Welkom Burgemeester

Ergens in het oosten des lands is er een voetbalclub waarvan de aanhangers zich zelf trots de superboeren noemen.
Toch zou die naam beter passen bij mijn mede-aanhangers van Ajax, omdat Amsterdam en de Amsterdammers hun reputatie nu eenmaal te danken hebben aan ondernemende provincialen die naar de hoofdstad trokken omdat zij meenden, dat ‘het daar allemaal gebeurde’.
Onbewust schiepen ze daarmee een zich zelf vervullende voorspelling, en er waren ook tijden dat er van alles en nog wat gebeurde, zoals er ook een tijd was dat Ajax het mooiste voetbal van de wereld speelde.

Met beiden is het later mis gegaan: met het voetbal van Ajax en met het grote gebeuren van Amsterdam.
Mijn vertrek uit Amsterdam in 1976 had veel te maken met de opkomst van een vervelende generatie ik-ook-ers die de vreedzame maatschappelijke bewegingen ging domineren. Krakers en andere radicalinski’s. Het eens zo leuke Amsterdam werd een groezelige stad vol gelijkhebbers en ik zou dan ook geen echte doorbrekende creatieve ontwikkeling kunnen opnoemen die sindsdien in Amsterdam (of elders in Nederland) heeft plaatsgevonden.

Post, neo en postneo knip- en plakwerk is het wat er op ons afkomt.

Maar mythes blijven langer bestaan dan inhoud, en een zekere opvatting dat trouw een deugd is, maakt dat ik toch probeer om van Ajax te blijven houden en blijf ik toch ook wel stiekem genieten van dat verongelijkt zeikerige toontje van het Amsterdamse dialect, waardoor je je realiseert dat die zingende kroegbaas uit Utrecht eigenlijk een hardstikke vrolijke positivo is.
Toen ik in 1982 in Rotterdam neerstreek was dat ook eigenlijk best een verademing. Van der Louw was mijn hoogste baas, al heb ik hem nooit ontmoet, en mijn meeste collega’s hadden  een opgeruimd soort ‘dat doet ik wel even voor je’ instelling.

In de loop van de jaren verdween echter ook hier de gemoedelijkheid. Doodnormale collega’s bleken bij de beursgang van World Online een groot gedeelte van hun werkdag beurskoersen te volgen, en ook de geluiden bij de koffieautomaat werden steeds rechtser.
Toen de LPF golf over de kade spoelde was ik te oud om nogmaals te verhuizen en bovendien had ik nu een gezin en was m’n hypotheek nog niet afgelost.

Goed, die golf heeft zich grotendeels teruggetrokken, al is er wel wat bezinksel in het landschap achtergebleven.

Maar nu is hij dan gelukkig hier, de heer Aboutaleb.

Iets te laat naar mijn smaak en het is jammer dat hij de heer Cohen niet meegenomen heeft.
Rotterdam is een grote stad, die door de Rotterdammers zelf al in tweeën verdeeld is, dus een duo-burgemeesterschap zou hier niet eens zo gek zijn.

Aboutaleb en Cohen staan bekend als bruggenbouwers. Nou dat is hier niet zo nodig, we hebben hier al een stel prachtige bruggen, maar misschien krijgen ze het voor elkaar om een bepaald stel Rotterdammers die bruggen te laten gebruiken.

Of Aboutaleb hier zal kunnen werken?

Gister zag ik in Nova een Rotterdamse politicus, die naar zijn naam te oordelen een blanke man moet zijn. Maar dat was moeilijk te zien omdat hij rood aangelopen was van woede en frustratie.

Tsja.
Vroeger had Ajax een Sörensen met twee paspoorten op het middenveld, nu heeft Rotterdam alleen nog maar een Sörensen met slechts één paspoort,
in de achterhoede.

mailtobutton

Advertenties

Tags: ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: