Posts Tagged ‘Uncategorized’

Het zaterdagmiddag gevoel

zondag 7 mei, 2006

Het klinkt misschien gek, maar ik ben wel vaker vrolijk. Maar deze keer viel het me op dat ik op een bepaalde manier vrolijk was. Een soort vrolijkheid die ik van vroeger kende. Veel vroeger.
Aan het eind van de Anthony Lion weg wist ik ineens wat het was, het Zaterdagmiddag gevoel.
En inderdaad met een hoofdletter, omdat het stamde uit een tijd dat de zaterdag nog een hoofdletter had.
Nu was het ook op een zaterdag dat dit gevoel me besprong, maar het verschil met andere zaterdagen was dat ik van mijn werk naar huis fietste.
Doorgaans werk ik niet op zaterdag en op de andere dagen van de week werk ik zelfs niet eens de hele dag. Als zeventigplusser vind ik 12 tot 20 uur per week zat. Maar nu kwam het beter uit er op zaterdag wel te zijn en was het om een uur of twaalf afnokken en naar huis.
Feierabend!
Toen ik op mijn vijfenzestigste zonder werk raakte had ik eerst gedurende een paar maanden de dagen voornamelijk met fietstochten gevuld, maar toen ik alle fietspaden binnen 50 kilometer van Rotterdam twee tot acht keer gehad had, was ik maar weer gaan werken. En ineens bestonden er weer weekenden.
Als je ophoudt met werken lever je behalve een flink stuk inkomen ook nog eens je weekenden in!
Nooit doen dus.

Toen de vrije zaterdagmiddag werd ingevoerd was er zaterdagochtends op het werk een heel andere sfeer. Er hing iets lichts, iets vrolijks in de lucht. Vaak was de aard van het werk ook anders. Opruimen, onderhoud van de machines waren typische zaterdagochtend klussen.
De koffiepauze duurde wat langer, en het onderwerp ‘wat ga jij doen?’ stond natuurlijk vaak op de agenda.
Zaterdagochtend stond voor voorpret.

In het gezin stond die dag ook in het teken van in het groot boodschappen doen. Sommige vriendjes hadden het geluk dat hun moeder boodschappen bij de Gruijter deed, maar bij ons waren ze tegen Piet de Dief. Dus ook geen snoepje van de week en geen kleurplaten van koffiepotten. Dat snoepje van de week ging vergezeld van een klein kadootje wat steeds vaker bestond uit voorwerpen van dat wonderbaarlijke nieuwe materiaal: plastic!

Voor mij bestond de zaterdagmiddagdroom uit een bezoek aan de Javastraat. Daar was niet ver van de hoek met de Sumatrastraat een radio- en electrazaak gevestigd. Radio Schoordijk heette de zaak geloof ik, en de uitbater had trots op zijn winkelruit had laten schilderen dat hij voorheen Chef bij Aurora was geweest. En Aurora was het Walhalla van iedereen die geïnteresseerd was in wat toen nog niet electronica heette. Daar stond je dan verlangend te kijken naar de uitgestalde radio onderdelen. En je tekende nog eens in je hoofd het schema van een éénkringer met de Amroh 402N spoel, omdat de dure zelf bouwpaketten van Maxwell voor een ‘driebanden superheterodyne ontvanger’ zelfs voor dromen te ver buiten je bereik lagen.

Als de middag vorderde werd de lucht vervuld van de lucht van gebakken vis. Meestal schol. Omdat de Amsterdammer op zaterdag niet graag kookte, maar het hield op brood met een gebakken vissie.
Kortom de zaterdag hing echt in de lucht.

mailtobutton

Kus

zaterdag 6 mei, 2006

Het is een vreemd en onwelkom idee, dat alle meisjes uit mijn jeugd nu vrouwen van rond de zeventig zijn.
Niet dat er iets mis is met vrouwen van rond de zeventig. Mijn moeder was een schat op die leeftijd, maar mijn herinnering aan de meisjes van toen is toch van een andere aard.
Lang behoorden ze tot een andere wereld, waarvan ik me niet kon voorstellen dat ik er ooit contact mee zou maken. Maar toch moet ik een keer de moed gehad hebben een afspraak te maken.
Anja heette ze. Een stil meisje met donker haar.
De afspraak behelsde om bij zonsopgang vogels te kijken op de Diemerzeedijk.
De Diemerzeedijk – toen nog een natuurgebied – lag op een uurtje lopen van de buurt waar wij allebei woonden, de Indische Buurt in het oosten van Amsterdam.
We kenden elkaar uit de NJN, de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie.
Een erg fanatiek lid was ik niet en ik was eerder een plantjesmens dan een vogelaar, maar een dergelijke excursie was in ieder geval een uiterst eerbaar voorstel.

Het tochtje kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Ik was al een keertje bij Anja thuis geweest. Wat ik dáár voor aanleiding voor bedacht had weet ik niet meer.
Tegen een meisje zeggen dat je d’r wel lief vond, deed je niet zomaar in die tijd. En als het toen wel gedaan zou worden, zou ik het zeker niet gedurfd hebben.

Het was een prettig huis waar Anja woonde. Heel anders dan bij ons. Er waren boeken.
Het soort interieur had ik wel eerder gezien, bij andere NJN-ers thuis.
Geen zeil op de vloer, maar gebeitste planken. Gordijnen van Dobby stof, vaak met een aangenaaid lusje in plaats van ringen. Reproducties van Toorop of Jan Veth. Een bakstenen schoorsteen en boeken. Veel boeken. Bij Anja’s ouders stonden zelfs werken van Reich en Bart de Ligt.
Anja’s vader bejegende me op onverwachte wijze. Het leek haast wel of hij het niet erg vond dat ik kwam. Hij praatte met me en vroeg dingen alsof het belangrijk of interessant was wat ik vond en wat ik was.
Het was eigenlijk wel aangenaam om zo behandeld te worden, maar wel vreemd vond ik.
De zondagochtend brak aan en het was behoorlijk koud.
Van vogels kan ik me niet veel herinneren. Zoals ik al zei, ik wist niet zo veel van vogels en Anja ook niet. Maar ik weet wel dat we een stukje hand in hand liepen.
Hoe dat zo gekomen was, weet ik niet. Had ik haar de hand gereikt bij het beklimmen van een talud? Hadden onze handen elkaar per ongeluk geraakt?
Het was wel een heel bijzonder gevoel, die hand van haar in de mijne. Een warme levende hand die in de jouwe lag, dat voelde je ook door onze gebreide handschoenen heen.
Op de terugweg – enigszins verkleumd – kwamen we langs een speeltuintje.
We waren nog genoeg kind om op die verleiding in te gaan en we konden ook wel wat beweging gebruiken om weer warm te worden.
Dat laatste lukte het beste toen we samen op de schommel stonden.
Anja was nu wel heel dicht bij me. En die kus – mijn eerste – was geloof ik het idee van de kus zelf. Ik kan me tenminste niet herinneren dat een van ons het initiatief nam.
Het eerste moment was heel anders dan we verwachtten. Onze neuzen bleken in de weg te zitten. Maar dat leerde snel. De eerste verrukking was dat ze zo lekker rook. Zoet kruidig en in de verte ook een beetje bitter.
Ik wist dat meisjes heel bijzonder waren, maar dat ze zo lekker zouden ruiken…

De kus zelf was niet zo speciaal als ik verwacht had, maar alle omstandigheden er omheen brachten voldoende plezierige verwarring.
Toch bleef het bij die ene kus tussen Anja en mij. Ik kan me ook geen verdere afspraken herinneren.
Het was nog te vroeg voor ons, denk ik.
Niet veel later moest ik voor het eindexamen een aantal romans lezen.
Boeken las ik al lang, en veel, maar romans dacht ik waren romantische verhalen en dat trok me niet aan.
Door de verplichte kennismaking kwam ik echter al snel op andere gedachten: Romans gingen over mensen en over het leven!

Een van de eerste boeken die ik in het Duits las was een novelle “ Ungeduld des Herzens”, van Stefan Zweig geloof ik.
Het ging over een man die zijn verlangen om van iemand te houden verwarde met de liefde zelf, begreep ik er van.

Ik snapte het leven weer een beetje beter na dat boek.
Was ik niet zelf ook in de war geweest over die lichtere vorm, verliefdheid?

_____

Later is er nog een vervolg op dit stukje geschreven: “Nogmaals die kus”

mailtobutton

Hemelvaart

vrijdag 5 mei, 2006

Hemelvaart viel vroeg dit jaar.
Op de vroege ochtend van de twee Paasdag fietste ik naar mijn werkt toen het een grutto te veel werd.
Pijlsnel steeg ze op, schuin over het opkomend tarweveld.
Haar silhouet deed denken aan de duif van het Hugenotenkruisje.
In één rechte lijn vloog ze naar de lichtste plek van het wolkendek, waar ze in het niets (of is het juist al) verdween.
Stikkend van geluk.
Ik voelde met haar mee.

Een paar honderd meter verderop aan de Anthony Lionweg stond een groepje schapen en lammeren doodstil het tafereel gade te slaan.
De gebroeders van Eyck zouden heel tevreden geweest zijn met de opstelling.
Een lammetje rechts keek extra zoet. Ik wist zeker dat het op de momenten dat ik niet keek een ijl baniertje op de linkerschouder zou heffen.

Ik moest even stoppen voor ik naar binnen ging.
Wat brengt het leven me toch veel.
En ik had nog niet eens gewerkt die dag.

mailtobutton

Zo doen we het hier niet

vrijdag 14 april, 2006

Toen ik in 1952 van school kwam, wist ik nog niet precies wat ik wilde worden. Maar er moest natuurlijk geld verdiend worden dus nam ik een baan aan bij het Gemeentelijk Vervoer Bedrijf, waarvan het hoofdkantoor gevestigd was in een fraai Amsterdamse School gebouw aan het Leidsebosje.
Ik werd daar aangesteld als Bureelambtenaar met Klerkbevoegdheid.
Dat is niet niks voor een jochie van 17 jaar. Ik was dan nog wel geen Klerk, maar ik had het klerkstafje bij wijze van spreken in m’n ransel zitten, op grond ener voltooide opleiding aan de Hogere Burger School, dus als ik goed mijn best deed als bureelambtenaar zou ik die rang ooit kunnen bereiken.
Het heeft echter niet zo mogen zijn.
Een van mijn eerste werkzaamheden bestond uit het optellen van werktijden van het rijdend personeel.
Aan de hand van werkbriefjes moesten de gewerkte uren en minuten van een week worden opgeteld en we konden daarvoor gebruik maken van een mechanische rekenmachine.
De procedure was dat je eerst alle gewerkte minuten optelde. Dit totaal uitdrukte in uren en minuten en daar vervolgens de gewerkte hele uren bij optelde.
Toen ik dat een aantal keren gedaan had, bedacht ik dat dit niet de meest doelmatige manier van werken was. De tussenberekening moest buiten de machine om geschieden, want delen kon het ding niet, en je moest ook een tussenresultaat opschrijven en weer invoeren, wat een extra kans of fouten gaf.
Wat ik dus in plaats daarvan deed was het volgende:
Eerst telde ik alle minuten op. Vervolgens keek ik hoeveel hele uren daarin zaten en telde evenzoveel keer 40 op bij het minutentotaal. Dat was een keer de wijzer op 40 zetten en zoveel keer als nodig was de handel overhalen. Ik had dan in één getal het aantal uren en minuten uitgedrukt.
Vervolgens telde ik de hele uren op als honderdtallen.
Klaar is klerk.
Pardon, bureelambtenaar.

Waarom 40? Omdat dit het verschil tussen een 60tallig en een honderdtallig stelsel compenseert.
Stel conducteur de Vries had in week 14 een aantal uren en nog eens 224 minuten gewerkt. Dan zitten daar 3 hele uren in en blijven er 44 minuten over. Dat krijg je op de machine door drie keer 40 aan te slaan en 224+120 levert 344 op wat je kon lezen als 3:44.
Nu trok dat meerdere keren achter elkaar de hendel van het rekenmachien overhalen de aandacht. (Want in wezen zat je dan te vermenigvuldigen terwijl je aangesteld was om op te tellen). Mijn buurman vroeg dan ook al gauw wat ik nou aan het doen was. Dus ik legde uit wat ik bedacht had.
Mijn buurman keek me enigszins verbijsterd aan. “Maar zo doen we het hier niet,“ zei hij. “Weet ik,“ zei ik en ik legde nog eens uit wat de voordelen van mijn werkwijze waren.
“Ja, maar zo doen we het hier niet,“ zei hij nog eens, maar nu wat luider en ook met enig ongeduld.
Ik zei dat ik dat wel begrepen had , maar dat op mijn manier… enzovoort.
Dit ging mijn buurman te ver. “Zo doen we het hier echt niet,“ zei hij en hij voegde er aan toe dat de chef hier maar bij moest komen.
Dat leek me een prima idee, die zou de voordelen onmiddellijk zien.
De chef hoorde ons beider verhaal aan en keek me een ogenblik aan en zei vervolgens “Zo doen we het hier niet.“
Niet lang daarna werd ik overgeplaatst naar de bibliotheek waar toch nooit iemand kwam, omdat ik niet goed in de huidige werkomgeving paste.
Ik begreep het signaal en nam ontslag voor mijn proeftijd om was.
Ik had hier iets uit kunnen leren.

Wie ben ik en waarom?

donderdag 30 maart, 2006

Met enige regelmaat tref ik mezelf tegenwoordig ergens aan, zonder te weten waarom ik daar ben. Ik moet dan in gedachten of in den lijve teruggaan naar mijn vorige standplaats om me te herinneren wat ik wilde doen of wilde pakken.
Een tijdje geleden sprak ik, toen ik me in zo’n wat-doe-ik-hier situatie bevond, de woorden ‘Wie ben ik, en waarom?’uit en dat is een beetje een running gag geworden. Maar na enkele tientallen keren begon ook mij deze spreuk te vervelen en kwamen er varianten als:
Wie ben ik en hoe laat begint dat?
Wie ben ik en is dat erg?
Wie ben ik en schuift dat ook nog wat?
Wie ben ik en wie ben jij eigenlijk?
Wie ben ik en kan ik daar wat aan doen?
En daar zijn er nu ook al weer zo veel van dat ik de helft al weer vergeten ben.
Geheugenverlies is een zegen….

Niettemin blijft de vraag ‘Wie ben ik en waarom?’ een interessante vraag. En het schijnt dat menigeen daar niet eens direct een antwoord op zou weten.

Zelf heb ik over het eerste gedeelte van die vraag veel nagedacht. Niet zo zeer in de directe zin over wie ik zou zijn, maar over de identiteitsvraag in het algemeen. En het antwoord dat ik er op gevonden heb en wat ik tot nog toe niet kapot heb kunnen testen is in vijf woorden samen te vatten:

Je bent wat je doet.

Dus niet wat je denkt, stemt, eet, van plan bent of aantrekt, maar uitsluitend wat je doet.
Moeilijker is het tweede deel van de vraag: Waarom?
Het gaat hier eigenlijk niet zozeer over de vraag waarom je bestaat, maar waartoe.

Daar zijn in de loop van de geschiedenis al veel antwoorden op gegeven, maar omdat het een vraag is die over de mensheid gaat, gaat het ook over ieder lid van die mensheid en heb je naast een algemeen antwoord ook wel graag een persoonlijk antwoord.
Daarmee worden de algemene antwoorden niet overbodig, want je kan altijd kijken of een van de algemene antwoorden voor jou bruikbaar is als persoonlijk antwoord.
Ik herinner me uit een van de boeken van Kurt Vonnegut dat iemand op de muur van een toilet de vraag ‘What is the meaning of life?’ had geschreven en dat daar later aan toegevoegd bleek te zijn ‘To be the eyes and the ears and the hands of the Creator of Universe, you stupid fool!’.

Nu is het zeker veertig jaar geleden dat ik die boeken van Vonnegut las, dus er kan tekstueel iets niet kloppen aan dit ‘citaat’, maar de strekking zal er niet veel naast zitten. En het feit dat ik me die tekst na veertig jaar nog herinner, wijst er op dat ik er iets in gezien moet hebben.
Niet helemaal onlogisch dat je iets in die handen ziet als je vindt dat je bent wat je doet.
En die ogen en oren spreken me ook wel aan. Het genieten van de schepping en vooral het je verwonderen er over is een belangrijke bron van levensvreugde en nieuwsgierigheid, die het leven interessant en spannend houden.Meer daarover staat in de artikelenserie Vrijheid in deze weblog.

Naschrift 2014: Inmiddels is het internet zover bijgewerkt dat het citaat van Vonnegut terug te vinden is Het luidt:
What is the purpose of life?…To be the eyes and ears and conscience of the Creator of the Universe, you fool!

mailtobutton