Archive for the ‘verkiezingen’ Category

Krimpgemeenten en krimpvoorzieningen

zaterdag 24 februari, 2018

Krimpgemeenten en krimpvoorzieningen hebben die iets met elkaar te maken?

De belangrijkste oorzaak van bevolkingskrimp is niet dat mensen minder lang blijven leven, maar dat de gezinnen kleiner worden dat er later aan kinderen wordt begonnen en dat mensen en vooral jonge mensen gemeenten verlaten als daar minder werkgelegenheid, onderwijs en andere`perspectief biedende voorzieningen zijn.

Ik woon in zo’n gebied. En nu is het toevallig zo, dat de gemeente waar mijn geliefde dorp toe behoort zich op een stijgend aantal inwoners mag beroemen.
Ik zou natuurlijk graag beweren dat door mijn vrouw en mij komt, want nadat wij hier zo’n zes jaar gelden neerstreken, zijn een zuster, twee zoons en twee kleinkinderen ons nagereisd.

Nee, de oorzaak is eerder te zoeken in het gereedkomen van een imposante studentenflat, van een Duitse Universiteit op een steenworp hier vandaan.
Die maateenheid Steenworp, heet in het Duits Katzensprung en zo heet de flat dan ook.
Er komt nog zo een, en daarvoor is al een wachtlijst van 600 personen.
Iedereen blij dus, op één raadslid na, die bij elke raadszitting wel iets te mopperen over die vreemdelingen, maar die maakt dan ook geen deel uit van de coalitie die dit tot stand heeft gebracht.

Maar omdat op grotere schaal en op langere termijn de bevolking in deze streek afneemt wordt de dienstverlening hier ook steeds schameler.
En hoe slechter die voorzieningen worden, hoe eerder de jeugd hier zal denken: “Wegwezen!”
We belanden dus in een spiraal.

Dooming bisnez i.p.v. blooming bisnez
Want business heeft er alles mee te maken.
In mijn jeugd had je in grote steden een

  • Gemeentelijk vervoerbedrijf
  • Gemeentelijk energiebedrijf
  • Gemeentelijke waterleiding
  • Stadsreiniging
  • Gemeentelijke gezondheidszorg
  • Gemeentelijke weeshuizen
  • Gemeentelijke bejaardenhuizen
  • Gemeentelijke leenbank
  • Gemeentelijke onderwijsinstellingen van basisschool tot Universiteit
  • In Amsterdam zelfs een Gemeentegiro

Als ik het goed heb is daar alleen de Universiteit nog van over.

In plaatsen waar wegens de schaalgrootte dergelijke voorziening niet mogelijk waren had je provinciale equivalenten en op de grootste schaal had je de PTT de Nederlandse Spoorwegen en de Rijkspostspaarbank.

Dat werkte allemaal prima, totdat er in de tachtiger jaren een versie van het liberalisme het marktmechanisme als het zaligmakende recept voorschreef als basis van de economische en sociale maatschappelijke ordening.
Een medicijn dat helaas van links tot rechts geslikt werd.
Begrippen als verzorgingsstaat werden door de ferme jongens , stoere knapen retoriek van de neoliberalen afgeschilderd als een systeem waarmee je losers pamperde en alleen maar nieuwe losers kweekte.
Omdat niet alleen de sociaaldemocraten hun ideologische veren afschudden maar ook de christendemocraten naar een kleurloos midden afdreven, kon dit proces ongehinderd doorgaan, met als resultaat dat nu vrijwel alle nutsvoorzieningen in handen zijn van commerciële instellingen. Waarvan sommigen zelfs deel uitmaken van multinationals.

Het resultaat kennen we: minder waar voor meer geld.
Het is onbegrijpelijk dat deze flagrante aantasting van de taak van een overheid; zijn ingezetenen te beschermen en te dienen, nog steeds massaal geaccepteerd wordt, en dat de mythologie  van de marktwerking als het ware geloof omarmd wordt.
Oké, dat verhaal van de concurrentie klopt in zoverre dat de grote kapitaalkrachtige partijen eerst de kleintjes kapot concurreren, maar zodra ze met zijn tweeën of z’n drieën over zijn sluiten ze een herenakkoord en verpakken dit zo handig dat het jaren kan duren voor dat de kartelvorming ontdekt wordt. En dan wordt na enig juridisch gespartel de boete betaald en worden er mensen ingehuurd om een slimmere constructie te bedenken.

Nu kunnen we tot op zekere hoogte ons zelf er niet van vrijpleiten dat we dit hebben laten gebeuren, want dit is allemaal gebeurd met instemming van de mensen die wij gekozen hebben.
Maar dat gaat maar ten dele op, want er is langzamerhand geen grote partij meer waar de kleine man, de arme immigrant , de laag opgeleide (U weet wel wat we vroeger aanduidden als de arbeidersklasse of met enige trots het proletariaat) van nature zijn heil zocht. En die we nu misprijzend zien als aanhangers van populisme.
Niet dat dat populisme te prijzen valt, want dat is alleen maar een ‘ideologie’ die vijanden aanwijst, maar hun aanhang verdient  wel enig begrip.

Goed, daar zitten we dan.
Hoe komen we hier uit?
Toch maar weer op die beginselpartij stemmen, maar dat niet alleen.
Lid worden en de discussie oprakelen, hoe we de publieke voorzieningen terug veroveren.
Kan dat?
Ja natuurlijk kan dat. Als we maar met genoeg mensen zijn en op het juiste niveau beginnen.
En dat is op het basis  niveau. Door daar coalities te smeden. Vrijwilligers te politiseren en middelen te geven. Kleine stukjes van de leefomgeving terug te winnen, zodat de achterban groeit. Door te luisteren naar het actieve deel van de nieuwe generatie.

Dan zullen we draadje voor draadje het tapijt van de samenleving herstellen, met de basisvoorzieningen als schering en de veelkleurige talenten van ons burgers als inslag.

 

 

Advertenties

Maar weer eens op een beginselpartij stemmen?

dinsdag 16 januari, 2018

In week 12 is het weer zo ver. We mogen een nieuwe gemeenteraad kiezen en hierdoor  ook richting geven aan de samenstelling van het college van B&W. In veel gemeenten zullen er dan ook weer nieuwe partijen mee doen. En voor een deel zullen die opgericht zijn door raadsleden die uit de partij die ze kandidaat heeft gesteld zijn gestapt, of die er uit zijn gezet.
Vroeger zag je dat alleen in kleinere gemeenten en in de randstad sprak men dan denigrerend over dorpspolitiek, maar inmiddels is de zetelroof ook in de randstad en in het parlement een bekend verschijnsel geworden.
De doorgeschoten individualisering heeft nu ook onze vertegenwoordigende lichamen bereikt.

Lang waren we een driestromenland, tot de ontzuiling intrad.
In zekere zin is ontzuiling een term die wat overdreven is, want wat wij zuilen noemden waren geen monolithische zuilen maar meer of minder hechte bundels van beginselpartijen en partijtjes. Allean de confessionele zuil bood al onderdak aan KVP, AR, CHU en SGP, de linkse partijen splitsten en bundelden er ook op los en zorgden dat de kiezer terecht kon bij de CPN, de PvdA, PSP, SP, DS’70, en PPR waarvan er drie opgingen in GroenLinks later door Mw. Halsema gekenschetst als een liberale partij.
En dan had je nog die onduidelijke derde stroming van het liberalisme. Hiervan kan je je afvragen of het een beginselpartij is of een standenpartij is.
Belangrijkste aandeelhouders: VVD en D’66.

Regeringsvorming was toen die zuilen nog stabiel waren een kwestie van het smeden van een coalitie van twee of drie partijen die op een parlementaire meerderheid konden rekenen.
Maar het begon moeilijker te worden toen tumultueuze verschijnselen als de LPF het toneel beklommen om er kort daarna weer af te kukelen. Maar het hek was voorgoed van de dam.
Je had geen beginsel programma meer nodig om kiezers te trekken, maar je hebt genoeg aan een A4-tje met een opsomming van de volkeren, geloven en groeperingen waar je tegen bent.
De randintellectuelen van dit soort partijen hebben inmiddels zoveel succes dat de traditionele partijen al met z’n vieren of z’n vijven bij elkaar moeten komen om te gaan formeren.
Bijkomend verschijnsel:

Als je maar een minimale meerderheid in de Kamer hebt, moet je

  1. behoorlijk wat water in de wijn doen om je coalitiegenoten binnenboord te houden,
  2. als een van je Kamerleden in de fout gaat, zal je dat met de mantel der liefde moeten bedekken als die laat doorschemeren dat hij of zij anders voor zichzelf begint.

Dit alles is het gevolg van de doorgeschoten individualisering die (niet alleen in ons land) vorm krijgt in een veelheid van vormen van georganiseerd  politiek en commercieel uitgebuit egoïsme.

Dit egoïsme wordt gepresenteerd onder veel vriendelijker klinkende namen als persoonlijkheid, individualiteit, eigenheid, lifestyle, zelfontplooiing en uit zich in trots op nationaliteit, traditie en folklore.

Dat kan variëren in tamelijk onschuldige commerciële lulligheid als “Giroblauw past bij jou” en aanbevelingen van uitvaartmaatschappijen die je aanmanen om bij leven er voor te zorgen dat je uitvaart verloopt in een stijl die bij v/h jou past, tot enge gedachten als eigen volk eerst.

Bij de gevestigde partijen leidt die opkomst van het egoïsme tot de bedenkelijke beslissing om een scheutje verdund populisme door hun programma te mengen.Dit leidt soms tot potsierlijke vormen als het voorstel om katholieke kinderen te verplichten een vreemd lied te leren waarin een katholieke tiran verdreven moet worden om dat hij een (protestants) hert doorwond heeft.

Maar deze overlevingsstrategie is een doodlopende weg.
Politiek is naar mijn smaak een kwestie van zowel valkuilen als vergezichten. Als je je alleen concentreert op het omzeilen van valkuilen dreig je de vergezichten uit het oog te verliezen. En uit het oog is hier op den duur ook uit het hart.

En dat is met name ernstig voor de partij die daar woont waar het hart woont: Links.
Want links zijn de partijen die willen verbinden.
Oké, de confessionele partijen streven ook naar verbinding, maar dat is een verticale verbinding, en wij (ik mag toch wij zeggen, lieve lezer?) streven naar een horizontale verbinding waarin wij ieder mens even hoog  achten en daarom de vernederden willen verheffen en degenen die te hoog te paard zitten een toontje lager te laten zingen

Dat neemt niet weg dat er met echte confessionele partijen best samen te werken valt want ten aanzien van een aantal van onze kernwaarden zijn wij zeker schatplichtig aan christelijke waarden, en in het verleden hebben ‘roomsrode coalities’ zeker veel sociale verbeteringen gebracht.

Maar het CDA is wel erg vaag aan het worden als beginselpartij. Neem bijvoorbeeld wat bij de gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente waar ik woon aangeboden wordt.
In het verkiezingsprogramma 2018-2022 lees ik letterlijk:

“Is het CDA een Christelijke partij, een partij gebaseerd op geloof die andere geloven uitsluit? Het antwoord is nee, het CDA is geen Christelijke partij gebaseerd op geloof !”

(Het uitroepteken is echt deel van de geciteerde tekst en is niet een uiting van mijn verbazing.)

Maar om het goed te maken staat een paar regels verderop :

“Het CDA is een Christen Democratische partij. Dat wil zeggen, dat wij een brede volkspartij zijn met onze eigen opvattingen over hoe de samenleving eruit moet zien. Die ideeën halen we niet uit de leer van het Christendom, maar we zien wel iets in het Christelijk, zeg maar West-Europees mensbeeld.”

Dat moet voor de belijdende christen toch een troost zijn dat ze nog wel iets zien in het zeg maar christelijk mensbeeld  althans in de West-Europese versie.
Rome, is dat West-Europa of Zuid-Europa?  En die Paus Johannes Paulus II was dat geen Pool, en die huidige paus is dat geen Argentijn van geboorte? Hebben die wel een christelijk en tevens zeg maar West-Europees mensbeeld?
Ik ben niet gelovig maar volgens mij stond die kribbe in een dorpje op de Westelijke Jordaanoever en niet op de Brunsummerheide.
Is dit soms dat herbronnen waar het CDA het ooit over had?

En wat heeft dit eigenlijk voor invloed op het gemeentelijk beleid?
Het programma zegt er onder meer het volgende over:

“CDA VAALS kiest ervoor om op te komen voor de Christelijke cq West-Europese waarden, normen en tradities. Onze Nederlandse, Limburgse, Vaalser, Vijlener en Lemierser cultuur dient gekoesterd en zo nodig beschermd te worden tegen de mondiale veranderingen waarmee wij de laatste jaren van doen hebben.”

Hier staat tussen christelijke en West-Europese waarden c.q. casu quo. Dat wil zeggen, afhankelijk van het geval wordt er of voor de christelijke of voor de West-Europese waarden normen en tradities opgekomen. En onze cultuur gaat de CDA fractie beschermen tegen mondiale veranderingen.
Dat is mooi, maar komen die mondiale bedreigingen vandaan? (Want als je tegen veranderingen beschermd moet worden ziet het CDA veranderingen kennelijk als bedreigingen).
Niet van de buren. De Belgen mogen hier zelfs aan de schuttersfeesten meedoen en het schönste Öcher Platt wird in Vols jesprochen zegt men. En de West-Europese waarden worden in een adem genoemd met de christelijke.
Hacken de Russen dan misschien de websites van de carnavalsverenigingen of liggen die vermaledijde moslims achter de Schneeberg op de loer?

Ik denk dat we hier een voorbeeld hebben van het aanwakkeren van nationalistische of provincialistische sentimenten door een vaag dreigingsbeeld op te roepen van de anderen.

(Even tussendoor, mijn gebruik van hoofdletters is gebaseerd op de aanbevelingen van de Taalunie).

Maar waarom staat er dan boven dit artikel de suggestie om misschien toch maar weer op een van de beginsel partijen te stemmen?
Omdat ze moeten blijven. Om ons aan elkaar te spiegelen en onszelf scherp te houden, en waar mogelijk samen te werken en de ont-binding tegen te gaan.
Maar nog beter is het om lid te worden van zo’n beginselpartij en te kijken of je daar wat missie c.q. zendingswerk kunt verrichten om ze weer terug te brengen naar hun oorsprong.

Herbronnen niet in de zin van uit andere bronnen tappen, maar je bronnen terug te vinden en te kijken waar je daar te ver van afgedwaald bent hoe je terugkeert en wat de  middelen zijn waarmee je je missie aanpast aan de noden van deze tijd.
Als je daardoor de middelen vindt om hier, op de grond, in jouw buurt, in jouw dorp in jouw gemeente aanwezig te zijn, te helpen en te verbinden, dan komen de kiezers graag bij jou terug.

Geldt dat ook voor de partij waar ik voor kies?
Ja daar geldt dit ook voor. Daar kom ik in een volgend stuk op terug.
En ook op de vraag waarom ik het hier niet over die derde stroming, het liberalisme heb gehad.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Haags respect

vrijdag 25 juni, 2010

De uitslag van de Tweede Kamer verkiezingen was teleurstellend, maar geen schok voor me. De peilingen gaven al lang aan welke kant het op ging. En ook zonder peilingen is het voor een enigszins oplettend persoon dat er een in kracht toenemende rechtse wind door Nederland waait.
Nu wil ik niet direct van een Post Electorale Stress Stoornis spreken, maar er ontwikkelde zich wel een aanzienlijk kater na de uitslag, want nog voor de haan drie maal gekraaid had werden de kiezers al vanaf meerdere kanten verraden.

Het begon met onze VOC held Jan Pieterszoon Balkenende.
Nog voor het ochtend krieken verscheen hij voor de pers en verklaarde hij:

“Ik heb onze partijvoorzitter laten weten dat ik mijn partijleiderschap per direct neerleg en ook heb ik aangegeven dat ik niet zal worden geïnstalleerd dat ik niet zal worden geïnstalleerd als lid van de Tweede  Kamer in zijn nieuwe samenstelling. Ook dat behoort bij het nemen van politieke verantwoordelijkheid.”

Het loont de moeite om zo’n tekst eens nauwkeurig te lezen.
Wat als eerste opvalt is dat Balkenende halverwege zijn uitspraak van de bedrijvende naar de lijdende vorm overstapt:
Hij heeft zijn partijleiderschap neergelegd, maar hij zal niet worden geïnstalleerd als lid van de Tweede Kamer.
Alsof er een hogere macht is die hem, Jan Peter Balkenende verhinderde om zitting te nemen op de zetel waarop hij volgens de Kieswet recht had.
Zetel? Zetels mag je wel zeggen, want van de 1.281.886 stemmen die het CDA verkreeg werden er maar liefst 947.785  op nr. 1 van de lijst uitgebracht. Dat is 73,94%, ofwel genoeg voor 15 zetels!
Maar in zijn vervolg zin trekt Balkenende de actie  weer naar zich toe door te zeggen: “Ook dat behoort bij het nemen van politieke verantwoordelijkheid.”

En hier slaat bij mij de totale verbijstering toe:
947.785 mensen zeggen ik wil jóu in de tweede Kamer als míjn politieke vertegenwoordiger, en hij zegt dan ‘dat doe ik niet’ en noemt dat vervolgens nog ‘het nemen van politieke verantwoordelijkheid”!

Nou ik noem dat gewoon weglopen.
Beledigd.
In Duitsland noemen ze  iemand die zoiets presteert Verzichtkanzler.
Waar is die Balkenende die keer op keer kraaide dat hij bij tegenwind alleen maar harder ging trappen?
We weten het nu. Hij gaat harder staan trappen op de  kiezers die hem trouw zijn gebleven.
Natuurlijk, hij heeft van te voren geroepen dat hij voor goud ging. Zoals wel meer gebeurt bij atleten met meer testosteron dan realiteitszin.Maar dat is nog geen excuus om als je de gouwe plak niet wint de 15 zilverlingen die je wel verdiend hebt in het gezicht van de jury te smijten.
Nu weten we wat een Balkenendenorm werkelijk voorstelt.
Meneer neemt geen genoegen met de nederig dienende taak van gekozen volksvertegenwoordiger. Hij wenst niet een van de vele door het volk geroepenen te zijn. Nee, hij wenst de ene door de majesteit uitverkorene te zijn.
Laten we deze man zo snel mogelijk vergeten!

Wilders was een goede tweede in kiezersbedrog.
Nog geen acht uur nadat hij het laten vallen van zijn AOW breekpunt kiezersbedrog noemde liet hij het vallen. Hij heeft er kennelijk het volste vertrouwen in dat zijn kiezers dom genoeg zijn om dat van hem te pikken.
Hij switchte trouwens op het zelfde punt als Balkenende ook al twee keer.
Vóór de gemeenteraadsverkiezingen zette hij zich zelf als lijstduwer op de lijst van Den Haag, met de verzekering dat hij bij verkiezing zijn zetel niet zou opeisen.
Vervolgens deed hij dat toch, omdat hij de keuze van zoveel kiezers wel moest respecteren. En inmiddels heeft zijn zetel weer teruggegeven omdat de twee functies raadslid en kamerlid niet goed te verenigen zijn. Wat een briljant inzicht is natuurlijk.

Dat respect voor de kiezers scoort trouwens hoog dezer dagen.
Iedereen van links tot rechts hoorde je in de dagen na de verkiezingsuitslag roepen dat je die miljoen kiezers die de PVV erbij had gekregen natuurlijk serieus moet nemen. Een geluid dat ik me niet herinner gehoord te hebben in 2006, toen de SP nog meer stemmen won.
Maar intussen hulden de partijen zich in nevelen hoe dat respect dan vorm moest krijgen en trachtten ze de hete PVV-aardappel met respect en al in de schoot van de concurrentie te frommelen.
Zoals ook een dichte nevel de (in)formatie omhuld. Hier kan namelijk niets over gezegd worden omdat dit de “procedure” zou schaden.
De procedure is kennelijk als een vierde macht aan onze Trias Politica toegevoegd.

Wat mij betreft zouden al die formatie-, informatie-, verkennings-, snuffel- en knuffelrondes volledig vastgelegd moeten worden en na totstandkoming van een kabinet openbaar gemaakt moeten worden. Zodat wij, de kiezers, weten hoe en door wie er geschoven is met standpunten en programma’s, zodat we daar bij de volgende verkiezingen rekening mee kunnen houden.
Dat zou nog eens van respect voor de kiezer getuigen.

Inmiddels zijn er na 16 dagen al vier combinaties bekeken en afgeserveerd en het begint er een beetje naar uit te zien dat met de VVD van Rutte niet samen te werken valt. En dat is vervelend voor de grootste onder de dwergen. Zeker nu hij hierdoor in de door hem afgedankte categorie der kansarmen dreigt te belanden.
Het valt te vrezen dat er echter bij volgende verkiezingen niet zoveel minder kans op een impasse is omdat we met een stelsel blijven zitten van tien partijen waarvan er acht in grootte naar elkaar toe kruipen.
Ik begin daarom steeds meer begrip te krijgen voor een kiesdrempel van bijvoorbeeld tien procent.

Hoe is dat te verdedigen door iemand die ooit PSP, Groen Links en SP heeft gestemd?
In de tijden dat ik dat deed, was er een sterke PvdA, waarvan je kon aannemen dat die in de regering zou komen. En je stemde dus op een groenere linksere of een pacifistischere variant om de PvdA scherp te houden.
Bij het bestaan van een kiesdrempel zou dat niet meer effectief  zijn en in zo’n situatie zou de richtingenstrijd binnen de partijen plaats moeten vinden door vleugelvorming.

Zoiets hebben we ook al gehad in de tijd van Nieuw Links en de Rode Vrouwen.
Het populisme houd je hier niet mee tegen en dat moet ook niet. Er zullen waarschijnlijk wel twee populistische partijen boven de kiesdrempel uitkomen, een linkse en een rechtse, maar ze zullen geen dwingende rol spelen bij de coalitievorming.

Waarom ik hier niet mag zijn

maandag 7 juni, 2010

In 1921 vertrok de toen 17-jarige Hubertina Katharina Maria Fretz (roepnaam Tienchen) uit haar geboortedorp Lobberich (tegenwoordig deel uitmakend van de gemeente Nettetal) naar Nederland.
Duitsland – na de eerste wereldoorlog leeggeplunderd op grond van het verdrag van Versailles – verkeerde in een economische crisis waarbij vergeleken de onze een periode van hoogconjunctuur is.
Volgens de huidige etikettencultuur was Tienchen dus een economische vluchteling. Maar sinds de verkiezingscampagne van 2010 wordt dit etiket overplakt door een nieuw; ‘kansarme migrant’. Of als men het neutraler wil laten klinken; ‘laag opgeleide migrant’.
Het auteursrecht voor deze nieuwe term moeten we zoeken bij de VVD.

Laten we voor we het verder over Tienchen Fretz hebben, nog een wat nauwkeuriger naar deze nieuwe etiketten kijken.
Wanneer politici over migranten spreken, bedoelen ze natuurlijk immigranten. Mensen dus, die hier willen wonen en werken, of hier zoeken naar een veilig bestaan.
De term economische vluchteling kwam in zwang toen men vond dat hier te veel mensen asiel kwamen zoeken en men twijfelde of zij wel allemaal politieke vluchtelingen waren.  Ook hier was de VVD weer de bakermat en was de voormalige gevangenbewaakster Verdonk de luidruchtigste pleitbezorger van een strenger deurbeleid.

Maar inderdaad, Tienchen had je in 1921 terecht een economische vluchteling kunnen noemen.
Ook de term ‘laag opgeleide migrant’ was wel op haar van toepassing. Want ze had niet meer opleiding dan het plaatselijk pastoorsschooltje.
Daarna werkte ze korte tijd op de weverij van de plaatselijke textielbaron Niedeck, en later op diens ‘kasteeltje’ als dienstmeisje, waar ze leerde serveren, de namen van de Franse wijnen correct uit te spreken als ze het etiket toonde, en een knicks  te maken bij het afscheid van de gasten.
Een van haar zusters, Gertrud, was haar al voorgegaan naar Amsterdam en zij zorgde voor een betrekking, zoals dat toen heette, bij de familie Peperkorrel.
Was Tienchen nu ook een kansarme migrant? Want dat is het criterium dat de heer Rutte van de volkspartij voor vrijheid en democratie aanlegt om te bepalen wie er van zijn kostelijk vrijheid en democratie mag meegenieten.
Dat is slim van meneer Rutte, want zo profiteert hij van de xenofobie van de heer Wilders (ook grootgebracht in  de VVD stallen) zonder voor de verkiezingen te veel op hem te lijken. Maar dat kan allemaal goed komen na 9 juni tenslotte zijn Bouterse en Brunswijk na de verkiezingen ook in elkaars armen gevallen.
Rutte discrimineert dus niet op etniciteit of religie, maar wil wel voorkomen dat ons land overstroomd wordt door kansarmen, die men in plattere kringen ook wel losers noemt.
Ik zit mij naar aanleiding van een televisie optreden van de heer R. hardop af te vragen hoe hij in Gods- c.q. Allah’s naam daar aan de grens bij Venlo (waar Tienchen destijds misschien ook wel overgestoken is) wil vaststellen of subject X al dan niet kansrijk is.
Maar dan geeft mijn jongste zoon, eerstejaars sociologie (in Nijmegen) het verlichtende commentaar: “In het land van Rutte bestaan toch helemaal geen kansarmen?”
Verdomd, hij heeft gelijk, die studie levert na een half jaar al rendement op.
In de liberale droomwereld kan iedereen het maken als hij zijn best maar doet, en niet te veel wordt gehinderd door “regeltjes” van een opdringerige overheid.
Van krantenjongen tot miljonair, dat soort werk. (Een beetje sneu dat de enige Nederlander die krantenjongen èn miljonair is zich tot de SP heeft bekend).
Alle politieke wrok even terzijde.  Als Rutte in 1921 minister president was geweest, was Tienchen hier niet binnen gekomen. En had zij niet mijn vader ontmoet, en had mijn jongste zoon niet die correcte opmerking kunnen plaatsen, en had mijn oudste zoon niet die goed opgeleide en kansrijke Poolse ontmoet en was dat prachtige kindje er niet geweest dat nu dapper probeert op eigen benen te staan en ooit wellicht de eerste vrouwelijke president van Polen of van de Verenigde Staten van Europa zal worden.
Maar ook als dat laatste niet gebeurt, is – omdat de heer Rutte in 1921 nog niet bestond – ons land toen verrijkt met een vrouw die mijn moeder zou worden.

Een moeder die mij leerde dat je niet een algemeen oordeel kon vellen over Duitsers of Joden of wie dan ook. Zij sprak altijd met warmte over de familie waar zij diende.
Die mij ondanks haar gebrekkige opleiding een ongeneeslijke nieuwsgierigheid bijbracht.
Die me leerde improviseren.
Die me leerde de waarde van sentiment en romantiek te ontdekken.
Die gedichten als das Lied von der Glocke, en Wahlfart nach Kevelaer kon reciteren.
Die al die Duitse deugden vertegenwoordigde voordat de rechtse xenofoben daar hun vernietigende werk deden.
Een moeder die het voor mij gemakkelijk maakte het feminisme te omhelzen.

Kortom, meneer Rutte waar praat U over?
Wat matigt U zich aan?
Waar haalt U het recht vandaan om te oordelen over de legitimiteit van mensen die U niet kent, en waarschijnlijk niet wilt kennen?
Begin eens te leven.  Zorg eens voor een kind, en kijk eens wat U daarvan terecht brengt, voor U zich aan de maatschappij vergrijpt!

Tweeverdieners en duurzaamheid

maandag 31 mei, 2010

Taal leeft, luidt het cliché. En taal kan het weten, want taal bestaat voor een goed deel uit clichés, of – om het iets neutraler uit te drukken – vaste uitdrukkingen.
Veel vaste uitdrukkingen zijn overigens ook weer niet muurvast. Na een tijdje raken ze weer in vergetelheid en weten alleen nog types als Paulien Cornelisse en Ewoud Sanders van hun bestaan.

Want wanneer gebruikt een normaal mens zoals u nog een uitdrukking als voordeurdelers? De kranten stonden er ooit vol van. Het Ik-tijdperk dan? Of tweeverdieners?
Deze termen zijn verdwenen, omdat de bijbehorende verschijnselen niet meer uitzonderlijk zijn.
Niemand bekommert er zich nog om of de buren wel of niet getrouwd zijn.
Een meerderheid van ons volk lijkt zielstevreden te zijn met ik-tijdperk.
OK. Links – zoals u weet het enige volksdeel met hobby’s – zou wel een tikje meer wij-tijdperk blieven en rechts ziet overal het gevaar van het hunnie-tijdperk. Maar vrijwel iedereen is tevreden met de tweeverdieners.

Toen mijn eerste kind naar de basisschool ging, was mijn vrouw een van de weinige vrouwen op het schoolplein die ook nog een andere baan had.
Toen mijn zes jaar later geboren kind die zelfde basis school verliet,  was zij een van de weinigen die niet buitenshuis werkte.

So what? Het is toch het goede recht van iedere vrouw om buitenshuis te gaan werken als ze dat willen?
Natuurlijk. Zoals het ook hun goede recht is om dat niet te doen, als ze dat niet willen en een partner daar voor zorgt.
Of als twee partners die taak delen.
Tenminste, dat is wat ik aan de tweede feministische golf heb overgehouden. Het idee dat de vrouw beslist over haar leven.

Dat laatste idee lijkt echter niet bij iedereen te leven.
De drie liberale partijen, VVD, D66 en GroenLinks en de twee populistische partijen SP en PVV willen dat vrouwen ‘gestimuleerd worden deel te nemen aan het arbeidsproces‘ zoals ze dat noemen en verklaren daarbij ook nog eens dat dit een bijdrage aan de emancipatie van de vrouw is.
Niks zelf beslissen. Wij weten wat goed voor je is. Je huis uit!

Het voortouw wordt hierbij genomen door GroenLinks. Een voormalige  lijsttrekker van deze partij liet geen gelegenheid voorbij gaan om te pleiten over wat zij smalend noemt de aanrechtsubsidie en dat is niet alleen demagogisch, maar ook anti-feministisch, rechts en milieu vijandig.
Ik zal die vier beschuldigingen hieronder stuk voor stuk onderbouwen.

Zeuren over aanrechtsubsidie is demagogisch

De zogenaamde aanrechtsubsidie is helemaal geen subsidie.
Officieel heet het algemene heffingskorting en het is een stukje van wat vroeger de belastingvrije voet heette. Het was het gedeelte van het inkomen waarover geen belasting betaald hoeft te worden.
Voor een gezin was dat bedrag hoger dan voor een alleenstaande. En de verrekening vond plaats via de aanslag van de kostwinner.

Later werd dit systeem gewijzigd. De belastingvrije voet van de kostwinner werd verlaagd. Deze ging dus meer belasting betalen en de niet werkende partner kreeg nu van de belastingdienst een bedrag op haar of zijn rekening teruggestort.
Prettiger konden ze het niet maken, maar wel ingewikkelder.
Maar de voorstanders van deze regeling vonden dat dit de emancipatie van de vrouw diende.

Nu er naar gestreefd wordt om deze uitkering te stoppen, wordt de belasting voor gezinnen waarvan een van de partners geen betalende baan heeft dus verhoogd.  En wederom wordt dit emanciperend genoemd.
Eerst emancipeer je dus door het uitdelen van een sigaar uit de eigen gezinsdoos en vervolgens emancipeer je nog eens door die sigaar weer af te pakken.
Als we het dus per se over een aanrecht willen hebben, hebben we het hier dus over het invoeren van de aanrechtbelasting!

Zeuren over aanrechtsubsidie is anti-feministisch

Zeuren over aanrechtsubsidie is niet alleen anti-feministisch omdat het het recht van vrouwen en een enkele man ontkent om zelf uit te maken hoe ze het werk met hun partner verdelen.
Het is ook anti-feministisch omdat het woord aanrechtsubsidie een kleinerend beeld creëert van het werk wat in huis verricht wordt.
Wat daar gebeurt is namelijk zeer belangrijk werk, wat veel aandacht, inspanning en kunde vraagt om het goed te doen, zeker als daar het verzorgen en opvoeden van kinderen bij komt.
Het scheppen van een veilige liefdevolle omgeving waarin kleine mensen opgroeien is niet alleen van cruciaal belang voor die kinderen zelf, maar tevens voor de maatschappij die zij later gaan bevolken.
Dat dat werk niet betaald en onvoldoende gewaardeerd wordt is al erg genoeg.
Het is ronduit schandalig om daar nog eens  een sneer over ‘aanrechtsubsidie’ aan toe te voegen en dan ook nog eens te claimen dat je emanciperend bezig bent.

Zeuren over aanrechtsubsidie is rechts

De werkelijke beweegreden achter het afnemen van de belastingcompensatie van niet-werkende partners is dat men verwacht dat dezen hierdoor aangemoedigd worden buitenshuis betaald werk te gaan verrichten.
Natuurlijk is het maar de vraag of mensen die bewust kiezen voor huis en gezin voor pakweg 170 euro per maand te koop zijn.  Maar overheden en politici denken zo niet. Zij denken niet aan individuele mensen, ze denken in systemen.
Ze gaan er van uit dat het goed is voor de economie dat er door iedere volwassene betaald werk verricht moet worden.

Mogelijk is dat ook goed voor de economie. Maar de vraag die iedere politicus zich moet stellen, en zeker iedere zich links noemende politicus zich moet stellen is:
Is wat goed is voor de economie, ook goed voor mensen?

Deze droom van de totale tweeverdienersmaatschappij is een rechts kapitalistisch droom en gaat niet meer over full employment maar over full exploitation.
In een economie waarin in meerdere bedrijfstakken de CAO ontdoken kan worden, het ontslagrecht wordt verruimd, de duur van de WW wordt ingekort;
waarin buitenlandse bedrijven van de ene op de andere dag hun productie naar een ander land kunnen  verplaatsen;
waarin iedereen tot zijn 67ste moet werken, maar vrijwel niemand boven z’n vijftigste nog een normale baan kan vinden;
In zo’n economie valt groei stelselmatig uit in het voordeel van de ondernemer  en niet in het voordeel van hen die ondernomen worden.

Werken is prachtig. Maar het moet eerlijk beloond worden, zowel binnenshuis als buitenshuis.
Werken is een individueel recht en een sociale plicht zowel binnenshuis als buitenshuis.
En ieder moet het recht hebben zelf uit te maken waar hij zijn of haar werk wil verrichten.

Het gezeur over aanrechtsubsidie is milieu-vijandig

Hoe meer arbeidsparticipatie, hoe meer woon werk verkeer. Dat kan iedereen op zijn vingers natellen.
Natuurlijk, politici verven desgevraagd de banen die zij op papier creëren allemaal duurzaam groen. Maar dat thuis werken is een verhaal dat we al jaren horen, maar nog nauwelijks zien.
(Soms krijg je heimwee naar dat jaar 2020 waarin al die kabinetsdoelstellingen bereikt werden).

Als iedereen werkt, heeft er ook bijna niemand meer puf om uitgebreid te koken. De kinderen die in zo’n convenience gezin opgroeien zullen het dan ook niet of nauwelijks zien gebeuren en zullen het derhalve ook nooit leren en het later ook niet doen. En dus zie  je steeds meer kant en klaar producten in de winkel.
Vroeger maakte je van tien basisproducten zoals aardappelen, melk, ei, ui, meel, havermout, appel, boter, rijst en pasta tezamen met groenten en fruit honderd en veertig verschillende gerechten. Nu vind je er minstens honderdtwintig daarvan kant en klaar in de supermarkt.
Zo komt de Plusmarkt aan zijn 10.000 artikelen en de Jumbo aan de 32.000!

Stuur je nu een kind voor een pak yoghurt naar Albert dan zal het minuten lang moeten zoeken tussen de 27 yoghurt varianten.
Al die producten zullen gefabriceerd , verpakt en vervoerd moeten worden en ons via de reclame aangepraat moeten worden. En dagelijks blijven van al die producten weer onverkochte resten over.
Twee verdieners zijn ook twee verbruikers. Sparen is ongeveer net zo populair als koperpoetsen dus komt die 3D tv er wel en de derde vakantie over een tijdje ook wel. Dat bankstel kan eigenlijk ook niet meer en een boodschappen autootje zou toch wel handig zijn. Elektrisch misschien, vanwege het milieu?

Kortom, de grondstoffen raken dan wel op, ook al kunnen we binnenkort olie uit de oceaan halen, maar de productie moet blijven groeien.

Het tweeverdienersmodel is de zege van de consumptiemaatschappij, maar een ramp voor het milieu en het ondergraaft het persoonlijk- en maatschappelijk noodzakelijke (kent u dat woord nog?) gezinsleven.

Met die mythe van de aanrechtsubsidie toont GroenLinks zich dus niet groen en niet links.

Zie ook  het pamflet “Waarom ouders onmisbaar zijn; Het gezin de broedstoof van de evolutie” en nogmaals aanbevolen het Moederfront


%d bloggers liken dit: