Posts Tagged ‘Holset’

Gelukkig in Holset III

vrijdag 8 september, 2006

Het was nooit eerder bij me opgekomen, de behoefte om beton te strelen, en het is zeker niet mijn gewoonte om aan iedere streelbehoefte gevolg te geven. Stel je voor.
Maar hier was geen weerstand aan te bieden.
De omstandigheden waren er ook naar.

Voor de derde keer dit jaar waren we voor een paar dagen vakantie richting Spanje vertrokken, en net als de vorige twee keer vonden we het in Limburg al mooi genoeg.
Onze pleisterplaats was als van ouds de herberg Oud-Holset, maar het accent lag deze keer minder op wandelen en meer op kunst.
Zelfs bij het winkelen in Aken werden we al gesticht:
We waren op zoek naar een boetiek waar we bij het vorige bezoek ein schönes Kleid in de etalage hadden gezien, maar dat was op onze voorlaatste avond en volgens een briefje op de deur zou de winkel de komende dagen gesloten zijn. Geen gelegenheid voor een bezoek dus. We hadden echter noch de naam van de winkel, noch die van de straat genoteerd.
Er zat niets anders op dan nu dezelfde route nog eens te lopen, dan moesten we er vanzelf komen.
Onderweg zagen we een flyer aangeplakt dat er een ikonen tentoonstelling was in de St. Michael kerk in de Jesuitenstrasse. Wilden we ook wel zien, maar eerst maar die boetiek.
Die vonden we inderdaad en hij bleek in de Jesuitenstrasse te liggen, twee huizen van de kerk die we zochten!
De jurk was er ook nog, maar zat niet zo mooi, maar gelukkig waren er nog een hele boel andere fraaie kleren.

De St. Michaelkerk – oorspronkelijk een Jezuietenkerk – was nu een Grieks-orthodoxe kerk en het interieur was daar aan aangepast en die schildering kon mij wel bekoren. De ikonen spraken mij minder aan. Misschien ben ik wel verwend, omdat ik ikonen tot nu toe uitsluitend kende van reproducties en het waarschijnlijk de topstukken zijn die gereproduceerd worden.

img_0050.jpg

Bij een eerder bezoek aan Limburg hadden we al eens de St. Catharinakapel in Lemiers bezichtigd, die aan de binnenzijde op een bijzondere manier beschilderd is.
Maar deze keer werden we vergezeld door een dierbare vriendin waarmee onze ervaring van destijds graag wilden delen. Dus gingen we op de tweede dag nog eens naar dit oudste kerkje van Nederland.
Om de verrassing bij binnenkomst te bewaren vertel ik er hier verder niets over.
Wie er meer over wil weten moet het recept op de kerkdeur maar volgen:

img_0092.jpg

Onze vriendin heeft iets met tuinen, en ze had een tijdschrift meegenomen met een lijst van alle tuinen in Nederland die op bepaalde tijden voor het publiek te bezichtigen zijn.
Onze laatste dag was een donderdag en op donderdag en vrijdag waren de tuinen van het kasteel van Wijlre open. Dat kwam mooi uit want dat was ook de dag dat we een afspraak hadden om de St. Cunibertuskerk in Wahlwiller te bezichtigen en dat viel ook weer mooi samen met de openstelling van De Verwondering (zie eerdere lyriek hierover in Gelukkig in Holset II).

De ingang voor bezoekers van de kasteeltuin was lastig te vinden en zag er toen we hem vonden ook niet zo duidelijk uit, dus ik betrad met enige schroom een ruimte die een boomgaard zou kunnen zijn, maar ook een gazon waar fruitbomen woonden. De paden langs het veld waren met gras overgroeid en schuin over het veld liep een strook waar het gras iets anders getint was en dit zou een pad kunnen zijn.
Aan het einde ervan lokte een bouwwerk van beton en glas.
Gelukkig verscheen er op dat moment een dame die ons verwelkomde en uitnodigde om het gebouw te betreden.
We werden langs een hellingbaan naar boven geleid en kwamen in een ontvangstruimte waar al enige bezoekers aanwezig waren.

Er werd nog wat informatie gegeven aan de mensen die mij vergezelden, maar dat ontging me omdat ik vanaf het moment dat ik het gebouw betrad in de ban raakte van deze omgeving.
Hier klopte echt alles. Het licht, het materiaal, de verhoudingen.

Een van de eerste dingen die bij me opkwam, was de herinnering aan het de Abdijkerk van het Benedictijner klooster in Mamelis.

mamelis.jpg

We waren daar heen gegaan op aanraden van de heer die ons in het kerkje van Lemiers rondleidde, omdat daar nog gregoriaans te horen was en je er het avondgebed – de vespers – mocht bijwonen.
Dat gezang viel, mede gezien de gemiddelde leeftijd van de monniken, enigszins tegen, maar het nieuwe gedeelte van het klooster, gebouwd door Dom Hans van der Laan maakte alles goed.

De rijke soberheid van de gekozen materialen en maatvorming deed me toen denken aan de beste typografie die ik gezien had, wat achteraf toen ik meer te weten kwam over de bouwmeester niet zo vreemd was. Want van der Laan heeft in zijn werk uitdrukking gegeven aan zijn verhoudingenleer gebaseerd op het ‘plastische getal’ een driedimensionale interpretatie van de gulden snede waarop de traditionele typografie berustte.

Het paviljoen (Hedge House geheten) deed me dan wel in eerste instantie aan de abdijkerk denken, maar als ik de herinnerde beelden wisselend op de binnenkant van mijn schedel projecteer, zijn er toch verschillen in beleving. Ingetogenheid en kwaliteit hebben ze gemeen, maar in de abdijkerk ontkom je ook als ongelovige niet aan het sacrale en gewijde waar dit gebouw een uitdrukking van is. Niet omdat je de vorm van het gewijde herkent, want van der Laan ontwierp ook alle bij de mis gebruikte voorwerpen opnieuw, maar omdat je het in de ademhaling van het gebouw ervaart. Terwijl het in het paviljoen een meer platonische schoonheidservaring is die je beleeft.

We bleken in een inleiding te vallen die de bewoner van het kasteel gaf aan de reeds aanwezige bezoekers. Een boeiend verhaal, dat ik echter toch nog liever na mijn bezoek had gehoord, want ik ga graag het liefst blanco zo’n ontmoeting aan. En ook het liefst alleen.
Ondertussen keek ik om me heen en kon niet genoeg krijgen van de subtiliteit van de verschillen in tint en textuur van het staal en het beton. Waar die materialen aan elkaar grensden was er vaak een spatiëring gesuggereerd door een kleine verdieping in het beton. Er waren dus eigenlijk drie materialen, beton staal en licht, of liever gezegd schaduw.
Op de tafel lag een catalogus met een bladspiegel van, ik schat, 18 x 18 cm waar van het voor en achterplat waren uitgevoerd in onbedrukt grijsbord, wat ook al weer prachtig paste in de omgeving.
De inleider maakte gewag van het ideaal een Gesamtkunstwerk te scheppen. Nou, dat leek hier in dit vertrek al aardig geslaagd.

Na deze inleiding konden we de expositie in het paviljoen en de tuinen bekijken.
Wij kozen voor het laatste.
Hoewel het formele tuingedeelte bijzonder fraai was werd ik het meest getroffen door het weidse gazon achter het kasteel, waarop enkele majesteitelijke bomen de ruimte maat gaven. Eigenlijk zou je niet verder moeten lopen, maar hier moeten blijven genieten van de juiste verhoudingen. Het zelfde dilemma dat zich in een museum altijd voordoet.
Eén boom is vaak al genoeg om het oog te vullen.
Er is iets met het licht of zo je wilt de schaduw onder een boom. Het heeft een tint.
Natuurlijk, licht heeft een kleur, maar hoewel ik het niet echt zie, ervaar ik wel de aanwezigheid van kleur in de schaduw (of een ander soort fijne materie) die onder een boom hangt. En naar ik vermoed vult die lichte stof ook die intrigerende ruimte tussen de takken en bladeren van een boomkruin, die een jonge merelmoeder doet besluiten om juist daar haar nest te bouwen.
Wel, van deze materie was er een overvloed op het gazon.

In een hoek van het gazon was de overgang van gazon naar het bos er achter zo geleidelijk dat je de merkwaardige belevenis ervoer dat je stond te genieten van het kijken naar iets wat niet zichtbaar was. Je zag wel de details waardoor het veroorzaakt werd: Een boom uit het bos was als niemand keek iets naar voren gekropen en groeide een tak als een doorluchtig gewelf over een deel van het gazon. Het gras daaronder ebde weg. En liep je een paar passen verder dan zag je een dode tak in het voorbos liggen die de kromming van de boomtak spiegelde.
Ik kon de verdenking niet onderdrukken dat de kasteelheer hier op een van z’n avondwandelingen ingegrepen heeft, omdat hij toch al zelf een onderdeel van het Gesamtkunstwerk geworden is.
Ik begon ook het begin van een idee te krijgen waar de laatste plaatjes van de stier-serie voor staan.

r_8-both-bull-and-self-transcended.gif r_9-reaching-the-source.gif r_10-in-the-world.gif
zie de post over deze plaatjes

Nu was mijn oog voorlopig wel even vol. Foto’s maken stond me tegen. Wat hier was, was niet in een foto te vangen. Ik wist zeker dat ik hier nog vele malen terug moest komen.

En nog was de dag niet voorbij.
In Wahlwiller hadden we een afspraak gemaakt met de heer Ploemen, die ons de beschildering en de kruiswegstatie van de Cunibertuskerk zou laten zien. We hadden daar al een blik op kunnen werpen vanuit het voorportaal, maar wilden het werk van nabij zien, ook al omdat er weinig licht in de kerk valt.
En het is ook eigenlijk de enig manier om dit werk in zijn volheid te ervaren. De beschildering is schitterend, in intrigerende paarse tinten voor een deel, zeker rond het oorspronkelijke altaar.
De inleiding en rondleiding van de heer Ploemen, voegt veel toe. Je krijgt begrip en respect voor schilder Aad de Haas en zeker voor een ongelovige is de toelichting op de panelen van de kruiswegstatie verhelderend en verdiepend. Ik besef als niet-gelovige een dimensie van dit werk niet te kunnen ervaren en wil er ook niet veel meer over zeggen om niet onbewust iets verkeerds te zeggen, maar het werk is zo overtuigend dat ik bij het naderen van het einde van de lijdensweg mijn tranen terug moest dringen.

Gelukkig in Holset II

donderdag 3 augustus, 2006

“Kan ontspannen ook uit de hand lopen?” vroeg ik, toen we na onze eerste wandeling weer op het terras van de herberg zaten.
Dan zou ik dat misschien best wel eens willen proberen.
Door gebeurtenissen die buiten het bestek van dit stukje vallen hadden we het gevoel dat we nog niet helemaal klaar waren met onze ontspanningskuur en dus zaten we twee weken na ons vertrek uit Holset weer op dezelfde plek.

Na wat weidegrond, begrenst door boomranden, ging het landschap waar we op uit keken over in het bosgebied achter de sportvelden van Lemiers.
Het vergezicht werd bekroond met een weidse helling met immense kilometerbrede korenvelden.
Het grootste deel was al gemaaid maar op een brede strook stond het graan er nog.
Af en toe verdween de zon of scheen minder fel en dan veranderden de kleuren in een andere even fraaie combinatie.

Elke keer dat ik in dit deel van Limburg kom, heb ik het gevoel thuis te komen. Of dat een echo is van de gelukkige jaren op La Palma, of dat ik gewoon thuis hoor in een landschap waar de horizon niet recht loopt, ik weet het niet.
In ieder geval vervult het me met een gevoel van intense tevredenheid als ik naar iets in de verte kan staren, dat het zicht wegneemt op iets in een nog verrere verte.
Het hoeven geen bergen te zijn, heuvels of duinen werken net zo goed en het lukt zelfs met een hoge dijk.
Ze produceren allemaal dat raadselachtige voldoening gevende gevoel, dat er iets is wat je nog doen kan of misschien wel doen moet, namelijk ontdekken hoe die wereld daarachter er uitziet, maar dat dat absoluut niet nu hoeft te gebeuren.
Sterker nog, dat het beter is om daar nog even mee te wachten.

Het aangename van deze afwijking is dat hij ook werkt als ik de wereld achter die berg ken.
Als de magie van mijn verbeelding toeslaat (en daar is maar weinig voor nodig gelukkig) is het geen kunst te veronderstellen dat die wereld daar sinds mijn laatste bezoek compleet veranderd is in een nieuw terra incognita.
Soms lukt het als ik lang kijk, te vergeten waar ik ben en te verblijven in wat ik zie. Geleidelijk ontstaat er zo een tweede – paracartesiaanse – wereld, waarin zoals op de oude zeekaarten bekende kapen en kusten door een netwerk van zichtlijnen verbonden zijn met andere bekende stukken, het geheel ingebed tussen vage continenten en bedekt door de hemel.
Tijdens onze wandeltochten levert dit toch nog een bruikbaar navigatiesysteem op, bestaande uit kerktorens en de vlakverdelingen die door de boeren – onbewust opererend als grafische kunstenaars – neergelegd zijn.
Dat de kerk nog zo’n rol in mijn leven zou gaan spelen had ik niet verwacht.

De verwondering slaat toe

Bij ons eerste bezoek aan Holset en omgeving hadden we de Sint Cunibertuskerk in Wahlwiller al bezocht, maar verzuimd op te schrijven hoe je een rondleiding aan kon vragen.
Tegenover de kerk ontdekten we een café dat “De Verwondering“ heet.
Dat is een naam die blijft haken als een van je levensmotto’s is dat het wonder de verwonderde nodig heeft.
Het stak de naam naar de kroon die de eigenaar van een kleine supermarkt had bedacht in het dorpje Tazacorte op het geliefde eiland van weleer: ‘Almacén El Encanto’ Magazijn De Betovering.
Het café was gesloten, maar ik maakte een foto van het uithangbord.

img_0081.jpg

Bij ons tweede bezoek aan de Cunibertus bleek er een mis gaande, maar we konden zonder te storen de informatie die wij zochten vinden in het voorportaal. Terwijl we daarmee bezig waren begon de preek die, mirabile dictu, ging over de hernieuwde belangstelling voor het wonder.

Het café was deze keer wel open. We dronken een kopje koffie op het terras en bekeken de spijskaart. Daar stond een aantal gerechten op die ons aantrokken tegen prijzen die ons niet afschrikten. Dus besloten we na onze wandeltocht boven Ubachsberg hier te gaan eten.

Eind van de middag landden we op het terras en toen het wat begon te spatten werden we uitgenodigd onder de parasol te komen waar de waard met een paar andere gasten in gesprek was. Het werd gezellig en we vernamen en passant dat er ook weer een nieuwe Deken was voor Gulpen en omgeving, nadat de vorige in dat gebied enige beoordelingsfouten gemaakt leek te hebben.

Toen de spatten zich ontwikkelden tot een volwassen gietbui en de andere bezoekers vertrokken, gingen we naar binnen en daar werd het gevoel compleet, wat we buiten op het terras al een beetje voelden aankomen, dat we hier eigenlijk al jaren stamgast waren.

Een Akai taperecorder produceerde de ene na de andere lauwwarme ballade van Billy Holiday, en dat is zoals men weet extra balsem op de ziel van een toch al gelukkige oudere heer op een zondagmiddag dat het regent en er een smakelijk maal in aantocht is. Zo wil je wel dagen wachten. De tijd kan eigenlijk niet lang genoeg duren.

Maar het eten kwam toch en voor de tweede keer werden mijn verwachtingen overtroffen.
”Ik houd van koken,” zei de eigenaar in een bijzinnetje, toen hij wat over zijn zaak vertelde. (Ik wilde natuurlijk meer over die naam weten). Nou, dat mocht hij wel zeggen, ja. Dat proefde je in ieder hapje dat je nam.

Volgens Iens is De Verwondering op maandag en dinsdag gesloten, maar momenteel -augustus 2006- is dit woensdag ook het geval. Maar wie het precies wil weten moet maar even bellen 043 4511128.

Ik moet eigenlijk maar eens weer wat teksten gaan verkopen, want ik wil wel elke maand een weekend naar Limburg…

Naschrift 2010:

Bij een bezoek dit jaar, bleek De Verwondering in andere handen over te zijn gegaan en ook niet meer zo te heten.

Gelukkig in Holset I

maandag 24 juli, 2006

Het gebeurt maar zelden dat iets waar je verlangend naar uitgekeken hebt helemaal voldoet aan je hoog gespannen verwachtingen als het lang verbeide moment dan eindelijk aanbreekt.
Ook nu was dat niet het geval.
Onze verwachtingen werden ruimschoots overtroffen.

Een paar jaar geleden hadden we op onze fietstochten door Zuid Limburg het kerkje van Holset al ontdekt en waren daar onmiddellijk voor gevallen, ook al was het binnen niet zoals je buiten zou vermoeden.
Vorig jaar viel ons op dat er een aantrekkelijk ogende herberg tegenover het kerkje lag en toen we daar een drankje gebruikten zagen we aan de diverse opschriften dat we met een herberg in de ware zin des woords te maken hadden en dat er ook bed en ontbijt genoten kon worden.
We kregen een kaart mee met een verwijzing naar http://www.oud-holset.nl en die bewaarden we goed omdat we er al jaren over droomden om eens een keer samen – zonder kinderen – op vakantie te gaan en dit leek ons dan een ideale plek om te beginnen.
Dit jaar deed die gelegenheid zich voor. Onze enige nog thuis wonende zoon kon met een vriend mee op vakantie en dus reden wij op de avond van de finale van het WK voetbal over aangenaam stille wegen van Rotterdam naar Limburg.

img_0100.jpg

De dagen daarop verkenden we veel plekjes die we al van eerdere bezoeken kenden, maar vonden ook weer nieuwe weggetjes. En hoewel we beiden heidenen zijn is ons bestand van favoriete kerkjes van twee naar drie gegaan in deze vakantie.
Het kerkje van Holset zelf werd al genoemd, maar het mooiste kerkje van Nederland is misschien wel dat van Lemiers, dat trouwens ook aan een van de lelijkste kerken plaats biedt.

Het oude kerkje van Lemiers is op afspraak te bezichtigen en herbergt een verrrasing, die hier dan ook niet onthuld wordt.

Op aanraden van de aimabele waard van Oud Holset gingen we naar Wahlwiller om de kruiswegstatie en verdere beschildering van de St. Cunibertus kerk door Aad de Haas te bekijken.
Dat is wat moeilijk omdat een hoog hek je verhindert de kerk te betreden en de kerk vrij donker is. Het inwerpen van een munt zorgt er voor dat er vijf minuten wat zuinig licht wordt ontstoken, dus dat zal bij een volgend verblijf een rondleiding moeten worden.

Het beste moment van de vakantie kwam voor mij op een weggetje nabij Melleschet, waar kort na elkaar twee vogels een sierlijk gekalligrafeerde bocht over de weg vlogen.
Niemand had ze daarom gevraagd.
Nooit was te voorzien geweest dat uit de oerknal net al die materie zo bij elkaar zou komen dat op 11 juli 2006 Limburg er zo uit zou zien, dat ik er die dag zou lopen op het moment dat zij hun vlucht uitvoerden en ik ook nog eens de goeie kant uitkeek.

Je hoeft geen gelovig mens te zijn om totaal ondersteboven van de schepping te zijn.
Een schepping waarvan het meest opwindende is, dat hij niet voltooid is maar nog op volle sterkte explodeert.
Overal.
Altijd.

Bijvoorbeeld in Holset.


%d bloggers liken dit: