Archive for the ‘Uncategorized’ Category

De maaiveld mythe

vrijdag 3 juli, 2009

U kent ze wel, die mensen die regelmatig klagen dat ‘als je hier je kop boven het maaiveld uitsteekt, het er onmiddellijk afgemaaid wordt”.
Als ik  naga welke mensen ik dat in de loop van de tijd heb horen roepen, dan valt het me op dat die mensen een aantal dingen met elkaar gemeen hebben.
Dat is niet in de eerste plaats dat ze verongelijkt zijn.
Naar mijn schatting is minstens 70% van de Nederlandse bevolking verongelijkt.
Dat tevens 70% van die zelfde bevolking zegt gelukkig te zijn lijkt vreemd, maar is niet onmogelijk.
Dat kunnen die 30% niet-verongelijkten zijn en 40% uit die groep van verongelijkten die genieten van onbegrepen zijn. Even rekenen 40% van 70% dat geeft 28% Nederlnders met een enigszins masochistische inslag.
Maar tilt u hier niet te zwaar aan. Die geluksscore berust op onderzoek en die verongelijktheidscijfers zijn maar een inschatting van mij.

Wat wél opvallend is, is dat die maaiveldklagers nooit behoren tot de bevolkingslaag  onder het maaiveld. En dat het veelal ondernemers zijn en dat ze zelden tot het meest linkse volksdeel behoren. Dat ze de meeste overheidsbemoeienis zien als een domme zo niet vijandige actie tegen mensen zolas zij, waar de maatschappij het van moet hebben.
En dat ze nooit met concrete voorbeelden komen waneer en waar er dan koppen gerold hebben.

Het bleek ook weer eens op de Dag van de Nationale Dialoog die op 25 juni in Den Haag werd gehouden naar aaneliding van de uitkomsten van het bevolkingsonderzoek 21minuten 2009.
Daar kwam de volgende deeluitkomst ter sprake:

Daarop werd terecht uit de zaal op gereageerd met de observatie dat respect voor gezag en informele omgang elkaar niet in de weg hoeven te zitten. Wat door de spreker van het onderzoeksbureau toegegeven werd.

Het verslag van 21minuten concludeerde op basis van deze uitkomst:
“De Nederlander wenst een egalitaire samenleving: bescheiden, solidair en gezagsgetrouw”.

Later werd daar in een door Felix Rottenberg geleide paneldiscussie nog een een schepje bovenop gegooid en ja hoor het maaiveld kwam weer eens ter sprake.

Toen Sir Isaac Newton geprezen werd voor zijn schitterende bijdrage aan de wetenschap, was zijn bescheiden antwoord: “Ik stond op de schouders van reuzen”.
Mij dunkt dat je – als je op de schouders van reuzen staat – een flink end boven het maaiveld uit steekt.
Maar dat het antwoord van Newton aantoont, dat dit voor een werkelijk grote geest geen beletsel voor bescheidenheid hoeft te vormen.

Later in een groepsdiscussie kwam de eerst veronderstelde tegenstelling respect voor gezag versus informeel ook nog eens ter sprake. Daar werd naar aanleiding van een vermeende generatie tegenstelling beweert dat er in jeugdbendes intern juist enorm veel respect bestond.
Waaruit maar blijkt dat respect snel wordt verward met discipline, en gezag met autoritair gedrag.
Maar ja, dat kon ik mijn mede-activisten in de Provo tijd al niet uitleggen, dat er niets mis is met gezag, zolang dit op kundigheid berust.

We miscommuniceren verder, mensen.

Gemengd zwemmen

donderdag 2 juli, 2009

Toen ik het teletekst bericht gelezen had, moest ik denken aan een grapje dat ik enkele tientallen jaren gelden hoorde.
Een wethouder van een dorpje op de Veluwe werd door een journalist aangesproken op de bekrompenheid van zijn gemeente.
De wethouder weersprak dat. “Nou, dat valt best mee hoor, zo kan er bijvoorbeeld eens per maand gemengd gezwommen worden”.
“Zo,” zei de verslaggever licht verbaasd, “daar zullen de jongens en meisjes dan wel veel gebruik van maken!”
“Jongens en meisjes?” reageerde de wethouder onthutst, “Nee,het bad is dan open voor zowel Nederlands Hervormden als Gereformeerden”.

Gelijk de verslaggever, reageerde ik blij verrast toen ik de kopregel “Inburgeringsklas alleen nog gemengd” las.
Ik had namelijk zo mijn twijfels over die opvolger van Vogelaar. Maar het leek mij een uitstekend idee om autochtone en allochtone  Nederlanders die moeite met onze zeden en gewoonten hebben tezamen voor te houden hoe we de boel hier een beetje gezellig houden.
Maar het bleek anders te liggen.

teletekst

Van der Laan lijkt niet bekend te zijn met het emanciperende effect dat tijdens de tweede feministische golf door honderden vrouwenpraatgroepen bevestigd werd.
Hij laat het uitzoeken. Maar voorlopig moeten ze maar een voorsprong nemen op zijn gelijk.

Een andere normen en waarden discussie s.v.p.

dinsdag 9 juni, 2009

Ik vrees dat veel mensen de opsomming normen en waarden opvatten als een zelfde soort opsomming als potten en pannen, of gooi- en smijtwerk. En dat terwijl normen en waarden volstrekt verschillende begrippen zijn.

Hoe kom ik op het idee dat mensen normen en waarden als soortgelijke begrippen zien? Door de volgorde waarin ze doorlopend genoemd worden: eerst normen en dan waarden.
Wie zich echter realiseert wat de betekenis van die woorden is, zou eerder spreken van waarden en normen.

Is dit nou taalkundige muggenzifterij?
Ik vind van niet. Ik kan best op z’n tijd met plezier een mugje of wat ziften, maar als we het over normen en waarden hebben, dan hebben we het over begrippen die van een enorme maatschappelijke betekenis zijn, en dan dient de discussie daarover in heldere termen gevoerd te worden. Dat wil zeggen dat iedereen zo veel mogelijk het zelfde bedoelt als hij een bepaalde term gebruikt.

Daarom eerst een definitie van waarde en van norm:
Als we het over waarden hebben, dan hebben we het over essentiële overtuigingen van mensen.
Als we het over normen hebben, dan hebben we het over aanbevelingen zo niet voorschriften gericht op samenlevingen.

Als een groep mensen dezelfde waarden gemeen hebben, dan is er er kans dat in die gemeenschap die waarden tot norm verheven worden.
Dat is op zich zelf een begrijpelijk en meestal positief verschijnsel. Er kunnen dingen uit voortvloeien als de Conventie van Genève, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, of het Non-Proliferatie Verdrag.
Maar ook profane zaken zoals de standaardisering van het formaat van een velletje briefpapier, wat ook weer tot passende formaten van bureauladen, ordners en printers leidt.
Anderzijds kan het normeringsproces er ook toe leiden dat een samenleving tot Joods-Christelijk wordt verklaard en dat op basis daarvan andere levensovertuigingen als niet passend in die samenleving worden ervaren, om het maar eens heel mild uit te drukken.

Het is duidelijk dat er in een samenleving spanningen ontstaan als een beduidend deel van de individuen binnen een samenleving (en dat hoeft beslist geen meerderheid te zijn) verschil ervaart tussen de waarden die zij koesteren en de normen waar de maatschappij van uit gaat.

Ik heb de indruk dat bestuurders, overheden en politici in zo’n situatie in eerste instantie geneigd zijn dan naar de normen te kijken.
Afhankelijk van hun aard of de ideologie die zij aanhangen zullen ze dan kiezen voor een gedoogbeleid (als voorloper van formele bijstelling van de norm) of juist aandringen op een betere controle op de naleving.
Waarschijnlijk leeft er bij bestuurder een geloof dat men door normering waarden kan veranderen.
Het is waarschijnlijk hetzelfde misverstand dat er toe leidt dat je op een flap-over reorganisaties kunt ontwerpen.
Het is waarschijnlijk ook hetzelfde misverstand wat politieke partijen na een verkiezingsnederlaag doet uitzien naar een nieuwe campagneleider, want (“kijk mij, hand in eigen boezem”) wij zijn er wederom niet in geslaagd onze boodschap helder over te brengen.”

Nu kan ter verdediging van deze bestuurders worden aangevoerd dat het ook niet mogelijk is om met bestuursmiddelen (innerlijke) waarden van mensen te veranderen.
Andersom kan dit wel degelijk. Er zijn tal van gevestigde opvattingen nu die hun beslag in maatregelen hebben gekregen, die enkele decennia geleden als onmaatschappelijk of zelfs anti-maatschappelijk werden ervaren. Maar waar de overtuiging van enkelen overgebracht op meerderen uiteindelijk tot een dusdanige maatschappelijke beweging leidde, dat de overheid ‘om ging’.
Men denke aan de gelijkberechtiging van vrouwen, het homo-huwelijk, abortuswetgeving, erkenning van de milieuproblematiek en de eindigheid van grondstoffen voorraden, de standpunten ten aanzien van nucleaire bewapening.

Waarden kunnen dus wel degelijk veranderen en zelfs tot bijstelling van normen leidden, maar dat is blijkbaar geen van bovenaf geleid proces.
Kunnen bestuurders en politici dan nog wel iets anders doen dan afwachten?

Ik heb ooit een boekje geschreven dat “De demokratisering van het geluk” heette. Dat was natuurlijk een titel die bedoeld was om te prikkelen, want hoe zeer ik ook in verandering geloofde (en geloof), ik besefte wel degelijk dat geluk niet te distribueren valt, maar dat je wel degelijk veel kunt doen om dusdanige voorwaarden te scheppen, dat geluk kan ontstaan.
En als je me zou vragen welke voorwaarden zijn dat dan, dan is mijn eerste impuls om te zeggen: vrijheid, kennis en inzicht.
Maar hoe zeer het thema me ook aan het hart gebakken is, het gaat hier niet over geluk. Het gaat hier over waarden.

Waarden horen we vaak genoemd worden in de combinatie ‘maatschappelijke waarden’ en dat is een beetje een dubbelzinnige term, want je zou ‘maatschappelijke waarden’ kunnen opvatten als de set van waarden die door ‘de maatschappij’ voorgestaan worden.
Maar dat is geen bruikbare interpretatie, want het is niet te definiëren wat ‘de maatschappij’ vindt. Zijn dat de ‘mensen in het land’ van Wiegel, de hardwerkende mensen van Rutte, is dat de zwijgende meerderheid van Wilders, wakker Nederland van de Telegraaf, de linkse kerk van Fortuyn, of de gemiddelde BN-er.
Allemaal ideologisch bepaalde etiketten.
Alleen individuele mensen hebben overtuigingen.
Maatschappelijke waarden betekent daarom voor mij waarden die maatschappelijk zijn. Dus waarden die aan het algemeen belang meer waarde toekennen dan aan het persoonlijke belang.
Natuurlijk is mij ook bekend dat het hemd nader is dan de rok. En dat houdt ook in dat mijn concrete keuzes soms en misschien wel vaak meer door het belang van mijn gezin worden ingegeven dan door dat dat van de maatschappij, maar dan heb ik het over gedrag, en dat wordt behalve door waarden ook gestuurd door instincten.
Een van de kenmerken van een stabiele samenleving is echter dat onze instincten getemperd worden door (maatschappelijke) waarden en daarom is heet van belang om condities te scheppen waarin het besef van die waarden kan groeien.

Laten we een beetje concreet worden
Hoe zorg je er voor dat mensen zelf een maatschappelijk waardenbesef ontwikkelen?
Het helpt natuurlijk als je van huis uit een sociale instelling meekrijgt en je in een omgeving terechtkomt waar men prettig met elkaar omgaat, maar niet iedereen is zo gelukkig.
Als zoals ik vermoed ook bij het ontwikkelen van waarden vrijheid, kennis en inzicht een rol spelen zou je ook aan het onderwijs  moeten denken.
Nu hoor ik mensen in het onderwijs al zuchten als ze alweer met een taak worden opgezadeld, maar als

  • er minder lessen uitvallen,
  • scholen net zo belangrijk voor de maatschappij worden gevonden als banken zodat er daar een enorme kapitaalsinjectie wordt gegeven om kleinere klassen en meer goed toegeruste docenten te krijgen
  • en er ook iets hogere eisen aan de leerlingen worden gesteld

dan moet het toch mogelijk zijn om kinderen kennis te laten maken met kunst in gratis toegankelijke musea en bibliotheken, met de natuur in een gratis school- of volkstuin en met de verbluffende mogelijkheden van hun eigen denken in de filosofie les.
Laat leerlingen van groep zes van het basisonderwijs  of van de brugklas maar eens twee uur met elkaar aan de slag gaan om uit te vinden wat een bruikbare omschrijving van vrijheid is.
Zou dat niet weer opleveren dan een seizoen Sire of Postbus 52 spotjes?

Je hebt dan in ieder geval een beginnetje.
Net zo belangrijk als het scheppen van een stimulerende omgeving, lijkt me een het scheppen van een klimaat dat sociale motivatie in stand houdt.
Dat betekent dat minder sociaal gedrag niet alleen bij de zwakkeren van de samenleving maar ook bij de sterkeren wordt aangepakt. (En niet alleen maar wordt betreurd).

Ik denk dat het te veel gevraagd is om politici te vragen om in het vervolg eerlijk hun fouten en vergissingen toe te geven, maar je zou van de journalistiek wel wat meer mogen verwachten.
Volgens een bekend groothandelaar in Angst hebben we in dit land een linkse journalistieke elite.
Mmmm, als dat zou kunnen.
Ik verbaas me vrijwel dagelijks grenzeloos hoe geïnterviewde gezagsdragers er mee weg komen om een heldere vraag te laten verdwijnen in een wolk van opportunistische woordenpuree.
Zoals ik me ook verbaas over de volstrekt chaotische discussies die presentatoren die toch genoeg verdienen om eens een cursus gespreksleiding te volgen aan ons voorschotelen.
De discussies voorafgaand aan de Europese verkiezingen waren wat dat betreft een dieptepunt.
Niet alleen schreeuwt vrijwel iedereen door elkaar, maar er worden ook volstrekt diametrale ‘feiten’ in de discussie getolereerd.
Kijk, als de een zegt Europa is goed voor Nederland, en de ander zegt nee, Europa is juist hartstikke slecht voor Nederland, dan moet je dat accepteren omdat het over interpretaties gaat, en kan je hooguit vragen of ze eens uit willen leggen waarom ze dat vinden.
Maar als in dezelfde uitzending de correspondent in Brussel uitlegt dat niet ingeschreven parlementsleden geen spreektijd krijgen en een fractieleider even later zegt dat dat ze wel spreektijd krijgen, dan verwacht ik dat de presentator de discussie even schorst en boven tafel haalt wie er nou eigenlijk gelijk heeft.
Als in dezelfde uitzending fractieleider A zegt ik wil niet met u samenwerken omdat u tegen x, y en z heeft gestemd, en fractieleider B zegt dat dat niet zo is, dan verlang ik eveneens van de presentator dat hij opheldert wat hiervan wel en niet waar is.
Ik verwacht van interviewers dat ze niet los laten, en beleefd zeggen, dat was een prachtig antwoord op een vraag, die ik niet gesteld heb, maar geeft u nu alstublieft antwoord op de vraag die ik wel stelde. En als dat niet helpt. Het spijt me maar ik begreep uw antwoord niet. Volgens mij is deze vraag in alle logica maar op twee manieren te beantwoorden, namelijk… enzovoort. En als dat ook niet helpt dat je de dan de geïnterviewde wegstuurt wegens obstructie.
Ook wacht ik met smart op een televisie programma waarin uitspraken van politici van alle richtingen die zich te buiten gaan aan politpraat  geprojecteerd worden en vervolgens zin voor zin ontleed worden op betekenis, on-betekenis en suggestie.

Welkom in de DDR

maandag 6 april, 2009

ddr

Sinds enige tijd hangt niet ver van mijn huis  dit bord aan de gevel van een straat met huurwoningen. En ik stond enige tijd te stuiteren van verbazing toen ik dit las.

Maar die verbazing was goed beschouwd een kwestie van vergeetachtigheid, want in deze stad van Bordewijk schuwt men het spierballenvertoon allerminst. Bij mijn weten was men hier het eerst met preventief fouilleren, heten de straattoezichthouders hier mariniers, gold of geldt hier een inkomensgrens om je in een bepaalde wijk te mogen vestigen, en vond een LPF- wethoudster het wel een aardig idee om slechte ouders te verplichten tot een abortus als ze verdorie weer zwanger waren. Dit laatste ging toen nog niet door,  maar het is inmiddels al een idee geworden waar je in elk geval over kunt nadenken.

Wat is er toch gebeurd met Rotterdam wat zo’n toffe stad was, toen ik me hier in 1982 vestigde. Wat een verschil toen, met mijn geboortestad Amsterdam waar  chagrijn en verongelijktheid een paar decennia eerder toesloegen dan hier.

Waarom is hier zo voetstoots gecapituleerd voor de geest van Pimpopulus?

Misschien ligt het niet aan Rotterdam, maar is dat verongelijkte sentiment iets wat zich geleidelijk over ons hele land aan het verspreiden is.
Een sentiment dat altijd naar de ander wijst;  de buren, de zakkenvullers, de polletiek, de moslims, maar zelden de blik kritisch naar binnen richt.
Een sentiment dat zich concentreert op wat er allemaal mis is en zelden ideeën oplevert om het beter te doen, anders dan een weg-met-hun oplossing.

Natuurlijk kan een stadsbestuur zo’n tij ook niet keren.
Maar met zulke borden zal je zeker niets bereiken.

Ik zou het echt niet pikken als ze het lef hadden om zoiets aan de muur van mijn huis te schroeven.
Maar dat zullen de slimmeriken ook nooit doen, omdat het inderdaad de muur van mijn huis is.
Tegen een kwetsbaar iemand als een huurder durven de supermariniers echter wel, want onze wethouder/makelaar heeft een regeling bedacht waarbij je uit je huis gezet kan worden als je je niet gedraagt en je zelfs nergens meer aan de bak komt als je je blijft misdragen.

Nog even over de tekst op het bord zelf:
Overal wordt de wij vorm gebruikt terwijl er jullie bedoeld wordt.
Repressieve tolerantie noemden we dat in de zestiger jaren. Wie het voor het zeggen heeft zegt “Dan mag u hier even wachten” terwijl je natuurlijk moet wachten.

Dus groeten wij elkaar,  ja? Net als in militaire dienst.
En spreken wij elkaar hier op aan. Hoe effectief is dit concept dat burgers elkaar controleerden immers niet  gebleken in de DDR.
Zo wordt het nog wel wat in die stad van ons.
Blij nemen wij deel aan de straatactiviteiten.
Volksdansen onder leiding van Karagöz himself, op de wijze van samen kennen wij de Muzelman.

Geluk lacht ons toe…

Greet Hofmans leeft!

maandag 6 april, 2009

Greet Hofmans leeft en werkt bij de Nederlandse strijdkrachten, zo kunnen we vaststellen uit dit bericht op teletekst:

06 April 2009
Van Uhm: JSF-testtoestellen kopen
De commandant der strijdkrachten Van Uhm wil dat Nederland overgaat tot de aanschaf van twee JSF-testtoestellen.
Van Uhm noemt de JSF het beste toestel voor de laagste prijs.
Deze maand neemt de Kamer een besluit over de aankoop van de twee test-JSF’s.
Het is onduidelijk of een meerderheid voor is. De PVV en de linkse oppositie zijn tegen en de PvdA twijfelt.
Vandaag houdt de Kamer een hoorzitting over de JSF.
Van Uhm vindt het jammer dat hij daar niet voor is uitgenodigd. Hij zegt dat hij zich niet in het debat wil mengen en dat zijn opmerkingen slechts een militair advies zijn.

Wij gewone stervelingen die niet beschikken over een hulpje dat van boven ingefluisterd wordt, weten nog niet wat die beste prijs is en hebben testtoestellen nodig om vast te stellen of het ding inderdaad het beste is.