Op weg naar een goede plek II

dinsdag 23 mei, 2017

In de vorige aflevering hebben we gezegd dat het een goede methode is om bij het zoeken naar een lang traject van A naar B, beurtelings vanuit beide punten te denken. In dit geval lijkt het een goed idee om bij B te beginnen omdat je dan weet in welke richting je stappen vanuit A moeten gaan.

Wat zouden alle mensen nu een goede plek vinden? Van een ideale wereld bestaan allerlei opvattingen. De keurslager heeft daar een ander beeld van dan de veganist. De VVD stemmer een ander beeld dan de PvdA stemmer en de salafist een ander dan de humanist, de politicus een ander dan de anarchist.
Is het dan wel mogelijk een samenlevingsvorm te bedenken die iedereen aantrekkelijk vindt?
Misschien toch wel, als je het idee aanvaardt dat er naast een biologische evolutie ook een geestelijke evolutie gaande is, die uiteindelijk leidt tot een mens die zich anders gedraagt. Hoewel die twee vormen van evolutie materieel verschillen hebben ze als gemeenschappelijk kenmerk dat de succesvolle varianten overblijven.
Die geestelijke evolutie is een culturele evolutie. Wanneer mensen de moed hebben een eigen voordeel situaties even te vergeten en een experiment willen aangaan dat tot een wellicht groter gemeenschappelijk voordeel leidt, en dit experiment slaagt, dan kan het nieuwe systeem geïntegreerd worden in de cultuur.
De langdurige vrede die er nu al binnen Europa bestaat is een voorbeeld daarvan.

Wat impliciet is in deze redenering is dat dit alleen maar werkt als je cultuur als een dynamisch verschijnsel ziet. Iets waar iedere generatie aan mee kan bouwen om uiteindelijk een cultuur te scheppen die mensen duurzaam vreedzaam samen doet leven.
Dit is een heel andere opvatting van cultuur dus dan een die het vasthouden aan tradities als de basis ziet van de (eigen) cultuur.
Het beeld van een ideale samenleving moeten we dus niet opbouwen op basis van de momenteel in een bepaald geldende waarden en de daaruit voortvloeiende normen. Maar uit een vergelijkend onderzoek van de ethische elementen die we in alle tot nu toe ontwikkelde wereldbeelden, maatschappijbeelden en mensbeelden aan treffen.
Is dit cultuurrelativisme. Ja natuurlijk is dat cultuurrelativisme. Als je cultuur ziet als een dynamisch verschijnsel, kan je niet anders dan de huidige dominante cultuur als een tussenstadium te zien in de ontwikkeling van de menselijkheid.

Je kunt echter niet volstaan met de constatering dat ons waardenstelsel wellicht niet volmaakt is. Je zult ook een creatieve methode moeten ontwikkelen om de richting te zoeken waarin verbetering moeten zoeken en vervolgens de acties moeten ontdekken of uitvinden waarmee een beweging in die richting kunnen realiseren.
Je zou als het ware een laboratorium van de ethiek moeten ontwikkelen.
In het boek ‘De demokratisering van het geluk’ dat (in de toen geldende spelling) in 1973 verscheen bepleitte ik ‘de professionalisering van de aktie en de aktivering van de professional’. Nu 44 jaar later sta ik daar nog steeds achter, en zie ook dat dit ook al op veel gebieden gebeurt.
Wat eigenlijk ook al gebeurt, is de ontwikkeling van dat laboratorium van de ethiek. Het is een belangrijk onderdeel van de filosofie.
Alleen waar in een laboratorium denkbeelden onderzocht worden en in praktijkproeven worden getest op hun geldigheid is filosofie een zaak die zich veelal tot de geest beperkt.
Wat zo jammerlijk ontbreekt is de verbinding tussen filosofie en politiek.

Weliswaar zijn er naast belangenpartijen ook meer op waarden gebaseerde partijen, maar ten minste twee verschijnselen belemmeren de verdere humanisering van de mensheid:

 Politieke partijen zien het voortbestaan en de groei van hun partij als een noodzaak en als een doorslaggevende voorwaarde bij het nemen van beslissingen

Het perspectief van partijen ligt te dichtbij. Punten aan de horizon helpen niet, we moeten voorbij de horizon denken.

Een artikel in nrcHandelsblad van 6 mei 2017  getiteld ‘Rutte cs! Aanschouw onze aarde als een ruimtevaarder en formeer’ en ingeleid met de omschrijving Het politieke denken wordt volgens en geregeerd door kijkcijfers, kabinetsduur en koerswisselingen. De kunst is, zo drukken ze onze politici op het hart, om boven de wereld uit te stijgen en millennia vooruit te durven dromen.’ geeft goed weer wat ik bedoel.

Hoe zouden we dit proces op gang kunnen brengen?
Wat het proberen waard is om te kijken of we kunnen bedenken welke condities alle mensen zullen wensen en nastreven als minimale bestaansvoorwaarde, en of we daaruit kunnen construeren wat voor materiële en sociale omstandigheden daar voor noodzakelijk zijn.

De basis

De basisveronderstelling voor het verdere verloop van dit verhaal is dat wij allemaal bestaanszekerheid wensen en niet allen voor dit moment maar ook voor de rest van ons leven, en dat we dat wensen voor onze kinderen en kleinkinderen en dat we dat ook gunnen aan onze naasten, iets minder naasten en vooruit, ook voor onze versten.

Wat we dus willen is duurzame bestaanszekerheid.

Nu zullen mensen van nu ongetwijfeld beamen dat iedereen voor zich zelf duurzame bestaanszekerheid zal wensen en dat hij dat ook wel zijn kinderen zal gunnen, maar niet iedereen zal overtuigd zijn, dat iedereen dat ook aan alle andere mensen zal gunnen, ja hij of zij zelf wel natuurlijk maar die andere mensen, en of ieder ander het hem of haar wel net zo gul zal toewensen als hij dat de rest van de mensheid gunt.
Maar dat komt omdat dat mensen van nu zijn.
Zal dat bij de mensen van dan dan anders zijn?
Als de materiële en sociale voorwaarden dat mogelijk maken wel.
Materieel zal dat het geval zijn als we onze samenleving zo inrichten dat er voor iedereen genoeg is, en op het sociale vlak het zo is dat iedereen in de ander zichzelf herkent. En  voor dat laatste is nodig dat de omstandigheden voor iedereen gelijk zijn.

Om te zorgen dat er voor iedereen genoeg is, kunnen we twee benaderingen volgen:

  1. We zorgen dat we zoveel produceren als voor de bestaande bevolking nodig is. Dus groeit de bevolking dan intensiveren we de productie.
  2. We beperken de bevolking tot de omvang die duurzaam voorzien kan worden.

Tot nu toe is de eerste methode altijd gevolgd vanuit een blind vertrouwen in technologische oplossingen en een blindheid voor de eindigheid van onze natuurlijke bronnen.
Het is ook een gevolg van onze gewoonte om de toekomst te zien in termen van het heden. Onlangs werd in een televisie programma over architectuur nog opgemerkt dat als er geen ruimte meer is we omhoog moeten. Torenflats en verticale landbouw dus.

Dat er grenzen aan de groei van de bevolking waren was eind 18e eeuw al aan de Anglicaanse predikant Malthus opgevallen, maar hij had weinig fiducie in een oplossing  van dit probleem.

Wij kunnen ons echter niet permitteren om pessimistisch te zijn want dat verlamt ons en verhindert ons te zoeken naar oplossingen.

De meest voor de hand liggende oplossing is te accepteren dat een duurzame bestaanszekerheid voor iedereen alleen mogelijk is bij voor een beperkte wereld bevolking en dat gezien de uitputtelijkheid (dit woord dat nog niet in de woordenboeken staat zullen we aan onze persoonlijke woordenschat  moeten toevoegen en zo vaak moeten gebruiken dat het inburgert) dat gezien de uitputtelijkheid van de grondstoffen die uiteindelijke wereldbevolking ook zal moeten ontdekken hoe je met minder dingen toch gelukkiger kan worden.

Meer daar over in deel III van deze feuilleton.

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Op weg naar een goede plek I

vrijdag 21 april, 2017

Dit wordt een feuilleton over maatschappelijke veranderingen. Welke zal in de loop van het verhaal hopelijk duidelijk worden, want het verhaal wordt al schrijvende bedacht. En commentaren en route zijn welkom en kunnen verwerkt worden.
Wat er met een goede plek bedoeld wordt zal ook in de loop van het verhaal duidelijker worden, al hoef je geen klassieke opleiding te hebben om een vermoeden te hebben waar die term vandaan komt.

Aflevering 1 gaat over de methode.

In veel processen waarin men van A naar B toewerkt en de afstand tussen A en B groot is, helpt het om het proces beurtelings vanuit A en B te benaderen.
Of het nu gaat om een wiskundig bewijs, een technische constructie of een computerprogramma het gaat in al die gevallen om vanuit een bestaande werkelijkheid naar een nog niet bestaande te komen. Het gaat hier dus over ontwerpprocessen.
We hebben het hier dus niet over de van A naar B opgaven van een navigatieprogramma.
Wat je dan doet is vanuit A inventariseren wat er is en waarover je kunt beschikken. Waarin kan je de bestaande materialen, eigenschappen, houdingen, combinaties of andere configuraties veranderen en wat ontstaat er dan.
Vanuit punt B probeer je je voor te stellen welke voorfasen  kunnen leiden tot de gewenste materialen, eigenschappen, houdingen, combinaties of andere configuraties.

Als je dit doet krijg je van twee kant een waaier ban gevolgen en voorwaarden waarvan je hoopt dat die na een aantal stappen elkaar tegenkomen, waarna je de producten die niet tot contact leidden kunt snoeien.

Mooi gezegd, maar wekt dit ook voor sociale situaties? Want de eerste zin van dit verhaal luidt dat dit een feuilleton over maatschappelijke veranderingen gaat worden.
Laten we hopen van wel, want er zijn wel wat dingen in de samenleving die beter kunnen.

Maar er zijn wel een paar belemmerende factoren als je deze methode op sociale systemen wilt toepassen. En samenvattend kan je zeggen, dat die gemeen hebben dat de zaken die wij benoemen als wij het over onze samenleving hebben sterk beïnvloed worden door culturele en politieke opvattingen die wij koesteren.
Een voorbeeld daarvan werd onlangs duidelijk gemaakt in een documentaire reeks over de geschiedenis van Zuid-Afrika. De Nederlandse kolonisten hadden daar land in bezit genomen. Iets wat voor de nomadenstammen die daar hun vee weidden een volstrekt onbegrijpelijke ontwikkeling was. Dat grond van iemand kon zijn ???.
Voor ons daarentegen is het een behoorlijke inspanning om je een voorstelling te maken van een omgeving waarin objecten voorkomen die niet van iemand zijn.

Wanneer we dus de hierboven beschreven methode willen toepassen op een studie hoe je vanuit de huidige sociale situatie zou kunnen komen tot een waar de overgrote meerderheid van de mensen tevredener over zouden zijn, dan zal je aan beide kanten van het traject op dit probleem stuiten.
Aan deze kant zou je vast moeten stellen welke veranderingen nodig zijn en daar zijn de meningen nog al verdeeld.
En het zelfde geldt voor de vraag welke kant we op moeten met onze samenleving. Dat blijkt onder andere uit de grote verschillen in de programma’s van de politieke partijen in de landen waar meer dan één partij toegelaten is een rol te spelen.

Je zult dus moeten zoeken naar algemeen geldende uitspraken over het harmonieus samenleven van mensen die niet gekleurd worden door politieke opvattingen.
Kan dat?
Daar over gaat aflevering 2.

Maar eerst nog iets over aanleiding tot deze exercitie.
Er is al jaren een dialoog gaande tussen mij en mijn inmiddels goede vriend Rogier Schravendeel. Het prettige aan die dialoog is dat wij het voldoende met elkaar eens zijn om de dialoog voort te zetten en voldoende met elkaar oneens zijn om door te moeten discussiëren.
Waar we het over eens zijn is hoe een goede wereld er uit zou moeten zien, waar we het niet altijd over eens zijn is over de bronnen van onze inzichten en de middelen om van A naar B te komen. Dat Rogier een belijdend christen is en ik een heiden belemmert  ons allerminst. Zijn beeld van een goede wereld lijkt verbazend veel op mijn beeld.

En nu toch maar het U woord. Hebben we het misschien over Utopia?
Ja zeker, als je kijkt naar de oorsprong van dat woord het Griekse woord eutopos wat letterlijk goede plaats betekent. Utopia was de titel van een boek uit 1516. Wikipedia omschrijft de inhoud als volgt: ” In het boek vertelt een reiziger over een ver land dat hij bezocht. Iedereen is er gelijk, alle huizen en straten zijn er hetzelfde en privébezit bestaat niet. De ziekenhuizen zijn zó goed dat zieken er heel graag willen worden opgenomen. De wetten van het land kunnen door elke inwoner begrepen worden. Bovendien voert het land nooit oorlog. “

In het huidige taalgebruik wordt utopie gebruikt als omschrijving van een onhaalbaar idee, een hersenschim van een goedbedoelende onnozele geest, waar je schouders over ophaalt en geen serieuze discussie mee aangaat.
Iemand die het woord utopie in die zin gebruikt vindt denken over een gelukkige samenleving dus bij voorbaat onzin. OK goedbedoelde onzin, maar daarom niet minder onzin. In de sociale media wordt zelfs Gutmensch als scheldwoord gebruikt.
Het is duidelijk dat we van mensen die dat vinden geen inspirerende ideeën hoeven te verwachten.

Hetzelfde Wikipedia artikel omschrijft utopie echter als volgt: De utopie is een vrije vorm van politieke filosofie. In de utopie ontwerpt de bedenker een ideale staat of samenleving.” En dat Marx er niets van moest hebben.  Lees maar. Wij gaan dus gewoon verder met het zoeken naar een goede plek voor onze nazaten en die van onze naasten tot in de verste verte.

Retourtje Koude Berg

woensdag 18 mei, 2016

Van tijd tot tijd kom ik Han Shan weer tegen, de Chinese dichter wiens naam Koude Berg betekent.
Deze keer was het een opmerking, of eigenlijk twee, in een interview in de NRC van 6 mei 2016.

De geïnterviewde is Harvard hoogleraar Chinese geschiedenis Michael Puett.
Het is zeker de moeite waard om dat artikel op te zoeken en in zijn geheel te lezen, om de context te zien waarin de passages die ik hier aanhaal uitgesproken zijn.
De associaties met Han Shan die bij mij ontstonden slaan op een gedicht waarover ik al eens in een ander stukje in dit weblog schreef.
Allereerst het hele gedicht:

All my life I’ve been lazy,
hating anything solemn,
finding light matters more congenial.
Others may study how to make a profit,
I have my single roll of scripture.
I don’t bother to fit it with a roller or case,
or trouble to carry it here or there.
Like a doctor prescribing a medicine for each disease,
I use what remedy is at hand to save the world.
Only when the mind is free of care
can the light of understanding shine in every corner.

Aan de laatste regels dacht ik toen ik het slot van het interview las:

Bent u zelf veranderd sinds u de Chinese denkers bestudeert?

„Ja. Enorm. Als ik vroeger over straat liep, zag ik niets, ik was alleen maar druk in mijn hoofd. Dat is nu anders. De dagen dat ik in een half uurtje van mijn huis naar de campus wandel, geniet ik intens van alles om mij heen. Ik kijk naar mensen, merk op hoe het weer verandert, aanschouw de wisseling van de seizoenen. Ik sta open, ook voor nieuwe ontmoetingen. It’s fantastic.”

Bij Stig Anderson die het gedicht  ook bespreekt in dit artikel wordt de strofe
Like a doctor prescribing a medicine for each disease,
I use what remedy is at hand to save the world.
Als volgt geïnterpreteerd:

I use what remedy is at hand to save the world. This is exactly the Tantric approach. You use what is here and now. In the Yoga poses you work with the body. The body as it is – soft or rigid, young or old.
In meditation you make use of that which is happening in the mind during the meditation. You don’t try to avoid it. In this way you transform the energy. You have, like Han-shan, saved your world. You have done that with the remedies at hand in the meditation. In the next meditation you repeat the process, with the means you have at your disposal then. You return to Cold Mountain.

Puett daarentegen ziet minder in meditatie.
Nadat hij uitlegt dat er niet zoiets is als een vaststaand zelf, net zo min als er een statische wereld is, en dat je daarom niet moet proberen om beslissingen in je leven vanuit een vaste methode, rationeel of intuïtief, te nemen.

Op de vraag van de interviewer “Wat moet je dan wel doen?” antwoordt hij:
“Er is een derde weg. Je kunt proberen om je emoties in te zetten om alle nuances van een situatie te doorgronden. In allerlei situaties kun je je emotionele vermogens bijschaven, zodat ze in de pas gaan lopen met je verstand en je beslissingen kunt nemen die de toekomst openleggen.”

I use what remedy is at hand to save the world, zou Han Shan zeggen.

“Omdat we vaak een onveranderlijke kijk op onszelf hebben, beperken we ons tot rollen die we in het verleden speelden. Maar in een veranderende wereld moet je leren beslissingen te nemen rekening houdend met een complex zelf.” voegt hij er nog aan toe.

Lijkt dat op mindfulness? wil de interviewer weten.

„Nee, totaal niet. Mindfulness is gebaseerd op de boeddhistische gedachte dat je moet onthechten en geen oordeel moet vellen, opdat je innerlijke vrede vindt. Maar je ontwikkelt je niet door je terug te trekken uit de wereld en te mediteren. Het vredige gevoel dat je dan eventjes hebt, verdwijnt toch weer zodra je met de buitenwereld in aanraking komt. Door juist naar buiten te kijken en de interactie met jezelf en de ander te verbeteren, kun je als mens verbeteren.”

Hoe kan het dat Anderson en Puett zo totaal verschillend op diezelfde tekst reageren.

Het antwoord schuilt in de laatste zin van Puett: Ik sta open.
Puett kijkt naar buiten ziet de wereld in al zijn complexiteit en gebruikt de middelen die voorhanden zijn om de wereld te redden.
Anderson keert zich naar binnen mediteert en zegt dan You have, like Han-shan, saved your world. Jouw wereld.
Maar als er niet zoiets is als een zelf, dan is er ook niet iets dat zich een wereld toe kan eigenen.Er is niet zoiets als Andersons wereld , noch is er de wereld van Puett. Er is een grote vlietende wereld die door geen van ons te overzien is, en door geen van ons in één kader te vatten is. We reageren wel doorlopend met delen van die wereld. En zoals Puettt het beschrijft kan er dan iets gebeuren:

 “Stel ik ben moe, en onderweg naar mijn werk maak ik me druk om een collega. Ik stap chagrijnig de bus in, maar in plaats van nors te kijken, lach ik naar de buschauffeur. Door die kleine handelingen verander ik al iets in mijzelf en mijn omgeving, het zorgt ervoor dat ik in een andere stemming komt.”

Uit mijn hart gegrepen.

Nederlanders kunnen niet meer rekenen.

donderdag 7 april, 2016

Op 6 april 2015 mochten de Nederlanders stemmen. Dat was grotendeels dezelfde groep mensen die drie jaar gelden het huidige parlement koos. De meerderheid van dat parlement keurde een verdrag van de EU goed.

Dat was tegen de zin van een aantal nationalistische populisten en die wisten voldoende mensen zo ver te krijgen dat ze een referendum konden afdwingen.

De belangstelling voor dat referendum was gering. Slechts 32,2% van de stemgerechtigden nam de moeite hiervoor naar een stemlokaal te gaan. De rest liet het of aan het parlement over, was geen voorstander van referenda, snapte de vraag niet of was of probeerde de opkomst onder de 30% te houden. Het meeste gemotiveerd waren nog de Euro-angstigen. Zij maakten met hun tegen stem 61,1 % van die 32,2% uit.
Dat waren dus 19,7% van de mensen in Nederland die mogen stemmen.

Minder dan 1 op de 5 Nederlanders is het dus niet eens met een beslissing van het parlement wat ze gekozen hebben.

En nu roept iedereen in koor dit kunnen we niet negeren.

Het wachten is op een groepje automobilisten die de mensen wijs weten te maken dat de EU de maximumsnelheid wil verlagen tot 100 km/uur

De ware vrijheid luistert naar de wetten?

woensdag 16 maart, 2016

Omdat ik zelf een tachtiger ben, heb ik op school nog meegekregen dat er ooit een stroming in de literatuur was, waarvan de deelnemers de Tachtigers werden genoemd.
Een van de dichters die tot die groep gerekend worden was Jacques Perk hoewel hij al in 1881 op 22 jarige leeftijd overleed.

De ware vrijheid luistert naar de wetten is een strofe die voorkomt in Perk’s ode aan de sonnetten, die begint met de regels:

Klinkt helder op, gebeeldhouwde sonnetten,
Gij, kindren van de rustige gedachte!
De ware vrijheid luistert naar de wetten..

In de titel van dit stuk heb ik daar een vraagteken achter gezet.
Want wat betekent dat, ware vrijheid? Zijn er vrijheden in soorten?
Valse vrijheid, halve vrijheid, absolute vrijheid? Kortom is vrijheid net zo rekbaar als waarheid?
Zeker is dat vrijheid een gecompliceerd begrip is, dat zich daarom uitstekend laat misbruiken in het politieke verkeer.
Maar we houden het hier netjes.
Tenminste dat is de bedoeling.

Op verschillende plaatsen in Onzichtbare Inkt is al geschreven over de begrippen positieve en negatieve vrijheid. De eerste behelzende de mogelijkheid tot iets, en de tweede het verstoken blijven van iets.
In sommige gemeenten in Nederland wordt op één zondag per jaar en dan alleen nog voor een bepaald gedeelte van de stad, een autovrije zondag nagedaan.
Dat is heel schattig van die gemeenten, maar op een verrassende wijze toch ook nog wel op een bepaalde manier nuttig: Het laat namelijk zien dat vrijheid iets met grenzen te maken heeft.
In dit voorbeeld geldt namelijk binnen het door de gemeente aangeduide gebied een negatieve vrijheid. Men is binnen die grens namelijk tijdelijk vrij van auto’s, terwijl daarbuiten de automobilist vrij is om naar hartenlust te gassen en te ronken.
Kan je nu zeggen dat die grenzen de vrijheid beperken?
Dat lijkt op het eerste gezicht waar te zijn, maar dat is niet het geval. Die grenzen beperken hooguit het gebied waarin die vrijheid heerst.

Sterker nog,  grenzen scheppen juist vrijheid.
Hoezo dat?

Onbegrensde vrijheid is alleen maar een gedachteconstructie. Wat je ook doet, je bent altijd gebonden aan wetten en wetmatigheden. Sowieso aan de natuurwetten.
We kunnen wel denken dat we aan de zwaartekracht ontkomen als we in een ballon, of erger nog, in een vliegtuig stappen, maar ook daar gelden de gravitatie wetten nog steeds. Je kan dat kopje koffie wat er geserveerd wordt echt beter vast houden.

Vrijheid lijkt wat dat betreft wel een beetje op ruimte.
Toen ik voor het eerst van mijn leven in een kathedraal kwam, was dat in Frankrijk. Een vriendelijke familie had me een lift gegeven en onderbrak de reis in ik meen Bourges voor een bezoek aan de kathedraal.
Ik was verpletterd toen ik daar binnentrad en deed iets waar ik zelf, afkomstig uit een uitgesproken anti-kerkelijk gezin, verbaasd over was, ik stak een kaars aan uit een behoefte aan eerbetoon.

Niet alleen de schoonheid, maar ook de ontzagwekkende ruimte was het die zo’n indruk op me maakte.
Toen ik later aan die emotie terugdacht viel het me op dat die ervaring van ruimte ontstond toen ik naar binnen ging in een bouwwerk, en daarbij een veel grotere ruimte verliet.
Kennelijk kun je ruimten scheppen door elementen niet-ruimte te stapelen en te verbinden!
De ruimte van die kathedraal waar ik zo van onder de indruk was, was er voor 1214 natuurlijk ook al, maar niemand heeft daar toen staan stuiteren omdat ie zo’n prachtige ruimte zag. Die kon pas beleefd worden toen hij in muren gevangen was.

Dat is interessant, je beleeft dus iets door de aanwezigheid van het tegendeel van datgene wat je beleeft.
Als we dat transponeren naar vrijheid ontdek je dat je vrijheid beleefd dankzij de grenzen die er aan die vrijheid gesteld zijn.
Ongebreidelde vrijheid betekent chaos, de afwezigheid van zin, willekeur, onvoorspelbaarheid, kortom iets wat je nooit hoopt mee te maken.

Daarom floreren wij als er structuur is in ons bestaan.
Structuur betekent dat we de dingen die in ons leven komen en iets van ons vragen, een in principe vaste plaats in ruimte en tijd geven.
Dat wil zeggen dat we ons bestek altijd op de zelfde plaats bewaren en onze pyjama weer op een andere plek. Dat we over het algemeen hetzelfde deel van het etmaal besteden aan rusten en het andere deel aan bezigheden. Dat we op ongeveer dezelfde tijden eten.
Het voordeel is dat we geen tijd verdoen aan het zoeken van dingen, niet hoeven bij te houden hoelang het geleden is dat we voor het laatst gegeten hebben, niet wakker hoeven te liggen over de vraag of we nu al lang genoeg in bed hebben gelegen, en omdat de meeste andere mensen ook min of meer gestructureerd zijn, kunnen we er ook redelijk zeker van zijn dat de winkels open zijn en er openbaar vervoer is. Je blijkt ineens veel meer vrije tijd te hebben dan je dacht en je mist de paniek dat je een deadline niet gehaald hebt. Kortom die structuur die je vrijheid leek te beperken creëert een ruimte en rust waarin je vrij bent van zorgen, en die vrijheid is dankzij de structuur en regelmaat die je aangebracht hebt dan ook structureel!

 

 


%d bloggers liken dit: