden, dan komen de kiezers graag bij jou terug.

Geldt dat ook voor de partij waar ik voor kies?
Ja daar geldt dit ook voor. Daar kom ik in een volgend stuk op terug.
En ook op de vraag waarom ik het hier niet over die derde stroming, het liberalisme heb gehad.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een drie landen droom

maandag 30 oktober, 2017

Betrekkelijke grenzen
Een tijd geleden bezochten wij de Duitse stad Kempen, omdat mijn zuster die zich met genealogie bezig houdt daar een archief wilde raadplegen.
Onze moeder werd namelijk geboren in Hinsbeck en groeide op in het 2 km verderop gelegen Lobberich, beide nu deel uitmakend van de gemeente Nettetal. Hemelsbreed 10 km van Venlo.

In het gemeentehuis moesten wij even wachten en ik ontdekte een hele reeks kaarten van het gebied van de huidige deelstaat NordrheinWestfalen. Een aantal daarvan gaven de bestuurlijke grenzen aan door de eeuwen heen, andere kaarten gaven de sociaal-economische en politieke veranderingen weer.
Fascinerende stof. Hoe was de aanhang van de nationaalsocialisten destijds verdeeld en hoe stemde men in de naoorlogse jaren?
Maar voor mij persoonlijk was het interessantste hooe de staatkundige  verdeling van de streek waar mijn moeder vandaan kwam zich in de loop van de tijd had veranderd.
Het bleek namelijk dat het huidige Nettetal in de 14e eeuw deel uitmaakte van het Hertogdom Gelre.

Karte_geldern

Door Sansculotte at the German language Wikipedia, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1843595

Op deze kaart zie je rechtsonder Venlo de naam Krickenbeck staan en daar was volgend de kaart die ik in Kempen zag in Schloss Krickenbeck een bestuurspost  van het Hertogdom Gelre gevestigd. En dat ligt op nog geen drie kilometer van het huis in Hinsbeck waar mijn moeder in 1904 geboren werd.

Zoiets maakt weer eens duidelijk hoe betrekkelijk grenzen en begrippen als nationaliteit en nationale identiteit zijn.
Omdat Roermond destijds ook bij Gelre hoorde zou je dus de rookworst en kruutmoes aan de traditionele streekgerechten kunnen toevoegen, een cultureel erfgoed dat misschien nog wel oudere roots heeft dan de Chistoffeltaart  ;-).

Die herinnering aan mijn ontdekking in Kempen werd weer actueel toen ik onlangs betrokken werd bij een discussie over het drielandenpunt in Vaals, waar ik halfuurtje fietsen vandaan woon. Met trapondersteuning moet ik er bij zeggen want de klim naar de Vaalserberg +322m vanaf mijn huis op slecht +198m zou ik niet in die tijd op pure spierkracht kunnen overbruggen.

Het gebied waarover we spreken (dat door de Duitser ook wel als DreigrenzenEck wordt aangeduid, logischer, want een punt kan niet in drie landen liggen maar wel op drie dimensieloze grenslijnen), is een van de belangrijkste toeristische attracties van Vaals.
En het toerisme is de belangrijkste inkomstenbron van mijn woonplaats. En het is dan ook het voornemen van de gemeente om “de toeristische kwaliteit van Vaals te versterken”.
Als aan mij gevraagd zou worden hoe het gebied aan de toeristische kwaliteit zou kunnen bijdragen, dan  schiet mijn ervaring in Kempen van de relativiteit van grenzen mij onmiddellijk te hulp.

De inspirerende complexiteit van het begrip grenzen
Je hoeft geen filosoof te zijn om te beseffen dat het begrip grens een aangenaam ingewikkeld begrip is. De volksmond biedt daar duidelijke aanwijzingen voor:
Als Epke Zonderland niet eerder vertoonde kunsten ten beste geeft. dan zeggen de commentatoren prijzend dat hij weer grensverleggend bezig is.
Maar wanneer wij zeggen dat iemand door het lint gaat, dan maakt de gene die dat doet juist géén beste beurt. Maar in beide zijn gevallen is er sprake van grensoverschrijdend gedrag.

Als we kijken naar de cellen, waaruit het grootste deel van de levende natuur (inclusief de mens) bestaat, dan zien wij dat de begrenzing van die cellen, de celwand, zowel als bescherming van de celkern en de verdere inhoud van die cel dient, maar ook als medium dient om – naar aard en functie van de cel in kwestie – stoffen uit te scheiden of juist op te nemen.
Het achterliggende fysische mechanisme, osmose, is de stille kracht die er zelfs in slaagt water vanuit diep liggende wortels naar de bladeren in de top van een 30 meter meter hoge eik te transporteren.

Wat zou ik graag een studium generale willen volgen over diverse verschijningsvormen van  grenzen. In de ethiek, in de staatkunde, in de biologie.
En wat zou het een schitterende symbolische plek zijn als dit in een cirkelvormige ruimte zou plaatsvinden, die zich met het 3 à 4 landenpunt als middelpunt even boven de toppen van voornoemde eiken uitstrekte boven Nederland, Duitsland , België en het voormalige Moresnet.

Zou dit te realiseren zijn?
Niet door de gemeente Vaals, maar wel door de provincies Limburg  en Luik en hetzij de Stedenregio Aken of de deelstaat NordrheinWestfalen.

In deze gebieden liggen prestigieuze universiteiten en andere kenniscentra die zowel inhoudelijk als aan de materiële realisering een belangrijke bijdrage zouden kunnen leveren.
De kunst is alleen de instituten in die gebieden te overtuigen dat hun reeds bestaande ambities door zo’n cultureel centrum versterkt worden.

 

 

 

 

 

 


%d bloggers liken dit: