Archive for oktober, 2013

Gelukkig in Holset V; Drie culturen onder één dak

donderdag 24 oktober, 2013

Die drie culturen onder één dak hebben niets te maken met het drielandenpunt hier om de hoek en ook niet met de Euregio waar ze het hier vaak over hebben.

Het gaat over drie verschillende families bacteriën, die hier logeren en voor mij respectievelijk zuurdesem, yoghurt en zuurkool bereiden.
Het is een behoorlijk genoeglijke bezigheid om deze drie te onderhouden.
De zuurkool beestjes zijn het minst veeleisend. Eigenlijk hoef ik alleen maar te zorgen dat het waterslot op het zuurkoolvat gevuld blijft en dan moet er over nu een week of vier zuurkool zijn. Mijn moeder die in het land van de zuurkool bij uitstek opgroeide, citeerde wel eens een lokaal gezegde: Wer auf Gott vertraut, und sich Kappes klaut, der hat im Winter Sauerkraut.
Kappes is in het platduuts spitskool, maar ook hier in de buurt is het woord niet onbekend, Zoals Wikipedia zegt:
Mèt kappes wirt in deile van Limburg ‘ne sjpitskeuël bedoeld. ’t Woord kappes is aafgeleijd van ’t Latiense woord caputia of capitata wat keuël of “Witte keuël” beteikent.

In onze zuurkool is echter geen gewone spitskool gegaan maar Filderkraut. Dat is een variëteit waarvan de bewoners van het Fildertal nabij Stuttgart denken, dat hij het daar alleen maar goed doet.  Nou, dat is niet het geval. Hier heb ik ook Filderkraut gezaaid en dat werden forse kolen. Waarschijnlijk omdat het hier ook Löss grond is.
Dus stonden we op de dag dat daar het Filderkrautfest 2013 uitbundig gevierd werd hier ook kolen te schaven. Het vat van 16 liter dat wij in Beegden gekocht hadden, bleek een beetje te klein voor de 14,6 kilo kool, omdat we dachten dat 2 kilo kool geschaafd in 1 liter zou passen. Dus het is even afwachten.

De zuurdesem kolonie is een vastere klant. Dagelijks wordt deze bijgevoerd en ik heb nu een stabiele cultuur op roggemeel.
Het mooie van zo’n stabiele cultuur is dat hij steeds beter wordt. In het begin ruikt en smaakt hij alleen maar zuur, maar naar een week ontstaat er al een nootachtig bouquet.
De belangstelling voor zuurdesem ontstond omdat ik al jaren de ambitie had om een stokbrood te bakken zoals dat met name door God in Frankrijk bedoeld is, maar omdat dit een zeer lastig proces is schoof ik het voor me uit.
Het was me duidelijk een paar dingen essentieel zijn voor echt stokbrood. Bloem van harde tarwe zonder bijvoegingen, zuurdesem, stoom en geduld.
Op stoom na, allemaal schaarse producten. Uiteindelijk vond ik – nota bene in Rotterdam – een bakker die mij Tradition Française wilde verkopen en kon het experiment beginnen, en begon het het oefenen van zuurdesem en geduld.
Het eindpunt is echter nog niet bereikt. Wat ik maak ziet er uit als een stokbrood, ruikt als een stokbrood, heeft al enigszins de korst van een stokbrood, maar nog niet het kruim. Door stiekem wat gist te gebruiken komt er wel meer lucht in, maar dat mag officieel niet en in sommige dingen kan ik heel steil in de leer zijn.
Maar de vorderingen in het kweken van geduld zijn niet helemaal ontmoedigend. Soms denk ik wel eens , dat ik als ik nog heel lang leef, wel eens een ontspannen vriendelijke oude baas zou kunnen worden, maar ik vraag me af om de mensen me dan nog wel zouden herkennen.

Die yoghurtmakerij heb ik in Rotterdam ook al een tijdje bedreven, maar onlangs weer opgevat omdat er hier steeds vaker met muesli wordt ontbeten. En het kopen van yoghurt in een supermarkt een bezigheid is die me elke keer weer uit m’n humeur brengt, omdat het aanbod van 83 verschillende soorten yoghurt voor mij een symbool is van de verspillende waanzin van onze manier van produceren.
Rustig Beus. Daar heb je nu geen last meer van.

Het was weer even oefenen, voordat het werkte zoals ik wil. Wat ik geleerd heb, is dat je geen extra houdbare melk, Duitse melk of melk van de Aldi moet gebruiken. Misschien is het de microfiltratie, maar op de een of andere manier krijg je dan yoghurt waarbij de vaste stof zich splitst van de wei.
Wil je dikke yoghurt, dan moet je ook dikke yoghurt als starter gebruiken. Er zijn in Bio-winkels ook poedertjes te krijgen als starter, maar daar vragen ze vaak woekerprijzen voor.

Er zit nog een andere vrolijke kant aan het yoghurt verhaal:
Destijds (in de Rotterdamse tijd)  was ik tijdens een vakantie in Aken tegen een yoghurtmaak apparaat aangelopen van het merk Krups. Het is een thermostatisch geregeld warmhoudplaatje met zes potjes die zo groot zijn dat als je een zo’n potje met yoghurt toevoegt aan een liter melk je weer precies die zes potjes kunt vullen.
Nu dacht ik af en toe, als er maar nooit eens een van die potjes sneuvelt. En dat had ik misschien beter niet kunnen denken, want dat was precies wat er gebeurde.
Dus ik aan het rekenen, “vijfde zesde liter melk, dat is….” Kortom een heel gedoe, maar toen gebeurde het wonder: Ineens had ik weer zes potjes.
Dat gebeurde na een mysterie. Ik had een potje waarin bakgember had gezeten in de afwasmachine gezet en de volgende dag alleen maar het dekseltje teruggevonden. Alle huisgenoten die ik pleeg te beschuldigen als ik iets kwijt ben, ontkenden bij hoog en bij laag een glazen potje in de glasbak verzamel tas of erger gedaan te hebben, dus bleef de poes als enig verdachte over. Maar die zweeg ook in alle talen.

Een dag later zag ik het verband: Het gemberpotje was gereïncarneerd als yoghurtpotje!
Bewaren die dingen dus.
Vandaag was ik voor het eerst helemaal tevreden over de yoghurt. Gemaakt van volle melk, yoghurt op Turkse wijze en ik heb na het pasteuriseren van de melk twee eetlepels magere melkpoeder in de nog warme melk opgelost.

Al met al begint het leven hier behoorlijk te lijken op het leven zoals ik het me had voorgesteld.
Het is een dubbele herfst. Die van mijn leven en momenteel die van het jaar.

Buiten deze biologische dingen is er de afgelopen weken ook druk ingemaakt, gegeleert, gemoest, gedroogd en gebakken.
Wie die heerlijk kinderboekjes van de Bramenbuiurt serie kent, kan zich voorstellen welk gevoel zich in dit huis soms van ons meester maakt.

Advertenties

Niet beschrijvend ervaren; kan dat?

donderdag 17 oktober, 2013

Het is de meesten van ons maar zelden (en sommigen misschien wel nooit) gegund iets mee te maken waar je totaal in opgaat.
Ik bedoel een ervaring waarbij er geen scheiding meer is tussen jou en wat je meemaakt en wat of wie de aanleiding is tot die ervaring.

Wat wel met een beetje geluk redelijk vaak kan voorkomen is dat je zo in je bezigheden opgaat dat je de tijd vergeet, Een prettige ervaring die wel ‘flow‘ genoemd wordt. Maar dat is niet wat ik bedoel. Je bent dan nog bewust met het onderwerp van je bezigheden bezig, en dat kan van alles zijn van koper poetsen tot programmeren, van het tekenen van een duinlandschapje tot erwten doppen. Ondertussen weet je wel wat je doet. Neem je voortdurend beslissingen, maak je voortdurend bewuste keuzes.

Het gaat om meer. Ik zal proberen een paar belevingen aan te geven die in de buurt komen.
Dat je wandelt in het landschap op het schilderij dat je zo-even nog als toeschouwer aan het bekijken was.
Dat het toneelstuk of de film waar je naar het kijken was iets wordt wat zich nu afspeelt in het leven waar jij ook deel van uitmaakt.
Dat je de ik-figuur bent geworden in het boek dat je leest.
De momenten waarin je ontsnapt aan het toeschouwer zijn , maar dat je onderdeel bent geworden.

Afhankelijk van de situatie waarin dit gebeurt en de persoon die je bent kan zo’n ervaring een moment van vervoering opleveren, maar het kan ook een angstaanjagende ervaring zijn of een genezende, een troostende, of een verlichtende of iets tussen dit alles in. Het kan maken dat je je verbonden voelt met het heelal en dus eigenlijk net zo groot bent, of dat je zo klein voelt als een zandkorrel in een woestijn onder de sterrenhemel. Of dat je tot het onthutsende inzicht komt dat beide het geval zijn.

Maar al die belevingen hebben met elkaar gemeen dat je verbonden bent.

Nu is het, meen ik, een vrij algemene behoefte van mensen om ergens mee verbonden te zijn:
Met een ander persoon, met een groep, met een god, met een ideologie, of met een een andere abstractie zoals nationaliteit of cultuur. En het kan variëren hoe vaak en hoe lang en hoe diep we die verbintenis willen laten zijn.

Wat dat betreft vertonen we hierin het zelfde patroon als waar het gaat om onze behoefte aan vrijheid.

Dat is niet zo tegenstrijdig als het lijkt, want we hebben beiden nodig. Niet naast elkaar, maar om elkaar te ontdekken te ervaren en te waarderen.

En net als met vrijheid lukt het ons niet altijd om de gewenste vorm van verbonden zijn te bereiken.

Wat staat ons eigenlijk in de weg, waarom is zo’n onderdompelende ervaring niet op afroep beschikbaar?

Laten we eens wat proberen:

Ik vermoed dat er in elk geval twee belemmeringen een rol spelen: Onze taligheid en ons ik-bewustzijn.

De beschrijvende waarneming

We doen het gelukkig niet hardop, maar we zijn wel geneigd om onze omgeving waar te nemen als en verzameling of een stroom van objecten en/of processen. En vrijwel al die objecten en processen kunnen we van een of meer labels voorzien. We zien mensen, waarvan sommigen een naam hebben anderen geen naam maar wel herkend worden, sommigen een gekende functie hebben. We zien dingen met wisselende eigenschappen. Het kan hard of zacht regenen. Praktisch alles wat we zien heeft een naam, een betekenis een functie en kan een gevoelsmatige lading hebben: bruikbaar, nuttig, van mij of niet van mij, bereikbaar, nutteloos, bedreigend, onduidelijk, interessant.
Ons waarnemen is bewust,  benoemend en categoriserend. En daarmee beheren, zo niet beheersen we onze omgeving, en sluiten we ook verrassingen mij of meer uit.

Het Nederlandse woord tuin is afgeleid van het woord ‘tuun’ dat omheining betekende. Later is dat het woord geworden voor het gebied binnen die omheining.

Het ik kan je ook zien als een tuin.
Maar wat is ik eigenlijk? Het is de negatie van alles wat niet ik is. Van al het omringende. De wereld (ook wel de buitenwereld genoemd) is iets wat om je heen, buiten je zelf is.Het ik is dus een afgezonderd, omheind domein, waarbij het ons ontgaat dat dit omheinde tevens de omheining vormt, zo niet de omheining is.
Zolang we ik zijn, zijn we geen geheel met de rest.

Je mag dus veronderstellen dat er in ieder geval twee wegen zijn die je zou kunnen beproeven om dichter bij een onderdompelende ervaring te komen:
De taal het zwijgen op te leggen en je ik op stand-by te zetten.
Ga er maar aan staan.

De ironie van dit verhaal is dat het hierna probeert te beschrijven hoe je tot een niet beschrijvende vorm van waarnemen kan komen. Maar mime werkt nu eenmaal niet in dit medium.
Op en verjaardagsfeestje (als je daar ooit al komt) werkt de volgende techniek niet. Maar op een wandeling of tijdens een rustpauze in die wandeling valt het te proberen om je omgeving niet te zien als een landschap maar als een vorm of een verzameling vormen.

Als dat niet lukt, neem dan een kleiner stukje, een boom, een veldje, een stukje van een helling, of kijk naar de schaduwplekken tussen het gebladerte. Probeer je gevoel te verplaatsen naar die ruimtes die niet-boom zijn.
Stilte om je heen zal hierbij helpen, zoals stilte überhaupt helpt.
Lastiger is het om de ik-illusie uit te schakelen. Zeker omdat wij mensen het idee hebben dat wij dat ik zijn. Dus als dat ik verdwijnt, we er zelf ook niet eer zijn. Dat zou bijna zoiets zijn als sterven.
Maar dit is een zelfbegoocheling. Als de ik-gewaarwording verdwijnt, verdwijnt alle maar de heg om de tuin. Maar de tuin is er nog steeds, alleen het is niet meer zo duidelijk waar die ophoudt en de natuur begint.

Niet te min valt het niet mee om dat ouwe trouw  af en toe wat opdringerige ik in de pauzestand te zetten. Het is denk ik ook niet iets wat je van de ene op de andere dag zal lukken.

Wat misschien zal helpen, is om aan die tuin metafoor te blijven denken.
Of je kunt proberen de ruimte in dat beeld te vervangen door de tijd.
Jouw tuin is dan jouw leven; een stukje in de tijd.

En hiermee zijn we terecht gekomen in het vorige artikel.
Als je jouw leven sub species aeternitatis beziet, is de heg van de tuin.
Het hek van de dam.


%d bloggers liken dit: