Archive for december, 2007

Hoezo, religie?

woensdag 26 december, 2007

In NRC Handelsblad van 22 december 2007 staat een interview met godsdienstsocioloog Meerten ter Borg voornamelijk over het zelfbedieningskarakter van de huidige religiositeit.

Niet onverwacht wordt in dat artikel de vraag gesteld “Wat is religie?” en Ter Borg antwoordt daarop:

“Ik definieer religie als datgene wat de mens helpt zich te verzoenen met zijn eindigheid door middel van iets dat boven de menselijke eindigheid lijkt uit te gaan…”

Dat is op het eerste gezicht al een opmerkelijke definiëring door het gebruik van het woordje “lijkt“. Het gaat hier dus niet om iets dat de menselijke eindigheid te boven gaat, maar iets dat dat alleen maar lijkt te doen. Een bewuste of onbewuste vorm van zelfbegoocheling dus.
Nu zou dat ene woordje lijkt nog toe te schrijven zijn aan een ‘vertalingsverlies’ wat in elk gesprek kan voorkomen, maar het vervolg van de alinea wijst wel degelijk in dezelfde richting:

“Die vertaling is wat breder dan het geloof in een god of een hogere macht. Religie is niet alles of niets. Mensen zijn niet voortdurend religieus, de meesten zijn het soms een beetje. Dan laten ze zich even meeslepen door iets waarvan ze geloven dat het een hogere werkelijkheid is.”

Hier verandert de definitie, het gaat hier niet meer om verzoening met de eigen eindigheid, maar om een hogere werkelijkheid, of liever gezegd iets waarvan ze geloven dat het een hogere werkelijkheid is.

Nu kan ik me van veel dingen voorstellen dat ze in hogere of lagere graad voorkomen, maar niet van werkelijkheid. Daar lijkt me maar één versie van te bestaan: de werkelijke.

Wat ik me trouwens afvraag, is hoe dat nu eigenlijk toegaat, dat definiëren van zo’n veelomvattend fenomeen als religie, dat enerzijds een zeer persoonlijke -dus subjectieve- ervaring is, maar tegelijkertijd zo doordrongen is van allerlei als absoluut ervaren connotaties.

Kan je daar van buiten dat gebied uit wel een geldige definiëring van geven?

Zelf leef ik in de overtuiging niet religieus te zijn.
Leid dit nu tot een van de volgende opties?

  1. Ik kan me dus niet verzoenen met mijn eindigheid?
  2. Die eindigheid is onherroepelijk en dus valt er niets te verzoenen.
  3. Ik verzoen me met mijn eindigheid met iets wat de menselijke eindigheid niet te boven gaat.

Geen van drieën gaat voor mij op.
Ik verzoen me wel degelijk met mijn eindigheid, en ik doe dat ook met iets dat de menselijke eindigheid te boven gaat. Maar wat niets met religie te maken heeft.
In een ander bericht heb ik al eens het volgende geopperd:

Van die trits materie, leven, bewustzijn samenleving zijn we dus allemaal onderdeel!
Je zou dus ’s ochtends op kunnen staan en zeggen:

Ik neem deel aan de schepping:

Ik ben opgenomen in de kringloop van de materie.

Ik ben een schakel in de keten van het eeuwige leven.

Ik ben een knooppunt in het web van kennis.

Ik weef een draad in het tapijt van de samenleving.

En in de opvatting die aan die uitspraak ten grondslag ligt vind ik de verzoening met mijn eindigheid.
Dat is geen religieus standpunt, ook al komt het woord schepping er in voor. In mijn wereldbeeld komt namelijk geen schepper voor.
Het berust op de mijns inziens verdedigbare waarneming van een ontstaansvolgorde van achtereenvolgens:

materie,
leven,
bewustzijn,
ethiek
en samenleving,

waarvan de laatste nog in een uiterst pril ontwikkelingsstadium verkeert. En dat geheel noem ik gemakshalve de schepping, waarbij ik aanteken dat die schepping nog steeds volop aan de gang is en wij daar ook aan deelnemen.
Met name aan het stadium van wat je de menswording of de maatschappijwording zou kunnen.
Twee begrippen die volgens mij uiteindelijk samenvallen.
Socialisme zou een aardig woord zijn voor dit mensbeeld maar die term is al in gebruik.

Het is best mogelijk dat het kaarsvlammetje van de medemenselijkheid nog vele keren dooft, misschien zelfs wel in stormen waar de tweede wereldoorlog een zuchtje bij was. Maar ik verwacht dat ethiek niet meer uit de evolutie kan verdwijnen.
Alleen al omdat het een voorwaarde is om de complexiteit van een groeiend stelsel van bewuste organismen aan te kunnen.
Je zou dit een geloof in een betere toekomst kunnen noemen, maar ik zie het als een extrapolatie van de geschiedenis.

En juist hier speelt de eindigheid van het individu ons in de kaart.

Stel je voor dat de menswording afhankelijk was van 800 of vooruit 800 miljoen mensen met het eeuwige leven. Dan zouden we afhankelijk zijn van een eindige genenbank.
En stel hier tegenover de luxe van een doordraaiend wiel dat niet alleen telkens opnieuw schattige baby’s oplevert, maar vooral kinderen die op een gegeven moment niet meer doorlopend (of helemaal nooit) naar hun ouders willen luisteren en de meest fantastische nieuwe wielen uitvinden. Welk een schat van voortschrijdend inzicht zal die stroom van telkens nieuwe verse bevlogen breinen opleveren. Over een paar miljoen jaar moet dit toch een aardige liefdevolle maatschappij kunnen opleveren.

Dus:
Leve de sterfelijkheid.
Eindigheid forever.

mailtobutton

Het ongelijk van Hans Teeuwen

maandag 17 december, 2007

Op YouTube is een filmpje te zien van waarschijnlijk een televisie uitzending waarin Hans Teeuwen, een cabaretier, ter verantwoording wordt geroepen door drie moslim vrouwen, bekend als De Meiden van Halal.
Aanleiding is een lied dat de cabaretier ergens op een openbare bijeenkomst (waarschijnlijk in Amsterdam) gezongen heeft en waarin diverse profeten op profane wijze genoemd worden en de genoemde vrouwen in verband worden gebracht met een seksuele activiteit.

De vrouwen vinden dat beledigend en vragen hem waarom hij zo graag beledigt.

Teeuwen rechtvaardigt zijn gedrag met drie argumenten:

  1. Het is leuk
  2. Er bestaat zoiets als een recht op belediging
  3. Religies moeten bespot worden, want zij claimen het monopolie op de waarheid te hebben en zij vormen daarmee een bedreiging van onze vrijheid.

ad 1:
Teeuwen zegt dat het leuk is en daarom is het dus leuk. Teeuwen heeft blijkbaar ook een soort monopolie op de waarheid. Maar blijkbaar twijfelt hij toch een beetje aan zijn eigen gezag, want zegt hij, hij heeft een ‘hoogwaardigheidsbekleder’, jaaah de burgemeester, zien lachen, nou ja zijn lachen zien tegenhouden.
Laat ik nu altijd gedacht hebben dat de hofnar de functie had de autoriteit van de vorst te ontkrachten in plaats van er zich achter te verschuilen.
Goed er moesten mensen lachen om Teeuwen.
Toen de vrouw van een voetbaltrainer een ernstige ziekte had, zongen supporters van een andere club een pesterig lied over een kankerwijf. Vonden ze leuk. Kan dus ook.

ad 2:
Het recht op belediging is uitgevonden door mensen met een onweerstaanbare behoefte om te beledigen. Die trend is al in de vijftiger jaren begonnen, zoals ik al eens in een eerder stukje heb beschreven. Maar het is iets van de laatste tijd om hier de term recht voor te gebruiken.
Voor mij is recht iets wat alleen maatschappelijk kan worden vastgelegd om vervolgens voor iedereen te kunnen gelden. Een persoonlijk uitgeroepen recht heeft geen geldigheid.
Ik ben het recht op belediging niet tegengekomen in onze grondwet.

ad 3:
Natuurlijk zijn er landen waar de overheersende interpretatie van een religie de vrijheid van andersdenkenden bedreigt, maar Nederland is niet zo’n land. Hier kunnen mensen met verschillende opvattingen nog naast elkaar leven, zolang de scherpslijpers hier tenminste niet de overhand krijgen.
Dat is niet altijd zo geweest. Toen het Christendom zo’n zeshonderd jaar geleden de zelfde leeftijd had als de Islam nu heeft, hadden ketters het een stuk minder gemakkelijk dan nu.
Maar ik geef toe in Teheran zou Teeuwen een hoop goed kunnen doen door een streng lied te maken over al die mannen die daar maar open bloot met hun baard rondlopen. (Een baard krijg je immers pas als je geslachtsrijp bent, en is dus schaamhaar). Maar Teeuwen zit hier.

Nu even een moeilijk stukje.
Wat vaak vergeten wordt in de hele waarden en normen discussie is dat er niet zoiets als een monolitische cultuur bestaat. We leven in een groot aantal verbanden waarin specifieke waarden gelden en bijgevolg specifieke normen worden aangelegd. Wat in een gezin geldt is anders dan wat op het werk of in de vriendenkring geldt.

In het publieke domein dat we delen met mensen met andere opvattingen dan de onze zullen we het eens moeten worden over wat wel en niet kan, wat mensen in hun privédomein vinden is voor een belangrijk deel alleen hun zaak.

Wie dit onderscheidt niet kan maken loopt het risico brokken te maken, niet alleen voor zichzelf maar ook ten nadele van omstanders die wel ruimte aan anderen kunnen geven.

Als drie vrouwen er voor kiezen om een bepaalde ingetogenheid in hun leefwijze te betrachten, dan is dat hun goed recht. Als iemand die dan op een opdringerige manier met zijn seksuele fantasieën confronteert dan is hij net zo onbeschaafd als iedere andere man die vrouwen met ongewenste intimiteiten lastig valt. Maar bovendien is Teeuwen laf door zich daarbij als een soort verdediger van het vrije Westen op te werpen.

mailtobutton

Potketelmuziek

zondag 16 december, 2007

De politieagenten willen meer loon. Terecht, ze doen nuttig en moeilijk werk en ondervinden daarbij niet altijd de waardering die ze verdienen. Hun wensen vinden bij de regering onvoldoende gehoor en daarom voeren ze actie. De burgemeesters van Amsterdam en Rotterdam vinden het daarom niet verantwoord om in hun stad twee eredivisiewedstrijden door te laten gaan.

Nu komt er een meneer van de KNVB op de televisie en die is daar pisnijdig over. Hij wil zich er niet mee bemoeien zegt ie, doet dat vervolgens toch en vindt dat de minister “die verwende kereltjes geen cent meer” moet geven.

Die representeert de organisatie die er voor zorgt dat een aantal met miljoenen euro’s verwende kereltjes (maar wel zijn verwende kereltjes) wekelijks tegen een bal en de tegenstander schopt zodat een horde bezoekers zo opgehitst wordt dat ze voor en na zo’n duel op elkaar in rammen of hier en daar een treinstel slopen.

Het doet me denken aan Balkenende die Bots geloofwaardigheid in twijfel trekt omdat die aan de krant vertelde dat Balkenende tegen hem had gezegd dat eerlijk je fouten toegeven iets voor de studeerkamer is, maar niet voor de politiek.

Een groot bestuurder is iemand met een scherp oog voor splinters in de ogen van anderen.

Leraar of goeroe

zaterdag 15 december, 2007

Het verschil tussen een leraar en een goeroe, is dat een leraar een vak heeft.
In dat vak geeft hij les en vaak wordt dat vak dan ook vermeld achter dat leraar. Men is hoogleraar economie of leraar boekbinden.
Nu weet iedereen die op school gezeten heeft dat er goede en minder goede leraren zijn. Maar dat goed of minder goed gaat dan vrijwel altijd over hun beheersing van het les geven. Niet over de beheersing van hun vak.
In onze maatschappij is het geven van les meestal goed georganiseerd en wordt de vakkundigheid van leerkrachten gegarandeerd door opleidingen en diploma’s.

Een goeroe wordt door de mensen die in goeroes geloven ook als leraar gezien.
Maar welk vak geven ze dan?
Je zou kunnen veronderstellen dat goeroes je iets kunnen leren over je bestaan, maar waar ligt dan hun meerwaarde? De goeroe bestaat inderdaad, maar jij ook.
Over het leven dan.
OK sommige goeroes leven op dit moment, maar ze gaan allemaal dood, dus wat dat betreft scoren ze net zo goed als jij en ik.

Om toch een verkooppunt te hebben, hebben goeroes het dus vaak over Iets met een Hoofdletter.
Verlichting bijvoorbeeld of Verlossing en wat dat inhoudt is meestal niet in twee of drie woorden uit te leggen.
Sommige type goeroes ( met name die die iets boeddhisme-achtigs in de aanbieding hebben) grossieren daarom in verhalen over wat het allemaal niet is. Een ander aspect van het aanbod van de goeroe is dat je verteld wordt dat het niet iets is wat je zomaar even oppikt. Nee, je zult er ontzettend je best voor moeten doen. Niet zelden wordt er ook een soort rangorde geschetst van niveaus van verlichting, verlossing of wat dan ook die je slechts door hard werken, mediteren, ontspannen, onthechten et cetera zult kunnen bereiken.

Nu moeten we ons even voorstellen dat we in de Kijkshop staan en daar een apparaat zien staan van € 1489,-. Het is een Multi-vipractor. De beschrijving van het apparaat is zodanig dat het niet duidelijk is wat je er mee kan doen. Wel is het duidelijk dat er een serieuze en langdurige inspanning van u vereist zal worden om er er resultaat van te verwachten.
Er zal er waarschijnlijk nooit een verkocht worden.

Het goeroe aanbod zou het dus ook nooit doen als het niet een dubbel aanbod was:
De goeroe die u verlichting belooft, verkoopt u tegelijkertijd dat u in het donker zit.
De goeroe die belooft u van het denken te verlossen zet u aan het denken en ‘bewijst’ daarmee zijn noodzaak.
Mensen houden er niet van een tekort te hebben, en daarom werkt deze methode feilloos bij mensen die ergens een tekort voelen, er nog niet in geslaagd zijn de aard van dat tekort precies te onderkennen en daardoor ook nog niet weten hoe ze dat tekort moeten opheffen dan wel leren te accepteren.

De goeroe boodschap lijkt ineens een interessante weg.
Is dat tekort waar de goeroe op zinspeelt misschien niet de ‘diepere’ oorzaak van het door hen gevoelde probleem? Luister of lees maar eens goed wat die Meester beweert. Hoe veel procent van zijn boodschap gaat over het tekort?

De baas van cosmetica concern Revlon zou ooit gezegd hebben: “Wij produceren Lanoline, maar wij verkopen hoop”.
Hij heeft goed geboerd.

Kijk eens goed naar die goeroe.
Hoe onthecht, verlost of verlicht is hij zelf?
En waarom is een goeroe trouwens altijd een hij?

mailtobutton

De Betekenis der Dingen

woensdag 5 december, 2007

Ik weet niet of alle mensen dat hebben, maar ik ben zeker niet de enige die uit ervaring weet dat je een woord tijdelijk los kunt maken van zijn betekenis door het maar vaak genoeg te herhalen.
Huis kan dan een klank worden, zoals uis een klank is.
Zo zal ik ook niet de enige zijn die met regelmaat woorden op meerdere wijzen leest. Dus het woord pompoen niet alleen interpreteert als die vrucht die je verrassend vaak in het Odin pakket aantreft, en een aantal jaren geleden -nog verrassender- zag uitrusten op een bankje met uitzicht op een betegeld voortuintje, maar er ook een verwijzing in ziet naar een niet al te slimme bediende van een benzinestation.

Naast deze algemene afwijkingen bespringt mij ook af en toe de neiging om taalregels toe te passen op een manier die misschien niet helemaal zo bedoeld was.
Een woord dat dat gedrag bij mij vaak uitlokt is het woord “betekenis”.

Normaliter staat dit woord voor iets dat in de categorie eigenschap aanduidende woorden valt, maar ik wordt altijd verleid om het woord “betekenis” te ervaren als iets dat in de categorie activiteit aanduidende woorden thuis hoort.

Zoals bemoeienis duidt op

het (zich) bemoeien met iets

duidt betekenis voor mij op

het betekenen van iets.
Betekenen dan in de zin van ‘van een teken voorzien’.

En als ik in die duiding de zin “De betekenis der dingen” oproep, is het hek van de dam.
De dam die de afscheiding vormt tussen de rationele persoon die ik overwegend ben en het rijk van de verbeelding dat ik produceer als de behoefte daaraan zich voordoet, maar die ook kan dienen  als verbinding tussen die twee domeinen.
Het hek van die dam is namelijk vervaardigd uit de grondstof taal, en de vrijheid die ik mij met dat materiaal veroorloof, zorgt er voor dat ik het hekje openen kan.

Als de dingen betekend kunnen worden, moet er ook een onbetekende staat van de dingen zijn geweest. Een situatie waarin de dingen er wel waren, maar nog niet betekend waren met een woord.

In de betekende wereld waarin we nu leven is die koppeling tussen ding en woord stevig, en over het algemeen hoogst bruikbaar voor het denkproces en het uitwisselen van informatie, ideeën en verwoorde gevoelens.

Het is niet alleen een theoretische vraag of die koppeling ooit weer te verbreken is.
Mensen die langdurig verblijven in een land waar een andere taal gesproken wordt krijgen daar mee te maken. Aan één ding komen dan meerdere woorden te hangen en pas als je in die nieuwe taal begint te denken en te dromen heeft de nieuwe koppeling de plaats van de oude ingenomen.

Kan je ook opzettelijk die koppeling verbreken?
In de openingszin van dit verhaal werd al verwezen naar de mogelijke transformatie van een woord tot een klank door langdurige herhaling van dat woord. En je zou dit het onttekenen of de onttekenis van een woord kunnen noemen.
Maar zou je ook dingen van het woord kunnen bevrijden?

Ik heb de indruk dat mediteren (wat dat ook moge zijn)  hierbij een beter instrument is dan filosoferen.
Een staat van vervoering, opgewekt door een buitengewone ervaring van ruimte, stilte of schoonheid wil wel eens helpen, maar het is op zich zelf al een paradox om de woordloosheid te willen beschrijven.

Toch moet er ooit een onbetekende wereld zijn geweest. Een wereld waarvan ik me niet zo goed een voorstelling kan maken, maar over die overgangsperiode waarin het betekenen plaatsvond – de periode dat de talige mens ontstond – kan en wil ik vaak en graag dromen.
Hoe graag ook zou ik dat meegemaakt hebben.
Bij nader inzien liever niet als een van de deelnemende mensachtigen maar als een onzichtbaar observerende mensachtige van het huidige ontwikkelingsstadium. En dan natuurlijk voorzien van een onuitputtelijke hoeveelheid papier en (onzichtbare) inkt.

Hoe ontstond de taal? Hoe betekenden ze de dingen?
Ik vermoed dat het zo ging dat als een dominante mensachtige een bepaalde klank uitte als er een bepaald object verscheen, dit door de anderen werd overgenomen en dit zo de naam van dit object werd.

In het filmpje dat ik voor me zie is een groepje mensachtigen op jacht en maakt de leider bij het waarnemen van een (tot op dat moment nog niet betekende) prooi zachtjes een geluid om de anderen te waarschuwen.
Misschien imiteert hij wel het geluid dat de prooi zelf maakt. Dus als er een gnoe in het vizier komt een gnoe geluid. En als de anderen dat bij volgende gelegenheden overnemen kan in het vervolg het beestje bij de naam genoemd worden.
We maken de geboorte van de taal mee!

Wat een verpletterende uitwerking moet het gehad hebben toen het gnoe geluid voor het eerst gemaakt werd zonder dat er een gnoe te zien was. Misschien deed de hoofdjager dat wel op een dag toen het vlees op was, terwijl hij met een hoofdbeweging naar de uitgang van de grot zijn speren op pakte.
De abstractie was er en zou niet meer uit ons leven verdwijnen.
Nu werd alles mogelijk!

mailtobutton


%d bloggers liken dit: