Afwasmachine logistiek

zondag 6 maart, 2016

In de NRC die ik sinds ik de papieren vorm niet meer kan betalen alleen nog maar gedeeltelijk on-line kan lezen, stond laatst een aardig stukje over afwasmachines en de discussies die het gebruik van dit ding in huiselijke kring kan uitlokken.
Mooi, dat er ook vraagstukken endgültig *) werden opgelost door de uitleg van een aantal afwasmachine fabrikanten.
En nog mooier was dat die allemaal mijn standpunten in de discussie in dit huis bevestigden!

Maar één belangrijk discussiepunt in het gebruik van deze machine bleef onbesproken. Het optimale gebruik van de beschikbare ruimte.
En dat is voornamelijk een kwestie van ruimtelijk inzicht en dat is ongelijk over de mensen verdeeld zoals je aan allerlei dingen kunt merken. Zowel bij het vinden van de weg als bij het inladen van een kast een auto of een afwasmachine.

Sommige mensen kunnen een driedimensionale afbeelding van een ruimte in hun hoofd oproepen, of op zijn minst een plattegrond. Anderen lukt dat veel minder goed.
Bij een afwasmachine heb je voornamelijk met een tweedimensionale rangschikking te maken.
OK, je kunt een kopje over een theezeefje zetten en beide zullen schoon worden, maar een pan over een vergiet zal al niet werken. Trouwens theezeefjes doe je gewoon onder de kraan. Ja toch?

Als je tientallen jaren de afwasmachine hebt ingeruimd en er een sport van hebt gemaakt om de beschikbare ruimte zo goed mogelijk te gebruiken ga je op de duur ontdekken dat er een aantal basis regels zijn die vrijwel altijd werken.

Dit is wat ik tot nu toe uitgevonden heb.

  • Denk vanuit de restruimte

Probeer die zo groot mogelijk te houden.
Dat betekent in de praktijk dat je van buiten naar binnen moet vullen, en daar die voorwerpen moet plaatsen die zo goed mogelijk aan de randen aansluiten en zoveel mogelijk ook een rechte rand overlaten.

  • Minimaal onbruikbare restruimte

Plaats elkaar opvullende vormen tegen elkaar. Als je kopjes met oren naast elkaar plaats zorg dan dat de oortjes in een restruimte komen, of als dat niet mogelijk is de oortjes één restruimte delen.
Pannen met een steel plaats je zo dat over de steel heen grote pannen of schalen geplaatst kunnen worden die zoveel groter zijn dat de verstoring van de sproeiers overkomelijk is.

  • Gebruik de hoogte optimaal.

Schalen en kommen  kunnen vaak haaks op het rek geplaatst worden en blijken dan toch effectief gereinigd te worden.
Dit laatste heeft nog een ander voordeel. Dit aardewerk heeft meestal aan de onderkant een cirkelvormig randje waarin water blijft staan zodat je toch nog moet afdrogen voordat je die dingen op kan bergen.
Alleen IKEA heeft ontwerpen waarbij in die rand openingen zijn waardoor die water weg kan lopen. De rest van de aardewerkwereld moet de afwasmachine nog ontdekken lijkt het.
Nog een voordeel van het haakse plaatsen van kommen is dat je ze 18o graden om en om kunt plaatsen waardoor je ze dichter tegen elkaar kunt zetten en onbruikbare restruimte vermijdt!

_____

*) Natuurlijk is daar een Nederlands woord voor: definitief, maar dat klinkt niet half zo endgültig als endgültig.

Nationaalsocialisme? Nee, erger nog: nationaalegoïsme!

zaterdag 24 oktober, 2015

Als er weer eens een burgemeester met de dood bedreigd wordt, of een leegstaand gebouw in brand wordt gestoken omdat daar mensen in nood mee geholpen zouden kunnen worden, zou je kunnen denken dat we hier met een oprisping van het nationaalsocialisme te maken hebben. Maar dat is niet zo. We hebben hier te maken met een andere ontwikkelingsstoornis: het nationaalegoïsme.
Het is een verhevigde vorm van wat al langer bestaat, in diverse vormen die variëren van belachelijk tot storend, van zielig tot gevaarlijk.
Nationalisme stond nog niet lang geleden min om meer gelijk met patriottisme of wel vaderlandsliefde.
Nog geen eeuw geleden konden mensen hier zonder blozen teksten zingen als Wien Neêrlandsch bloed door d’aderen vloeit, van vreemde smetten vrij.
En deze onzin is zelfs nog een tijdje het Nederlandse volkslied geweest.
Fransen zingen in het refrein van hun volkslied trouwens nog steeds, dat onrein bloed hun voren zou moeten doordrenken.
Blut und Boden noemden ze dat verderop.
Vaderlandsliefde leidt blijkbaar ook tot zijn tegenvorm, minder achting voor-, zo niet minachting van alles wat niet des vaderlands is.

Over manifest belachelijke vormen kun je natuurlijk je schouders ophalen. Zoals bij voorbeeld het verschijnsel dat in de twee grootste steden van ons land figuren rondlopen die de naam van die andere stad niet door hun strot kunnen krijgen en daarom spreken over het net nummer van die stad. (Niet beseffend dat ze vanuit hun netnummerdenken stadsverraad plegen door het regelmatig met een 06-nummer te doen.)
Maar die  afkeer van anderen leidde ook tot het afbranden van een supportershome, het wederzijds aanrichten van vernielingen en in één geval zelfs tot doodslag.

Wat ligt er aan de basis van dit soort oprispingen dan vreemdelingenhaat?
Ter Braak heeft het nationaalsocialisme geïdentificeerd als een rancune leer. Ongetwijfeld terecht, maar waar komt die rancune vandaan?
Angst lijkt een goede kandidaat. Angst dat de anderen iets van jou zullen afnemen. Van jouw ruimte, van jouw veiligheid, van jouw werkgelegenheid, van jouw inkomsten.

En omdat dat allemaal een beetje plat klinkt noemen we dan ook altijd onze cultuur. (Laten we onze frikadel beschermen tegen de oprukkende couscous of zoiets).
Die angst te kort gedaan te worden, of te kort gedaan te gaan worden, wordt in veel gevallen begeleid door een andere angst, de angst voor verandering.

Nu hebben meer mensen last van een zekere huiverigheid voor nieuwigheden.
En je hebt dan ook zowel links conservatieven als rechts conservatieven, maar de laatste combinatie komt meer voor.
Dat is ook wel logisch, omdat in het linkse gedachtegoed solidariteit een kernbegrip is en het eerlijk delen een vanzelfsprekend ideaal is. En omdat eerlijk delen niet de meest kenmerkende eigenschap van ons huidige politieke en economische stelsel is zal iemand die wel voor eerlijk delen is ook naar verandering moeten streven en dus per definitie niet conservatief kunnen zijn.
Niettemin wordt aan sommige stromingen het etiket links conservatief gehangen, maar dan slaat dat conservatief niet op de inhoud van hun ideologie, maar op hun denkbeelden over de middelen die ze het beste menen te kunnen gebruiken om de gewenste maatschappijvorm te bereiken.

In zekere zin is angst voor verandering ook wel te begrijpen.
Wat je hebt, dat ken je, (dat hoop je ten minste), en daarvan weet je ook min of meer wat je er van kan verwachten.
Maar als je in een steeds ingewikkelder wordende maatschappij leeft en daarbij ook nog eens terecht komt in een periode van economische neergang, en daar bovenop ook nog behoort tot de groep die daar het meeste last van krijgt, is het wel begrijpelijk dat je argwaan koster jegens verandering.
Al die dingen veroorzaken ook een toename van het wantrouwen in steeds meer maatschappelijke sectoren en instituties. Had men vroeger nog vertrouwen in de kerk en de notabelen, kon iets ‘zo safe zijn als de bank van Engeland’ was de notaris een vertrouwenspersoon en de accountant iemand die de betrouwbaarheid van de boekhouding garandeerde, tegenwoordig is er elke week wel een nieuw schandaal en kunnen de kranten welhaast naast de sportpagina ook een fraudepagina opnemen.

Tragisch is wel dat  ook het vertrouwen in ‘de polletiek’ verdwijnt. Iets wat natuurlijk bevorderd wordt als een volksvertegenwoordiger het orgaan waar hij deel van uitmaakt voor nep-parlement uitmaakt omdat hij zijn zin niet krijgt.
En als hij zijn plek onder de schijnwerpers gebruikt om op te roepen tot verzet tegen democratisch genomen besluiten.
En natuurlijk is dat het signaal waar de bivakmutsen op wachten.
De stormtroepen van het nationaalegoïsme gaande straat op. De nego’s zijn onder ons. En het valt te vrezen dat het niet bij vuurwerk en bedreigingen zal blijven
De latente angst wordt uitgebuit en olgens oud gebruik gericht op een minderheid en de aanstichter zal ongetwijfeld zijn handen in onschuld wassen.

Wat de situatie nog enger maakt is dat de angst zich ook meester maakt van de democratische politieke partijen. Als  ultrarechts in de peilingen stijgt beginnen de gematigd rechtse, de centrumpartijen en zelfs linkse partijen ook te schuiven.
Natuurlijk, er zullen weer verkiezingen komen. En dan moet de stem van hun partij, die immers het beste met de Nederlandse samenleving voor heeft, weer in het parlement en liever nog in het kabinet een stevige partij mee kunnen blazen.
Onder druk wordt alles vloeibaar, zegt men. En politieke beginselen lijken hier ook onder te vallen.
Natuurlijk maakt de regering ook mooie gebaren, in de zelfde week dat betoogt wordt dat vluchtelingen een soberder pakket van voorzieningen tegemoet kunnen zien, besluit het kabinet de grondwet in het Arabisch te laten vertalen om die onder de vluchtelingen die die taal spreken te kunnen verspreiden.
Een preventief lesje in onze fantastische democratie en tolerantie.

Hopelijk lezen ze in elk geval de eerste zin:
Art. 1 Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.

En hopelijk leggen ze vervolgens hutje bij mutje van hun uitkering en dagen ze de staat dan voor de rechter.

Als een van de mede-eisers in de klimaatzaak, ben ik niet pessimistisch over de afloop.

Gelukkig in Holset X; Hè ja, een doorstart.

zondag 19 juli, 2015

Meestal hoor je alleen maar van een doorstart als het over een bedrijf (of een instelling waarvan je vroeger niet wist dat het eigenlijk ook een bedrijf was, zoals een ziekenhuis bijvoorbeeld) failliet gaat of dreigt te gaan.
Er zijn dan nieuwe geldschieters gevonden en het bedrijf gaat dan, zoals het heet, ‘in afgeslankte vorm’ verder. En dat betekent dan meestal dat er vestigingen gesloten worden en er mensen ontslagen worden of alleen onder ongunstiger voorwaarden kunnen aanblijven.

De uitdrukking doorstart komt uit de luchtvaart.
Het houdt in dat een toestel aan komt vliegen op de landingsbaan. Deze even met de wielen aanraakt en dan vol gas weer opstijgt. Een wat overbodig aandoende procedure, lijkt me. Was dan gewoon boven gebleven, zou ik zeggen, maar het zal toch wel ergens goed voor zijn, want het wordt in elke vliegopleiding druk geoefend.
Maar als je het woord doorstart even los denkt van zijn gebruikelijke betekenis, is het iets wat de verbeelding prikkelt. Al was het alleen maar omdat het zo’n intrigerende tegenstrijdigheid in zich herbergt.
Dóórstarten, dóór beginnen dus?
Opnieuw beginnen, ja dat kan, maar dóór beginnen? Als je doorgaat met iets, ligt het begin er van al achter je. Ja toch?
Hoe onlogisch het woord is, wordt duidelijk als je je voorstelt hoe een video van een doorstartende atleet er uit zou zien.

Maar ik denk dat op het menselijke vlak er toch wel iets kunt bedenken wat op doorstarten lijkt.
Ik heb al lang geleden bedacht dat het best een leuk idee zou zijn om een vorm van hertrouwen met je partner te bedenken.
Nee, niet uit elkaar gaan en dan weer opnieuw beginnen. Dat is meer iets voor mensen die niet weten wat ze willen.
Nee je trouwt opnieuw met iemand terwijl je er al mee getrouwd bent.
Dat is denk ik bijna net zoiets als doorstarten; iets wat niet helemaal lijkt te kunnen.

Wat is daar nou de lol van?
Nou, ten eerste dat je iets doet wat redelijkerwijs niet mogelijk is.
Maar bovenal komt iemand natuurlijk alleen maar op zo’n idee als hij of zij een prettig soort huwelijk heeft. Dan ben je niet alleen tevreden dat je toen dat jawoord hebt gegeven, maar vooral dat die ander dat ook deed, en zich daar tot vandaag de dag aan gehouden heeft. Dus dan zou het toch ontzettend leuk zijn om dat jawoord nóg een keer te geven?

Ja, en daar komt de logica van de werkelijkheid weer eens dwarsliggen, want zoals we weten is daar die ijzeren wet: Eéns gegeven, blijft gegeven.
Maar daar heb ik iets op gevonden:

Minstens net zo leuk, wat zeg ik, nog veel leuker, is het om elkaar het ja-nog-steeds woord te geven.
En eigenlijk nog veel betekenisvoller, want nu weet je waar je het over hebt, en toen was er alleen maar een roze verwachting.

Je kunt daar dan van alles omheen bedenken, en klein ritueel, of voor mensen die daar van houden, een feest.
Bijvoorbeeld om het zo te doen zoals je het toen eigenlijk had willen doen, maar niet kon doen omdat je rekening had te houden met wensen en verwachtingen van families en vrienden.

Of zonder feestje, omdat het ja-nog-steeds woord zelf het feestje is.

Mocht je je geïnspireerd voelen, en vind die ander het ook een leuk idee, dan zou ik zeggen: Doen.

Happy doorstart!

Gelukkig in Holset IX; Snoepgroente

zondag 19 juli, 2015

Zolang onze Duitse buren met vakantie zijn, zorg ik voor hun poes. Een wat terughoudende dame, die wel tegen mij praat, maar niet geaaid wil worden. Haar voer staat in de bij keuken en haar bakje was ik af in de keuken. Daar valt mijn oog op de tekst “Kochen ist Liebe”. Kan ik het helemaal mee eens zijn. En het verbouwen van ingrediënten voor dat koken is volgens mij ook iets wat liefde vraagt. De moestuin is dan ook een belangrijke leverancier van mijn levensgeluk. Het begint al in de winter met het nadenken over het teeltplan. Je denkt na over vorige resultaten en als iets na drie seizoenen weer tegenvalt past die groente niet bij jou, of pas jij niet bij die groente, en je kan ook nog de grond of het weer de schuld geven, maar kies je voor een ander gewas. Ruim op tijd zijn de zaden al aangeschaft en staan ze in volgorde van zaaien of voortrekken al in een bakje te wachten tot het zo ver is. De pootaardappelen staan op een niet te lichte en niet te warme plaats te ontkiemen. Ieder in zijn eigen kuiltje van een eierverpakking. De nu lege zuurkoolvaten zullen nog lang geduld moeten hebben voor de Filderkraut kolen klaar voor de oogst zijn. Als de paden en bedden uitgezet zijn en de grond is losgemaakt, kan het feest beginnen. Op de juiste datum en bij passend weer word er gezaaid en bij de volgende bezoeken aan de tuin wordt er vol verwachting uitgezien naar de eerste groene puntjes. Dat is elke keer weer een groot geluksmoment. Een vriend van vroeger schreef mij ooit dat ik gezegd zou hebben: Als iemand een zaadje in de grond stopt en daar komt een plantje uit, is dat geen wonder. Maar als ik een zaadje in de grond stop en daar komt een plantje uit, dan is dat wel een wonder. Ik kan me niet herinneren dat ik dat gezegd heb, maar ik ben het er helemaal mee eens. Wonderen gebeuren namelijk nergens anders dan in het hart van de verwonderde. Maar het grote feest begint als je eerste maaltje aan het plukken of snijden bent. Welk gewas dat is, is niet  goed te voorspellen, omdat het weer een grote rol speelt. En soms lukt iets niet om redenen die je nog niet doorgrond hebt. Maar dat is ook het leuke van een moestuin, je leert van je ervaringen en vaak ook van je mede tuinders, dus er groeit niet alleen moes, maar ook de tuinder zelf groeit. Als de oogst in volle gang is ontstaat het luxe probleem dat er zoveel tegelijk klaar is dat er niet tegen op te eten valt. Dat komt natuurlijk ook omdat je meer zaait dan je nodig hebt, omdat je de zaden niet per stuk of per gram koopt maar per zakje en je het niet over je hart kunt verkrijgen om daarvan iets weg te gooien of in onvruchtbaarheid te laten verkommeren, en je hebt ook niet altijd iemand die een tuin heeft en daar die zelfde dingen in wil zetten. Dus daar heb je dan plotseling sla, bonen of kolen in een hoeveelheid die meerdere pannen uit zouden rijzen. OK, je kan natuurlijk invriezen, en dat is in zoverre een goed idee dat je ’s winters ook wel iets lekkers uit eigen tuin lust, maar de sensatie van smaak en geur van dauwverse groenten en kruiden mis je dan wel. Hoeveel leuker is het niet om er voor te zorgen dat er her en der in het dorp van jouw peultjes, sla en kapucijners wordt genoten. Prettig bijeffect is dat er ook weer kersen pruimen en aardbeien jouw kant op komen. Onze peultjes worden bovenal gewaardeerd door ouders van jonge kinderen die denken dat ze geen groenten lusten. Peultjes zijn namelijk geen soepgroente, maar snoepgroente. (Hoewel een handvol peultjes in een groentensoepje geen kwaad kan). Vandaag wordt echter een tweede snoepgroente van eigen tuin gelanceerd mede ten faveure van onze klein(st)dochter die hier logeert. Het wordt een omelet met doperwten met iets van compote er bij. (Zweden zouden hiervoor lingonkompott, vossebessenjam gebruiken). Vooraf worden het snijbietpannekoekjes, een recept van de MSN app (nu gebruik ik dat woord ook al) Eten en Drinken. Die snijbiet is ook vanochtend gesneden. Aan al dat geoogst is natuurlijk het nodige werk vooraf gegaan. De grond hier bestaat, afhankelijk waar geologische en hydrologische krachten aan het stoeien zijn geweest voor een belangrijk deel uit de befaamde löss. En dat is vruchtbare grond die -anders dan mijn rug- redelijk spitbestendig is. Maar gelukkig heb ik ooit op La Palma kennis gemaakt met de guataca, ook bekend als media luna (halve maan) een naam die je onmiddelijk begrijpt als je het werktuig ziet.
En daar kan geen löss tegenop zelf als hij droog en hard is. guataca_01 Het watertappunt ligt tamelijk ver van mijn perceeltje af en bij grote droogte kan je voor mijn 90 m² zo’n 200 liter water nodig hebben om ieder plantje te besproeien ook ’t kleinste. En dat betekent acht keer met twee gieters van 13 liter over een vrij hobbelig tracé van kraan naar tuin. Dat doe je op dagen van 30 graden of meer natuurlijk het liefst bij zonsopkomst. Werkzaamheden die uit herhaalde handelingen bestaan zoals wieden en plukken, kunnen behalve spierpijn op den duur ook een wonderlijk weldadige rust doen ontstaan in een meestal tamelijk actieve geest. Misschien is die state of mind wel hetzelfde wat andere mensen zoeken in cursussen en oefeningen met wierook en zweefmuziek en zo. Geen idee. Geef mij maar een moestuin.

Gelukkig in Holset VIII; Korte tijdreis

donderdag 16 juli, 2015

Kort na zonsopgang was ik op de tuin.
De zon was nog niet te zien want die bescheen nog de andere kant van de Vaalserberg. De maan was halfvol met een minime bolling aan de rechter kant en stond tamelijk hoog aan de zuidelijke hemel. Nog een weekje tot het Suikerfeest betekende dit deze keer, bedacht ik, en ik dacht even terug aan die collega’s van acht, negen jaar geleden, die de Ramadan voorschriften naleefden en de hele dag zonder eten of drinken werkten in de kas waar het een graad of 28 was. Die keken denk ik ook met bijzondere aandacht naar de maan.

De tuin waar ik me bevond is een moestuin van ongeveer 90 m², die ik sinds oktober 2014 kon huren van de gemeente Vaals.
En dit veldje zorgt voor die laatste 10% die nog aan het volmaakte geluk ontbrak.
Die ochtend waar ik over begon was ik nog niet aan het werk gegaan. Ik stond voor de zoveelste keer mijn ogen en mijn ziel te drenken aan het onbeschrijflijke uitzicht, dat elke keer weer op een andere manier volmaakt als de vorige keren  in je ogen zinkt.

Niet lang geleden had ik op de vraag van iemand uit het dorp, of alles goed ging, geantwoord dat mijn enige probleem was dat ik mijn geluk niet op kon.
Dat was een wat boude uitspraak, want natuurlijk doen zich met enige regelmaat (bijvoorbeeld tegen het eind van de maand) ook praktische problemen voor, maar zonder problemen zou het leven het ook zonder oplossingen moeten doen. En tot nu toe ben ik er in geslaagd het geluk zonder ernstige problemen te verwerken.
Het punt is alleen dat het op momenten nog al overweldigend op je af kan komen.

Zo’n moment was het toen er van uit een bomengroep links een zwerm kraaien, ik schat en stuk of zestig, zeventig luid kraaiend onder de maan door kwam vliegen.
Wow!

Je hoort vaak de uitdrukking dat iemand stomweg op het verkeerde moment op de verkeerde plek was, maar nooit iets over de momenten dat je op het goede moment op de goede plek bent.
Denk bijvoorbeeld maar eens aan die eerste ontmoeting met degene die de verdere loop van je leven zou gaan bepalen.

Het bijzondere aan het moment onder de maan was het gevoel dat het achter liet.
Toen die kraaien over vlogen was er even niets anders.
De ochtend hemel was er. Daaronder de maan, daaronder de kraaien, dan weer een afstand en dan één mens. Op dat moment even ontdaan van alle achtergrond, van de kennis van hoog en laag, van aarde en asfalt, van goed en kwaad. zonder besef van steden en wegen. Eén ontmantelde mens,  die beneden was en naar boven keek, de kraaien bewonderde en ook een beetje benijdde misschien, in een gevoel van onbegrensd ontzag voor alles wat er was en verwondering dat er bij te zijn om het te aanschouwen.

Zo moeten onze verre voorouders zich bij tijd en wijle gevoeld hebben toen ze, nog niet beladen met kennis, alles wat er was aanschouwden.