On-Limburgse vlaai en on-appeltaart

Als je een beetje uitgekeken bent op Limburgse vlaai en appeltaart kan je deze baksels een nieuw leven geven door andere vullingen te gebruiken.
Bij appeltaart heb ik succes gehad met abrikozen en mango als vulling.
Tamelijk spannend blijkt ook een vulling van nectarine dan wel mango en fijngehakte muntblaadjes. Dat hakken gaat het best in een keukenmachine en om te vermijden dat je een moeilijk te verdelen munt pulp krijgt voeg je dan twee beschuiten bij de munt in de machine voor hij gaat draaien.
Als je wilt dat de bodem niet week wordt van het vocht kan je een dun laagje droge gekookte rijst onder in doen.
Een andere variant ontstond toen ik  sap maakte van 20 kleine appeltjes (formaat sterappeltje) in een keukenmachine en de pulp die overbleef als vulling van een taart gebruikte.
Ik gebruikte hiervoor

  • een appeltaartmix pakket van 400 gram
  • het grootste deel van een losgeklopt ei en
  • 150 gram boter
  • een springvorm van 18cm doorsnee

Aan het bakmeel voegde ik eerst een zelf gemaakt kruidenmengsel toe van

  • 1 theelepel kaneel
  • 1/2 theelepel gemberpoeder
  • 1 theelepel gemalen kardemom
  • 1/4 theelepel gemalen kruidnagel
  • 1/2 theelepel piment

Het deeg verdeelde ik in drie gelijke delen,  voor de bodem, de wanden en een gesloten deksel van de taart.
Op de vulling kan naar smaak nog een laagje abrikozenjam worden toegevoegd.

De deksel wordt bestreken met de helft van het restje losgeklopt ei en daarna wordt de deksel belegd met garneer amandelen. Die daarna weer met laatste ei bestreken worden. Daarna op 180 graden gebakken gedurende 50 à 55 minuten.

In plaats van pulp kunnen ook schijfjes appel gebruikt worden (dan is de helft van de hoeveelheid appeltjes genoeg.

De garnering is natuurlijk facultatief maar de amandelen geven wel een extra smaakje en bovendien kan je dan een mooie naam voor de taart verzinnen zoals Schelpen taart, Maori taart of Deense Rotonde.

Hij ziet er dan ongeveer zo uit:

Een tamelijk onlimburgse vlaai krijg je met cranberries (gewoon de aanwijzingen op het pak volgen, alleen suiker vervangen door rietsuiker) en ook bijzonder was rabarbervlaai.
Omdat daar enige supporters voor in dit gezin zijn heb ik in de rabarbervlaai ook bakkersroom (dat gele in tompoezen) gebruikt. Een pond rabarber bleek nog al weinig omdat het flink slinkt. Een kilo kan je wel kwijt in een standaard vlaai van 28 cm

Nog een tip voor wat betreft vlaaien.
Het uiterlijk wordt een stuk overtuigender als je zo’n deksel met uitgestoken ruitjes er op hebt. Daar is een handig ding voor. Het heet ruitvorm en wordt in de handel gebracht door Patisse.
Het werkt helemaal perfect als je hem even invet met een bak spray.
Wat ik zelf wel handig vind, is om de deksel eerst te maken, zodat je het deeg wat overblijft, na het uitdrukken van de ruitjes nog in de bodem van de vlaai kan gebruiken.
We gooien hier namelijk niets weg, ja? Bovendien kan je de gevulde ruitvorm dan even in de koelkast zetten zodat het deeg wat stijver wordt en je hem zonder ongelukken kan lossen en plaatsen.

Naschrift 10 mei 2010.
Het blijkt dat rabarbervlaai minder onlimburgs is dan ik dacht. Maar cranberry’s lijkt me voorlopig nog meer iets voor Terschelling.

Naschrift 23 november 2011.
De meest geslaagde vlaai variant tot nu (dat vonden zowel publiek als bakker) was de rabarber-rijstevlaai. Je kunt daarvoor de hoeveelheden voor vulling voor een rijstevlaai halveren, maar je kunt natuurlijk ook twee van deze heerlijke vlaaien bakken en er  een weggeven. De rabarber wordt iets specialer door een glaasje van een niet te droge witte wijn en vier steranijs en vier kardemom peulen mee te laten koken. Die je er dan na het koken weer uit moet halen.

De rijst onder en de rabarber boven natuurlijk.

Naschrift 4 maart 2015

Inmiddels na ruim drie jaar Limburg beginnen de vlaaien er steeds beter uit te zien.
Bij het maken van een pruimen-linzen vlaai (wat overigens niets met linzen te maken heeft  maar naar het Linzer deeg recept heet) vond ik nog een trucje uit om de zijrand gelijkmatig er in te krijgen. Meestal komt ik deeg te kort of zoiets of is het aan de ene kant dikker of hoger.

Vandaag kwam ik op het idee om de hoeveelheid deeg die ik apart gehouden had voor de rand in vier gelijke delen te verdelen.
Elk deel rolde ik tot een bolletje en elk bolletje eerst tot een een handbreed rolletje.
Vervolgens rolde ik dit verder uit door er een snijplank op te leggen en hiermee met een lichte druk het rolletje verder uit te rollen tot wat ik dacht dat de lengte van een kwart van de vorm zou zijn.
Dit bleek een perfect gelijkmatig rolletje op te leveren.
Dit word dus standard practice ook voor de min of meer appeltaarten!

Helemaal heerlijk om te hebben is zo’n klein konisch deegrollertje waarmee je de bodem perfect kan laten aansluiten en ook handig is om een plak deeg of een rotiplaat rond uit te rollen.
Gelukkig wonen we hier op fietsafstand van Duitsland waar je zo’n ding voor €3,99 aanschaft. Mijn bak gen komt trouwens ook uit dat land denk ik.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: