Gelukkig in Holset X; Hè ja, een doorstart.

zondag 19 juli, 2015

Meestal hoor je alleen maar van een doorstart als het over een bedrijf (of een instelling waarvan je vroeger niet wist dat het eigenlijk ook een bedrijf was, zoals een ziekenhuis bijvoorbeeld) failliet gaat of dreigt te gaan.
Er zijn dan nieuwe geldschieters gevonden en het bedrijf gaat dan, zoals het heet, ‘in afgeslankte vorm’ verder. En dat betekent dan meestal dat er vestigingen gesloten worden en er mensen ontslagen worden of alleen onder ongunstiger voorwaarden kunnen aanblijven.

De uitdrukking doorstart komt uit de luchtvaart.
Het houdt in dat een toestel aan komt vliegen op de landingsbaan. Deze even met de wielen aanraakt en dan vol gas weer opstijgt. Een wat overbodig aandoende procedure, lijkt me. Was dan gewoon boven gebleven, zou ik zeggen, maar het zal toch wel ergens goed voor zijn, want het wordt in elke vliegopleiding druk geoefend.
Maar als je het woord doorstart even los denkt van zijn gebruikelijke betekenis, is het iets wat de verbeelding prikkelt. Al was het alleen maar omdat het zo’n intrigerende tegenstrijdigheid in zich herbergt.
Dóórstarten, dóór beginnen dus?
Opnieuw beginnen, ja dat kan, maar dóór beginnen? Als je doorgaat met iets, ligt het begin er van al achter je. Ja toch?
Hoe onlogisch het woord is, wordt duidelijk als je je voorstelt hoe een video van een doorstartende atleet er uit zou zien.

Maar ik denk dat op het menselijke vlak er toch wel iets kunt bedenken wat op doorstarten lijkt.
Ik heb al lang geleden bedacht dat het best een leuk idee zou zijn om een vorm van hertrouwen met je partner te bedenken.
Nee, niet uit elkaar gaan en dan weer opnieuw beginnen. Dat is meer iets voor mensen die niet weten wat ze willen.
Nee je trouwt opnieuw met iemand terwijl je er al mee getrouwd bent.
Dat is denk ik bijna net zoiets als doorstarten; iets wat niet helemaal lijkt te kunnen.

Wat is daar nou de lol van?
Nou, ten eerste dat je iets doet wat redelijkerwijs niet mogelijk is.
Maar bovenal komt iemand natuurlijk alleen maar op zo’n idee als hij of zij een prettig soort huwelijk heeft. Dan ben je niet alleen tevreden dat je toen dat jawoord hebt gegeven, maar vooral dat die ander dat ook deed, en zich daar tot vandaag de dag aan gehouden heeft. Dus dan zou het toch ontzettend leuk zijn om dat jawoord nóg een keer te geven?

Ja, en daar komt de logica van de werkelijkheid weer eens dwarsliggen, want zoals we weten is daar die ijzeren wet: Eéns gegeven, blijft gegeven.
Maar daar heb ik iets op gevonden:

Minstens net zo leuk, wat zeg ik, nog veel leuker, is het om elkaar het ja-nog-steeds woord te geven.
En eigenlijk nog veel betekenisvoller, want nu weet je waar je het over hebt, en toen was er alleen maar een roze verwachting.

Je kunt daar dan van alles omheen bedenken, en klein ritueel, of voor mensen die daar van houden, een feest.
Bijvoorbeeld om het zo te doen zoals je het toen eigenlijk had willen doen, maar niet kon doen omdat je rekening had te houden met wensen en verwachtingen van families en vrienden.

Of zonder feestje, omdat het ja-nog-steeds woord zelf het feestje is.

Mocht je je geïnspireerd voelen, en vind die ander het ook een leuk idee, dan zou ik zeggen: Doen.

Happy doorstart!

Advertenties

Gelukkig in Holset IX; Snoepgroente

zondag 19 juli, 2015

Zolang onze Duitse buren met vakantie zijn, zorg ik voor hun poes. Een wat terughoudende dame, die wel tegen mij praat, maar niet geaaid wil worden. Haar voer staat in de bij keuken en haar bakje was ik af in de keuken. Daar valt mijn oog op de tekst “Kochen ist Liebe”. Kan ik het helemaal mee eens zijn. En het verbouwen van ingrediënten voor dat koken is volgens mij ook iets wat liefde vraagt. De moestuin is dan ook een belangrijke leverancier van mijn levensgeluk. Het begint al in de winter met het nadenken over het teeltplan. Je denkt na over vorige resultaten en als iets na drie seizoenen weer tegenvalt past die groente niet bij jou, of pas jij niet bij die groente, en je kan ook nog de grond of het weer de schuld geven, maar kies je voor een ander gewas. Ruim op tijd zijn de zaden al aangeschaft en staan ze in volgorde van zaaien of voortrekken al in een bakje te wachten tot het zo ver is. De pootaardappelen staan op een niet te lichte en niet te warme plaats te ontkiemen. Ieder in zijn eigen kuiltje van een eierverpakking. De nu lege zuurkoolvaten zullen nog lang geduld moeten hebben voor de Filderkraut kolen klaar voor de oogst zijn. Als de paden en bedden uitgezet zijn en de grond is losgemaakt, kan het feest beginnen. Op de juiste datum en bij passend weer word er gezaaid en bij de volgende bezoeken aan de tuin wordt er vol verwachting uitgezien naar de eerste groene puntjes. Dat is elke keer weer een groot geluksmoment. Een vriend van vroeger schreef mij ooit dat ik gezegd zou hebben: Als iemand een zaadje in de grond stopt en daar komt een plantje uit, is dat geen wonder. Maar als ik een zaadje in de grond stop en daar komt een plantje uit, dan is dat wel een wonder. Ik kan me niet herinneren dat ik dat gezegd heb, maar ik ben het er helemaal mee eens. Wonderen gebeuren namelijk nergens anders dan in het hart van de verwonderde. Maar het grote feest begint als je eerste maaltje aan het plukken of snijden bent. Welk gewas dat is, is niet  goed te voorspellen, omdat het weer een grote rol speelt. En soms lukt iets niet om redenen die je nog niet doorgrond hebt. Maar dat is ook het leuke van een moestuin, je leert van je ervaringen en vaak ook van je mede tuinders, dus er groeit niet alleen moes, maar ook de tuinder zelf groeit. Als de oogst in volle gang is ontstaat het luxe probleem dat er zoveel tegelijk klaar is dat er niet tegen op te eten valt. Dat komt natuurlijk ook omdat je meer zaait dan je nodig hebt, omdat je de zaden niet per stuk of per gram koopt maar per zakje en je het niet over je hart kunt verkrijgen om daarvan iets weg te gooien of in onvruchtbaarheid te laten verkommeren, en je hebt ook niet altijd iemand die een tuin heeft en daar die zelfde dingen in wil zetten. Dus daar heb je dan plotseling sla, bonen of kolen in een hoeveelheid die meerdere pannen uit zouden rijzen. OK, je kan natuurlijk invriezen, en dat is in zoverre een goed idee dat je ’s winters ook wel iets lekkers uit eigen tuin lust, maar de sensatie van smaak en geur van dauwverse groenten en kruiden mis je dan wel. Hoeveel leuker is het niet om er voor te zorgen dat er her en der in het dorp van jouw peultjes, sla en kapucijners wordt genoten. Prettig bijeffect is dat er ook weer kersen pruimen en aardbeien jouw kant op komen. Onze peultjes worden bovenal gewaardeerd door ouders van jonge kinderen die denken dat ze geen groenten lusten. Peultjes zijn namelijk geen soepgroente, maar snoepgroente. (Hoewel een handvol peultjes in een groentensoepje geen kwaad kan). Vandaag wordt echter een tweede snoepgroente van eigen tuin gelanceerd mede ten faveure van onze klein(st)dochter die hier logeert. Het wordt een omelet met doperwten met iets van compote er bij. (Zweden zouden hiervoor lingonkompott, vossebessenjam gebruiken). Vooraf worden het snijbietpannekoekjes, een recept van de MSN app (nu gebruik ik dat woord ook al) Eten en Drinken. Die snijbiet is ook vanochtend gesneden. Aan al dat geoogst is natuurlijk het nodige werk vooraf gegaan. De grond hier bestaat, afhankelijk waar geologische en hydrologische krachten aan het stoeien zijn geweest voor een belangrijk deel uit de befaamde löss. En dat is vruchtbare grond die -anders dan mijn rug- redelijk spitbestendig is. Maar gelukkig heb ik ooit op La Palma kennis gemaakt met de guataca, ook bekend als media luna (halve maan) een naam die je onmiddelijk begrijpt als je het werktuig ziet.
En daar kan geen löss tegenop zelf als hij droog en hard is. guataca_01 Het watertappunt ligt tamelijk ver van mijn perceeltje af en bij grote droogte kan je voor mijn 90 m² zo’n 200 liter water nodig hebben om ieder plantje te besproeien ook ’t kleinste. En dat betekent acht keer met twee gieters van 13 liter over een vrij hobbelig tracé van kraan naar tuin. Dat doe je op dagen van 30 graden of meer natuurlijk het liefst bij zonsopkomst. Werkzaamheden die uit herhaalde handelingen bestaan zoals wieden en plukken, kunnen behalve spierpijn op den duur ook een wonderlijk weldadige rust doen ontstaan in een meestal tamelijk actieve geest. Misschien is die state of mind wel hetzelfde wat andere mensen zoeken in cursussen en oefeningen met wierook en zweefmuziek en zo. Geen idee. Geef mij maar een moestuin.

Gelukkig in Holset VIII; Korte tijdreis

donderdag 16 juli, 2015

Kort na zonsopgang was ik op de tuin.
De zon was nog niet te zien want die bescheen nog de andere kant van de Vaalserberg. De maan was halfvol met een minime bolling aan de rechter kant en stond tamelijk hoog aan de zuidelijke hemel. Nog een weekje tot het Suikerfeest betekende dit deze keer, bedacht ik, en ik dacht even terug aan die collega’s van acht, negen jaar geleden, die de Ramadan voorschriften naleefden en de hele dag zonder eten of drinken werkten in de kas waar het een graad of 28 was. Die keken denk ik ook met bijzondere aandacht naar de maan.

De tuin waar ik me bevond is een moestuin van ongeveer 90 m², die ik sinds oktober 2014 kon huren van de gemeente Vaals.
En dit veldje zorgt voor die laatste 10% die nog aan het volmaakte geluk ontbrak.
Die ochtend waar ik over begon was ik nog niet aan het werk gegaan. Ik stond voor de zoveelste keer mijn ogen en mijn ziel te drenken aan het onbeschrijflijke uitzicht, dat elke keer weer op een andere manier volmaakt als de vorige keren  in je ogen zinkt.

Niet lang geleden had ik op de vraag van iemand uit het dorp, of alles goed ging, geantwoord dat mijn enige probleem was dat ik mijn geluk niet op kon.
Dat was een wat boude uitspraak, want natuurlijk doen zich met enige regelmaat (bijvoorbeeld tegen het eind van de maand) ook praktische problemen voor, maar zonder problemen zou het leven het ook zonder oplossingen moeten doen. En tot nu toe ben ik er in geslaagd het geluk zonder ernstige problemen te verwerken.
Het punt is alleen dat het op momenten nog al overweldigend op je af kan komen.

Zo’n moment was het toen er van uit een bomengroep links een zwerm kraaien, ik schat en stuk of zestig, zeventig luid kraaiend onder de maan door kwam vliegen.
Wow!

Je hoort vaak de uitdrukking dat iemand stomweg op het verkeerde moment op de verkeerde plek was, maar nooit iets over de momenten dat je op het goede moment op de goede plek bent.
Denk bijvoorbeeld maar eens aan die eerste ontmoeting met degene die de verdere loop van je leven zou gaan bepalen.

Het bijzondere aan het moment onder de maan was het gevoel dat het achter liet.
Toen die kraaien over vlogen was er even niets anders.
De ochtend hemel was er. Daaronder de maan, daaronder de kraaien, dan weer een afstand en dan één mens. Op dat moment even ontdaan van alle achtergrond, van de kennis van hoog en laag, van aarde en asfalt, van goed en kwaad. zonder besef van steden en wegen. Eén ontmantelde mens,  die beneden was en naar boven keek, de kraaien bewonderde en ook een beetje benijdde misschien, in een gevoel van onbegrensd ontzag voor alles wat er was en verwondering dat er bij te zijn om het te aanschouwen.

Zo moeten onze verre voorouders zich bij tijd en wijle gevoeld hebben toen ze, nog niet beladen met kennis, alles wat er was aanschouwden.

Wel of geen nieuws onder de zon?

donderdag 11 december, 2014

Wie zegt dat er niets nieuws onder de zon is, lijkt z’n eigen gelijk te te bewijzen, want het zelfde is al een paar duizend jaar geleden opgemerkt in het boek Prediker. Maar is het ook waar dat er niets nieuws onder de zon is?

Stel je voor dat je een bepaald stokpaardje hebt, waar je je omgeving regelmatig aan herinnert. Op een dag zit je naar een serieus discussieprogramma op de tv te kijken (op een buitenlandse zender bijvoorbeeld) en daar verkondigt een gerespecteerd deskundige – weliswaar in iets andere bewoordingen – jouw stokpaard!
“Nou”, zeg je, terwijl je trots en ontroerd om je heen kijkt, “nou hoor je het eens van een ander”.
Blijk je alleen thuis te zijn.
Een geval van niets nieuws onder de zon, dus.

Dat tegenkomen van je eigen idee in het werk van een ander is iets wat me de laatste jaren meermaals overkomt.
Zo heb ik her en der in mijn teksten verkondigd dat je bent wat je doet.

Dit jaar kregen we voor het seminar “Denn was ist Zeit?” van de RWTH Aachen een literatuurlijstje waarop ook een fragment van een boek van Henri Bergson stond.
De inhoud van dat stuk bleek zo boeiend dat ik op zoek ging naar een Nederlandse vertaling van het oorspronkelijk Franstalige werk Lévolution creatrice. En die bleek te bestaan in een uitgave van de Wereldbibliotheek waarvan ik een druk van 1925 aan kon schaffen. En wat lees ik op pagina 38?

“Terecht zegt men dus, dat hetgeen wij doen, afhankelijk is van wat wij zijn; maar men voege daar nog aan toe, dat wij tot op zekere hoogte zijn, hetgeen wij doen, en dat wij zonder ophouden onszelf scheppen.”

De scheppende evolutie is überhaupt een idee wat mij zeer vertrouwd is. Ik heb het in dit blog ergens over een wevend tapijt en dat komt aardig in de buurt.
Het is overigens wel grappig hoe de figuur van Bergson al vaker mijn pad leek te kruisen.
Toen ik als tiener bedacht dat ik toch iets meer van  filosofie wilde weten, leende ik uit de hier al eerder bezongen bibliotheek een boek met als titel “Van Socrates tot Bergson”. Van Socrates had ik natuurlijk wel gehoord maar van die andere man niet. Ik wist toen nog niet dat je zijn naam met de klemtoon op de tweede lettergreep en met een Frans accent moest uitspreken.(En ook nog niet dat een filosoof niet per se een man hoeft te zijn.
Maar in het boek ben ik hem ook niet tegengekomen, want al bij Plato begon het me te duizelen.
Mijn jonge hersentjes waren er nog niet aan toe.
Een tiental jaren later werd mij door mijn toenmalige baas, de directeur van de Staatsdrukkerij, Th. H. Oltheten het werk van Teilhard de Chardin onder de aandacht gebracht. Daar trof ik het idee van een voortdurende schepping aan wat ongetwijfeld bijgedragen heeft aan mijn metafoor van een (zichzelf) wevend tapijt.
Inmiddels weet ik dat Teilhard sterk door Bergson beïnvloed is.

Een tweede ‘lees je het eens bij een ander’ ervaring werd veroorzaakt door Susanne K. Langer.
In mijn stukje De Betekenis der Dingen opperde ik dat door het verbinden van een klank (of een ander teken) aan een object, dus door het een naam te geven, je dat object kon oproepen in het bewustzijn van je zelf en dat van anderen met wie je dat teken gedeeld had. Met andere woorden (sic) door het uitvinden van de taal ontwikkel je ook het bestaan van abstracties!

Langer, beschrijft in Philosophy in a New Key: A Study in the Symbolism of Reason, Rite and Art op een zeer leesbare wijze hoe wij de werkelijkheid kunnen bevatten door deze te registreren in symbolen.

Een derde ‘schon dagewesen’ ontdekking betrof mijn stukje over ergens recht op hebben. Daar in speculeer ik dat het enige grondrecht wat ik me kan voorstellen het recht op (behoud van jouw) leven is. En dat dat op zich leidt tot een recht op alle voorwaarden waaraan voldaan moet worden om dat recht ook te kunnen doen gelden, en dat dat onder andere ook betekent dat je recht hebt op een gezond milieu.

Dus wie schets mijn verheugenis, toen ik in het Nederlands Juristenblad van 19 juni 2014 de volgende tekst aantrof:
Toen in de laatste decennia van de 20e eeuw het concept ‘duurzame ontwikkeling’ in zwang raakte, boog de Amerikaanse hoogleraar Edith Brown Weiss zich over de vraag of duurzaamheidsdenken juridisch-theoretisch onderbouwd kon worden door middel van de theorie van ‘intergenerationele ecologische rechtvaardigheid’ (intergenerational ecological justice).
In haar boek ‘In Fairness to Future Generations’ beargumenteert zij dat elke generatie een ‘natuurlijk en cultureel’ erfgoed ontvangt van voorgaande generaties en dit erfgoed voor toekomstige generaties beheert in een trust-relatie.Drie beginselen van intergenerationale ecologische rechtvaardigheid vloeien uit deze trust-relatie voort:
– elke generatie moet de diversiteit van het natuurlijke en culturele erfgoed behouden voor toekomstige generaties;
– elke generatie moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van dit erfgoed wordt behouden en wordt doorgegeven aan toekomstige generaties;
– elke generatie zorgt ervoor dat haar leden gelijkwaardige toegang hebben tot het natuurlijke en culturele erfgoed dat is ontvangen van voorgaande generaties, en dat deze toegang doorgegeven wordt aan toekomstige generaties.

Niets nieuws onder de zon dus?
Helemaal niet. De genen vóór mij die een en ander al eerder en beter bedacht hadden, waren destijds misschien wel de eersten die op dat idee kwamen.
Bovendien was het ooit voor mij wel een nieuw idee. En hier herken ik mijzelf weer in het denken van Bergson. Hij zegt op p. 36:

Onze persoonlijkheid, die op ieder oogenblik wordt opgebouwd uit zich opstapelende ondervinding, verandert onophoudelijk. ….Zoo groeit en rijpt onze persoonlijkheid zonder ophouden. Ieder van hare momenten is iets nieuws, dat toegevoegd wordt aan het voorafgaande.

Dat wil zeggen dat op het moment dat ik iets ervaar, iets herken, iets begrijp, iets nieuw-begrepens in verband breng met wat ik al begrepen had, ik veranderd ben, gegroeid en laten we hopen gerijpt ben. Er is een nieuw iemand onder de zon.
Ook Langer betoogt (p.89):
“A little reflection shows us that , since no experience occurs more than once, so called ‘repeated experiences’ are really analogous experiences”

Wat ook vernieuwt is dat de samenkomst van verschillende ideeën – of die nu zelf ontwikkeld zijn of uit al aanwezig gedachtegoed tot ons gekomen zijn – tot een reactief mengsel kan leiden waaruit nieuwe gedachten of nieuwe interpretaties ontstaan, die in de vorm van nieuwe patronen of symbolen tot nieuwe inzichten en gedragspatronen kunnen leiden.

In mijn geval heeft het in elk geval er voor gezorgd dat ik op een andere en inspirerende manier ben gaan nadenken over de vraag wat onze aanwezigheid hier als denkende dieren voor betekenis kan hebben, en wat je daarover wel en niet zult kunnen weten of begrijpen.
En ook dat het mogelijk moet zijn daarover in begrijpelijke taal te denken te spreken en te schrijven.

En dus heb ik het plan opgevat om hier een boek(je) over te gaan schrijven, waarvan de voorlopige titel op dit moment luidt:
Wat doen we hier eigenlijk?

Trappistenoplossing

vrijdag 18 juli, 2014

Schilderen is al erg genoeg.
En als je dan ook nog doorlopend trapje op, trapje af  moet om je roller of verfkwast in te dopen, ben je dat binnen de kortste keren (ladder)zat.

Vandaar deze oplossing. Het bakje vastgezet aan de bovenkant van het trapje
DSCN1620
DSCN1621

 


%d bloggers liken dit: