Op weg naar een goede plek II

In de vorige aflevering hebben we gezegd dat het een goede methode is om bij het zoeken naar een lang traject van A naar B, beurtelings vanuit beide punten te denken. In dit geval lijkt het een goed idee om bij B te beginnen omdat je dan weet in welke richting je stappen vanuit A moeten gaan.

Wat zouden alle mensen nu een goede plek vinden? Van een ideale wereld bestaan allerlei opvattingen. De keurslager heeft daar een ander beeld van dan de veganist. De VVD stemmer een ander beeld dan de PvdA stemmer en de salafist een ander dan de humanist, de politicus een ander dan de anarchist.
Is het dan wel mogelijk een samenlevingsvorm te bedenken die iedereen aantrekkelijk vindt?
Misschien toch wel, als je het idee aanvaardt dat er naast een biologische evolutie ook een geestelijke evolutie gaande is, die uiteindelijk leidt tot een mens die zich anders gedraagt. Hoewel die twee vormen van evolutie materieel verschillen hebben ze als gemeenschappelijk kenmerk dat de succesvolle varianten overblijven.
Die geestelijke evolutie is een culturele evolutie. Wanneer mensen de moed hebben een eigen voordeel situaties even te vergeten en een experiment willen aangaan dat tot een wellicht groter gemeenschappelijk voordeel leidt, en dit experiment slaagt, dan kan het nieuwe systeem geïntegreerd worden in de cultuur.
De langdurige vrede die er nu al binnen Europa bestaat is een voorbeeld daarvan.

Wat impliciet is in deze redenering is dat dit alleen maar werkt als je cultuur als een dynamisch verschijnsel ziet. Iets waar iedere generatie aan mee kan bouwen om uiteindelijk een cultuur te scheppen die mensen duurzaam vreedzaam samen doet leven.
Dit is een heel andere opvatting van cultuur dus dan een die het vasthouden aan tradities als de basis ziet van de (eigen) cultuur.
Het beeld van een ideale samenleving moeten we dus niet opbouwen op basis van de momenteel in een bepaald geldende waarden en de daaruit voortvloeiende normen. Maar uit een vergelijkend onderzoek van de ethische elementen die we in alle tot nu toe ontwikkelde wereldbeelden, maatschappijbeelden en mensbeelden aan treffen.
Is dit cultuurrelativisme. Ja natuurlijk is dat cultuurrelativisme. Als je cultuur ziet als een dynamisch verschijnsel, kan je niet anders dan de huidige dominante cultuur als een tussenstadium te zien in de ontwikkeling van de menselijkheid.

Je kunt echter niet volstaan met de constatering dat ons waardenstelsel wellicht niet volmaakt is. Je zult ook een creatieve methode moeten ontwikkelen om de richting te zoeken waarin verbetering moeten zoeken en vervolgens de acties moeten ontdekken of uitvinden waarmee een beweging in die richting kunnen realiseren.
Je zou als het ware een laboratorium van de ethiek moeten ontwikkelen.
In het boek ‘De demokratisering van het geluk’ dat (in de toen geldende spelling) in 1963 verscheen bepleitte ik ‘de professionalisering van de aktie en de aktivering van de professional’. Nu 44 jaar later sta ik daar nog steeds achter, en zie ook dat dit ook al op veel gebieden gebeurt.
Wat eigenlijk ook al gebeurt, is de ontwikkeling van dat laboratorium van de ethiek. Het is een belangrijk onderdeel van de filosofie.
Alleen waar in een laboratorium denkbeelden onderzocht worden en in praktijkproeven worden getest op hun geldigheid is filosofie een zaak die zich veelal tot de geest beperkt.
Wat zo jammerlijk ontbreekt is de verbinding tussen filosofie en politiek.

Weliswaar zijn er naast belangenpartijen ook meer op waarden gebaseerde partijen, maar ten minste twee verschijnselen belemmeren de verdere humanisering van de mensheid:

 Politieke partijen zien het voortbestaan en de groei van hun partij als een noodzaak en als een doorslaggevende voorwaarde bij het nemen van beslissingen

Het perspectief van partijen ligt te dichtbij. Punten aan de horizon helpen niet, we moeten voorbij de horizon denken.

Een artikel in nrcHandelsblad van 6 mei 2017  getiteld ‘Rutte cs! Aanschouw onze aarde als een ruimtevaarder en formeer’ en ingeleid met de omschrijving Het politieke denken wordt volgens en geregeerd door kijkcijfers, kabinetsduur en koerswisselingen. De kunst is, zo drukken ze onze politici op het hart, om boven de wereld uit te stijgen en millennia vooruit te durven dromen.’ geeft goed weer wat ik bedoel.

Hoe zouden we dit proces op gang kunnen brengen?
Wat het proberen waard is om te kijken of we kunnen bedenken welke condities alle mensen zullen wensen en nastreven als minimale bestaansvoorwaarde, en of we daaruit kunnen construeren wat voor materiële en sociale omstandigheden daar voor noodzakelijk zijn.

De basis

De basisveronderstelling voor het verdere verloop van dit verhaal is dat wij allemaal bestaanszekerheid wensen en niet allen voor dit moment maar ook voor de rest van ons leven, en dat we dat wensen voor onze kinderen en kleinkinderen en dat we dat ook gunnen aan onze naasten, iets minder naasten en vooruit, ook voor onze versten.

Wat we dus willen is duurzame bestaanszekerheid.

Nu zullen mensen van nu ongetwijfeld beamen dat iedereen voor zich zelf duurzame bestaanszekerheid zal wensen en dat hij dat ook wel zijn kinderen zal gunnen, maar niet iedereen zal overtuigd zijn, dat iedereen dat ook aan alle andere mensen zal gunnen, ja hij of zij zelf wel natuurlijk maar die andere mensen, en of ieder ander het hem of haar wel net zo gul zal toewensen als hij dat de rest van de mensheid gunt.
Maar dat komt omdat dat mensen van nu zijn.
Zal dat bij de mensen van dan dan anders zijn?
Als de materiële en sociale voorwaarden dat mogelijk maken wel.
Materieel zal dat het geval zijn als we onze samenleving zo inrichten dat er voor iedereen genoeg is, en op het sociale vlak het zo is dat iedereen in de ander zichzelf herkent. En  voor dat laatste is nodig dat de omstandigheden voor iedereen gelijk zijn.

Om te zorgen dat er voor iedereen genoeg is, kunnen we twee benaderingen volgen:

  1. We zorgen dat we zoveel produceren als voor de bestaande bevolking nodig is. Dus groeit de bevolking dan intensiveren we de productie.
  2. We beperken de bevolking tot de omvang die duurzaam voorzien kan worden.

Tot nu toe is de eerste methode altijd gevolgd vanuit een blind vertrouwen in technologische oplossingen en een blindheid voor de eindigheid van onze natuurlijke bronnen.
Het is ook een gevolg van onze gewoonte om de toekomst te zien in termen van het heden. Onlangs werd in een televisie programma over architectuur nog opgemerkt dat als er geen ruimte meer is we omhoog moeten. Torenflats en verticale landbouw dus.

Dat er grenzen aan de groei van de bevolking waren was eind 18e eeuw al aan de Anglicaanse predikant Malthus opgevallen, maar hij had weinig fiducie in een oplossing  van dit probleem.

Wij kunnen ons echter niet permitteren om pessimistisch te zijn want dat verlamt ons en verhindert ons te zoeken naar oplossingen.

De meest voor de hand liggende oplossing is te accepteren dat een duurzame bestaanszekerheid voor iedereen alleen mogelijk is bij voor een beperkte wereld bevolking en dat gezien de uitputtelijkheid (dit woord dat nog niet in de woordenboeken staat zullen we aan onze persoonlijke woordenschat  moeten toevoegen en zo vaak moeten gebruiken dat het inburgert) dat gezien de uitputtelijkheid van de grondstoffen die uiteindelijke wereldbevolking ook zal moeten ontdekken hoe je met minder dingen toch gelukkiger kan worden.

Meer daar over in deel III van deze feuilleton.

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: