Zo doen we het hier niet

Toen ik in 1952 van school kwam, wist ik nog niet precies wat ik wilde worden. Maar er moest natuurlijk geld verdiend worden dus nam ik een baan aan bij het Gemeentelijk Vervoer Bedrijf, waarvan het hoofdkantoor gevestigd was in een fraai Amsterdamse School gebouw aan het Leidsebosje.
Ik werd daar aangesteld als Bureelambtenaar met Klerkbevoegdheid.
Dat is niet niks voor een jochie van 17 jaar. Ik was dan nog wel geen Klerk, maar ik had het klerkstafje bij wijze van spreken in m’n ransel zitten, op grond ener voltooide opleiding aan de Hogere Burger School, dus als ik goed mijn best deed als bureelambtenaar zou ik die rang ooit kunnen bereiken.
Het heeft echter niet zo mogen zijn.
Een van mijn eerste werkzaamheden bestond uit het optellen van werktijden van het rijdend personeel.
Aan de hand van werkbriefjes moesten de gewerkte uren en minuten van een week worden opgeteld en we konden daarvoor gebruik maken van een mechanische rekenmachine.
De procedure was dat je eerst alle gewerkte minuten optelde. Dit totaal uitdrukte in uren en minuten en daar vervolgens de gewerkte hele uren bij optelde.
Toen ik dat een aantal keren gedaan had, bedacht ik dat dit niet de meest doelmatige manier van werken was. De tussenberekening moest buiten de machine om geschieden, want delen kon het ding niet, en je moest ook een tussenresultaat opschrijven en weer invoeren, wat een extra kans of fouten gaf.
Wat ik dus in plaats daarvan deed was het volgende:
Eerst telde ik alle minuten op. Vervolgens keek ik hoeveel hele uren daarin zaten en telde evenzoveel keer 40 op bij het minutentotaal. Dat was een keer de wijzer op 40 zetten en zoveel keer als nodig was de handel overhalen. Ik had dan in één getal het aantal uren en minuten uitgedrukt.
Vervolgens telde ik de hele uren op als honderdtallen.
Klaar is klerk.
Pardon, bureelambtenaar.

Waarom 40? Omdat dit het verschil tussen een 60tallig en een honderdtallig stelsel compenseert.
Stel conducteur de Vries had in week 14 een aantal uren en nog eens 224 minuten gewerkt. Dan zitten daar 3 hele uren in en blijven er 44 minuten over. Dat krijg je op de machine door drie keer 40 aan te slaan en 224+120 levert 344 op wat je kon lezen als 3:44.
Nu trok dat meerdere keren achter elkaar de hendel van het rekenmachien overhalen de aandacht. (Want in wezen zat je dan te vermenigvuldigen terwijl je aangesteld was om op te tellen). Mijn buurman vroeg dan ook al gauw wat ik nou aan het doen was. Dus ik legde uit wat ik bedacht had.
Mijn buurman keek me enigszins verbijsterd aan. “Maar zo doen we het hier niet,“ zei hij. “Weet ik,“ zei ik en ik legde nog eens uit wat de voordelen van mijn werkwijze waren.
“Ja, maar zo doen we het hier niet,“ zei hij nog eens, maar nu wat luider en ook met enig ongeduld.
Ik zei dat ik dat wel begrepen had , maar dat op mijn manier… enzovoort.
Dit ging mijn buurman te ver. “Zo doen we het hier echt niet,“ zei hij en hij voegde er aan toe dat de chef hier maar bij moest komen.
Dat leek me een prima idee, die zou de voordelen onmiddellijk zien.
De chef hoorde ons beider verhaal aan en keek me een ogenblik aan en zei vervolgens “Zo doen we het hier niet.“
Niet lang daarna werd ik overgeplaatst naar de bibliotheek waar toch nooit iemand kwam, omdat ik niet goed in de huidige werkomgeving paste.
Ik begreep het signaal en nam ontslag voor mijn proeftijd om was.
Ik had hier iets uit kunnen leren.

Advertenties

Tags: ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: