Wel of geen nieuws onder de zon?

Wie zegt dat er niets nieuws onder de zon is, lijkt z’n eigen gelijk te te bewijzen, want het zelfde is al een paar duizend jaar geleden opgemerkt in het boek Prediker. Maar is het ook waar dat er niets nieuws onder de zon is?

Stel je voor dat je een bepaald stokpaardje hebt, waar je je omgeving regelmatig aan herinnert. Op een dag zit je naar een serieus discussieprogramma op de tv te kijken (op een buitenlandse zender bijvoorbeeld) en daar verkondigt een gerespecteerd deskundige – weliswaar in iets andere bewoordingen – jouw stokpaard!
“Nou”, zeg je, terwijl je trots en ontroerd om je heen kijkt, “nou hoor je het eens van een ander”.
Blijk je alleen thuis te zijn.
Een geval van niets nieuws onder de zon, dus.

Dat tegenkomen van je eigen idee in het werk van een ander is iets wat me de laatste jaren meermaals overkomt.
Zo heb ik her en der in mijn teksten verkondigd dat je bent wat je doet.

Dit jaar kregen we voor het seminar “Denn was ist Zeit?” van de RWTH Aachen een literatuurlijstje waarop ook een fragment van een boek van Henri Bergson stond.
De inhoud van dat stuk bleek zo boeiend dat ik op zoek ging naar een Nederlandse vertaling van het oorspronkelijk Franstalige werk Lévolution creatrice. En die bleek te bestaan in een uitgave van de Wereldbibliotheek waarvan ik een druk van 1925 aan kon schaffen. En wat lees ik op pagina 38?

“Terecht zegt men dus, dat hetgeen wij doen, afhankelijk is van wat wij zijn; maar men voege daar nog aan toe, dat wij tot op zekere hoogte zijn, hetgeen wij doen, en dat wij zonder ophouden onszelf scheppen.”

De scheppende evolutie is überhaupt een idee wat mij zeer vertrouwd is. Ik heb het in dit blog ergens over een wevend tapijt en dat komt aardig in de buurt.
Het is overigens wel grappig hoe de figuur van Bergson al vaker mijn pad leek te kruisen.
Toen ik als tiener bedacht dat ik toch iets meer van  filosofie wilde weten, leende ik uit de hier al eerder bezongen bibliotheek een boek met als titel “Van Socrates tot Bergson”. Van Socrates had ik natuurlijk wel gehoord maar van die andere man niet. Ik wist toen nog niet dat je zijn naam met de klemtoon op de tweede lettergreep en met een Frans accent moest uitspreken.(En ook nog niet dat een filosoof niet per se een man hoeft te zijn.
Maar in het boek ben ik hem ook niet tegengekomen, want al bij Plato begon het me te duizelen.
Mijn jonge hersentjes waren er nog niet aan toe.
Een tiental jaren later werd mij door mijn toenmalige baas, de directeur van de Staatsdrukkerij, Th. H. Oltheten het werk van Teilhard de Chardin onder de aandacht gebracht. Daar trof ik het idee van een voortdurende schepping aan wat ongetwijfeld bijgedragen heeft aan mijn metafoor van een (zichzelf) wevend tapijt.
Inmiddels weet ik dat Teilhard sterk door Bergson beïnvloed is.

Een tweede ‘lees je het eens bij een ander’ ervaring werd veroorzaakt door Susanne K. Langer.
In mijn stukje De Betekenis der Dingen opperde ik dat door het verbinden van een klank (of een ander teken) aan een object, dus door het een naam te geven, je dat object kon oproepen in het bewustzijn van je zelf en dat van anderen met wie je dat teken gedeeld had. Met andere woorden (sic) door het uitvinden van de taal ontwikkel je ook het bestaan van abstracties!

Langer, beschrijft in Philosophy in a New Key: A Study in the Symbolism of Reason, Rite and Art op een zeer leesbare wijze hoe wij de werkelijkheid kunnen bevatten door deze te registreren in symbolen.

Een derde ‘schon dagewesen’ ontdekking betrof mijn stukje over ergens recht op hebben. Daar in speculeer ik dat het enige grondrecht wat ik me kan voorstellen het recht op (behoud van jouw) leven is. En dat dat op zich leidt tot een recht op alle voorwaarden waaraan voldaan moet worden om dat recht ook te kunnen doen gelden, en dat dat onder andere ook betekent dat je recht hebt op een gezond milieu.

Dus wie schets mijn verheugenis, toen ik in het Nederlands Juristenblad van 19 juni 2014 de volgende tekst aantrof:
Toen in de laatste decennia van de 20e eeuw het concept ‘duurzame ontwikkeling’ in zwang raakte, boog de Amerikaanse hoogleraar Edith Brown Weiss zich over de vraag of duurzaamheidsdenken juridisch-theoretisch onderbouwd kon worden door middel van de theorie van ‘intergenerationele ecologische rechtvaardigheid’ (intergenerational ecological justice).
In haar boek ‘In Fairness to Future Generations’ beargumenteert zij dat elke generatie een ‘natuurlijk en cultureel’ erfgoed ontvangt van voorgaande generaties en dit erfgoed voor toekomstige generaties beheert in een trust-relatie.Drie beginselen van intergenerationale ecologische rechtvaardigheid vloeien uit deze trust-relatie voort:
– elke generatie moet de diversiteit van het natuurlijke en culturele erfgoed behouden voor toekomstige generaties;
– elke generatie moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van dit erfgoed wordt behouden en wordt doorgegeven aan toekomstige generaties;
– elke generatie zorgt ervoor dat haar leden gelijkwaardige toegang hebben tot het natuurlijke en culturele erfgoed dat is ontvangen van voorgaande generaties, en dat deze toegang doorgegeven wordt aan toekomstige generaties.

Niets nieuws onder de zon dus?
Helemaal niet. De genen vóór mij die een en ander al eerder en beter bedacht hadden, waren destijds misschien wel de eersten die op dat idee kwamen.
Bovendien was het ooit voor mij wel een nieuw idee. En hier herken ik mijzelf weer in het denken van Bergson. Hij zegt op p. 36:

Onze persoonlijkheid, die op ieder oogenblik wordt opgebouwd uit zich opstapelende ondervinding, verandert onophoudelijk. ….Zoo groeit en rijpt onze persoonlijkheid zonder ophouden. Ieder van hare momenten is iets nieuws, dat toegevoegd wordt aan het voorafgaande.

Dat wil zeggen dat op het moment dat ik iets ervaar, iets herken, iets begrijp, iets nieuw-begrepens in verband breng met wat ik al begrepen had, ik veranderd ben, gegroeid en laten we hopen gerijpt ben. Er is een nieuw iemand onder de zon.
Ook Langer betoogt (p.89):
“A little reflection shows us that , since no experience occurs more than once, so called ‘repeated experiences’ are really analogous experiences”

Wat ook vernieuwt is dat de samenkomst van verschillende ideeën – of die nu zelf ontwikkeld zijn of uit al aanwezig gedachtegoed tot ons gekomen zijn – tot een reactief mengsel kan leiden waaruit nieuwe gedachten of nieuwe interpretaties ontstaan, die in de vorm van nieuwe patronen of symbolen tot nieuwe inzichten en gedragspatronen kunnen leiden.

In mijn geval heeft het in elk geval er voor gezorgd dat ik op een andere en inspirerende manier ben gaan nadenken over de vraag wat onze aanwezigheid hier als denkende dieren voor betekenis kan hebben, en wat je daarover wel en niet zult kunnen weten of begrijpen.
En ook dat het mogelijk moet zijn daarover in begrijpelijke taal te denken te spreken en te schrijven.

En dus heb ik het plan opgevat om hier een boek(je) over te gaan schrijven, waarvan de voorlopige titel op dit moment luidt:
Wat doen we hier eigenlijk?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: