Archive for maart, 2010

Op zoek naar een transparant geheim

donderdag 18 maart, 2010

De ophef over incidenten bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen heeft de discussie over onze manier van stemmen weer aangewakkerd. Het rode potlood – het veilige alternatief voor de stemcomputer die we niet vertrouwden – vinden we na de laatste schermutselingen nu weer niet betrouwbaar en wordt er weer om de stemcomputer geroepen.

Wat is hier aan de hand?
Veel. Wat in de eerste plaats opvalt, is dat er in beide koerswendingen  een minderheid zich opwerpt als hoeders van de democratie en eigenlijk zonder veel feitelijke ondersteuning onzekerheid schept over de eerlijkheid van de geldende stemmethode.

In 2008 lukte het de lobbygroep “Wij vertrouwen de stemcomputers niet” om de Nederlandse overheid overstag te laten gaan en de tot dan toe gebruikte stemcomputers taboe te verklaren.
Wat daarbij een belangrijke rol speelde was een demonstratie waaruit bleek dat je met enig kunst en vliegwerk op afstand kon bepalen op welke lijst er gestemd werd, zoals te zien is op het volgende filmpje.

Nou vind ik de bewijskracht van dit filmpje nogal gering, want met beeld kun je van alles suggereren.  Maar laten we niet net zo wantrouwig worden als de mensen die het filmpje maakten en aannemen dat de beweringen die er in gedaan worden kloppen: Wat weten we dan? Dat het met de toenmalige stand van de techniek in principe mogelijk was om mee te tellen .
Opvallend is wel dat er alleen maar gedemonstreerd werd of er wel of niet op één bepaalde partij werd gestemd. Dus de software kon alleen maar uitmaken of er één bepaald piepje of een ander piepje werd ontvangen. Maar de opmaak van het schermpje met al die partij logo’s suggereerde wel meer.
En als je dus maar voldoende Amerikaanse thrillers hebt gezien, kan je al gauw het beeld voor ogen krijgen van geblindeerde bestelautos waarin mannen met koptelefoons en beeldschermen onzichtbaar voor de wereld verschrikkelijk zitten in te breken.

Eigenlijk is het mij een raadsel, waarom de overheid hier zo volledig plat is gegaan voor een lobbygroepje. Het was toch ook mogelijk geweest om te onderzoeken of die stemcomputers niet beter af te schermen zouden zijn? De heer Faraday heeft hier in 1836 al een oplossing voor bedacht die zonder veel kosten kan worden toegepast. Dat zou al vast afrekenen met de mannen met regenjassen en gleufhoeden die zich op 74 meter van het stemlokaal ophouden. Maar je blijft dan natuurlijk nog de mogelijkheid houden dat een burger met zo’n scanner zich in het stemlokaal zelf posteert en daar de hele dag rond blijft hangen. Of erger nog de voorzitter van het stembureau (voor het oog van de wereld een eerbiedwaardig Hoofd ener School) zelf zo’n scanner in zijn tas heeft zitten, afgedekt door boterhammen en een thermosfles met koffie.

En dat is het punt; je kunt van alles bedenken over beveiliging , maar er zal altijd wel iets ingewikkelds bedacht kunnen  waardoor het waarmee het systeem gekraakt kan worden of althans die suggestie gewekt kan worden.

Laten we de techniek even loslaten, maar meer op en wat filosofische manier kijken naar wat zich nu afspeelt.
Wat we nastreven zijn verkiezingen die zowel geheim als transparant zijn en dat is een pakket van eisen dat we tamelijk paradoxaal kunnen noemen.
Volledig gegarandeerde geheimheid en volledig transparantie kunnen nooit samengaan.  Ook niet met geavanceerde techniek. Er zal altijd één ingrediënt in het recept moeten voorkomen:  vertrouwen.

En dat is het punt dat vertrouwen is schaarser aan het worden in onze maatschappij.
Het is grappig dat de linksige en rechtsige tegenstanders, die in deze discussie in hun doelen recht tegenover elkaar staan, (weg met die computer versus weg met dat potlood) door dat zelfde onvermogen om te vertrouwen gedreven worden.

Nu weet ik precies wat er zou gebeuren, als ik dit op de een of ander forum site zou publiceren: Er zou onmiddellijk worden gevraagd of ik, als ik dan zo goed van vertrouwen was, hier maar even mijn rekeningnummer en PIN code wilde publiceren. Want aan de vleugels denkt men nu eenmaal graag in absolute termen. Maar vertrouwen is bij mij het sluitstuk van het recept waarin het geheime karakter en de transparantie zo goed mogelijk gewaarborgd zijn, zonder elkaar in de weg te staan.

De ongelofelijk zure reactie van “Leefbaar Rotterdam” op het feit dat zij niet de grootste partij zijn geworden is een mooi voorbeeld van dat rechts populistische wantrouwen.  Deze partij teert evenals de partij die hen aanbeveelt, de PVV, op rancune.

De stemcomputer wantrouwers zijn ontsproten aan het gedachtegoed van Hack-tic een blad voor techno-anarchisten dat de argeloze burgers en computergebruikers probeerde te beschermen tegen de boze ondernemingen door onder meer recepten voor gratis bellen te publiceren. Lees dit hier maar na.

Gaan we nu weer terug naar de stemmachine?
Niet direct. De overheid heeft op de eerste pleidooien in die richting gezegd van niet. Met eens snelheid die elk vermoeden van nadenken hierover uitsluit.
Maar op termijn moet de redelijkheid toch het pleidooi winnen met een goed beveiligde stemcomputer.

Inmiddels is de eerste versie daarvan gedemonstreerd. Deze machine spuugt na het stemmen een bonnetje in een perspex box. Zodat ieder kan zien dat er gestemd is en dat er op de bon een barcode van dit type code is afgedrukt.

2DBarcode

Na de sluiting worden deze bonnetjes door een machine gevoerd, die streepjescodes leest en de stemmen telt.
Commentaar van een van de mensen van het filmpje was dat je niet kon zien of die barcode nu wel de gemaakte keuze weergaf.  Iets wat zeker klopt en waardoor het geheime verkiezingen waren.
En daar gaan we weer.  Stemmachines zouden tijdens het transport naar de verkiezingslokalen van andere software kunnen worden voorzien, die er voor zorgt dat elke tiende stem voor partij X de code van partij Y krijgt.

Tsja.  Zelfs ik kan daar nog iets kan daar nog wel een remedie tegen verzinnen. En u ook wel. Denk maar aan test stemmen die later verrekend worden met de uitslag. Maar goed we hebben nog tijd tot de val van het volgende kabinet, laten we maar zeggen.

Wat overblijft is de vraag, wat doen we tegen dat wantrouwen. Waarvan deel uitmaakt: kan je vertrouwen van burgers verwachten in een overheid, die eigenlijk de burgers ook niet erg vertrouwd?

Maar dat is /wordt een ander verhaal.

Kan zo maar gebeuren.

donderdag 4 maart, 2010

“Het is een niet echt nuttige tool, het ziet er leuk uit en erg spannend en zo maar om eerlijk te zijn ken ik geen een netwerkbeheerder die deze tool zou gebruiken”.

Bovenstaande zin trof ik aan in een technisch forum dat ik volg. En het gaat hier nu niet om de technische inhoud van die zin, maar om de zinsnede ‘en zo maar om eerlijk te zijn’.
Dit is namelijk een nieuwe variant op het kan-zo-maar-gebeuren gebeuren.
Raadselachtig hoe zo’n stijlfiguur ineens opduikt in onze taal. Vooral als je naar de inhoud van die uitdrukking kijkt.

Want wat drukt het uit? Een bedremmeld constateren dat er iets geheel onverwacht uit de lucht kan komen vallen, waar je part nog deel aan hebt, en in elk geval niet door jouw toedoen beïnvloed kan worden.

Hadden we in de zestiger en zeventiger jaren nog het drammerige “moet kunnen”, nu kan alles blijkbaar en een deel van de bevolking zit er bij en kijkt er naar hoe er van alles gebeurt.
Zo ongeveer als een kip het onweer waarneemt.
Is het eigenlijk een wonder dat er steden zijn waar meer mensen thuis blijven dan gaan stemmen?

En hier kom ik dan weer op mijn vertrouwde hobby, om niet te zeggen lobby.

Hoe krijgen we iedereen weer naar de stembus.
Een tijdje geleden heb ik hierover een idee gepubliceerd op de site van de Nationale Dialoog.
Als u dat nog niet gedaan hebt, bekijkt u dat voorstel dan eens en geef er dan uw stem aan, als u het er mee eens bent.

Dat laatste zou zo maar eens kunnen gebeuren.

http://www.denationaledialoog.nl/brieven/269/4/het-vieren-van-de-democratie.aspx

Hoezo, aanrechtsubsidie?

woensdag 3 maart, 2010

Het is 3 maart 2010 en ik heb voor de deelraadsverkiezing toch maar op Groen Links gestemd.
Op die kleine schaal kunnen ze niet veel kwaad.  Maar in juni hoeven ze niet op mij te rekenen.
En dat éne woord ‘aanrechtsubsidie’ speelt daar een belangrijke rol in.

Het is een denigrerende term die mevrouw Halsema dan ook elke keer op een smalende toon uitspreekt en waarmee zij de algemene heffingskorting voor niet buitenshuis werkende vrouwen bedoelt.

Die toeslag vervangt een deel van de belastingvrije voet. Dat was het bedrag dat je in mindering mocht brengen op je belastbaar inkomen. En die was voor een gehuwde eenverdiener  groter dan voor een alleenstaande.

Om voor mij onduidelijke redenen is die regeling afgeschaft, maar krijg je ter compensatie maandelijks een bedrag van de belasting op je rekening gestort. En een andere nieuwigheid daarbij was dat de niet verdienende partner (niet per se een vrouw) zijn of haar toeslag op een eigen rekening gestort kon krijgen.

In de ogen van mevrouw Halsema is die redelijke belastingmaatregel nu een ‘aanrechtsubsidie’ geworden, die zoals ze wel eens wil uitleggen vrouwen (want mannen komen in haar verhaal nooit voor) er van weerhoudt de arbeidsmarkt te betreden.

Blijkbaar denkt mevrouw Halsema dat als een vrouw beroepsmatig wil werken ze zich daarvan laat weerhouden door pakweg € 160,- per maand.
Wat ik stuitend vind aan haar verhaal is dat ze haar pseudo feministische streven verpakt in een uiterst demagogische term, want er is helemaal geen opzet om te subsidiëren en het kan ook nauwelijks als zodanig werken.
Het betitelen van deze toeslag als ‘aanrechtsubsidie’ is net zo iets als het streven naar het afschaffen ervan opvoedingsbelasting te noemen.

Wat is er trouwens mis met een aanrecht. Ik vind dat gezinnen waar nog dagelijks gekookt wordt door een van de ouders (of gezellig door beiden) een aantrekkelijker nest vormen voor kinderen , dan gezinnen waar het conservenblik en de magnetron de dienst uitmaken. En ik ben ook blij dat mijn kinderen niet in de buitenschoolse opvang terecht hoefden te komen.
Wat je niet laat vallen, hoeft immers ook niet opgevangen te worden.

Wat mevrouw Halsema vergeet is dat vrouwen heel wel in staat zijn zelf uit te maken of,  hoe, waar, waarmee en wanneer ze bezig willen zijn.
Trouwens wil zij het afschaffen van de zorgtoeslag vergezeld laten gaan van de garantie van een redelijk betaalde baan? Lijkt me moeilijk te bieden in dit tijdperk.
En moeten duizenden kostwinners die het afgelopen jaar ontslagen werden, nu ook hun toeslag inleveren, omdat ze wel eens gevaarlijk dicht in de buurt van een aanrecht zouden kunnen komen?

En tenslotte is er al eens nagedacht hoe je die uitbreiding van het woon-werkverkeer op je CO2 balans recht breit?

O ja, door minder te koken natuurlijk.

Na eerste publicatie ontdekt: http://hetmoederfront.blogspot.com/2008/05/doelstelling-het-moederfront.html Warm aanbevolen!

Naschrift 31 maart 2010:

Uit het feit dat D66 kandidaat Pia Dijkstra voorzitter is van de “Taskforce” Deeltijd Plus mag je afleiden dat behalve GroenLinks ook D66 voor afschaffing van de heffingskorting voor niet buitenshuis werkende partners is.
(Betekent Taskforce misschien een instantie die je forceert taken uit te voeren?)
Volstrekt duidelijk is het standpunt van D66 overigens niet omdat de volledige tekst van het het verkiezingsprogramma niet op hun site te vinden is.
Ook het standpunt van de SP is niet helder.  Ik kan me wel uitspraken herinneren dat zij op de zelfde lijn zitten als Groen Links maar ook op de website van de SP is hier geen duidelijk uitspraak over te bekennen. Als er in de discussies naar gevraagd wordt komt daar van de partij geen reactie op.
Het is met het oog op de a.s. verkiezingen misschien een goed idee om de samenstellers van de verschillende kieswijzers er toe te bewegen dit punt in hun keuzelijstjes op te nemen.

Zie ook:  Tweeverdieners en duurzaamheid en Het gezin, broedstoof van de evolutie


%d bloggers liken dit: