Nationaalsocialisme? Nee, erger nog: nationaalegoïsme!

Als er weer eens een burgemeester met de dood bedreigd wordt, of een leegstaand gebouw in brand wordt gestoken omdat daar mensen in nood mee geholpen zouden kunnen worden, zou je kunnen denken dat we hier met een oprisping van het nationaalsocialisme te maken hebben. Maar dat is niet zo. We hebben hier te maken met een andere ontwikkelingsstoornis: het nationaalegoïsme.
Het is een verhevigde vorm van wat al langer bestaat, in diverse vormen die variëren van belachelijk tot storend, van zielig tot gevaarlijk.
Nationalisme stond nog niet lang geleden min om meer gelijk met patriottisme of wel vaderlandsliefde.
Nog geen eeuw geleden konden mensen hier zonder blozen teksten zingen als Wien Neêrlandsch bloed door d’aderen vloeit, van vreemde smetten vrij.
En deze onzin is zelfs nog een tijdje het Nederlandse volkslied geweest.
Fransen zingen in het refrein van hun volkslied trouwens nog steeds, dat onrein bloed hun voren zou moeten doordrenken.
Blut und Boden noemden ze dat verderop.
Vaderlandsliefde leidt blijkbaar ook tot zijn tegenvorm, minder achting voor-, zo niet minachting van alles wat niet des vaderlands is.

Over manifest belachelijke vormen kun je natuurlijk je schouders ophalen. Zoals bij voorbeeld het verschijnsel dat in de twee grootste steden van ons land figuren rondlopen die de naam van die andere stad niet door hun strot kunnen krijgen en daarom spreken over het net nummer van die stad. (Niet beseffend dat ze vanuit hun netnummerdenken stadsverraad plegen door het regelmatig met een 06-nummer te doen.)
Maar die  afkeer van anderen leidde ook tot het afbranden van een supportershome, het wederzijds aanrichten van vernielingen en in één geval zelfs tot doodslag.

Wat ligt er aan de basis van dit soort oprispingen dan vreemdelingenhaat?
Ter Braak heeft het nationaalsocialisme geïdentificeerd als een rancune leer. Ongetwijfeld terecht, maar waar komt die rancune vandaan?
Angst lijkt een goede kandidaat. Angst dat de anderen iets van jou zullen afnemen. Van jouw ruimte, van jouw veiligheid, van jouw werkgelegenheid, van jouw inkomsten.

En omdat dat allemaal een beetje plat klinkt noemen we dan ook altijd onze cultuur. (Laten we onze frikadel beschermen tegen de oprukkende couscous of zoiets).
Die angst te kort gedaan te worden, of te kort gedaan te gaan worden, wordt in veel gevallen begeleid door een andere angst, de angst voor verandering.

Nu hebben meer mensen last van een zekere huiverigheid voor nieuwigheden.
En je hebt dan ook zowel links conservatieven als rechts conservatieven, maar de laatste combinatie komt meer voor.
Dat is ook wel logisch, omdat in het linkse gedachtegoed solidariteit een kernbegrip is en het eerlijk delen een vanzelfsprekend ideaal is. En omdat eerlijk delen niet de meest kenmerkende eigenschap van ons huidige politieke en economische stelsel is zal iemand die wel voor eerlijk delen is ook naar verandering moeten streven en dus per definitie niet conservatief kunnen zijn.
Niettemin wordt aan sommige stromingen het etiket links conservatief gehangen, maar dan slaat dat conservatief niet op de inhoud van hun ideologie, maar op hun denkbeelden over de middelen die ze het beste menen te kunnen gebruiken om de gewenste maatschappijvorm te bereiken.

In zekere zin is angst voor verandering ook wel te begrijpen.
Wat je hebt, dat ken je, (dat hoop je ten minste), en daarvan weet je ook min of meer wat je er van kan verwachten.
Maar als je in een steeds ingewikkelder wordende maatschappij leeft en daarbij ook nog eens terecht komt in een periode van economische neergang, en daar bovenop ook nog behoort tot de groep die daar het meeste last van krijgt, is het wel begrijpelijk dat je argwaan koster jegens verandering.
Al die dingen veroorzaken ook een toename van het wantrouwen in steeds meer maatschappelijke sectoren en instituties. Had men vroeger nog vertrouwen in de kerk en de notabelen, kon iets ‘zo safe zijn als de bank van Engeland’ was de notaris een vertrouwenspersoon en de accountant iemand die de betrouwbaarheid van de boekhouding garandeerde, tegenwoordig is er elke week wel een nieuw schandaal en kunnen de kranten welhaast naast de sportpagina ook een fraudepagina opnemen.

Tragisch is wel dat  ook het vertrouwen in ‘de polletiek’ verdwijnt. Iets wat natuurlijk bevorderd wordt als een volksvertegenwoordiger het orgaan waar hij deel van uitmaakt voor nep-parlement uitmaakt omdat hij zijn zin niet krijgt.
En als hij zijn plek onder de schijnwerpers gebruikt om op te roepen tot verzet tegen democratisch genomen besluiten.
En natuurlijk is dat het signaal waar de bivakmutsen op wachten.
De stormtroepen van het nationaalegoïsme gaande straat op. De nego’s zijn onder ons. En het valt te vrezen dat het niet bij vuurwerk en bedreigingen zal blijven
De latente angst wordt uitgebuit en olgens oud gebruik gericht op een minderheid en de aanstichter zal ongetwijfeld zijn handen in onschuld wassen.

Wat de situatie nog enger maakt is dat de angst zich ook meester maakt van de democratische politieke partijen. Als  ultrarechts in de peilingen stijgt beginnen de gematigd rechtse, de centrumpartijen en zelfs linkse partijen ook te schuiven.
Natuurlijk, er zullen weer verkiezingen komen. En dan moet de stem van hun partij, die immers het beste met de Nederlandse samenleving voor heeft, weer in het parlement en liever nog in het kabinet een stevige partij mee kunnen blazen.
Onder druk wordt alles vloeibaar, zegt men. En politieke beginselen lijken hier ook onder te vallen.
Natuurlijk maakt de regering ook mooie gebaren, in de zelfde week dat betoogt wordt dat vluchtelingen een soberder pakket van voorzieningen tegemoet kunnen zien, besluit het kabinet de grondwet in het Arabisch te laten vertalen om die onder de vluchtelingen die die taal spreken te kunnen verspreiden.
Een preventief lesje in onze fantastische democratie en tolerantie.

Hopelijk lezen ze in elk geval de eerste zin:
Art. 1 Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.

En hopelijk leggen ze vervolgens hutje bij mutje van hun uitkering en dagen ze de staat dan voor de rechter.

Als een van de mede-eisers in de klimaatzaak, ben ik niet pessimistisch over de afloop.

Advertenties

Eén reactie to “Nationaalsocialisme? Nee, erger nog: nationaalegoïsme!”

  1. Hannie Burgman van Beusekom Says:

    Uit mijn hart gegrepen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: