Hoezo, religie?

In NRC Handelsblad van 22 december 2007 staat een interview met godsdienstsocioloog Meerten ter Borg voornamelijk over het zelfbedieningskarakter van de huidige religiositeit.

Niet onverwacht wordt in dat artikel de vraag gesteld “Wat is religie?” en Ter Borg antwoordt daarop:

“Ik definieer religie als datgene wat de mens helpt zich te verzoenen met zijn eindigheid door middel van iets dat boven de menselijke eindigheid lijkt uit te gaan…”

Dat is op het eerste gezicht al een opmerkelijke definiëring door het gebruik van het woordje “lijkt“. Het gaat hier dus niet om iets dat de menselijke eindigheid te boven gaat, maar iets dat dat alleen maar lijkt te doen. Een bewuste of onbewuste vorm van zelfbegoocheling dus.
Nu zou dat ene woordje lijkt nog toe te schrijven zijn aan een ‘vertalingsverlies’ wat in elk gesprek kan voorkomen, maar het vervolg van de alinea wijst wel degelijk in dezelfde richting:

“Die vertaling is wat breder dan het geloof in een god of een hogere macht. Religie is niet alles of niets. Mensen zijn niet voortdurend religieus, de meesten zijn het soms een beetje. Dan laten ze zich even meeslepen door iets waarvan ze geloven dat het een hogere werkelijkheid is.”

Hier verandert de definitie, het gaat hier niet meer om verzoening met de eigen eindigheid, maar om een hogere werkelijkheid, of liever gezegd iets waarvan ze geloven dat het een hogere werkelijkheid is.

Nu kan ik me van veel dingen voorstellen dat ze in hogere of lagere graad voorkomen, maar niet van werkelijkheid. Daar lijkt me maar één versie van te bestaan: de werkelijke.

Wat ik me trouwens afvraag, is hoe dat nu eigenlijk toegaat, dat definiëren van zo’n veelomvattend fenomeen als religie, dat enerzijds een zeer persoonlijke -dus subjectieve- ervaring is, maar tegelijkertijd zo doordrongen is van allerlei als absoluut ervaren connotaties.

Kan je daar van buiten dat gebied uit wel een geldige definiëring van geven?

Zelf leef ik in de overtuiging niet religieus te zijn.
Leid dit nu tot een van de volgende opties?

  1. Ik kan me dus niet verzoenen met mijn eindigheid?
  2. Die eindigheid is onherroepelijk en dus valt er niets te verzoenen.
  3. Ik verzoen me met mijn eindigheid met iets wat de menselijke eindigheid niet te boven gaat.

Geen van drieën gaat voor mij op.
Ik verzoen me wel degelijk met mijn eindigheid, en ik doe dat ook met iets dat de menselijke eindigheid te boven gaat. Maar wat niets met religie te maken heeft.
In een ander bericht heb ik al eens het volgende geopperd:

Van die trits materie, leven, bewustzijn samenleving zijn we dus allemaal onderdeel!
Je zou dus ’s ochtends op kunnen staan en zeggen:

Ik neem deel aan de schepping:

Ik ben opgenomen in de kringloop van de materie.

Ik ben een schakel in de keten van het eeuwige leven.

Ik ben een knooppunt in het web van kennis.

Ik weef een draad in het tapijt van de samenleving.

En in de opvatting die aan die uitspraak ten grondslag ligt vind ik de verzoening met mijn eindigheid.
Dat is geen religieus standpunt, ook al komt het woord schepping er in voor. In mijn wereldbeeld komt namelijk geen schepper voor.
Het berust op de mijns inziens verdedigbare waarneming van een ontstaansvolgorde van achtereenvolgens:

materie,
leven,
bewustzijn,
ethiek
en samenleving,

waarvan de laatste nog in een uiterst pril ontwikkelingsstadium verkeert. En dat geheel noem ik gemakshalve de schepping, waarbij ik aanteken dat die schepping nog steeds volop aan de gang is en wij daar ook aan deelnemen.
Met name aan het stadium van wat je de menswording of de maatschappijwording zou kunnen.
Twee begrippen die volgens mij uiteindelijk samenvallen.
Socialisme zou een aardig woord zijn voor dit mensbeeld maar die term is al in gebruik.

Het is best mogelijk dat het kaarsvlammetje van de medemenselijkheid nog vele keren dooft, misschien zelfs wel in stormen waar de tweede wereldoorlog een zuchtje bij was. Maar ik verwacht dat ethiek niet meer uit de evolutie kan verdwijnen.
Alleen al omdat het een voorwaarde is om de complexiteit van een groeiend stelsel van bewuste organismen aan te kunnen.
Je zou dit een geloof in een betere toekomst kunnen noemen, maar ik zie het als een extrapolatie van de geschiedenis.

En juist hier speelt de eindigheid van het individu ons in de kaart.

Stel je voor dat de menswording afhankelijk was van 800 of vooruit 800 miljoen mensen met het eeuwige leven. Dan zouden we afhankelijk zijn van een eindige genenbank.
En stel hier tegenover de luxe van een doordraaiend wiel dat niet alleen telkens opnieuw schattige baby’s oplevert, maar vooral kinderen die op een gegeven moment niet meer doorlopend (of helemaal nooit) naar hun ouders willen luisteren en de meest fantastische nieuwe wielen uitvinden. Welk een schat van voortschrijdend inzicht zal die stroom van telkens nieuwe verse bevlogen breinen opleveren. Over een paar miljoen jaar moet dit toch een aardige liefdevolle maatschappij kunnen opleveren.

Dus:
Leve de sterfelijkheid.
Eindigheid forever.

mailtobutton

Advertenties

Tags:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: