Posts Tagged ‘politiek’

Het normen-waarden conflict, wat er aan te doen?

vrijdag 17 juli, 2009

In een stabiele samenleving zijn de heersende normen gebaseerd op het waardenpatroon van de overgrote meerderheid van de bevolking.
Wanneer een minderheid van de bevolking een afwijkend waardenpatroon heeft, kan het zijn dat zij desondanks de geldende norm eerbiedigen, bijvoorbeeld om sancties te voorkomen, of zij houden zich niet aan de norm.
Dat laatste komt al sinds mensenheugenis voor in de vorm van crimineel gedrag.

Het conflict tussen de samenleving en die afwijkende minderheid brengt de stabiliteit van de samenleving niet in gevaar, zolang de omvang van die minderheid en de omvang van hun afwijkingen maar binnen de perken is te houden.
Neemt de criminaliteit in werkelijkheid of zelfs alleen maar in beleving toe, dan ontstaat onrust.
Gevaar van instabiliteit dreigt echter wanneer mensen het afwijkende gedrag exclusief gaan toeschrijven aan de aanwezigheid van een bepaalde bevolkingsgroep.
Zeker wanneer zo’n ‘volksgevoel’ geëxploiteerd gaat worden door een op politieke macht of media-omzet gerichte organisatie.

Of de criminaliteit in Nederland inderdaad toeneemt  is al zo’n jaar of veertig een onbesliste discussie. De criminoloog W.H. Nagel – als schrijver bekend als J.B. Charles – placht op de vraag of de criminaliteit toenam, te antwoorden: “Dat hangt er van af  welk ochtendblad u leest”. Dat was leuk, maar geen echt antwoord. Hooguit een aanwijzing dat veiligheidsbeleving voor sommige mensen belangrijker kan zijn dan actuele veiligheid.
Tegenwoordig zou je ook kunnen zeggen: Dat hangt er van af welk onderzoek u gelezen heeft en hoe u dit interpreteert.
Toevalligerwijs werd in juni 2009 in dezelfde week bekend dat de criminaliteit niet of nauwelijks gestegen was, en dat meer dan 40% van een bepaalde groep jongeren in contact met de politie was geweest.
Stel dat dat laatste zou betekenen dat ze ook aan iets ernstigs schuldig zouden zijn geweest, dan zou je uit de combinatie van die twee kunnen afleiden dat er in de criminaliteit marktverschuivingen plaats vinden. En dat zoals Raoul Heertje grapte ‘onze eigen criminelen hierdoor werkloos thuis zitten’.

Hoe het ook zij, ernstiger dan een eventuele toename van ongewenst gedrag is de toenemende tendens om

  1. deze geheel op rekening van één bepaalde bevolkingsgroep te schuiven
  2. vervolgens deze gehele bevolkingsgroep dit gedrag toe te dichten en
  3. dit weer te versimpelen tot het zwartmaken van een eigenschap zoals religie of ras van die groep.

En dit is wat er in Nederland onmiskenbaar gaande is.

Wat daarbij opmerkelijk is  is dat de huidige splijting meervoudig is.
Behalve de primaire zondebokken is nu ook de groep die niet mee wil doen aan de verkettering zelf doelwit geworden.
Op basis van de peiling van de Politieke Barometer van 2 juli 2009 geef ik in de onderstaande grafiek de verdeling van het politieke discussie in  Nederland weer.
Waarbij ik de discussie partners verdeel in 4 groepen:

De zondebokken

  • overwegend de ± 10% niet-westerse allochtonen

De splijters

  • de aanhang van de PVV volgens die peiling

De binders

  • de huidige aanhang van de meest uitgesproken tegenstanders van de vorige groep, te weten PvdA, D66 en GroenLinks

De twijfelaars

  • De aanhang van de overige partijen die zich naar mijn smaak nog niet ondubbelzinnig hebben uitgesproken

De percentages die n de grafiek genoemd worden zijn alle 10% lager dan de uitkomsten van de barometer. Omdat ik de zondebokken op eigen demografische sterkte in de grafiek heb willen zetten. De onderlinge verhouding tussen de politieke groeperingen zijn wel correct weergegeven.

De vuurverdeling in dit circus is nu alsvolgt:
De splijters halen primair uit naar de zondebokken, maar hebben ook geen goed woord over voor de binders (als er oud-strijders uit de koude oorlog in hun gelederen zouden zitten, zouden ze de binders weg-met-onsers genoemd hebben), en ze beschuldigen de twijfelaars van lafheid.
De binders richten zich voornamelijk op de splijters en noemen die discriminatoir zo niet racistisch. Ze gaan voorzichtig om met de twijfelaars, want wie weet kunnen ze die aan boord krijgen.
De twijfelaars denken aan hun kiezers en houden zich op de vlakte bezig met enerzijds/anderzijds redeneringen waaraan meestal de slotsom ontbreekt.

Het huidige kabinet had bij zijn aantreden ook een zinspreuk: Samen werken, samen leven.
Samen leven is niet zo’n heel verrassend uitgangspunt voor een samen-leving en samen werken eigenlijk ook niet als je bedenkt dat de zinspreuk van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden luidde:
Concordia res parvae crescunt, discordia maximae dilabuntur (Eendracht maakt macht, tweedracht breekt kracht).
In een ideale samenleving zou je dan ook geen zondebokkenfokkerij verwachten. Maar mocht die in een op-een-na-ideale maatschappij onverhoopt toch voorkomen, dan zou je verwachten dat de genen die geen splijter en geen zondebok waren zich allemaal als binders zouden gedragen.
En omdat dit nu niet het geval is, en we niet nog eens in heksenjacht- of beeldenstorm situaties terecht willen komen, doet de volgende vraag zich levensgroot voor:

Wat doen we hier aan?

Toen de psychiater van Dantzig gevraagd hoe vaak hij er in slaagde de problemen van zijn patiënten op te lossen, zei hij -als ik me goed herinner- dat hij als therapeut al heel tevreden was, als mensen die met een irreëel probleem bij hem kwamen, weg gingen met het besef wat hun echte probleem was.

Laten we eens kijken of die benadering hier ook werkt.
Een reëel probleem is dat niet iedereen in Nederland zich gedraagt volgens de normen en waarden waar we hier traditioneel van uitgaan.
Maar omdat de woorden normen en waarden over het algemeen vrij gedachteloos worden gebruikt zijn er nieuwe -naar mijn idee irreële- problemen bij gekomen, zoals de gedachte dat je dat kan oplossen door iets aan de normen kant te doen. Zoals bijvoorbeeld gedogen (geen softdrugs probleem meer) of strengere straffen (van minimumstraffen tot knieschoten en deportatie) en striktere controle op naleving van geboden en verboden (dan binden ze wel in).

Als we zoals in de eerste zin van dit stuk er van uitgaan dat onze normen gebaseerd zijn op het traditionele waardenpatroon van de meerderheid van onze bevolking, dan is het begrijpelijk dat normoverschrijding c.q. abnormaal gedrag te verwachten is van mensen die ‘onze waarden’ niet erkennen, of ze in elk geval niet van ganser harte in hun gedrag tot uitdrukking brengen.
Nu spreken we wel zo gemakkelijk over onze (normen &) waarden, maar welke waarden zijn dat eigenlijk?
Gek genoeg is daar nauwelijks discussie over. En van welke filosofie, ideologie of religie je ook uit gaat, het grootste deel van de zedelijke voorschriften gaat over de vraag hoe je dient om te gaan met ‘de ander’.
En even simpel samengevat is het antwoord op die vraag: “Netjes”.
JE HOORT NETJES MET DE ANDER OM TE GAAN.
IK kan dat op allerlei manier veel deftiger zeggen, maar hier komt het gewoon op neer.

Nu zijn er mensen bij wie dit absoluut niet wil lukken. Bijvoorbeeld bij mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Die hebben zoiets van “Hoezo ik heb toch niets met die ander te maken?” en die zijn geneigd tot ernstig crimineel gedrag.
De overgrote meerderheid meerderheid van de mensen zullen het in het algemeen wel eens zijn met de stelling dat je netjes met de ander om moet gaan, maar zullen daar wel een paar voorwaarden aan willen verbinden, omdat zoals het zo treffend verwoord is in onze taal, het hemd nu eenmaal nader is dan de rok.

Als het allemaal te meten was, zou een sociaal gedrag grafiek van de bevolking er waarschijnlijk ongeveer zo uitzien:

De druppelvorm geeft het aantal mensen aan per percentage ‘sociaalheid’. Links de 100% sociale mensen, rechts de absolute monsters.
In mijn inschatting van de vorm van die grafiek zit er vlak bij de honderd procent niets, omdat wij zo ver ik weet in Nederland geen Moeder Teresa’s in huis hebben.
Wat er aan de andere kant van de schaal zit weet ik niet precies omdat ik weinig contact met die kringen heb.
Maar het is wel duidelijk dat we collectief ergens aan de rechterkant van de grafiek een verticale streep zetten, en dat we alles rechts daarvan crimineel noemen.
Meer naar links, maar nog steeds rechts van het midden zullen de mensen ieder voor zich een streep zetten die de scheidslijn vormt tussen voor hen acceptabel- en voor hen niet acceptabel gedrag.
De groep tussen de eerstgenoemde en de laatstgenoemde lijn is een interessante groep. Dat zijn dus de mensen die niet crimineel zijn, maar zich in onze ogen toch niet prettig gedragen.

Als we die groep nou eens kleiner konden maken, dan zou die zondebokkenfokkerij vast niet meer zo’n aanhang kunnen verwerven als momenteel het geval is.

Om daarin op enig succes te kunnen hopen, moet je opnieuw nadenken over de vraag waarom mensen zich  niet volgens onze waarden gedragen.
Nu wil ik met nadruk zeggen, dat ik daar niet het volledige antwoord op weet, maar ik wil wel volhouden dat ik een deel daarvan wel weet:

Als er van je verwacht wordt dat je netjes met de ander omgaat, dan moet wat je in de praktijk meemaakt ook enigszins aanvaardbaar maken dat dit inderdaad het dragend beginsel van onze samenleving is.
Maar stel nu dat jij het gevoel hebt, dat JIJ die ANDER bent, omdat je doorlopend ANDERs behandeld wordt, en dat dat vaak op een manier is die eigenlijk niet NETJES is. Dan wordt het al een stuk lastiger om de norm als jouw norm te zien.
En dan zullen dit soort mallotige overheidsacties dan ook geen enkel effect hebben.

gijzult

Wat heeft dan wel effect?
Zorgen dat mensen wel in dat normenpatroon van ons kunnen geloven.
En dat kan alleen als we geen mensen uitsluiten.
Zolang we dat wel doen, moeten we maar eens wat voorzichtiger met het woord integratie omgaan.
Tenslotte heeft zelfs in de vorige eeuw en die daarvoor niemand de brutaliteit gehad om de verantwoordelijkheid voor de erbarmelijke situatie van het proletariaat neer te leggen bij die stomme arbeiders die zich maar niet schoolden, in krotten bleven wonen, stom slechtbetaald werk bleven doen en maar weigerden te integreren in de bourgeoisie.

OK. Dat was wat er moet gebeuren. Nu de vraag hoe.
Hopelijk kom ik binnenkort met meer over het project wat ik aan het bedenken ben in www. denationaledialoog.nl
Het zal nanotechnologie op het sociale vlak zijn uiteraard, want ik ben maar één van die zandkorrels.

De maaiveld mythe

vrijdag 3 juli, 2009

U kent ze wel, die mensen die regelmatig klagen dat ‘als je hier je kop boven het maaiveld uitsteekt, het er onmiddellijk afgemaaid wordt”.
Als ik  naga welke mensen ik dat in de loop van de tijd heb horen roepen, dan valt het me op dat die mensen een aantal dingen met elkaar gemeen hebben.
Dat is niet in de eerste plaats dat ze verongelijkt zijn.
Naar mijn schatting is minstens 70% van de Nederlandse bevolking verongelijkt.
Dat tevens 70% van die zelfde bevolking zegt gelukkig te zijn lijkt vreemd, maar is niet onmogelijk.
Dat kunnen die 30% niet-verongelijkten zijn en 40% uit die groep van verongelijkten die genieten van onbegrepen zijn. Even rekenen 40% van 70% dat geeft 28% Nederlnders met een enigszins masochistische inslag.
Maar tilt u hier niet te zwaar aan. Die geluksscore berust op onderzoek en die verongelijktheidscijfers zijn maar een inschatting van mij.

Wat wél opvallend is, is dat die maaiveldklagers nooit behoren tot de bevolkingslaag  onder het maaiveld. En dat het veelal ondernemers zijn en dat ze zelden tot het meest linkse volksdeel behoren. Dat ze de meeste overheidsbemoeienis zien als een domme zo niet vijandige actie tegen mensen zolas zij, waar de maatschappij het van moet hebben.
En dat ze nooit met concrete voorbeelden komen waneer en waar er dan koppen gerold hebben.

Het bleek ook weer eens op de Dag van de Nationale Dialoog die op 25 juni in Den Haag werd gehouden naar aaneliding van de uitkomsten van het bevolkingsonderzoek 21minuten 2009.
Daar kwam de volgende deeluitkomst ter sprake:

Daarop werd terecht uit de zaal op gereageerd met de observatie dat respect voor gezag en informele omgang elkaar niet in de weg hoeven te zitten. Wat door de spreker van het onderzoeksbureau toegegeven werd.

Het verslag van 21minuten concludeerde op basis van deze uitkomst:
“De Nederlander wenst een egalitaire samenleving: bescheiden, solidair en gezagsgetrouw”.

Later werd daar in een door Felix Rottenberg geleide paneldiscussie nog een een schepje bovenop gegooid en ja hoor het maaiveld kwam weer eens ter sprake.

Toen Sir Isaac Newton geprezen werd voor zijn schitterende bijdrage aan de wetenschap, was zijn bescheiden antwoord: “Ik stond op de schouders van reuzen”.
Mij dunkt dat je – als je op de schouders van reuzen staat – een flink end boven het maaiveld uit steekt.
Maar dat het antwoord van Newton aantoont, dat dit voor een werkelijk grote geest geen beletsel voor bescheidenheid hoeft te vormen.

Later in een groepsdiscussie kwam de eerst veronderstelde tegenstelling respect voor gezag versus informeel ook nog eens ter sprake. Daar werd naar aanleiding van een vermeende generatie tegenstelling beweert dat er in jeugdbendes intern juist enorm veel respect bestond.
Waaruit maar blijkt dat respect snel wordt verward met discipline, en gezag met autoritair gedrag.
Maar ja, dat kon ik mijn mede-activisten in de Provo tijd al niet uitleggen, dat er niets mis is met gezag, zolang dit op kundigheid berust.

We miscommuniceren verder, mensen.

Een andere normen en waarden discussie s.v.p.

dinsdag 9 juni, 2009

Ik vrees dat veel mensen de opsomming normen en waarden opvatten als een zelfde soort opsomming als potten en pannen, of gooi- en smijtwerk. En dat terwijl normen en waarden volstrekt verschillende begrippen zijn.

Hoe kom ik op het idee dat mensen normen en waarden als soortgelijke begrippen zien? Door de volgorde waarin ze doorlopend genoemd worden: eerst normen en dan waarden.
Wie zich echter realiseert wat de betekenis van die woorden is, zou eerder spreken van waarden en normen.

Is dit nou taalkundige muggenzifterij?
Ik vind van niet. Ik kan best op z’n tijd met plezier een mugje of wat ziften, maar als we het over normen en waarden hebben, dan hebben we het over begrippen die van een enorme maatschappelijke betekenis zijn, en dan dient de discussie daarover in heldere termen gevoerd te worden. Dat wil zeggen dat iedereen zo veel mogelijk het zelfde bedoelt als hij een bepaalde term gebruikt.

Daarom eerst een definitie van waarde en van norm:
Als we het over waarden hebben, dan hebben we het over essentiële overtuigingen van mensen.
Als we het over normen hebben, dan hebben we het over aanbevelingen zo niet voorschriften gericht op samenlevingen.

Als een groep mensen dezelfde waarden gemeen hebben, dan is er er kans dat in die gemeenschap die waarden tot norm verheven worden.
Dat is op zich zelf een begrijpelijk en meestal positief verschijnsel. Er kunnen dingen uit voortvloeien als de Conventie van Genève, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, of het Non-Proliferatie Verdrag.
Maar ook profane zaken zoals de standaardisering van het formaat van een velletje briefpapier, wat ook weer tot passende formaten van bureauladen, ordners en printers leidt.
Anderzijds kan het normeringsproces er ook toe leiden dat een samenleving tot Joods-Christelijk wordt verklaard en dat op basis daarvan andere levensovertuigingen als niet passend in die samenleving worden ervaren, om het maar eens heel mild uit te drukken.

Het is duidelijk dat er in een samenleving spanningen ontstaan als een beduidend deel van de individuen binnen een samenleving (en dat hoeft beslist geen meerderheid te zijn) verschil ervaart tussen de waarden die zij koesteren en de normen waar de maatschappij van uit gaat.

Ik heb de indruk dat bestuurders, overheden en politici in zo’n situatie in eerste instantie geneigd zijn dan naar de normen te kijken.
Afhankelijk van hun aard of de ideologie die zij aanhangen zullen ze dan kiezen voor een gedoogbeleid (als voorloper van formele bijstelling van de norm) of juist aandringen op een betere controle op de naleving.
Waarschijnlijk leeft er bij bestuurder een geloof dat men door normering waarden kan veranderen.
Het is waarschijnlijk hetzelfde misverstand dat er toe leidt dat je op een flap-over reorganisaties kunt ontwerpen.
Het is waarschijnlijk ook hetzelfde misverstand wat politieke partijen na een verkiezingsnederlaag doet uitzien naar een nieuwe campagneleider, want (“kijk mij, hand in eigen boezem”) wij zijn er wederom niet in geslaagd onze boodschap helder over te brengen.”

Nu kan ter verdediging van deze bestuurders worden aangevoerd dat het ook niet mogelijk is om met bestuursmiddelen (innerlijke) waarden van mensen te veranderen.
Andersom kan dit wel degelijk. Er zijn tal van gevestigde opvattingen nu die hun beslag in maatregelen hebben gekregen, die enkele decennia geleden als onmaatschappelijk of zelfs anti-maatschappelijk werden ervaren. Maar waar de overtuiging van enkelen overgebracht op meerderen uiteindelijk tot een dusdanige maatschappelijke beweging leidde, dat de overheid ‘om ging’.
Men denke aan de gelijkberechtiging van vrouwen, het homo-huwelijk, abortuswetgeving, erkenning van de milieuproblematiek en de eindigheid van grondstoffen voorraden, de standpunten ten aanzien van nucleaire bewapening.

Waarden kunnen dus wel degelijk veranderen en zelfs tot bijstelling van normen leidden, maar dat is blijkbaar geen van bovenaf geleid proces.
Kunnen bestuurders en politici dan nog wel iets anders doen dan afwachten?

Ik heb ooit een boekje geschreven dat “De demokratisering van het geluk” heette. Dat was natuurlijk een titel die bedoeld was om te prikkelen, want hoe zeer ik ook in verandering geloofde (en geloof), ik besefte wel degelijk dat geluk niet te distribueren valt, maar dat je wel degelijk veel kunt doen om dusdanige voorwaarden te scheppen, dat geluk kan ontstaan.
En als je me zou vragen welke voorwaarden zijn dat dan, dan is mijn eerste impuls om te zeggen: vrijheid, kennis en inzicht.
Maar hoe zeer het thema me ook aan het hart gebakken is, het gaat hier niet over geluk. Het gaat hier over waarden.

Waarden horen we vaak genoemd worden in de combinatie ‘maatschappelijke waarden’ en dat is een beetje een dubbelzinnige term, want je zou ‘maatschappelijke waarden’ kunnen opvatten als de set van waarden die door ‘de maatschappij’ voorgestaan worden.
Maar dat is geen bruikbare interpretatie, want het is niet te definiëren wat ‘de maatschappij’ vindt. Zijn dat de ‘mensen in het land’ van Wiegel, de hardwerkende mensen van Rutte, is dat de zwijgende meerderheid van Wilders, wakker Nederland van de Telegraaf, de linkse kerk van Fortuyn, of de gemiddelde BN-er.
Allemaal ideologisch bepaalde etiketten.
Alleen individuele mensen hebben overtuigingen.
Maatschappelijke waarden betekent daarom voor mij waarden die maatschappelijk zijn. Dus waarden die aan het algemeen belang meer waarde toekennen dan aan het persoonlijke belang.
Natuurlijk is mij ook bekend dat het hemd nader is dan de rok. En dat houdt ook in dat mijn concrete keuzes soms en misschien wel vaak meer door het belang van mijn gezin worden ingegeven dan door dat dat van de maatschappij, maar dan heb ik het over gedrag, en dat wordt behalve door waarden ook gestuurd door instincten.
Een van de kenmerken van een stabiele samenleving is echter dat onze instincten getemperd worden door (maatschappelijke) waarden en daarom is heet van belang om condities te scheppen waarin het besef van die waarden kan groeien.

Laten we een beetje concreet worden
Hoe zorg je er voor dat mensen zelf een maatschappelijk waardenbesef ontwikkelen?
Het helpt natuurlijk als je van huis uit een sociale instelling meekrijgt en je in een omgeving terechtkomt waar men prettig met elkaar omgaat, maar niet iedereen is zo gelukkig.
Als zoals ik vermoed ook bij het ontwikkelen van waarden vrijheid, kennis en inzicht een rol spelen zou je ook aan het onderwijs  moeten denken.
Nu hoor ik mensen in het onderwijs al zuchten als ze alweer met een taak worden opgezadeld, maar als

  • er minder lessen uitvallen,
  • scholen net zo belangrijk voor de maatschappij worden gevonden als banken zodat er daar een enorme kapitaalsinjectie wordt gegeven om kleinere klassen en meer goed toegeruste docenten te krijgen
  • en er ook iets hogere eisen aan de leerlingen worden gesteld

dan moet het toch mogelijk zijn om kinderen kennis te laten maken met kunst in gratis toegankelijke musea en bibliotheken, met de natuur in een gratis school- of volkstuin en met de verbluffende mogelijkheden van hun eigen denken in de filosofie les.
Laat leerlingen van groep zes van het basisonderwijs  of van de brugklas maar eens twee uur met elkaar aan de slag gaan om uit te vinden wat een bruikbare omschrijving van vrijheid is.
Zou dat niet weer opleveren dan een seizoen Sire of Postbus 52 spotjes?

Je hebt dan in ieder geval een beginnetje.
Net zo belangrijk als het scheppen van een stimulerende omgeving, lijkt me een het scheppen van een klimaat dat sociale motivatie in stand houdt.
Dat betekent dat minder sociaal gedrag niet alleen bij de zwakkeren van de samenleving maar ook bij de sterkeren wordt aangepakt. (En niet alleen maar wordt betreurd).

Ik denk dat het te veel gevraagd is om politici te vragen om in het vervolg eerlijk hun fouten en vergissingen toe te geven, maar je zou van de journalistiek wel wat meer mogen verwachten.
Volgens een bekend groothandelaar in Angst hebben we in dit land een linkse journalistieke elite.
Mmmm, als dat zou kunnen.
Ik verbaas me vrijwel dagelijks grenzeloos hoe geïnterviewde gezagsdragers er mee weg komen om een heldere vraag te laten verdwijnen in een wolk van opportunistische woordenpuree.
Zoals ik me ook verbaas over de volstrekt chaotische discussies die presentatoren die toch genoeg verdienen om eens een cursus gespreksleiding te volgen aan ons voorschotelen.
De discussies voorafgaand aan de Europese verkiezingen waren wat dat betreft een dieptepunt.
Niet alleen schreeuwt vrijwel iedereen door elkaar, maar er worden ook volstrekt diametrale ‘feiten’ in de discussie getolereerd.
Kijk, als de een zegt Europa is goed voor Nederland, en de ander zegt nee, Europa is juist hartstikke slecht voor Nederland, dan moet je dat accepteren omdat het over interpretaties gaat, en kan je hooguit vragen of ze eens uit willen leggen waarom ze dat vinden.
Maar als in dezelfde uitzending de correspondent in Brussel uitlegt dat niet ingeschreven parlementsleden geen spreektijd krijgen en een fractieleider even later zegt dat dat ze wel spreektijd krijgen, dan verwacht ik dat de presentator de discussie even schorst en boven tafel haalt wie er nou eigenlijk gelijk heeft.
Als in dezelfde uitzending fractieleider A zegt ik wil niet met u samenwerken omdat u tegen x, y en z heeft gestemd, en fractieleider B zegt dat dat niet zo is, dan verlang ik eveneens van de presentator dat hij opheldert wat hiervan wel en niet waar is.
Ik verwacht van interviewers dat ze niet los laten, en beleefd zeggen, dat was een prachtig antwoord op een vraag, die ik niet gesteld heb, maar geeft u nu alstublieft antwoord op de vraag die ik wel stelde. En als dat niet helpt. Het spijt me maar ik begreep uw antwoord niet. Volgens mij is deze vraag in alle logica maar op twee manieren te beantwoorden, namelijk… enzovoort. En als dat ook niet helpt dat je de dan de geïnterviewde wegstuurt wegens obstructie.
Ook wacht ik met smart op een televisie programma waarin uitspraken van politici van alle richtingen die zich te buiten gaan aan politpraat  geprojecteerd worden en vervolgens zin voor zin ontleed worden op betekenis, on-betekenis en suggestie.

The morning after

woensdag 21 januari, 2009

Gister gebeurde dan eindelijk dat waar ik op hoopte sinds de dag in 2004 waarop ik de keynote speech van  de Democratische conventie beluisterde. Barack Obama werd president van de Verenigde Staten.

Natuurlijk verheugt het me ook dat het een zwarte Amerikaan is die nu president is, maar wat me vooral verheugt, is dat het iemand is met een voor Amerikaanse begrippen progressieve agenda, en bovenal iemand met intellectuele inhoud.
Toen ik naar het concert keek dat voorafging aan de inauguratie genoot ik bijzonder van de show.
En een dag later mijmerden we op weg naar Delft of  een Nederlands inauguratie concert mogelijk zou zijn, en hoe dat er dan uit zou zien.

Zouden wij een show kunnen leveren van de kwaliteit die wedie dag daarvoor gezien hadden?
We waren er somber over.

Wie zouden we moeten uitkiezen om die verbindende teksten uit te spreken? Een van onze topacteurs, zoals we die kennen uit de vele soaps en tv commercials? Ik zeg nog zo, géén bommetje.
Welke zangers zouden we het Wilhelmus en ‘In naam van Oranje doe open de poort’ doen zingen? Geer en Goor? Of houden we het serieus met André Rieu en Wibi Weetikveel?
Een schrijver dan? Onze bijna Nobel laureaat Fidel Mulisch, maar hoe voorkom je dan weer dat het publiek denkt dat híj geinaugureerd wordt in plaats van Balkemans.

Nee, we moeten er maar niet aan beginnen. En ja, natuurlijk is het maar show, zoals in zekere zin ook Romeo en Julia show is, en de Mattheus Passion show is.
Show is mooi, as long it is  show you can believe in.

Want daar gaat het om. Kan je er in geloven?

Onze nationale scepticus, (met wie ik overigens zowel de voorliefde voor het slecht geschoren rondlopen in truien als het beoefenen van het sierlijk mopperen deel), dreigt langzamerhand toch wel een beetje in een act te vervallen.
Natuurlijk is scepsis een onmisbaar voedingssupplement , maar een overdosering is schadelijk voor de gezondheid.
Degenen die zich nu scharen in het koor van Slimme Henkies die het “Eerst zien dan geloven” aanheffen, begrijpen niet dat dit een tamelijk domme stelregel is.
Als je iets ziet gebeuren, hoef je het niet te geloven; dan wéét je dat het kan.
Geloven is niets anders dan dan een bijzonder sterke verwachting hebben, dat iets bepaalds het geval is, of zal zijn. En dat kan heel behulpzaam zijn om een slechte tijd door te komen en het kan zelfs inspireren om er zelf iets aan te gaan doen. En een collectief gedeelde verwachting kan er toe leiden er gezámenlijk iets aan te gaan doen, waardoor de kans toeneemt dat het gebeurt.

Dat mechanische blussen van elk enthousiasme met een overdose aan tegenwerpingen doet me denken aan de ervaring die ik had in de tijd dat ik op La Palma woonde en daar wat klusjes opknapte voor een Amerikaan die daar wat grond bezat.
Als ik hem iets vertelde over de plannen die ik had om daar te overleven, begon hij onmiddellijk alle redenen op te noemen waarom dat niet zou lukken.
Toen ik hem vertelde dat ik dat wel erg ontmoedigend en vervelend vond zei hij, dat het nooit kwaad kon om een emmertje water klaar te zetten als je een kampvuur aanstak. Waarop ik hem zei, dat ik het daar mee eens was, maar wat hij deed, was dat hij over mijn lucifers piste zodat ik het vuur niet eens aan kon steken.

En wat het vuur van Obama betreft, laat dit branden, zodat we ons er allen aan kunnen warmen, maar dan in eigen haard en niet in welke brandhaard dan ook in het Midden Oosten. Dus ook niet in Afghanistan.

mailtobutton

Welkom Burgemeester

vrijdag 17 oktober, 2008

Ergens in het oosten des lands is er een voetbalclub waarvan de aanhangers zich zelf trots de superboeren noemen.
Toch zou die naam beter passen bij mijn mede-aanhangers van Ajax, omdat Amsterdam en de Amsterdammers hun reputatie nu eenmaal te danken hebben aan ondernemende provincialen die naar de hoofdstad trokken omdat zij meenden, dat ‘het daar allemaal gebeurde’.
Onbewust schiepen ze daarmee een zich zelf vervullende voorspelling, en er waren ook tijden dat er van alles en nog wat gebeurde, zoals er ook een tijd was dat Ajax het mooiste voetbal van de wereld speelde.

Met beiden is het later mis gegaan: met het voetbal van Ajax en met het grote gebeuren van Amsterdam.
Mijn vertrek uit Amsterdam in 1976 had veel te maken met de opkomst van een vervelende generatie ik-ook-ers die de vreedzame maatschappelijke bewegingen ging domineren. Krakers en andere radicalinski’s. Het eens zo leuke Amsterdam werd een groezelige stad vol gelijkhebbers en ik zou dan ook geen echte doorbrekende creatieve ontwikkeling kunnen opnoemen die sindsdien in Amsterdam (of elders in Nederland) heeft plaatsgevonden.

Post, neo en postneo knip- en plakwerk is het wat er op ons afkomt.

Maar mythes blijven langer bestaan dan inhoud, en een zekere opvatting dat trouw een deugd is, maakt dat ik toch probeer om van Ajax te blijven houden en blijf ik toch ook wel stiekem genieten van dat verongelijkt zeikerige toontje van het Amsterdamse dialect, waardoor je je realiseert dat die zingende kroegbaas uit Utrecht eigenlijk een hardstikke vrolijke positivo is.
Toen ik in 1982 in Rotterdam neerstreek was dat ook eigenlijk best een verademing. Van der Louw was mijn hoogste baas, al heb ik hem nooit ontmoet, en mijn meeste collega’s hadden  een opgeruimd soort ‘dat doet ik wel even voor je’ instelling.

In de loop van de jaren verdween echter ook hier de gemoedelijkheid. Doodnormale collega’s bleken bij de beursgang van World Online een groot gedeelte van hun werkdag beurskoersen te volgen, en ook de geluiden bij de koffieautomaat werden steeds rechtser.
Toen de LPF golf over de kade spoelde was ik te oud om nogmaals te verhuizen en bovendien had ik nu een gezin en was m’n hypotheek nog niet afgelost.

Goed, die golf heeft zich grotendeels teruggetrokken, al is er wel wat bezinksel in het landschap achtergebleven.

Maar nu is hij dan gelukkig hier, de heer Aboutaleb.

Iets te laat naar mijn smaak en het is jammer dat hij de heer Cohen niet meegenomen heeft.
Rotterdam is een grote stad, die door de Rotterdammers zelf al in tweeën verdeeld is, dus een duo-burgemeesterschap zou hier niet eens zo gek zijn.

Aboutaleb en Cohen staan bekend als bruggenbouwers. Nou dat is hier niet zo nodig, we hebben hier al een stel prachtige bruggen, maar misschien krijgen ze het voor elkaar om een bepaald stel Rotterdammers die bruggen te laten gebruiken.

Of Aboutaleb hier zal kunnen werken?

Gister zag ik in Nova een Rotterdamse politicus, die naar zijn naam te oordelen een blanke man moet zijn. Maar dat was moeilijk te zien omdat hij rood aangelopen was van woede en frustratie.

Tsja.
Vroeger had Ajax een Sörensen met twee paspoorten op het middenveld, nu heeft Rotterdam alleen nog maar een Sörensen met slechts één paspoort,
in de achterhoede.

mailtobutton