Archive for september, 2022

Hoe kom je op het idee te ontsnappen als je niet weet dat je gevangen bent?

zondag 18 september, 2022

De meest waarschijnlijke reactie op deze vraag is een wedervraag “Hoezo, komt het dan voor dat mensen gevangen zitten zonder dat ze dat weten?”

Ja zeker, dat komt voor, en het meest voorkomende voorbeeld hiervan is rolgedrag. Want hoewel we rolgedrag wel herkennen, lukt dat voornamelijk als het over rolgedrag van anderen gaat.|
En we kunnen dan ook een groot deel van ons leven doorbrengen in de veronderstelling dat we volkomen vrij zijn van welke serieuze vorm van rolgedrag ook.

Ik kwam daar zelf achter toen een feministische vriendin tegen me zei dat op verkeersborden geen vrouwen voorkomen.
Mijn eerste reactie was dat dat wel erg ver ging. Maar toen ik daar langer over nadacht drong het tot me door dat het verontrustende was, dat het mij nooit opgevallen was, dat in logo’s en symbolen een mens steevast als een mannetjesmens werd voorgesteld terwijl ik toch dacht een verlicht mens te zijn met een scherp oog voor onvolkomenheden en absurditeiten.

Het was het begin van een bewustwordingsproces dat ik hoewel niemand ooit mij me ooit van macho gedrag zou beschuldigen en ik zelf daar ook nooit enige behoefte aan gevoeld had toch een soort mannelijke blindheid had vertoond.

Anders zou ik dit verkeersbord wel  als een waarschuwingsbord voor kinderlokkers hebben ervaren, want in de tijd dat mijn bewustwording begon was het voornamelijk moeder die met de kinderen wandelde, en was vader op zijn werk.

Maar wat is rolgedrag, waar komt het vandaan, zijner soorten in, en is het erg?
Ik ben geen socioloog en was in de tijd dat ik dat ontdekte ook nog niet bezig met het ontwikkelen van een filosofische blik op de mens, maar leerde in die tijd wel dat rolgedrag een product is van de in jouw samenleving dominante cultuur.

Als je opgroeit in een cultuur en je bent geen geboren dwarsdenker is wat er om je heen het meeste voorkomt het normale gedrag en dat gedrag wordt je als je ouders hebt die ook geen dwarsdenker zijn dan ook aangeleerd.

Maar gelukkig zijn er af en toe wel dwarsdenkers die anderen weten wakker te schudden en heb je het geluk zo iemand tegen te komen of haar of zijn werk te lezen dan leer je stukje bij beetje ook zelf dwarser te denken.

Zo kan het gebeuren dat je ontdekt dat wij massaal verslaafd zijn.
Niet aan in de eerste plaats aan drugs maar aan dingen.

Is dat niet wat overdreven?
Nee, want als je een verslaving ziet als een permanente behoefte aan iets die als die bevredigd wordt toch blijft bestaan, en zo sterk is dat je er andere behoeften voor onderdrukt, dan is er duidelijk sprake van verslavingsgedrag.

Nu zijn er verschillende vormen van verslaving.
Een verslaving die je op een bepaald moment in je leven oploopt door nieuwsgierigheid, of door een oorzaak buiten jouw wil als het gebruik van medicijnen, maar het kan ook dat je verslaafd wordt opgevoed omdat iedereen verslaafd is en dat is het geval bij de verslaving die ons gedrag als consument in wezen is.

We zijn namelijk niet altijd consumenten geweest. De beginnende mens was zelfvoorzienend. En in stamverband kon door delen en ruilen en zekere taakverdeling en specialisatie ontstaan, waardoor de individu weliswaar niet, maar het zelfde individu als stamlid wel zelfvoorzienend was.

Later konden er zelfvoorzienende dorpen ontstaan en later kon het gebruik van geld als een intermediair ruilmiddel het verkeer van goederen gemakkelijker maken.
Ons consumptieniveau werd nog voornamelijk bepaald door primaire levensbehoeften:
Voedsel, schoon water, schone lucht en afhankelijk van klimaat kleding en onderdak.
Vuur en kennis van heelkunde verlengden ons leven aanzienlijk.

Wanneer zijn we dan consumenten geworden?
Met de opkomst van de mechanisatie, industrialiseren en de daarmee samenhangende opkomst van het kapitalisme grootschalige handel en kolonisatie.
De industriële productie van goederen vergt nu eenmaal grote investeringen en die moeten in de eerste plaats terugverdiend worden, maar daarna ook rendement blijven opleveren.

Stel je bent een rijke ondernemer en je bouwt een fabriek om kinderwagens te maken, want dat is een natuurlijke groeimarkt, denk je.
Dan ontwerp je een comfortabele licht lopende kinderwagen die loopt (excuus) als een trein.
Maar op een bepaalt moment heeft elk ouderpaar dat zich het kon veroorloven jouw kinderwagen.
En daar stoppen ze ook de volgende borelingen in. De markt raakt verzadigd.

Wat te doen. Export? Dat helpt een tijdje tot je zo ver moet uitvoeren dat het transport je winst op eet.
Briljant idee: Je ontwerpt een NIEUW MODEL !
Met luxe vering en een kap tegen de zon en de regen.

Dat werkt, en je besluit om de twee of drie jaar een nieuw model te lanceren.
Je stelt een lijst van verbeterings- of uitbreidingsopties, maar bent zo slim om die niet allemaal tegelijk te realiseren, er moet een stijgende lijn zijn in toenemende kwaliteit, zodat de klant vertrouwen in jouw merk krijgt.

Zeker voor dit product is dat een succesvol model. Immers als de ouders van het eerste kind niet zelf al voor het beste gaan, want dat wil je tenslotte voor jouw kindje, dan willen de grootouders als de middelen er voor ontbreken daar wel aan meehelpen in de meeste gevallen.

Hosanna! De fabriek is een blijvend winstgevend object geworden de economische groei blijft gaande en homo sapiens ook wel bekend als homo ludens is geëvalueerd tot homo consumens.

Verzin ik dit nu allemaal maar om dat ik niet zo van het kapitalisme houd?
Nee, ondernemers geven dit zelf toe met als excuus dat dit allemaal leidt tot groeiende welvaart en dus vooruitgang en succes in ‘het najagen van geluk’. Een van de drie onvervreemdbare rechten waarmee volgens de Onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten de mens door de Schepper zou zijn uitgerust. De andere twee waren het leven en vrijheid.

Maar ook de kritiek is niet nieuw. Vance Packard schreef in The Waste Makers (1960) al over de ingebouwde ‘geplande veroudering’ die in de producten is ingeprogrammeerd. En hij maakt daarbij onderscheid in fysieke slijtage, maar daarnaast ook een ‘verouderd raken in de geest van de consument, zelfs voor dat de componenten die worden gebruikt om het product te maken zullen falen’.
En de term homo consumens neem ik over van Erich Fromm die hem in 1965 muntte.

Om deze paternosterlift met een stijgende verbeterde versie aan de zichtbare passagiers kant en minder zichtbare afdankertjes aan de achterkant gaande te houden was legioen van propagandisten nodig die een arsenaal van middelen ontwikkelden om onze begeerte brandend te houden.
Sommigen waren daar heel openhartig over:

Zo schreef Edward Bernays in 1928 al in zijn boek Propaganda:
Massaproductie is alleen winstgevend als het ritme ervan kan worden gehandhaafd – dat wil zeggen als het zijn product in gestage of toenemende hoeveelheid kan blijven verkopen. Vandaag moet het aanbod actief proberen de overeenkomstige vraag te creëren … [en] het zich niet kan veroorloven om te wachten tot het publiek om zijn product vraagt; het moet voortdurend contact houden, door middel van reclame en propaganda … om zich te verzekeren van de voortdurende vraag die alleen haar kostbare fabriek winstgevend zal maken.

 Dit citaat ontleen ik aan een heldere uiteenzetting van het MIT: A Brief History of Consumer Culture

En inmiddels wordt dat advies uitbundig opgevolgd.

Ook als je het geluid eventjes uitzet tijdens het reclameblok wordt je dagelijks overspoeld door reclame uitingen op straat en bij het uitpakken van je levensmiddelen. Boodschappen waar maar weinig controle op is. Omdat op den duur toch wel er opvallend werd dat de afbeelding op de verpakking weinig leek op wat je binnenin aantrof staat er tegenwoordig in kleine lettertjes bij ‘serveertip’ maar dan heeft het beeld al zijn werk al gedaan.

 

Consuminder
En geniet van je vrijheid

Willen we hier aan ontsnappen?

Vraag 1. Waarom zou je het niet willen?
Om dat je gehecht bent aan de spullen die je om je heen hebt verzameld?
Dat zal heel goed kunnen. Aan sommige dingen ben je gehecht omdat het een geschenk is en dat de persoon die het je schonk blijkbaar met heel veel aandacht juist dat ding gekozen heeft met de  gedachte dat dat is nu net iets voor jou is.
Of omdat het een perfect ontworpen ding is wat je elke keer met plezier gebruikt.
Dat is puur geluk, koester het.

Vraag 2. Waarom zou je het wel willen?

Daar zijn een heel aantal redenen voor op te noemen:

  1. Door te consuminderen houd je een hoop geld over en daar kan je veel leuke dingen mee doen, zoals weggeven, of er iets nuttigs mee te doen. En wat jij nuttig vind kan je zelf bepalen, (geniet van je vrijheid).
  2. Je spaart het milieu, op termijn als andere mensen ook af te zien van serie-kopen, en direct al omdat je de afvalberg niet verder vergroot. Dat kopen zonder een noodzakelijktekort wordt je verkocht als funshoppen.
  3. Door minder te kopen wordt er op den duur ook minder geproduceerd en bestrijden we de gas&oliegarchen.
  4. Hoe minder spullen je hebt, hoe meer ruimte je om je heen hebt.
    Ruimte die je kunt ervaren as such,
    ruimte die je kan vullen met dromen of plannen,
    ruimte die je kan benutten voor bezigheden waarvoor eerst geen ruimte was.
    Ruimte ook die je kunt delen.
  5. Je bent je aan het bevrijden. Jij bepaalt. Je bent immuun aan het worden voor aanbiedingen, verbeterde samentelling, 20% extra, tweede voor de halve prijs en spaarzegels voor luxe wijnglazen of pannen van ‘edelstaal’.

Hegel helpt met punt 5. een zijpad dat ik niet kan weerstaan :

In mijn jongere jaren, toen ik nog geen vegetariër was bezocht ik in de DDR een Bierkeller omdat ik wel eens Sauerkraut mit Eisbein wilde proeven. Ik was gekleed in een wit spijkerpak en had lang haar en waarschijnlijk een baard dus ik viel daar nogal op.
Wat ik niet verwacht had was, dat er na enige tijd een gast in het uniform van de VOPO (Volkspolizei) opstond naar mijn tafel toe liep en beleefd vroeg of ik goed vond als hij aan mijn tafel kwam zitten.

Dat vond ik goed en na een inleidende vraag waar ik vandaan kwam en ik vertelde dat dat uit Amsterdam was begon hij vragen te stellen over Provo en wat die mensen eigenlijk wilden.

Provo was destijds internationaal nieuws dat blijkbaar zelfs achter de muur ook doorsijpelde, en ik had al eerder gemerkt dat die Marxisten daar gebiologeerd waren door het feit dat er een ontwikkeling was die revolutionaire kenmerken had maar waar onbegrijpelijkerwijs geen ideologie aan ten grondslag lag.

Ik vond het wel pikant om met een Vopo in gesprek te zijn die blijkbaar niet verplicht aan het evangeliseren was maar iets wilde begrijpen. Dus toen ik in mijn uitleg van Provo een aantal keren het woord ‘vrijheid’ gebruikte vroeg hij wat mijn definitie van vrijheid was.
Zoals al vermeld was ik in die tijd nog niet filosofisch angehaucht dus ik moest ter plekke een definitie van vrijheid formuleren.

Ik weet niet meer precies wat ik toen gezegd heb, maar mijn tafelgenoot was er niet tevreden mee. Je kon in de definitie van een begrip niet zelfde begrip als term gebruiken.
Oef, mijn opponent was blijkbaar geschoold. Ik vroeg daar om maar wat dan zíjn definitie van vrijheid was.

Freiheit ist Insicht in die Notwendigkeit, zie hij prompt.

(Ik heb me die tekst een tijd lang verkeerd herinnerd als ‘Freiheit ist Erkentniss der Notwendigkeit’ en dat ook verkeerd geïnterpreteerd als de onontkoombaarheid van de revolutie).

Maar een dag na dat gesprek zag ik in de etalage van een boekhandel een boekje liggen met de titel Klein Marxistisches Wörterbuch. Ik dus die winkel en bladeren in dat boekje naar Freiheit en ja hoor, Insicht in die Notwendigkeit stond er achter met een * voor Notwendigkeit, wat betekende dat je Notwendigkeit ook kon vinden in het boekje. Dat laatste besloot voor de terugreis te bewaren en ik kocht het boekje.

Als ik nu een en ander opzoek begrijp ik dat Hegel het niet precies zo gezegd heeft, maar het wel bedoelde.
Hoe dan ook, ik kan het wel gebruiken in mijn betoog. Want als je je beperkt tot het noodzakelijke ontstaat er een ongekende ruimte in je omgeving en de mogelijkheid om die te gebruiken voor die dingen die jou of anderen kunnen bezielen. En dat lijkt mij een verrijkende vorm van vrijheid.

Van de nood een deugd maken is mooi
Van de nood een vreugd maken is nóg mooier

Hoe pak je zoiets nu aan?
Maak er een spel of liever nog een feestje van.

  1.  Omdat de energietransitie wordt geholpen door de explosie van de brandstofprijzen, verdeel je je huis in verwarmde en onverwarmde zones.|
    Afgezien van de milieuwinst (nou ja als je eerlijk bent, is het geen winst maar verminderde schade) spaart dit geld en beknot je de mogelijkheden van Poetin. Een verassend bijeffect: Als je uit de onverwarmde zone de verwarmde betreedt onderga je een weldadige omhelzing van 18 graden. |
    Als de temperatuur buiten ’s avonds gaat dalen zet je de thermostaat op 16 en schakel je een oliegevulde radiator in. Dan spaar je nog meer. Zeker als je zonnepanelen hebt. Gordijnen dicht rolluiken naar beneden. En de radiator tussen twee gemakkelijke stoelen. Eventueel een dekentje over de knieën. Tijd voor een verhaal.
  1. Een reis door de kamer.
    In je kamer staan spullen, als je er lang woont tamelijk veel spullen. Spullen die je gekocht hebt, spullen die je gekregen hebt, spullen die jen geërfd hebt, spullen die iemand vergeten is, spullen die je zolang geleden van iemand geleend hebt, dat je ze niet meer terug durft te brengen. Kortom veel van die dingen hebben een verhaal. Sterker nog alle dingen hebben een verhaal, ze zijn ooit uitgevonden, ergens gemaakt, hebben misschien wel een lange reis gemaakt om in jouw kamer in de verwarmde zone terecht te komen. Een deel van dat verhaal ken je niet, maar je eventuele medebewoner weet er misschien meer van. Als dat niet zo is zit er niets anders op dan het ontbrekende verhaal te verzinner.Voor je het zelf in de gaten hebt begin je te veranderen in een verhalenverteller.
    En verhalen zijn de milieuvriendelijkste manieren om een ruimte mee te verrijken.

 

  1. Een reis door je kasten en laden, Een spel dat over verandering gaat, voor 1 of 2 personen.

    Begin maar met een la, dat is eenvoudiger.
    Wat je daar allemaal tegen kunt komen zal meestal een mix zijn van gebruiksartikelen, dingen van emotionele waarde zoals brieven en foto’s, en bewijsmateriaal zoals bonnetjes garantiebewijzen en dergelijke die eigenlijk beter in een map zouden horen te wonen.Waar we ons op richten zijn de gebruiksartikelen.
    Pak ze en voor een er uit en ga na wanneer je dit ding of deze dingen voor het latst gebruikt hebt. Als dat lang geleden is, bedenk je hoe groot de kans is dat je dit nog wel eens zal gáán gebruiken.|
    Als de uitkomst van deze tweestappentest is dat je dit artikel eigenlijk niet nodig hebt is de conclusie dat er geen enkel nut of noodzaak is dat je het toch hebt.|
    De volgende stap zou dan logischerwijs kunnen (of misschien wel moeten zijn) dat je dit artikel uit je bezit kan verwijderen.
    Je zou dus een verhuisdoos kunnen neerzetten die je bevordert tot hebikeigenlijknietnodig doos.
    Aangemoedigd door de ontdekkingen die je in deze laden doet, zal zich een gevoel van bevrijding ontwikkelen, maar tegelijk ontstaat er een nieuw probleem: Wat moet je met die spullen? Bij het grof vuil? In de bak voor het restafval. Weggeven? Naar de kringloopwinkel?Recyclen?
    Het hangt van het artikel af? Kan het echt nuttig zijn voor iemand, dan geef je het weg natuurlijk. Maar wat doe je met een oude leesbril bijvoorbeeld? Is daar een inzamelpunt voor?Ik weet het antwoord daar ook vaak nog niet op.
  2. Maak zelf iets wat je tot nu toe altijd gekocht hebt.
    Maakt niet uit wat het kan een maaltijd zijn waarvoor je eerst een pakket ingrediënten kocht, ben je goedkoper uit en kan je ook het recept aan jouw voorkeur of portiegrootte aanpassen.Bak een brood. Nee niet met een broodbakmachine en ook niet met een mix. Gewoon met volkorenmeel water en gist. Vergeet al die pitten en zaden en zeker meelverbeteraars  gemaakt van gemalen kippenveren. Recepten te over op het internet. Het zal de eerste keer misschien niet helemaal zijn zo als je gehoopt had, maar de geur en de voldoening zal je je verlijden dit vaker te doen en voor je het weet, eet je niets anders.
  3. Gebruik je warmte.Als je het geluk hebt dat je je leven, tafel en bed deelt met een geliefde kan je over wegen om op koude dagen eerder naar bed te gaan dan je lief.
    Maar in plaats van op je eigen helft onder dekens te kruipen doe je dat op de andere helft. Je rolt je op in het dek alsof je een zijderups bent en als je warm bent spreid je het dek uit over de hele helft (van je wedehelft).Wat je doet is dat je de ruimte vult met warmte. Je de ruimte vult met jouw warmte. Dat is te gek, want het gebeurt zonder enig inspanning !
    Wu wei noemden ze dat geloof ik in China, doen door niet te doen.Deze ontdekking van een nieuwe manier om de warmte van je relatie te onderhouden brengt je op inzichten over de relatie tussen geluk en delen.|
    Dat het najagen van geluk niet de handigste manier is om gelukkiger te worden. Dat geluk niet veroverd moet worden maar ontdekt, dat het net zo iets is als schoonheid, waarvan gezegd wordt dat die woont in het oog van de waarnemer.

Ik zou zeggen doen, als het een knorrige oude man lukt, lukt het jouw zeker.

Gelukkig in Holset XV: Wat is geluk eigenlijk, en waar komt het vandaan?

donderdag 8 september, 2022

 

Geluk is een vrolijk en prettig ongrijpbaar onderwerp.

Waarom het een vrolijk onderwerp is behoeft geen uitleg.
Waarom het ongrijpbaar is zal hier worden uitgelegd en waarom iets prettig is als het ongrijpbaar of onbegrijpelijk is, is omdat je prikkelt om te zeggen “Hoezo ongrijpbaar? Misschien zoeken we wel op de verkeerde plaats.”
En over dat laatste vermoeden gaat het hier verder.

Vooraf is het goed om  zoals Engelstaligen doen verschil te maken tussen fortune en happiness.  
In het Nederlands gebruiken we het zelfde woord geluk  echter voor deze twee geheel verschillende dingen:
Voor een meevaller in uitdrukkingen als ‘een geluk bij een ongeluk’ of in het commentaar ‘nou dan heb je geluk gehad’ als je vertelt dat je onderuitging met je fiets en een auto nog net kon stoppen. Van dit ‘geluk’ een gelukkige wending die niet uit je eigen handelen voortkomt werd in de oudheid gedacht dat dit al dan niet aan je werd uitgedeeld door een godin, Fortuna geheten.
Maar afgezien van gelukzoekers die loten kopen en casino’s bezoeken  gelooft geen verstandig mens daarin, anders zou Fortuna Sittard wel een keer landskampioen worden.

Maar waar hebben we het hier dan wel over als we het hebben over geluk?

Het gaat over een ervaring of een gemoedstoestand die de het begrip tevredenheid overschrijdt.

Een tevredenheidsmoment kan veroorzaakt worden door een gebeurtenis die je zelf geheel of samen met anderen hebt veroorzaakt.
Als je taartbodem ongeschonden uit de bakvorm komt, of de motie waarvoor je op een partijcongres voor was met een glanzende meerderheid aangenomen wordt, denk je al gauw “gelukt!”.

Die momenten kunnen mede veroorzaakt worden door een gebeurtenis of een situatie en dat zou de indruk kunnen wekken dat geluk van externe factoren afhangt. Maar dat hoeft niet het geval te zijn, al was het alleen al omdat je zelf aan die gebeurtenis of die situatie bijgedragen kunt hebben.
En het hoeft niet eens een gebeurtenis te zijn, het kan ook een gedachte zijn.
Denk maar aan het moment dat je ineens de oplossing ziet voor een lastig probleem waar je al dagen lang mee rondloopt.
Komen die momenten of situaties met een bepaalde regelmatigheid in je leven voor dan kan of zal je jezelf op een bepaald moment omschrijven als een tevreden mens.

Carmiggelt liet een van de oude mannetjes die hij aan de lopende band verzon ooit zeggen ‘Er is een hoop ellende in de wereld meneer. Maar je moet er oog voor hebben.’
Er is echter meer voor te zeggen dat er een hoop geluksmomenten in de wereld op ontdekking liggen te wachten, maar je er wel oog voor moet hebben.
Die rol van het oog doet denken aan de veel bekendere uitspraak “Beauty is in the eye of the beholder” Afkomstig uit een boek van de Ierse schrijfster Margaret Hungerford uit 1878 getiteld Molly Bawn en de volledig zin luidt daar:
“It is an old axiom, and well said, that “Beauty is in the eye of the beholder”.
Hungerford geeft daarbij aan dat deze constatering al eerder is gemaakt, maar zij weet het zo kernachtig te formuleren dat wij het haar tot het einde der dagen in haar woorden zullen nazeggen. Chapeau.
Want waar hebben ogen voor? Om te kijken.
Maar wáár we naar kijken dat is aan ieder om zelf te bepalen.
En die keuzes kunnen we in een bepaalde richting cultiveren.
We kunnen focussen op zaken die ons die beleving van schoonheid bij een eerdere gelegenheid hebben opgeleverd. En wanneer we dat langere tijd doen kan het gebeuren dat we daarbij een groeiende gevoeligheid ontwikkelen. Dat we details ontdekken die we eerder niet zagen die op zichzelf ook een zekere vorm van schoonheidsgewaarwording opleveren. Of alleen al de belofte van schoonheid.
Zoals je die kunt ontdekken in de ontwikkeling van jouw kind.

Wanneer je dit hebt ontdekt wordt je door steeds meer schoonheid omringt.
Hoe zei die andere filosoof het ook al weer? “Je begrijpt het pas als je het ziet”, of was het “Je ziet het pas als je het begrijpt.”
Het is allebei waar.

Waarom nu dit verhaal?  Omdat het ervaren van schoonheid een van de velen gewaarwordingen is die een geluksgevoel opleveren en je dus je met het ontwikkelen van aandacht en herkenning van schoonheid een van de wegen naar geluk hebt gevonden.
Namelijk een weg naar bronnen van geluk die buiten ons zelf liggen.  
Maar laten we terug gaan naar onze oorspronkelijke omschrijving van geluk als een verhoogde staat van tevredenheid, dan hebben we over ‘ergens vrede mee hebben’, een gevoel dat iets goed is zo.
En als dat vaak genoeg hebben kan dat leiden tot de constatering dat je eigenlijk wel behoorlijk blij bent dat je bestaat, en dat al die ontmoetingen die daar voor nodig zijn geweest sinds de tijd dat we net geen primaten meer waren hebben plaats gevonden en vrucht hebben gedragen.
Wat een overrompelende gedachte is, als je dit voor de eerste keer beseft.  

In het poesiealbum van mijn zuster, die nog ouder is dan ik stond een rijmpje dat begon met de regels “Ik wens je een ventje/ met een mooi traktementje.”
Zo werd gedacht over het geluk van de vrouw in die dagen. Maar dat het geluk met een grote G van je leven van een ander moet komen leeft  nog steeds bij velen, al zal niemand daar nog hardop dat traktementje bij noemen.
Een vermelding van geluk waar men in de Verenigde Staten nog steeds bijzonder trots op is, is de vermelding in de onafhankelijkheidsverklaring.
Hierin wordt verklaard dat de mens door diens schepper is toegerust met bepaalde  onvervreemdbare rechten waaronder Leven, Vrijheid en het Najagen van Geluk. (the Pursuit of Happiness).
Pursuit kan veel betekenen van werken aan tot achtervolgen. Maar de keuze van juist die term pursuit suggereert dat geluk iets is dat buiten je zelf ligt en je moet zien te veroveren. En een verwijzing naar de factoren binnen je zelf , zoals het je openstellen voor en je gevoeligheid verhogen voor geluk geen rol lijken te spelen.
Want we kunnen Hungerford parafraseren Happiness is in the mind of the observer.
Geluk woont in de ziel van degene die het ervaart, of sterker nog: Geluk ontstaat in de ziel die zich er voor openstelt.

Het sleutelbegrip: aandacht

Aandacht is het begin van verbinding. Aandacht kan ontstaan doordat je aandacht getrokken wordt door iets of iemand, maar je kunt met die impuls wel of niet iets doen.
Als je uitgerust bent  met een onstilbare nieuwsgierigheid ben je een bofkont want dan kan je enorm veel dingen ontdekken waar je vrolijk tot gelukkig van wordt.
Wordt je nieuwsgierigheid echter belemmert door een utiliteitsbeginsel (ik ben niet geïnteresseerd in oninteressante dingen) dan ga je niet alleen praktisch, maar ook logisch in de fout. Want er bestaan geen dingen die interessant of oninteressant zijn, maar alleen maar dingen die interessant of oninteressant gevonden worden door iemand.
En die iemand zou dus eerst aandacht moeten schenken om uit te vinden of iets misschien toch niet helemaal oninteressant is als je er beter naar keek of er meer over wist of luisterde naar iemand die het wel interessant vindt.

Hoe komt het dat je zo vaak mensen hoort zeggen ‘dat boeit me niet’?
Waarom je eindexamens gevierd ziet worden met een boekentas aan de vlaggenstok. Hoera, nou hoef ik nooit meer een boek te lezen.

Een van de oorzaken zal zijn dat wij als kind minder vaak onderzoekend kijken.
In de tijd dat kinderen nog op straat speelden ontdekte je de mogelijkheden van de straat met het instinct dat je als nakomeling van jagers-verzamelaar had de mogelijkheden en gevaren van de bestrating.
Een lager liggende tegel kon je gebruiken als knikkerputje, de putten langs het trottoir leverde een gevaar op voor je tol.
Op het platteland waren het andere dingen.
Door die verkennende manier van kijken en de beperkte hoeveelheid middelen groeide je improvisatievermogen en kon je met een stok meer doen dan slaan, maar ook graven en en passant ontdek je dan ook het principe van de hefboom.
Wat het grote voordeel van het begin van de vorige eeuw was,  was de afwezigheid van visuele media. Die je alles al in een reproductie lieten zien waardoor je dingen nooit  in hun overweldigende veelheid van zintuiglijkheid voor het eerst kon ervaren.

Probeer je maar eens de indrukken voor te stellen die je ondergaan zou hebben als je voor het eerst in een bos kwam zonder daar ooit document) toen ik zeven jaar was.

Die geur, de gladheid van dennennaalden, de dikte van de boom waar je armen te kort voor waren, de enorme hoeveelheid varens met die mysterieuze bruine doosjes op de onderkant van de bladeren, de denappels die mee naar huis gingen om als het winter werd de kachel mee aan te maken.
Daar kan toch geen BBC documentaire tegenop?|
Ik denk dat daar mijn liefde voor de natuur is ontstaan.
Voor de beeldschermkinderen van nu is het voorgoed onmogelijk om die betovering van de eerste ontmoeting met de wereld te ervaren.
De producten van de entertainment industrie (vaak gepresenteerd als informatie) vernietigen onze kans op ontdekken, geboeid raken en verbonden te raken met de onbewerkte en niet-geëxploiteerde werkelijkheid van de natuur, wat een enorm verlies voor ons welzijn is.

Ik zelf beschouw dit als een van de vele vormen van de vervreemding.
Vervreemding als de tegenpool van verbinding.
De vervreemding die in het als welvarend beschouwde deel van de wereld een ziekte is waarvan we de symptomen maar zelden voelen om dat we de vergelijking met de verbonden manier van leven niet goed kunnen maken.
Maar,  als we ons dat op een helder moment wel bewust worden, kunnen we ons afvragen of we hier iets aan kunnen doen?
Op grote schaal stuit je dan op praktische bezwaren (en vaak ook wetten die in de weg staan) . Want je zou eerst een eind aan het kapitalisme moeten maken, en aan de industrialisatie, de globalisering en nog wat van die dingen.
Maar in je persoonlijke leven ligt dat anders.

Ho, wacht even is dat geen escapisme, dagdromerij, vage praat et cetera?

Nee, je kunt best actief zijn tegen uitwassen van onze consumptiecultuur, discriminatie en ander onheil, maar daarbij zorgen dat je dat doet vanuit een state of mind die minder bevattelijk is voor wanhoop en dan is het aantrekkelijk om na te gaan wat wegen zijn om jouw vervreemding te verminderen door je kans op momenten van verbinding te vergroten.

Hoe help je het geluk?

Als mijn stelling “Geluk woont in de ziel van degene die het ervaart, of sterker nog: Geluk ontstaat in de ziel die zich er voor openstelt” waar is, dan zullen de wegen naar geluk ook per persoon heel verschillend kunnen zijn.
Maar er lijkt wel iets te zeggen over de stappen waarin aandacht zich kan ontwikkelen tot een verbinding die geluk oplevert.
Wanneer het gaat om aandacht voor een levensvorm dan is een mogelijke vorm van escalatie:

aandacht > interesse > betrokkenheid > empathie > verbinding > verbondenheid > geluk

Als het gaat om aandacht voor een zaak kan het langs deze weg verlopen:

aandacht > interesse > nieuwsgierigheid > onderzoek > begrip > voldoening > geluk

En wanneer we dan die verbinding en verbondenheid ervaren dan is het niet te vermijden dat we een vorm van liefde hebben ontdekt waarvan moeilijk is vast te stellen of het nu liefde is die wij geven of ontvangen of dat dit misschien bij dit soort liefde hetzelfde is.
Dat is een vraag waarop ik graag reacties zou willen krijgen.

Hoewel de beschreven en mogelijke andere  routes door iedereen zelf gezocht moeten worden is er wel iets bekend over patronen die bij veel mensen helpen.
Een daarvan is het volgen van rituelen.
Ik had de illusie dat zelf uitgevonden te hebben toen ik met mijn gezin de vakantie doorbracht in zo’n bungalow park waar wel een open haard was maar geen afwasmachine.
Toen ik me realiseerde dat ik eigenlijk met een reinigingsritueel was in plaats van een corvee werd het ineens zinvolle prettige bezigheid die ik voor de mensen waarmee ik de maaltijd deelde uitvoerde en ervoer ik en passant dat dat warme water best prettig aan mijn handen was.

Bestaande rituelen zeiden mij niets maar persoonlijke rituelen waren zinvol en maken nu een vast onderdeel van mijn innerlijke gereedschapskist uit, bijvoorbeeld op de twee dagen per week dat ik het ik voordeeg maak en bij het bakken van die broden op de twee dagen daarna.
Maar tijdens het schrijven van dit essay stuitte ik op een artikel op de Amerikaanse website Vox, getiteld: Why we need rituals, not routines; How rituals can help you approach basic tasks more mindfully. door Terry Nguyen’.

How rituals encourage mindful living – Vox

Zelf wist ik 19 jaar werkzaam te zijn in een bureaucratie zonder depressief te worden door me te focussen op de behoeften van de mensen die met mijn product (applicaties) moesten werken en dat dat product daarom perfect moest zijn en lukte het mij vrijwel altijd om buiten de managementlagen boven mij om in samenspraak met de gebruikers vast te stellen wat zij er graag in wilden hebben.
Het is jammer dat dit voor veel ambtenaren niet mogelijk is omdat ze voor gebruikers buiten de organisatie werken. Want er zijn echt genoeg ambtenaren die zich zelf zien als civil servant.

Een andere ‘techniek’ die voor mij werkt is om niet alleen de schepsels maar ook de dingen waarmee ik contact heb te voorzien van een denkbeeldige ziel.
Niet dat zij daar iets van merken, maar het zet mij automatisch in een houding van op zijn minst respect, en het maakt die contacten daardoor ook meteen interessant en waardevol.
Ook het ogenschijnlijk meest stomme ding in je huis is gemaakt door een mens, of door tussenkomst van een mens, of ontstaan door de natuur, met alle verhalen die daar aan vast zitten.

Refrein  

Een groot deel van ons bewustzijn begint met waarneming.|
Waarneming die kan leiden tot aandacht.
Aandacht die kan leiden tot betrokkenheid.|
Betrokkenheid die kan leiden tot empathie.
Empathie die kan leiden tot liefde.

En liefde is misschien wel een ander woord voor geluk.
En als dat zo is dan kan er dus niet zoiets bestaan als een ongelukkige liefde.

Het idee van een ongelukkige liefde bestaat alleen maar als je liefde voor iets of iemand ziet als iets dat beantwoord dient zijn door een gelijke liefde voor jou.
In zo’n geval is er eerder sprake van een onvervuld verlangen, of zoals Stefan Zweig zo mooi zegt, Ungeduld des Herzens.

In ons door consumptiedrang vervulde tijdperk wordt liefde in de eerste plaats geassocieerd  met wederzijdse liefde, maar er zijn tal van vormen waarin wij liefde beleven die niet beantwoord wordt. In rouw bijvoorbeeld, in liefde voor een dier, voor het landschap, voor een romanfiguur.

Geluk is (net zoals dat andere product van de geest, informatie) iets dat meer wordt door het te delen en bevrijd is van alle materialistische behoudwetten.

Roland Holst dichtte het al voor het monument op de Dam.

Nimmer, van Erts tot Arend, was enig schepsel vrij onder de zon, noch de zon zelve, noch de gesternten. Maar Geest brak Wet en stelde op de geslagen bres de Mens.

 


%d bloggers liken dit: