Archive for juni, 2010

Haags respect

vrijdag 25 juni, 2010

De uitslag van de Tweede Kamer verkiezingen was teleurstellend, maar geen schok voor me. De peilingen gaven al lang aan welke kant het op ging. En ook zonder peilingen is het voor een enigszins oplettend persoon dat er een in kracht toenemende rechtse wind door Nederland waait.
Nu wil ik niet direct van een Post Electorale Stress Stoornis spreken, maar er ontwikkelde zich wel een aanzienlijk kater na de uitslag, want nog voor de haan drie maal gekraaid had werden de kiezers al vanaf meerdere kanten verraden.

Het begon met onze VOC held Jan Pieterszoon Balkenende.
Nog voor het ochtend krieken verscheen hij voor de pers en verklaarde hij:

“Ik heb onze partijvoorzitter laten weten dat ik mijn partijleiderschap per direct neerleg en ook heb ik aangegeven dat ik niet zal worden geïnstalleerd dat ik niet zal worden geïnstalleerd als lid van de Tweede  Kamer in zijn nieuwe samenstelling. Ook dat behoort bij het nemen van politieke verantwoordelijkheid.”

Het loont de moeite om zo’n tekst eens nauwkeurig te lezen.
Wat als eerste opvalt is dat Balkenende halverwege zijn uitspraak van de bedrijvende naar de lijdende vorm overstapt:
Hij heeft zijn partijleiderschap neergelegd, maar hij zal niet worden geïnstalleerd als lid van de Tweede Kamer.
Alsof er een hogere macht is die hem, Jan Peter Balkenende verhinderde om zitting te nemen op de zetel waarop hij volgens de Kieswet recht had.
Zetel? Zetels mag je wel zeggen, want van de 1.281.886 stemmen die het CDA verkreeg werden er maar liefst 947.785  op nr. 1 van de lijst uitgebracht. Dat is 73,94%, ofwel genoeg voor 15 zetels!
Maar in zijn vervolg zin trekt Balkenende de actie  weer naar zich toe door te zeggen: “Ook dat behoort bij het nemen van politieke verantwoordelijkheid.”

En hier slaat bij mij de totale verbijstering toe:
947.785 mensen zeggen ik wil jóu in de tweede Kamer als míjn politieke vertegenwoordiger, en hij zegt dan ‘dat doe ik niet’ en noemt dat vervolgens nog ‘het nemen van politieke verantwoordelijkheid”!

Nou ik noem dat gewoon weglopen.
Beledigd.
In Duitsland noemen ze  iemand die zoiets presteert Verzichtkanzler.
Waar is die Balkenende die keer op keer kraaide dat hij bij tegenwind alleen maar harder ging trappen?
We weten het nu. Hij gaat harder staan trappen op de  kiezers die hem trouw zijn gebleven.
Natuurlijk, hij heeft van te voren geroepen dat hij voor goud ging. Zoals wel meer gebeurt bij atleten met meer testosteron dan realiteitszin.Maar dat is nog geen excuus om als je de gouwe plak niet wint de 15 zilverlingen die je wel verdiend hebt in het gezicht van de jury te smijten.
Nu weten we wat een Balkenendenorm werkelijk voorstelt.
Meneer neemt geen genoegen met de nederig dienende taak van gekozen volksvertegenwoordiger. Hij wenst niet een van de vele door het volk geroepenen te zijn. Nee, hij wenst de ene door de majesteit uitverkorene te zijn.
Laten we deze man zo snel mogelijk vergeten!

Wilders was een goede tweede in kiezersbedrog.
Nog geen acht uur nadat hij het laten vallen van zijn AOW breekpunt kiezersbedrog noemde liet hij het vallen. Hij heeft er kennelijk het volste vertrouwen in dat zijn kiezers dom genoeg zijn om dat van hem te pikken.
Hij switchte trouwens op het zelfde punt als Balkenende ook al twee keer.
Vóór de gemeenteraadsverkiezingen zette hij zich zelf als lijstduwer op de lijst van Den Haag, met de verzekering dat hij bij verkiezing zijn zetel niet zou opeisen.
Vervolgens deed hij dat toch, omdat hij de keuze van zoveel kiezers wel moest respecteren. En inmiddels heeft zijn zetel weer teruggegeven omdat de twee functies raadslid en kamerlid niet goed te verenigen zijn. Wat een briljant inzicht is natuurlijk.

Dat respect voor de kiezers scoort trouwens hoog dezer dagen.
Iedereen van links tot rechts hoorde je in de dagen na de verkiezingsuitslag roepen dat je die miljoen kiezers die de PVV erbij had gekregen natuurlijk serieus moet nemen. Een geluid dat ik me niet herinner gehoord te hebben in 2006, toen de SP nog meer stemmen won.
Maar intussen hulden de partijen zich in nevelen hoe dat respect dan vorm moest krijgen en trachtten ze de hete PVV-aardappel met respect en al in de schoot van de concurrentie te frommelen.
Zoals ook een dichte nevel de (in)formatie omhuld. Hier kan namelijk niets over gezegd worden omdat dit de “procedure” zou schaden.
De procedure is kennelijk als een vierde macht aan onze Trias Politica toegevoegd.

Wat mij betreft zouden al die formatie-, informatie-, verkennings-, snuffel- en knuffelrondes volledig vastgelegd moeten worden en na totstandkoming van een kabinet openbaar gemaakt moeten worden. Zodat wij, de kiezers, weten hoe en door wie er geschoven is met standpunten en programma’s, zodat we daar bij de volgende verkiezingen rekening mee kunnen houden.
Dat zou nog eens van respect voor de kiezer getuigen.

Inmiddels zijn er na 16 dagen al vier combinaties bekeken en afgeserveerd en het begint er een beetje naar uit te zien dat met de VVD van Rutte niet samen te werken valt. En dat is vervelend voor de grootste onder de dwergen. Zeker nu hij hierdoor in de door hem afgedankte categorie der kansarmen dreigt te belanden.
Het valt te vrezen dat er echter bij volgende verkiezingen niet zoveel minder kans op een impasse is omdat we met een stelsel blijven zitten van tien partijen waarvan er acht in grootte naar elkaar toe kruipen.
Ik begin daarom steeds meer begrip te krijgen voor een kiesdrempel van bijvoorbeeld tien procent.

Hoe is dat te verdedigen door iemand die ooit PSP, Groen Links en SP heeft gestemd?
In de tijden dat ik dat deed, was er een sterke PvdA, waarvan je kon aannemen dat die in de regering zou komen. En je stemde dus op een groenere linksere of een pacifistischere variant om de PvdA scherp te houden.
Bij het bestaan van een kiesdrempel zou dat niet meer effectief  zijn en in zo’n situatie zou de richtingenstrijd binnen de partijen plaats moeten vinden door vleugelvorming.

Zoiets hebben we ook al gehad in de tijd van Nieuw Links en de Rode Vrouwen.
Het populisme houd je hier niet mee tegen en dat moet ook niet. Er zullen waarschijnlijk wel twee populistische partijen boven de kiesdrempel uitkomen, een linkse en een rechtse, maar ze zullen geen dwingende rol spelen bij de coalitievorming.

Advertenties

Waarom ik hier niet mag zijn

maandag 7 juni, 2010

In 1921 vertrok de toen 17-jarige Hubertina Katharina Maria Fretz (roepnaam Tienchen) uit haar geboortedorp Lobberich (tegenwoordig deel uitmakend van de gemeente Nettetal) naar Nederland.
Duitsland – na de eerste wereldoorlog leeggeplunderd op grond van het verdrag van Versailles – verkeerde in een economische crisis waarbij vergeleken de onze een periode van hoogconjunctuur is.
Volgens de huidige etikettencultuur was Tienchen dus een economische vluchteling. Maar sinds de verkiezingscampagne van 2010 wordt dit etiket overplakt door een nieuw; ‘kansarme migrant’. Of als men het neutraler wil laten klinken; ‘laag opgeleide migrant’.
Het auteursrecht voor deze nieuwe term moeten we zoeken bij de VVD.

Laten we voor we het verder over Tienchen Fretz hebben, nog een wat nauwkeuriger naar deze nieuwe etiketten kijken.
Wanneer politici over migranten spreken, bedoelen ze natuurlijk immigranten. Mensen dus, die hier willen wonen en werken, of hier zoeken naar een veilig bestaan.
De term economische vluchteling kwam in zwang toen men vond dat hier te veel mensen asiel kwamen zoeken en men twijfelde of zij wel allemaal politieke vluchtelingen waren.  Ook hier was de VVD weer de bakermat en was de voormalige gevangenbewaakster Verdonk de luidruchtigste pleitbezorger van een strenger deurbeleid.

Maar inderdaad, Tienchen had je in 1921 terecht een economische vluchteling kunnen noemen.
Ook de term ‘laag opgeleide migrant’ was wel op haar van toepassing. Want ze had niet meer opleiding dan het plaatselijk pastoorsschooltje.
Daarna werkte ze korte tijd op de weverij van de plaatselijke textielbaron Niedeck, en later op diens ‘kasteeltje’ als dienstmeisje, waar ze leerde serveren, de namen van de Franse wijnen correct uit te spreken als ze het etiket toonde, en een knicks  te maken bij het afscheid van de gasten.
Een van haar zusters, Gertrud, was haar al voorgegaan naar Amsterdam en zij zorgde voor een betrekking, zoals dat toen heette, bij de familie Peperkorrel.
Was Tienchen nu ook een kansarme migrant? Want dat is het criterium dat de heer Rutte van de volkspartij voor vrijheid en democratie aanlegt om te bepalen wie er van zijn kostelijk vrijheid en democratie mag meegenieten.
Dat is slim van meneer Rutte, want zo profiteert hij van de xenofobie van de heer Wilders (ook grootgebracht in  de VVD stallen) zonder voor de verkiezingen te veel op hem te lijken. Maar dat kan allemaal goed komen na 9 juni tenslotte zijn Bouterse en Brunswijk na de verkiezingen ook in elkaars armen gevallen.
Rutte discrimineert dus niet op etniciteit of religie, maar wil wel voorkomen dat ons land overstroomd wordt door kansarmen, die men in plattere kringen ook wel losers noemt.
Ik zit mij naar aanleiding van een televisie optreden van de heer R. hardop af te vragen hoe hij in Gods- c.q. Allah’s naam daar aan de grens bij Venlo (waar Tienchen destijds misschien ook wel overgestoken is) wil vaststellen of subject X al dan niet kansrijk is.
Maar dan geeft mijn jongste zoon, eerstejaars sociologie (in Nijmegen) het verlichtende commentaar: “In het land van Rutte bestaan toch helemaal geen kansarmen?”
Verdomd, hij heeft gelijk, die studie levert na een half jaar al rendement op.
In de liberale droomwereld kan iedereen het maken als hij zijn best maar doet, en niet te veel wordt gehinderd door “regeltjes” van een opdringerige overheid.
Van krantenjongen tot miljonair, dat soort werk. (Een beetje sneu dat de enige Nederlander die krantenjongen èn miljonair is zich tot de SP heeft bekend).
Alle politieke wrok even terzijde.  Als Rutte in 1921 minister president was geweest, was Tienchen hier niet binnen gekomen. En had zij niet mijn vader ontmoet, en had mijn jongste zoon niet die correcte opmerking kunnen plaatsen, en had mijn oudste zoon niet die goed opgeleide en kansrijke Poolse ontmoet en was dat prachtige kindje er niet geweest dat nu dapper probeert op eigen benen te staan en ooit wellicht de eerste vrouwelijke president van Polen of van de Verenigde Staten van Europa zal worden.
Maar ook als dat laatste niet gebeurt, is – omdat de heer Rutte in 1921 nog niet bestond – ons land toen verrijkt met een vrouw die mijn moeder zou worden.

Een moeder die mij leerde dat je niet een algemeen oordeel kon vellen over Duitsers of Joden of wie dan ook. Zij sprak altijd met warmte over de familie waar zij diende.
Die mij ondanks haar gebrekkige opleiding een ongeneeslijke nieuwsgierigheid bijbracht.
Die me leerde improviseren.
Die me leerde de waarde van sentiment en romantiek te ontdekken.
Die gedichten als das Lied von der Glocke, en Wahlfart nach Kevelaer kon reciteren.
Die al die Duitse deugden vertegenwoordigde voordat de rechtse xenofoben daar hun vernietigende werk deden.
Een moeder die het voor mij gemakkelijk maakte het feminisme te omhelzen.

Kortom, meneer Rutte waar praat U over?
Wat matigt U zich aan?
Waar haalt U het recht vandaan om te oordelen over de legitimiteit van mensen die U niet kent, en waarschijnlijk niet wilt kennen?
Begin eens te leven.  Zorg eens voor een kind, en kijk eens wat U daarvan terecht brengt, voor U zich aan de maatschappij vergrijpt!


%d bloggers liken dit: