The morning after

woensdag 21 januari, 2009

Gister gebeurde dan eindelijk dat waar ik op hoopte sinds de dag in 2004 waarop ik de keynote speech van  de Democratische conventie beluisterde. Barack Obama werd president van de Verenigde Staten.

Natuurlijk verheugt het me ook dat het een zwarte Amerikaan is die nu president is, maar wat me vooral verheugt, is dat het iemand is met een voor Amerikaanse begrippen progressieve agenda, en bovenal iemand met intellectuele inhoud.
Toen ik naar het concert keek dat voorafging aan de inauguratie genoot ik bijzonder van de show.
En een dag later mijmerden we op weg naar Delft of  een Nederlands inauguratie concert mogelijk zou zijn, en hoe dat er dan uit zou zien.

Zouden wij een show kunnen leveren van de kwaliteit die wedie dag daarvoor gezien hadden?
We waren er somber over.

Wie zouden we moeten uitkiezen om die verbindende teksten uit te spreken? Een van onze topacteurs, zoals we die kennen uit de vele soaps en tv commercials? Ik zeg nog zo, géén bommetje.
Welke zangers zouden we het Wilhelmus en ‘In naam van Oranje doe open de poort’ doen zingen? Geer en Goor? Of houden we het serieus met André Rieu en Wibi Weetikveel?
Een schrijver dan? Onze bijna Nobel laureaat Fidel Mulisch, maar hoe voorkom je dan weer dat het publiek denkt dat híj geinaugureerd wordt in plaats van Balkemans.

Nee, we moeten er maar niet aan beginnen. En ja, natuurlijk is het maar show, zoals in zekere zin ook Romeo en Julia show is, en de Mattheus Passion show is.
Show is mooi, as long it is  show you can believe in.

Want daar gaat het om. Kan je er in geloven?

Onze nationale scepticus, (met wie ik overigens zowel de voorliefde voor het slecht geschoren rondlopen in truien als het beoefenen van het sierlijk mopperen deel), dreigt langzamerhand toch wel een beetje in een act te vervallen.
Natuurlijk is scepsis een onmisbaar voedingssupplement , maar een overdosering is schadelijk voor de gezondheid.
Degenen die zich nu scharen in het koor van Slimme Henkies die het “Eerst zien dan geloven” aanheffen, begrijpen niet dat dit een tamelijk domme stelregel is.
Als je iets ziet gebeuren, hoef je het niet te geloven; dan wéét je dat het kan.
Geloven is niets anders dan dan een bijzonder sterke verwachting hebben, dat iets bepaalds het geval is, of zal zijn. En dat kan heel behulpzaam zijn om een slechte tijd door te komen en het kan zelfs inspireren om er zelf iets aan te gaan doen. En een collectief gedeelde verwachting kan er toe leiden er gezámenlijk iets aan te gaan doen, waardoor de kans toeneemt dat het gebeurt.

Dat mechanische blussen van elk enthousiasme met een overdose aan tegenwerpingen doet me denken aan de ervaring die ik had in de tijd dat ik op La Palma woonde en daar wat klusjes opknapte voor een Amerikaan die daar wat grond bezat.
Als ik hem iets vertelde over de plannen die ik had om daar te overleven, begon hij onmiddellijk alle redenen op te noemen waarom dat niet zou lukken.
Toen ik hem vertelde dat ik dat wel erg ontmoedigend en vervelend vond zei hij, dat het nooit kwaad kon om een emmertje water klaar te zetten als je een kampvuur aanstak. Waarop ik hem zei, dat ik het daar mee eens was, maar wat hij deed, was dat hij over mijn lucifers piste zodat ik het vuur niet eens aan kon steken.

En wat het vuur van Obama betreft, laat dit branden, zodat we ons er allen aan kunnen warmen, maar dan in eigen haard en niet in welke brandhaard dan ook in het Midden Oosten. Dus ook niet in Afghanistan.

mailtobutton

Hèhèh

zaterdag 10 januari, 2009

Op 8 januari 2008 schreef ik in het stukje Brinkmanship:

De Tweede Kamer delegatie wenst meneer B. echter niet laten vallen.
Natuurlijk fatsoen moet je doen, maar niet onder alle omstandigheden.
Misschien is fatsoen meer iets voor de studeerkamer, als we aan Balkenende’s standje aan Bot terugdenken. In de praktijk van het volksvertegenwoordigerswerk gaat het formele boven het fatsoenlijke.

Wel probeert de VVD voorzitter van de delegatie – die tegen beter weten in toch maar naar de Antillen is gereisd – nog z’n gezicht te redden door afstand te nemen van ‘de manier waarop’ de heer Brinkman aan zijn ideeën uiting heeft gegeven, waar ieder fatsoenlijk mens natuurlijk afstand had genomen van de inhoud van die ideeën.

Maar we zagen het al ook in de nieuwe politiek gaat de vorm vaak boven de inhoud.
(Zou dat misschien de oorzaak kunnen zijn dat de volksvertegenwoordiging – de wetgevende macht – in de praktijk zo vaak de Baarmoeder van de Bureaucratie lijkt te zijn?)

Kijk, nou heeft nog nooit iemand mij er van beschuldigd diplomatiek te zijn. Maar in dit geval had ik het als commissielid toch wel beter gedaan.
Ik had er voor gezorgd dat de commissie thuis was gebleven omdat er geen redelijke basis voor vruchtbaar overleg was.

En dan had iedereen naar eigen behoefte kunnen bedenken of dat ontbreken van die basis nou lag aan die langtenige Antillianen die zich niet eens als handelswaar wilden laten behandelen, of aan het gemis aan beschaving van een deel van de Nederlandse delegatie. (einde citaat)

Nu een jaar later is het dan eindelijk zover:

teletekst-1-op-11

De ontwenningsstrategie

zondag 7 december, 2008

Supermarkten en radio/tv zenders hebben tenminste één ding gemeen:
Van tijd tot tijd halen ze hun hele indeling overhoop.
Dat is behoorlijk lastig voor hun klanten, want het duurt weer een tijdje voor je de dingen die jij gebruikt weer kunt vinden.

Waarom doen die grutters c.q. mediaboeren dat, vraag je je af. Ze zouden er toch aan mogen hechten om het hun klantjes naar de zin te maken?

Van de supermarkten begrijp ik het.
Natuurlijk, grutters houden van mensen, maar ze houden nog meer van het geld van die mensen.
Want wat gebeurt er als je boodschappen gaat doen? Je loopt die winkel in, pakt een mandje of karretje, loopt naar de artikelen die op je – geschreven of in je hoofd zittende – lijstje staan, betaalt bij de kassa en verlaat het pand.
Klaar is Kees (m/v).

Maar nu heeft grutter net weer eens zijn winkel overhoop gehaald.
Het brood is dan meestal nog wel te vinden. En groenten en fruit zie je ook al van verre. Maar voor de artikelen die je niet elke dag koopt, zoals vanillesuiker of schoonmaakazijn zoek je je  het gompes en kom je van alles en nog wat tegen wat niet op je lijstje stond. Waardoor de zwakkeren onder ons – zoals de aanbiedings-gevoeligen – in de verleiding kunnen komen om dingen te kopen die ze niet strikt nodig hebben. En dat levert grutter dan weer 2% extra omzet op.

Wat de samenzweringstheorie achter die radio en tv programma’s is, heb ik nog niet ontdekt.

mailtobutton

Sneeuw

maandag 1 december, 2008

Omdat mijn biologische wekker niet gelijk loopt met die van mijn bruid, gebeurt het zelden dat wij gezamenlijk ontbijten.
Maar deze zondagochtend was een uitzondering.
De rolgordijnen in de keuken waren voor driekwart neergelaten, zodat je maar een smal reepje Saaiwijk zag. Op tafel brandden drie kaarsen, en er was nog wat over van het brood dat ik de dag er voor gebakken had. Buiten sneeuwde het licht.

Geluk houdt zich graag op in keukens

Een verlaten spinnenweb tussen het rozemarijnstruikje in de kruidenbak voor het keukenraam en en een onzichtbaar bevestigingspunt buiten mijn gezichtsbereik ving heel af en toe een vlokje sneeuw.
Een enkel vlokje was iets groter en leek iets trager te vallen, en als je goed-keek zou het eigenlijk best wel eens een beetje kunnen zweven.

En, ja hoor, ik was weer terug in mijn jeugd.
Als kind lukte me dat: goedkijken.
Net zo lang turen naar natte sneeuw, tot er goede sneeuw tussen zat. En dan droomde je verder over dikke sneeuw dekens, waar je voetstappen diep in achter zouden blijven, als je tenminste de aarzeling kon overwinnen om als eerste over dat veldje te lopen, en daarmee iets ongerepts onherstelbaar te veranderen.
Of over een sneeuwpop in de vorm van een ijsbeer, die je dit jaar écht zou gaan maken en waarmee je grote opschudding in de buurt zou veroorzaken. Vooral als je hem op de hoek van de straat zou zetten, zodat de beer met z’n naar links gedraaide kop om de hoek zou turen.
Of een iglo zoals we die in die strenge oorlogswinter gemaakt hadden van bevroren sneeuw.
Al die gelukzalige perspectieven doemden op als je die sneeuvlokjes probeerde te volgen en je werd een beetje duizelig als je in de lucht keek naar hun opvolgers en de sneeuw ineens  zwarte sneeuw werd.
Alles was mogelijk!
Wat daar bij hielp, was dat het weer onvoorspelbaar was. Dat zeiden de mensen toch? Niets is zo onvoorspelbaar als het weer.
Maar nu hebben we teletekst pagina 704, en weet je dat in het westen en midden van het land de sneeuwval om kwart over drie ophoudt en dat tot aanstaande donderdag de temperaturen zullen stijgen. Trouwens het woord sneeuw hoor je ook al steeds minder. Winterse buien kan je krijgen!

Dat met die ijsbeer zal er dus wel nooit van komen.
Jullie met je stomme auto’s ook!

mailtobutton

Welkom Burgemeester

vrijdag 17 oktober, 2008

Ergens in het oosten des lands is er een voetbalclub waarvan de aanhangers zich zelf trots de superboeren noemen.
Toch zou die naam beter passen bij mijn mede-aanhangers van Ajax, omdat Amsterdam en de Amsterdammers hun reputatie nu eenmaal te danken hebben aan ondernemende provincialen die naar de hoofdstad trokken omdat zij meenden, dat ‘het daar allemaal gebeurde’.
Onbewust schiepen ze daarmee een zich zelf vervullende voorspelling, en er waren ook tijden dat er van alles en nog wat gebeurde, zoals er ook een tijd was dat Ajax het mooiste voetbal van de wereld speelde.

Met beiden is het later mis gegaan: met het voetbal van Ajax en met het grote gebeuren van Amsterdam.
Mijn vertrek uit Amsterdam in 1976 had veel te maken met de opkomst van een vervelende generatie ik-ook-ers die de vreedzame maatschappelijke bewegingen ging domineren. Krakers en andere radicalinski’s. Het eens zo leuke Amsterdam werd een groezelige stad vol gelijkhebbers en ik zou dan ook geen echte doorbrekende creatieve ontwikkeling kunnen opnoemen die sindsdien in Amsterdam (of elders in Nederland) heeft plaatsgevonden.

Post, neo en postneo knip- en plakwerk is het wat er op ons afkomt.

Maar mythes blijven langer bestaan dan inhoud, en een zekere opvatting dat trouw een deugd is, maakt dat ik toch probeer om van Ajax te blijven houden en blijf ik toch ook wel stiekem genieten van dat verongelijkt zeikerige toontje van het Amsterdamse dialect, waardoor je je realiseert dat die zingende kroegbaas uit Utrecht eigenlijk een hardstikke vrolijke positivo is.
Toen ik in 1982 in Rotterdam neerstreek was dat ook eigenlijk best een verademing. Van der Louw was mijn hoogste baas, al heb ik hem nooit ontmoet, en mijn meeste collega’s hadden  een opgeruimd soort ‘dat doet ik wel even voor je’ instelling.

In de loop van de jaren verdween echter ook hier de gemoedelijkheid. Doodnormale collega’s bleken bij de beursgang van World Online een groot gedeelte van hun werkdag beurskoersen te volgen, en ook de geluiden bij de koffieautomaat werden steeds rechtser.
Toen de LPF golf over de kade spoelde was ik te oud om nogmaals te verhuizen en bovendien had ik nu een gezin en was m’n hypotheek nog niet afgelost.

Goed, die golf heeft zich grotendeels teruggetrokken, al is er wel wat bezinksel in het landschap achtergebleven.

Maar nu is hij dan gelukkig hier, de heer Aboutaleb.

Iets te laat naar mijn smaak en het is jammer dat hij de heer Cohen niet meegenomen heeft.
Rotterdam is een grote stad, die door de Rotterdammers zelf al in tweeën verdeeld is, dus een duo-burgemeesterschap zou hier niet eens zo gek zijn.

Aboutaleb en Cohen staan bekend als bruggenbouwers. Nou dat is hier niet zo nodig, we hebben hier al een stel prachtige bruggen, maar misschien krijgen ze het voor elkaar om een bepaald stel Rotterdammers die bruggen te laten gebruiken.

Of Aboutaleb hier zal kunnen werken?

Gister zag ik in Nova een Rotterdamse politicus, die naar zijn naam te oordelen een blanke man moet zijn. Maar dat was moeilijk te zien omdat hij rood aangelopen was van woede en frustratie.

Tsja.
Vroeger had Ajax een Sörensen met twee paspoorten op het middenveld, nu heeft Rotterdam alleen nog maar een Sörensen met slechts één paspoort,
in de achterhoede.

mailtobutton