Links en rechts; maar dan niet politiek

Toen ik klein was, leek het me wel handig om alles te weten, dus vroeg ik alles.
Dat moet tamelijk vermoeiend geweest zijn voor de mensen om me heen. Zeker toen ik nog niet kon lezen.

“Wat staat daar?” vroeg ik doorlopend als we op straat liepen, en ik wees dan bijvoorbeeld op de letters die op de luifel stonden boven een rij winkels op de Insulindeweg.
“De Poppendokter” zei mijn moeder.
“En wat staat hier?” vroeg ik om de hoek in de Molukkenstraat, wijzende naar de ruit van een winkel waar ze sigaren verkochten, maar waar je ook horloges kon laten repareren. “De Goede Oude Tijd” zei mijn moeder geduldig.

Niet iedereen was echter altijd zo geduldig. Toen ik zelf kon lezen schoot dat natuurlijk flink op, maar lang niet alles wat ik weten wilde stond in de boeken die ik te pakken kon krijgen.
Ongeduldige types deden mijn waarom-vragen soms af met de wedervraag “Waarom zijn de bananen krom?

Misschien hoopten ze wel dat ik er in zou trappen en mijn eigen vraag net zo dom zou gaan als hun reactie.
Toen me dat voldoende ging vervelen gaf ik ze maar een antwoord op die vraag: Omdat ze anders niet in hun schil zouden passen.
You ask a silly question. You get a silly answer.

Later maakte ik mee dat mensen een serieuze discussie over oorzaak en gevolg probeerden te ontvluchten, door de vraag op te werpen wat er nou eerder was, de kip of het ei.
Nou dat moeten dan wel creationisten zijn geweest, want iedere Darwinist weet dat vogels voortgekomen zijn uit ander eileggend gedierte.

Nog later kwam ik er achter dat er zoiets bestaat als een retorische vraag. Een vraag die je stelt, zonder dat het de bedoeling is dat hij beantwoord wordt.
Nou, aan zulke onzin doe ik niet mee! Als je geen antwoord wil, moet je ook geen vraag stellen.
Dus geen onzin van ‘Wie schets mijn verbazing?’ want dat weet je best: Niemand, dat moet je gewoon zelf doen. Zoals ik dat hier in deze stukjes ook zelf doe.

Nu ik het grootste deel van mijn leven achter de rug heb, is mijn verlangen om alles te willen weten getemperd.
Na de vakantie lees ik nog wel alle kranten die ik achter ben geraakt, maar vaak blijft het dan bij koppensnellen.
Zelfs de ambitie om dan op zijn minst te willen weten waar ik allemaal weinig of niets van weet, heb ik als onvervulbaar moeten erkennen.
Dus beperk ik mij tot vragen die mij aantrekken. Bijvoorbeeld

omdat het essentiële vragen zijn

omdat ze mij nog geheimzinniger voorkomen dan andere vragen,

of omdat ik me ineens realiseer dat ik ze al vijftig jaar geleden had kunnen stellen, maar ze in al die tijd niet ontdekt heb.

Eén van die vragen van de laatste categorie, en waar ik pas een paar jaar over nadenk, is wat is eigenlijk links en rechts?
En dan heb ik het niet over politiek, maar over links en rechts zoals gebruikt in links- en rechtsdraaiend melkzuur.

Nu weet ik zelf best wat links en rechts is, en als ik het vergeten zou, hoef ik alleen maar een schrijfbeweging te maken om te weten wat mijn linkerhand is. En ik kan het ook aan andere mensen uitleggen. Mijn kinderen hebben evenmin moeite met links en rechts en dat komt omdat ik het ze geleerd heb.

Zelfs als een van ons zowel links- als rechtshandig was geweest, zou ik het ze kunnen uitleggen, maar het zou al iets meer werk zijn.

“Links ist wo das Herz ist”, zeggen de Duitsers en daar hebben ze in elk geval anatomisch en hopelijk politiek gelijk in. En als ik het nog ingewikkelder zou willen maken zou ik willen maken zou ik kunnen vertellen dat de zon zich dagelijks van links naar rechts lijkt te bewegen.

Maar dat zijn allemaal geen definities. Als ik tegen mijn peuters zei, “kijk daar een hondje” en “ach, kijk eens wat een lief poesje” dan leerde ik ze wel honden van katten te onderscheiden, maar daarmee geef ik geen definitie van die dieren.

Een Australische vader zou het helemaal verkeerd doen als hij zijn kinderen vertelde dat je de zon van links naar rechts ziet bewegen.
Ik kan dus alleen maar aanwijzen, maar niet uitleggen wat links en rechts is!

Als een mens op deze planeet een ander mens op deze planeet een beeld wil geven van iets wat nog niet bestaat, maar met behulp van machines of werktuigen gemaakt moet worden, dan gebruikt hij daar een tekening voor.
Bij simpele voorwerpen volstaat een bovenaanzicht een zijaanzicht en een vooraanzicht met ingetekende maten.
Bij ingewikkelder vormen kan je ook nog doorsneden tekenen.
Op school kreeg ik een vak dat beschrijvende meetkunde heette en daarin leerde je o.a. de grondslagen van het maken van zo’n tekening. Plaats en afmetingen van een lichaam (elk ding werd om duistere redenen een lichaam genoemd) kon je door aan te gaven hoe ze op drie elkaar loodrecht snijdende vlakken geprojecteerd werden.
Ik was in die tijd nog aan het leren hoe je abstract moest denken en vertaalde dat voor me zelf dat in “hoe de schaduw van zo’n ding er uit zou zien op twee wanden van een kamer en de vloer”.

In de wiskunde heette de hoek van de muur voor mij en links van mij de Z-as.
De plint van de muur vóór mij was de X-as en de plint van de muur links stond in de wiskunde bekend als de Y-as, zo werd mij verteld.
De hoek waar die drie elkaar ontmoetten heette de Oorsprong en als je op die drie assen een maatverdeling uitzette dan kreeg de Oorsprong de waarde 0 en de maatstreepjes en hogere waarde naarmate je verder van dat nulpunt afkwam.
De x- y- en z- waarden liepen dus op naarmate je respectievelijk meer naar rechts, naar achteren en naar boven ging.

Ging je ondergronds, door de muur vóór je of naar de buren links dan kwam je in de negatieve getallen terecht.
Dat was allemaal een afspraak. Het had ook A- B- en C-as kunnen heten. Maar iedereen heeft het zo geaccepteerd en ik kan dus met een gerust hart een tekening naar China sturen en 12.000 priktollen bestellen en hoeft niet bang te zijn dat ik dan tollen krijg die alleen maar op de wand of het plafond willen draaien.

Toch blijf ik er moeite mee hebben.
Ten eerste moet ik altijd weer denken wat x en wat y is en ten tweede zou ik als ik het bedacht had, van uit de oorsprong vooruit naar rechts en naar boven positieve waarden hebben gegeven hebben.
Waarom?
Omdat een mens naar voren kijkt en loopt, naar boven groeit en naar rechts schrijft denk ik. Maar goed, wie ben ik? (Niet te verwarren met de vraag wie ben ik, die hebben we al beantwoord).

Maar ook dit hele model berust op de aanname dat iedereen op deze wereld – ongeacht het halfrond waarop hij of zij woont, met welke hand hij schrijft en aan welke kant van het papier hij dan begint – met links en rechts hetzelfde bedoelt.

Dat is toch wel sterk dat alle mensen zo eensgezind zijn in het begrip van iets wat je niet eens kunt definiëren.

Misschien wordt het toch nog wat met deze wereld.

Advertenties

Tags:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: