Wildplassen of zelfcensuur

Wat is het onzindelijke woord in deze titel ‘Wildplassen of zelfcensuur’?

Dat is het woordje ‘of’, want dat suggereert dat we het hier hebben over een keuze die er gemaakt zou moeten worden.
Een soortgelijke keuze werd de Nederlanders voorgehouden in 1937 door de NSB, die de verkiezingsleuze “Mussert of Moskou” voerde. Zonder veel succes overigens want ze gingen bij die verkiezingen achteruit.
Waarom bedenk ik hier nu een even demagogische keuze Wildplassen of Zelfcensuur?
Omdat er in Nederland blijkbaar weer in dat soort termen gedacht wordt.
Ik was bijvoorbeeld nog al geschokt toen in het programma Buitenhof waar in de regel denkende mensen aan het woord komen een columnist van Elsevier regelmatig het woord zelfcensuur (en een enkele keer ook zelfislamisering) in de mond nam, en niemand hem op demagogie aansprak.

Onderwerp van de discussie was de vrijheid van meningsuiting en een gebeurtenis die daarbij centraal stond was de weigering van een paar foto’s door een museumdirecteur.
In de discussie in Buitenhof en in de discussie daarbuiten wordt de vrijheid van meningsuiting regelmatig opgevoerd als een grondrecht, waarop geen enkele beperking mag worden toegepast. Andere vrijheden, zoals de vrijheid van onderwijs en godsdienstvrijheid moeten daar eventueel maar voor wijken. Terwijl een ander soort vrijheid, artistieke vrijheid weer tot de onaantastbare vrijheden behoort.

Bovendien duikt er in de discussie de laatste jaren iets op wat ‘het recht op beledigen’ heet en dit valt ook weer in de categorie grondrechten.

Opvallend is dat er algemeen van uit gegaan wordt dat er zoiets als een onbeperkte vrijheid van meningsuiting in de wet vastgelegd is, maar dat is niet het geval. Wel is er in eerste instantie wel een vrijheid van drukpers geformuleerd, die op dit moment als volgt geformuleerd is:

Artikel 7 Meningsuiting
1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

Dit artikel is inmiddels uitgebreid met bepalingen die op de overige media slaan.

Maar wie goed leest ziet dat er twee beperkingen zijn:
De eerste schuilt in het woord voorafgaand. De wetgever houdt dus wel degelijk de mogelijkheid open om iemand achteraf aan te spreken op de inhoud van een publicatie.
De tweede beperking is verwoord in de toevoeging behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet”.
Smaad is bijvoorbeeld strafbaar.

Voor de helderheid van de discussie zou ik dus willen voorstellen dat we onder censuur de voorafgaande beperking van iemands uitingen door met macht beklede derden verstaan.

Op grond van artikel 7 kan je dus zeggen dat er in Nederland geen censuur bestaat. Althans geen overheidscensuur.

De censor hoeft echter niet per se de overheid te zijn. Het kan ook een omroepvereniging zijn, die in een aangekochte programmaserie knipt, omdat de daarin vermelde opvattingen strijdig zijn met de beginselen van die vereniging.

Een kwalijk bij-effect van censuur is, dat de ontvanger van gedrukte of anderszins verspreide uitingen niet altijd weet of ze gecensureerd zijn: Waardoor er niet alleen een vervalsing van de inhoud ontstaat, maar ook nog eens de opvattingen van de oorspronkelijke verspreider onjuist worden weergegeven.
Kijkers die een tv-uitzending bekijken zonder te weten dat die gecensureerd is, krijgen ten onrechte de indruk dat wat zij gezien hebben de opvattingen van de genen die in de aftiteling vermeld staan goed weergeeft.

Geen goed woord voor censuur dus.

Ik woon nu al dertig jaar niet meer in die stad, maar vroeger kreeg je in Amsterdam de vraag “Waar heb dat nou voor nodig?” om je oren, als je je te buiten ging aan onbehoorlijk gedrag.

Dat was nog niet zo’n slechte vraag, want hij impliceert dat gedrag ‘ergens voor nodig moet zijn’. Het doel heiligt de middelen niet, maar de middelen dienen wel door een doel gerechtvaardigd te worden. Je gedrag moet ergens op slaan.

Zinloos geweld (een term waar ik als pacifist enige moeite mee heb) werd dus al voor dat woord in zwang kwam, door die nuchtere Amsterdamse vraagstelling ter discussie gesteld.

Hé, waar ben je nou mee bezig, dat heb toch nergens voor nodig?

Nu was er in die tijd nog een algemeen geldende opvatting over wat je met goed fatsoen wel en niet deed. En daar golden termen voor als beschaving, fatsoen, omgangsvormen, goede smaak en manieren, en een belangrijk deel van de opvoeding bestond uit het bijbrengen van het leren hanteren van de regels die daar uit voortvloeiden en waar je je eigen gedrag dan mee reguleerde.
Kortom, een zekere zelfbeperking was een normaal, zo niet essentieel onderdeel van de weg naar volwassenheid, beschaving en sociaal gedrag.

De notie dat je niet zomaar alles wat bij je opkomt ook maar moet zeggen is overigens nog ouder dan de weg naar Rome, getuige Psalm 141:3 “HEERE! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur mijner lippen.

Nu hebben wij inmiddels de Verlichting  en de zestiger jaren doorgemaakt, maar dat neemt niet weg dat we in meerderheid nog steeds weinig zien in zinloos geweld en bijgevolg ook weinig mogen verwachten van zinloos verbaal geweld.

Zijn er nu vrijplaatsen waarin die  zelfbeperking ten behoeve van de lieve vrede niet in acht hoeft te worden genomen?

Sommige kunstenaars of mensen die zich als zodanig beschouwen, claimen wel eens een artistieke vrijheid die geen rekening met burgerlijke waarden hoeft te houden.
Zij eigenen zich het recht toe om te shockeren of taboes te doorbreken.
Of zoals ze het ook wel graag zeggen, grensverleggend bezig te zijn.

De motivatie (de uitleg waar dat voor nodig heb) hiervoor is niet altijd duidelijk.
Bijvoorbeeld als een popzangeres zich zogenaamd kruisigt. Of als een fotografe mannen fotografeert die homoseksuelen moeten verbeelden en ze dan voorziet van maskers die de profeet en diens schoonzoon moeten voorstellen.

Over smaak valt wel degelijk te twisten, en volgens mijn opvattingen vallen beide uitingen onder de noemer wansmaak. De fotografe geeft nog een politieke motivatie. Zij wil de hypocrisie t.a.v. homoseksualiteit in moslimlanden aan de kaak stellen.

Ik vraag me daarbij wel een paar dingen af:
Waarom doet zij dit in Nederland? Ik dacht dat homoseksuelen het hier niet zo slecht hadden. Of denkt zij dat homo’s in Iran het beter krijgen door in Den Haag foto’s op te hangen?
Ik vind het ook wel een erg veilige manier van dapperheid.

Het doet mij denken aan het gedrag van de Grote Wildplasser van Nederland, die zijn dapperheid vertoont van achter de brede ruggen van zijn beveiligers. En zich dan ook nog eens aan de gotspe te buiten gaat om zijn collega politici laf te noemen. Terwijl het wel die “laffe” collega’s van hem zijn die er voor zorgen dat GW veilig kan beledigen.

Hetzelfde gedrag zien wij trouwens ook bij zijn illustere voorgangster en zijn illustere navolgster van Bang voor Nederland.

Nog even over dat grens verleggend bezig zijn:
Ook hier doet zich de “Waar-heb-dat-nou-voor-nodig” vraag voor.

Hitler was ook grensverleggend bezig en dat vonden we hier aan onze kant van een zo’n grens – afgezien van dat handjevol NSB-ers – toch niet zo’n goed idee destijds.
Grenzen die op een legale manier tot stand gekomen zijn en breed als zodanig erkend worden, dienen alleen met algemene instemming gewijzigd te worden of anders gehandhaafd te worden.
Dit geldt niet alleen voor landsgrenzen, maar ook voor grenzen aan het gedrag.

mailtobutton

Advertenties

Tags: ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: