Archive for februari, 2021

Een verdwenen klasse of een verdwenen klassenbewustzijn?

zaterdag 20 februari, 2021

 

Wat ontbreekt er aan het volgende rijtje:

  • Upper class
  • Middle class
  • ???????????

Precies, lower class. Der onderklasse, het proletariaat. De klasse die niets anders bezat dan hun proles kinderen. De arbeidersklasse zoals we het prettiger formuleerden. In vertaling van Henriette Roland Holst van de internationale ook aangeduid als verworpenen der aarde of slaafgeboor’nen.

In de recente verkiezingsstrijd in de Verenigde Staten werd regelmatige naar die middle class verwezen als doelgroep naast andere doelgroepen die onderscheiden werden naar geslacht, etniciteit, opleiding, woonomgeving of kleur van hun boord, maar over een lower class werd niet gesproken.
OK de Democraten waren ook geen sociaaldemocraten.

Maar hier hoor je die woorden ook niet meer.
Bestaat die klasse niet meer? Dan zou er ook geen middenklasse meer bestaan, want een midden hoort per definitie ergens tussen te zitten, toch?
Of is het zo dat die klasse wel degelijk bestaat maar niet langer herkend of erkend wordt?
Of nog anders, hij bestaat wel, maar de mensen die er toebehoren zien zichzelf liever als lower middle class. En definiëren zij als hún onderklasse de restgroep; de daklozen, de Oost-Europese lieden die zich hier al dan niet legaal ophouden en de groep immigranten zonder verblijfsvergunning en de ongedocumenteerden zoals wij de mensen noemden die we vroeger illegalen noemden.

Waarom is dit belangrijk?
Omdat ik denk dat we hier te maken hebben met een maatschappelijk verschijnsel met politieke consequenties. Waarvan voor ons het belangrijkste is de krimp van links. En mijn stelling is dat die voor een belangrijk deel veroorzaakt wordt door het verdwijnen van het klassenbewustzijn en de daardoor verminderen van solidariteit.

Er zijn, denk ik, meerdere processen die hebben bijgedragen dat het klassenbewustzijn afnam, en uiteindelijk nagenoeg verdween althans bij de autochtone bevolking van Nederland.

Allereerst hebben we te maken met wat sociologen ‘dalend cultuurgoed’ noemen.
Het verschijnsel dat mensen gewoonten en attributen van de iets hogere klasse overnemen of imiteren.
Dat is niet alleen maar een spontaan proces maar er kan ook op ingespeeld worden door de markt.

 Voorbeelden hiervan zijn de aanmoediging van Miss Blanche aan vrouwen om ook sigaretten te  gaan roken. Waarbij een chique geklede dame als rolmodel wordt gebruikt.

Een ander voorbeeld is hoe Ahold wijn in het dagelijkse boodschappen pakket positioneerde.
Door een landwijnachtig product te verpakken in kartonnen dozen van het type waar we nu nog steeds melk in krijgen aangeboden, met de productnaam Pinard.

Daarbij voorbijgaand aan de slogan van de drankbestijders: “Niet het eerste, maar het laatste glas, bracht menigeen in het moeras.”
De volgende stap was goedkope sherry, die zat al in een fles.
Nog steeds wordt het merendeel van de wijn in Nederland gekocht in de supermarkt.
Bron: De wijnmarkt in Nederland: trends en cijfers, kansen voor de horeca – Insights (abnamro.nl)
Nog bedankt Albert.



Er is ook zoiets als stijgend cultuurgoed, en dat is ook ontdekt door de markt.
Ik herinner me uit de zeventiger jaren de lange meerlagige Mexicaanse jurken die door hippe vrouwen geadopteerd werden en vervolgens ook in de etalages van de Bijenkorf verschenen net als de Afghaanse jassen. (De laatsten waarschijnlijk in een minder geurende versie daarvan).

Een positieve benadering van het dalende cultuurgoed was de inspanning van de SDAP en daaraan verwante instellingen om ‘den arbeider te verheffen’. In deze podcast van de NRC wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden waarop je links/progressief kunt zijn, waaronder economisch en cultureel en er wordt ook gesproken over een onmaterialistische revolutie die er na de oorlog zou hebben plaats gevonden. (Over het laatste heb ik m’n twijfels volgens mij zijn wij door alle lagen heen alleen maar materialistischer geworden.
Het is duidelijker dat de interventies van de markt economisch gemotiveerd waren en die van de SDAP cultureel. Je kan immers van een andere klasse zowel de geneugten als de Bildung van de bourgeoisie overnemen. En de inspanningen van de SDAP waren duidelijk op de Bildung gericht.

Maar dat tijdperk is helaas voorbij, En in de jaren na de wederopbouw toen de bestedingsbeperking van 1951 voorbij was en er in 1963 zelfs van een loonexplosie sprake was, nam de welvaart van de arbeiders in loondienst toe en kon het bestedingsgedrag van de middenstand overgenomen en hier en daar zelfs overtroffen worden. Arbeiders werden medewerker en klasse was werd meer en meer gezien en gevoeld als een historisch begrip, en daarmee verdween ook de solidariteit die vanuit een klassenbewustzijn gevoed wordt of in ieder geval gevoed kan worden.

Wat dit proces van desolidarisering ongetwijfeld versterkt heeft is de ontzuiling.
Wie te jong is om dit proces persoonlijk meegemaakt te hebben, zou misschien deze geschiedenis nog maar eens moeten doorvorsen vanuit het perspectief wat zo’n doorbraak voor gevolgen heeft voor de duurzaamheid van een achterban. Ik kom daar later op terug wanneer het gaat over de rol die onze partij daar in gespeeld heeft.
In zekere zin kan je de ontzuiling ook beschrijven als een proces van ont-binding.
Wat er in mijn beleving nog een schepje bovenop gegooid  heeft is de identiteitscultus die eind zestiger- begin zeventiger jaren ontstaan is. Door de HP ooit omschreven als het Ik-tijdperk. (Volgens mij vrees ik iets meer dan een tijdperk).

Beiden hebben de solidariteit met lotgenoten geen goed gedaan. Om nog maar te zwijgen over de solidariteit met minder bedeelden.

Waar nu heeft links, of om het dichter bij huis te houden onze partij nu de boot gemist?

Ik stel hierbij een aantal door mij als keerpunten ervaren gebeurtenissen ter  discussie.

  1. Het besluit om een brede(re) volkspartij te worden. Ongetwijfelde heeft de ‘doorbraak’ door de daaropvolgende overtrokken reactie van de bisschoppen in 1954 de partij geen windeieren gelegd. Maar het zal eerder zo zijn dat katholieke leden van het NVV de kerk vaarwel zegden, dan dat zij de kerk de rug toekeerden om lid van het NVV te worden.
    Los daarvan kan je je afvragen of een brede volkspartij het meest bruikbare vehikel is om brede maatschappelijke hervormingen te veroorzaken.
    In elk geval is het niet zo dat die breedheid er toe geleid heeft om de inkomende stroom van ‘gastarbeiders’ te identificeren als een verbreding van onze historische doelgroep het proletariaat. Weliswaar stemden die aanvankelijk trouw PvdA, maar ik heb de indruk dat de liefde voornamelijk van één kant kwam.
    Hier zou het verheffingsideaal een riante werkgelegenheid hebben gevonden, maar helaas.

  2. December 1995 gooide Wim Kok er nog een schepje bovenop door in zijn Den Uyllezing te stellen “Het afschudden van ideologische veren is voor een politieke partij als de onze niet alleen een probleem, het is in bepaalde opzichten ook een bevrijdende ervaring”.
    Een tekst overigens die herschreven was door Bram Peper die daar op zijn bekende fijnzinnige manier over verhaalt in dit artikel in Trouw’.
    Citaat:
    “Ik kreeg dat concept in handen, en wat ik las was absoluut bagger. To put it mildly. Het was ondenkbaar dat je dat iemand zou laten uitspreken.”
    In het artikel in Trouw wordt de foto van Peper ondertiteld met “Bram Peper, oud-politicus en oud-burgemeester van Rotterdam.”
    Deze functie omschrijving vind ik uitermate correct, to put it mildly.

    Ik herinner me dat toen D’66 werd opgericht met ‘pragmatisme’ als leidraad in plaats van ideologie ik moest denken aan Menno ter Braak die zichzelf omschreef als ‘politicus zonder partij’.
    Wel nu hier hadden we dan een partij zonder politiek.

  3. Na de pass van de doorbraak en de voorzet van Kok, was het inkoppertje voor Wouter Bos om van de zijlijn toegejuicht door Tony Blair een convenant met de onzichtbare hand van de markt aan te kondigen.

Wat moeten we hier nu mee? Hoe ver moeten we terug om het pad vooruit terug te vinden.
Maatschappelijk gegroeide situaties en opvattingen kan je niet met campagne materiaal veranderen. Maar de belangrijkste tijd voor een partij is echter de partij tussen de campagnes.
Hoe kunnen we onze doelgroep definiëren.
Via welke issues vinden we de weg naar hun hart?


%d bloggers liken dit: