Vrijheid II: Een wevend tapijt

Geïnspireerd door het paradijsverhaal, de Alevieten en tot op zekere hoogte door de gedachten van Teilhard de Chardin zou je ook het beeld kunnen oproepen van een doorlopende schepping.
Dat idee is ook denkbaar zonder een afzonderlijke persoonlijke of bovenpersoonlijke scheppende kracht te veronderstellen.
De enige onbewijsbare veronderstellingen waarmee je dan genoegen moet nemen is dat er tijd bestaat, en dat er mogelijk een begin en een eind der tijden was of zal zijn, maar dat beide een raadsel zullen blijven.
Waar wel al tamelijk stevige aanwijzingen voor bestaan is dat er in de tijd achtereenvolgens materie en leven zijn ontstaan en dat het leven zich ontwikkeld heeft tot een bewuste vorm van leven: de mens.

Op zich is dat al een indrukwekkende stamboom voor een individu, maar ik vind het idee ronduit opwindend worden als je je voorstelt dat het scheppingsproces zich voortzet in de ontwikkeling van een samenleving.

Waar de ontwikkelingsrichting van de tijd vast ligt, ligt de richting waarin de schepping zich voortzet echter open, omdat wij gezamenlijk meebouwen aan de jongste ontwikkelingsvorm: de samenleving

Van die trits materie, leven, bewustzijn samenleving zijn we dus allemaal onderdeel!
Je zou dus ’s ochtends op kunnen staan en zeggen:

Ik neem deel aan de schepping:

Ik ben opgenomen in de kringloop van de materie.

Ik ben een schakel in de keten van het eeuwige leven.

Ik ben een knooppunt in het web van kennis.

Ik weef een draad in het tapijt van de samenleving.

Als je dit met volle overtuiging kunt zeggen, ben je stevig in het leven geworteld…
Maar kan iedereen dat zeggen?

Iedereen is deel van de materie.
Iedereen leeft. Maar niet iedereen leeft even lang en even plezierig.
Lichamelijk en geestelijk lijden kunnen maken dat iemand zelfs naar het einde van zijn leven verlangt.
Ook de hoeveelheid kennis waarover mensen kunnen beschikken verschilt per persoon. Door verschillen in aanleg en verschillen in ontplooiingsmogelijkheden.
En waarschijnlijk zijn er tallozen die niet ervaren dat ze deel uitmaken van een samenleving.

Het is duidelijk dat de samenleving – de jongste ontwikkeling van het scheppingsproces – nog een onvolkomen product is. Maar het is ook tegelijk het deel waar we iets aan kunnen veranderen. En daarmee kunnen we ook iets doen aan de kwaliteit van het leven en het niveau van de kennis waartoe de mensen toegang hebben.

Wanneer we het over het begrip samenleving hebben, dan doen we dat meestal met het bepaalde lidwoord de ervoor: de samenleving.
Maar de samenleving is een theoretisch begrip. Als je verschillende mensen vraagt om de huidige samenleving te karakteriseren, zullen ze daar onderling zeer verschillend op reageren. En hun antwoord zal zeker beïnvloed worden door hun maatschappelijke positie, hun politieke en levensbeschouwelijke opvattingen, hun levenservaring, hun karakter of misschien zelfs door hun gemoedsgesteldheid van het moment.
Afgezien van al die verschillen in perspectief is er ook nog iets anders dat de samenleving van nature pluriform maakt: Je beleeft het samenleven op meerdere plaatsen:
Een relatie, een gezin, een vriendenkring, een werkkring, een geloofsgemeenschap, een taalgebied, zij hebben alle kenmerken van een samenleving en kunnen de voedingsbodem zijn van even zoveel deelculturen.
Eén persoon kan op die manier deelnemen aan meerdere samenlevingsvormen en zal derhalve (meer of minder strikt) de normen van de bijbehorende (sub)culturen naleven, of op z’n minst respecteren.
Dat dit werkt komt omdat het individu zo’n cultuur niet alleen ondergaat, maar ook deel uitmaakt van al die kringen, er in participeert.
Dit moet een schokkende constatering zijn voor mensen die een multiculturele samenleving niet levensvatbaar achten: Eén enkel persoon is al multicultureel, tenzij hij of zij volstrekt monomaan, autistisch en bovendien nog kluizenaar is. Waarmee ik niet wil zeggen dat zij die de multiculturele samenleving verwerpen monomaan, of autistisch zijn. Maar in cultureel opzicht zijn ze toch wel enigszins gekluisterd.

Natuurlijk zullen er verschillen in betrokkenheid bij al die deelculturen zijn: “Het hemd is nu eenmaal nader dan de rok”, roepen we al eeuwen in dit land. Maar dat wil helemaal niet zeggen dat we niets om de rok geven.
Het hoeft ook helemaal niet zo te zijn dat nader ook liever betekent. Sociale afstand is misschien een begrip dat een in een theoretisch model gemeten of vergeleken kan worden, in individuele gevallen wordt het per persoon op eigen wijze ervaren..
Iemand kan zich eerder een Europeaan voelen dan een Zuid-Hollander. Kan zijn werk belangrijker vinden dan zijn gezin. Zijn politieke engagement belangrijker dan zijn carrièremogelijkheden, zijn overtuiging zelfs belangrijker dan zijn leven.

Het geheel van al die grotere en kleinere betrokkenheden, bindingen en patronen die gezamenlijk de samenleving vormen, zou je je kunnen voorstellen als een weefsel. En elk weefsel bevat minimaal twee garensystemen, de schering en de inslag.
De schering is de dragende structuur. De inslag zorgt voor de kleuren en patronen in het weefsel.
Je zou die inslagdraden kunnen zien als de sporen die de individuele mensenlevens aanbrengen en achterlaten. Sommige daarvan zijn langer dan andere. Sommige vallen meer op dan andere, al hangt dat ook af van wat het oog dat kijkt wil zien. Soms wordt de kleur van één bepaalde draad overgenomen door de opvolgers van die draad, soms hebben nabijgelegen draden ook die kleur overgenomen. Maar interessante patronen ontstaan vooral daar waar verschillende kleuren, materialen, diktes en bindingen elkaar spelend afwisselen.

De sterkte van het weefsel wordt bepaald door de dichtheid en sterkte van de schering (die moet de inslag tenslotte dragen) en de mate waarin schering en inslag met elkaar verweven zijn. In de textiel wordt die interactie ‘de binding’ genoemd en dat is ook voor ons onderwerp geen slecht woord.
Individuele burgers moeten zich met de maatschappelijke structuren verbonden voelen, wil het weefsel stand houden.
Bijdragen gaat gemakkelijker als je het idee hebt dat je zelf ook gedragen wordt.

Dat gevoel van binding lijkt de laatste vijftig jaar voor velen minder vanzelfsprekend te zijn geworden.
Voor we daar verder op ingaan is het misschien goed nog eens na te gaan wat we ons moeten voorstellen bij die structuren die de schering van onze samenleving vormen.
We hebben het dan niet alleen over zaken die van de overheid komen in de vorm van zekerheden en verplichtingen, maar ook over alle structuren en omgangsvormen die in het intermenselijk verkeer zijn ontstaan en die zowel van commerciële, als van maatschappelijke of culturele aard kunnen zijn en tot een min of meer vast patroon gestold zijn.
Het gaat dus niet alleen om grote zaken als de kinderbijslag en de Ramadan, maar ook over de woensdagse markt, het sturen van kerstkaarten en de oranjegekte rond een voetbaltoernooi.
Wanneer die binding in sommige groepen of perioden verzwakt is, kan dat verschillende oorzaken hebben. Het kan zijn dat de structuren het laten afweten zodat bepaalde groepen uit de boot vallen (of er uitgeduwd worden) zoals dat met de ‘illegalen’ of de ‘minima’ gebeurt.[1]
Het kan ook dat een groep mensen z’n sociale contract eenzijdig opzegt: “Jouw rechtsorde is de mijne niet.”[2]

—-

[1]Alleen de gewoonte om een mens in al zijn volheid aan te duiden met één kenmerk is al een acte van verstoting.
We hebben het hier over mensen, die in de ongelukkige omstandigheid verkeren (nog) niet over een geldige verblijfsvergunning te beschikken. Als we ze illegalen noemen – onwettigen – dan ligt dat wel erg dicht tegen outlaws aan.
Het is misschien ook goed te bedenken dat de nazi’s en hun Nederlandse medewerkers verzetsmensen illegalen noemden.
Minima zijn mensen met een minimum inkomen, die voor het overige wellicht maximaal fuctioneren. Door ze alleen op basis van hun inkomen als minima te karakteriseren, minimaliseer je ze. En minimaliseren is zoveel als maximaal kleineren.
[2] ‘Argument’ van de gewelddadige tak van de Amsterdamse krakersbeweging rond 1980, waaruit blijkt dat extremisme niet alleen een importproduct is.

mailtobutton

Advertenties

Tags: , , , ,

Eén reactie to “Vrijheid II: Een wevend tapijt”

  1. Hoezo, religie? « Onzichtbare Inkt Says:

    […] met iets dat de menselijke eindigheid te boven gaat. Maar wat niets met religie te maken heeft. In een ander bericht heb ik al eens het volgende geopperd: Van die trits materie, leven, bewustzijn samenleving zijn we […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: