Posts Tagged ‘dankbaarheid’

Gelukkig in Holset IV; Onder de hemel

zaterdag 19 november, 2011

Voor het eerst sinds we eind september in ons nieuwe huis in de heuvels trokken om daar als een soort kwartiermakers te gaan kamperen vind ik voldoende rust om iets op te schrijven. Niet dat het huis af is. Nog lang niet, maar er zijn al zeer bewoonbare gedeelten.
Wat wel volmaakt is, is het uitzicht, dat ik elke ochtend geboren zie worden. Naar mate de horizon achter me, die van uit dit huis niet zichtbaar is, zich verder naar de zon toe wentelt, onderscheidt de westelijke hemel zich duidelijker van de heuvelrand.
Elke dag gebeurt dit iets later. En ook voor zonsopgang is er ook al van alles verschoven in de weken dat ik hier wakker word.

De maan blijft steeds meer achter naarmate hij minder vol is en Orion is opgeschoven en hangt nu boven België als het nog net donker is.

Dan voltrekt zich wat beschreven wordt in mijn favoriete lied Nuevo dia van de gelijknamige CD van Lole y Manuel.

El sol joven y fuerte
ha vencido a la luna
que se aleja impotente
del campo de batalla.

La luz vence tinieblas por campiñas lejanas.
El aire huele a pan nuevo.
El pueblo se despereza.
Ha llegado la mañana.

De zon, jong en krachtig
heeft de maan verslagen
die zich machteloos terugtrekt
uit het slagveld.

De zon lost de nevels op in de velden in de verte.
De lucht ruikt naar vers brood.
De mensen rekken zich uit.
De ochtend is aangebroken.

Terwijl ik dit schrijf  is de zon door de wolken gebroken en worden drie verderop gelegen boerderijen uitgelicht. De huizen dichterbij moeten nog even wachten tot de zon ook de heuvel waarop wij wonen heeft genomen.

De schapen van de overburen hebben zich nog niet laten zien.  Ze zijn met zijn drieën. Twee witte en één donkerbruin.
Toen het een paar dagen geleden rijpte was het bruine schaap aan de bovenkant ook wit. De koeien in de grote boerderij verderop wachten tot het wat warmer wordt voor ze uit de stal komen.

Zo worden er langzamerhand patronen zichtbaar.
Patronen en verschuivingen in die patronen die zich voltrekken in het tempo dat de wetten van het heelal ze oplegt.

Het geeft me een intens gevoel weer thuis te zijn. Thuis in het heelal, de schepping of hoe je het noemen wil, de onpeilbare complexe ruimte gevuld met leegte en materie, waarvan ik dankzij een raadselachtig verschijnsel dat leven heet een tijd getuige mag zijn.

Wow!

Advertenties

Vieren wij de democratie!

woensdag 29 juli, 2009

Het onderstaande concept van een lobby heb ik geplaatst op de website www.denationaledialoog.nl

Als je dit idee wilt ondersteunen ga dan naar die site, wordt deelnemer aan de dialoog (sowieso een goed idee) ga naar lobby’s, klik daar op alle lobby’s  en stem daar (o.a. op mijn idee natuurlijk).

Aan: De leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal
De Nationale Dialoog, 29 juli 2009
Betreft: Het vieren van de democratie
Geachte leden van de Tweede Kamer

Ik richt mijn voorstel in eerste instantie op u om drie redenen:
Ten eerste om dat u behalve als burger ook door uw functie als volksvertegenwoordiger er naar zult verlangen om een fractie van het hele volk en niet van 80% van het volk te vertegenwoordigen.
In de tweede plaats omdat u mij beter dan wie ook zult kunnen adviseren waar ik mijn idee het beste kan insteken.
En tenslotte omdat ik er niet aan twijfel dat ik bij u zeker 50 adhesiebetuigingen voor mijn idee op denationaledialoog.nl zal kunnen oogsten.

In een zin waar het om gaat:
Ik wil bewerkstelligen dat op de dag van de Tweede Kamer verkiezingen het bestaan van een goed functionerende democratie in ons land gevierd wordt door allen die door hun stem uit te brengen die democratie handen en voeten geven.

De achtergrond
Over het algemeen staan we er niet bij stil hoe heerlijk het is om onbelemmerd te kunnen ademen.

Je beseft pas de waarde van vrij toegankelijke zuivere lucht in een situatie waar die niet voorhanden is. Als je je in een brandend huis bevindt, te lang onder water bent geweest, of als je longen aangetast zijn.

Helaas kan je dit tot op zekere hoogte ook zeggen over democratie. Bij de laatste tweede kamer verkiezingen in dit land, vond 20% van de Nederlanders het niet de moeite waard om naar het stembureau te wandelen en daar een stem uit te brengen. In Rotterdam liet zelfs 30% het afweten.
En dit terwijl een democratische regering helemaal niet zo’n vanzelfsprekend verschijnsel is.

Het weekblad The Economist maakt van tijd tot tijd de balans op, hoe het in de meeste landen met de democratie gesteld is.
Er worden 167 landen onderzocht en zij krijgen een rapport cijfer van 1 tot 10 dat gebaseerd is op een score op vijf deelgebieden:

1. Verkiezingsproces en meerpartijenstelsel
2. Functioneren overheid
3. Politieke participatie
4. Politieke cultuur
5. Burgerrechten

Bij een score van 8 tot 10 wordt een bewind democratisch genoemd, bij een score van 6 tot 7.9 wordt gesproken van een democratie met gebreken, scores van 4 tot 5.9 worden als tussenvorm beschouwd en onder de 4 heb je met dictaturen te maken.

Hieronder de resultaten van de laatste twee metingen

Soort regering in 2008 tussen haakjes 2006

Wereld bevolking slaat hier op de bevolking van de 167 onderzochte landen. Omdat alleen micro staatjes niet opgenomen zijn komt dit praktisch overeen met de gehele wereldbevolking in het betreffende jaar.
Bron: The Economist

Gedetailleerde in houd een een uitgebreide verantwoording hoe de score tot stand is gekomen is te vinden in de volgende (Engelstalige) documenten :
http://graphics.eiu.com/PDF/Democracy Index 2008.pdf
http://www.economist.com/media/pdf/Democracy_Index_2007_v3.pdf

Voor wie daar nieuwsgierig naar is, Nederland zakte van een derde plaats in 2006 met een 9.66 naar een vierde plaats in 2008 met 9.53.
Maar, dat is het mooie van een democratie, dat kunnen wij zelf zo weer herstellen.

Maar het eerste waar we dan aan moeten denken is dat de volksvertegenwoordiging ook een volksvertegenwoordiging is en niet een vertegenwoordiging van 80% of 70% van de stemgerechtigden.

Probleem en oplossing

Stemplicht of opkomstplicht kennen we niet meer in Nederland. Stemmen is vrijwillig. Dus wie niet stemt, zal in de meeste gevallen niet gemotiveerd zijn.
(We laten even buiten beschouwing de mensen die fysiek belemmerd waren zelf te stemmen en niet per volmacht konden stemmen, mensen die het vergeten waren dat er verkiezingen waren, of psychisch niet helemaal meer bij de wereld betrokken zijn).
Hoe kan het dat mensen een zo zeldzaam en kostbaar goed als een goed functionerende democratie niet belangrijk vinden?
Daar lijken maar drie mogelijkheden voor te bedenken:

* Zij beseffende de waarde van democratie niet
* Ze geloven niet in onze democratie
* Ze voelen zich niet betrokken bij maatschappij

We kennen allemaal de dooddoeners over Den Haag, de polletiek, dat stelletje zakkenvullers, en het pluche.
Nu is het eenvoudig mensen die dit zeggen dom te noemen, het is vruchtbaarder om dat veel betere verstand van ons dan eens te gebruiken om die afzijdigen ervan te overtuigen dat een democratisch systeem alleen maar werkt als het goed en volledig gebruikt en onderhouden wordt, en dat wil zeggen, dat we het met z’n allen onderhouden.

Stemmen is daar één onderdeel van, en met stemrecht alleen heb je nog geen goed functionerende democratie, maar stemmen is wel de meest duidelijke en concrete manier waarop iedere stemgerechtigde burger rechtstreeks een middel in handen krijgt om deel te nemen aan de vormgeving van de toekomst van de mensen die in dit land wonen.
Het is daarom een geschikt aangrijpingspunt om die mensen die aan de kant blijven staan omdat ze zich onmachtig of buitengesloten voelen, en wellicht ook buitengesloten zijn een hand toe te reiken en te zeggen “Kom op, doe met ons mee, je hoort er bij. Jouw stem telt mee.

De invulling
Op de dag dat wij de democratie vieren moet er een zo breed aanbod van evenementen zijn, dat er voor iedere smaak wel iets aantrekkelijks bij is.
Al die evenementen zijn gratis toegankelijk, voor iedereen die gestemd heeft en als zodanig herkenbaar is, bijvoorbeeld aan een polsbandje.
De evenementen moeten ook fysiek toegankelijk zijn, en daarom is het openbaar vervoer gratis die dag en zorgen vrijwilligers eer voor dat ook minder mobiele personen mee kunnen doen.
Bij de programmering kunnen we denken aan uitvoeringen, lezingen, sportdemonstraties, maar ook aan de openstelling van musea, bibliotheken, sterrenwachten, bijzondere gebouwen of tuinen.
Degenen die dat jaar voor het eerst stemmen zouden daarbij bijzondere aandacht kunnen krijgen, bijvoorbeeld door hen bij de programmering te betrekken, of voor hen erebaantjes te reserveren zoals bijvoorbeeld roadie te zijn bij een band of minder mobiele mensen te mogen bijstaan.
Van de uitvoerenden verwachten wij dat ze om niet optreden.
De overige kosten delen we graag samen. Het is tenslotte ons feestje waarop wij onszelf graag feliciteren met een sigaar uit eigen doos.

Dank u wel voor uw aandacht.

Monumentje voor Waldie van Eck

zondag 18 november, 2007

Terugdenkende aan de tijd dat ik een jonge man was (ergens omstreeks het Carboon dus), en een lange reeks van liefdes en verliefdheden mijn leven zoet dan wel droevig maakten, realiseer ik me, dat opvallend veel bibliothecaressen een rol in mijn leven speelden.
Nu zullen er misschien mensen zijn die denken, nou, die man viel gewoon op bibliothecaressen. Maar dat is onzin. Bibliothecaressen zijn alleen een type in slechte films en tv-series.
Al moet ik toegeven dat er wel iets bijzonders aan hun vak is:
Zij hoeden, beheren en verspreiden het woord.
Een soort priesteressen zijn het dus eigenlijk wel.
Dat is weliswaar een nog al romantisch beeld, maar wat zou mijn leven zijn zonder romantische beelden?
Wat misschien wel een rol speelt, is dat ik – toen ik nog zo klein was dat verliefdheid nog geen rol speelde en ik het woord nog niet eens kende een bibliothecaresse al grote indruk op mij maakte.
Het was juffrouw van Eck. (Ze stond er op dat je juffrouw zei, in plaats van mevrouw).
Zij beheerde het filiaal Molukkenstraat van de Amsterdamse Openbare Leeszaal en Bibliotheek.
Ik kon nog niet lezen, toen ik daar voor het eerst kwam. Maar mijn moeder las graag en las ons ook voor en vertelde ook na uit boeken die ze bij de ‘bieb’ in de Molukkenstraat haalde.

Voor juffrouw van Eck was het geen bezwaar dat ik niet kon lezen, die eerste keer dat ik daar kwam. Ze haalde een sleutel te voorschijn, opende daarmee de deur van een ondiepe kast en pakte daar twee boeken uit, die ik mocht lenen.
Er stonden wel wat letters in, maar het belangrijkste van die boeken waren de illustraties.

Moeder las ze natuurlijk vele malen voor, terwijl ik de platen bekeek en als ik me goed herinner heetten ze “Hansje in het Bessenland” en “De Wortelkindertjes”.
Het eerste vond ik geloof ik het mooist.
De illustraties – zoals ik me die nu tenminste herinner – kan ik het beste omschrijven als ‘Rie Cramer-achtig’.
In die tijd moet mijn latere waardering voor de Prerafaelieten geworteld zijn en ook mijn thans nog geldende voorkeur voor mauve-achtige- blauwgrijze- en leverkleurige tinten, fluwelen grijzen en nuances van abrikoos.

Later, veel later, is het tot me doorgedrongen dat dit boeken van juffrouw van Eck zelf waren.
Ik weet niet wat ze gezegd heeft toen ik die boeken meekreeg, en of ik wat terug gezegd heb. Waarschijnlijk niets, want ik was in die tijd zo verlegen als de introvertste onder de muizen. Al zal mijn moeder me wel geprompt hebben met een watzegjedan.

Maar het zaad was gezaaid. Ik was hooked and booked. Een druksverslaafde voor het leven.

Ik herinner me juffrouw van Eck als een rijzige vrouw, maar dat zegt niets, want ik heb de neiging mensen waar ik ontzag voor heb ook groot te zíen.
Zij arriveerde bij de bieb kaarsrecht gezeten op een fiets met hoog stuur en ik denk dat dat ook dat beeld van haar versterkte.

De taal die zij gebruikte, was heel ongewoon voor ons. Niet omdat het prachtig verzorgd Nederlands was, dat hoorde je ook wel op de radio. Maar ze had soms iets theatraals in haar dictie. Vooral als het om dingen ging die haar emotioneel raakten.

Wij vonden dat een beetje raar. En thuis imiteerden we haar ook wel, maar ik had daar wel een dubbel gevoel bij. Het was toch een licht gevoel van verraad, wat ik toen niet- maar nu wel begrijp.

Ze kon vertellen hoe ze door een boek meegesleept was, hoe ze haar ontbijt vergat, de lunch vergat en maar las, maar las, de nacht kwam en maar door las.
Een ervaring die ik later herkende toen ik aan romans toe was.
Toen ik inmiddels een jaar of zeventien was en een boek van Du Perron leende, vertelde ze me hoe ze in het begin van de oorlog had moeten vernemen dat Ter Braak zelfmoord had gepleegd en in die zelfde dagen Marsman om het leven kwam omdat de boot waarop hij hoopte te ontkomen getorpedeerd werd. En ik zag hoe de tranen haar in de ogen sprongen.

Het was weer zo’n sleutel ervaring. Dat je zo betrokken kunt zijn bij een schrijver die je niet persoonlijk kent. Dat die blijkbaar door zijn werk een deel van je leven is geworden. En dat zij mij, een jochie van 17, belangrijk genoeg vond om mij te deelgenoot te maken van die beleving.
Ze liet me groeien. En ik hoop maar dat er nog steeds zulke bibliothecaressen zijn die in volksbuurten jochies als ik een zetje geven.
Juffrouw van Eck schroomde niet om je leesgedrag te sturen. Ze beval je niet alleen maar boeken aan, maar ontraadde ze soms ook. “Oh nee meneer, dat is helemaal geen boek voor u”, meende ik haar ooit eens te hebben horen zeggen. Maar ik zelf had alleen maar plezier van haar coaching.
Voor mij was De Gids  niet een literair tijdschrift, maar een levende persoon.

Toen ze merkte dat ik niet alleen maar de Anton Wachter romans, maar alles van Vestdijk wilde lezen, wees ze me op het bestaan van Swordplay Wordplay een kwatrijnen battle tussen Vestdijk en Roland Holst en leende ze dat voor me in de hoofdvestiging.
Bij een andere gelegenheid vertelde ze me over een ontmoeting met Nescio, waarbij die vertelde dat hij als kind (net als mijn vader overigens) gespeeld had op het driehoekige veldje aan de Pontanusstraat. En dat dat zijn eerste dichtregel had opgeleverd:
Ik en Jaapje
speelden schaapje
op een veld vol koeien….

Het p-woord mocht een kind niet hardop zeggen.

Omdat ik me niet kon voorstellen dat juffrouw van Eck alleen in mijn herinnering sporen achtergelaten had, zocht ik al eens op het internet naar vermeldingen over haar, maar ik vond niets omdat ik dacht dat haar voornaam met y geschreven werd. Maar als je op Waldie van Eck zoekt blijkt dat ze schreef en vertaalde en betrekkingen onderhield met de Wereldbibliotheek en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en ooit met Sinterklaas een boekje met opdracht van Nico van Suchtelen kreeg.
Ik zal vanavond een kaarsje voor haar branden.

Naschrift 2010:

Inmiddels ben ik er achter gekomen dat beide boekjes nog wel eens herdrukt zijn, maar inmiddels is De Wortelkindertjes  al weer uitverkocht. Het boekje wordt nog wel tweedehands aangeboden. Hansje in ’t bessenland is nog wel verkrijgbaar in de boekhandel. Kwam te laat voor mijn kinderen, maar gelukkig wel op tijd voor mijn kleinkind.

Hieronder een pagina uit de wortelkindertjes:

mailtobutton

De strijkbout

vrijdag 27 oktober, 2006

De strijkbout had een houten handvat. Links vooraan zat naast het handvat een geheimzinnig zwart dopje. Als je er op drukte gebeurde er niets, want de ingewikkelde strijkijzers werden pas lang na de oorlog uitgevonden. Desondanks bleef ik het van tijd tot tijd controleren. Want dopjes zijn net als knopjes toch om er op te drukken. Toen ik een kleine eeuw ouder was snapte ik dat het dopje niets anders dan een duimsteun was. Ik was toen al een zevenplusser. Een jongetje met veel te grote oren en een sterke neiging om schroefjes los te draaien. En na een tijdje kon ik de meeste huishoudelijke apparaten repareren. Als m’n moeder me niet voor was tenminste. Die had ook iets met mechaniekjes. Ik heb het van haar.

Die strijkbout zou ik zo kunnen uittekenen, als ik kòn tekenen. De landkaart van verf op het handvat: bruin – oker grondlak – hout was de volgorde van versletenheid. Het knopje/dopje wat bovendien iets van een dropje had en een beetje los zat. Het aan een kant afgebroken stuk aardewerk waaruit de kontaktpennen staken. Het getwiste snoer met een glanzende geweven omkleding. Bruin met een wit werkje.

Meerdere malen heb ik er een nieuw ‘element’ in moeten zetten. Een element zo heette dat. Dan moest je de zool van de bout schroeven. Die zool met twee gleufjes voor aan de punt voor de knoopjes en de bruin ingebrande plekken van het te lang persen.

Heel lang in het oerbegin van mijn leven, had ik tegen mijn moeder of mijn zuster of mijn vader kunnen zeggen “de strijkbout”, en zij hadden gedacht aan die ene, allerindividueelste strijkbout. Met al die bijzonderheden waarvan ik er echt maar een paar verteld heb. Die strijkbout is op een zeker moment verdwenen. Vervangen door een modern strijkijzer. Misschien wel een modern lichtgewicht strijkijzer. En dat weer door een nog moderner stoomstrijkijzer. En tegenwoordig zullen er wel strijkijzers zijn die zo licht zijn dat ze boven het strijkgoed zweven met automatische vochtsensors en computergestuurde vernevelingsautomatiek. En nooit zal er een kind later met warmte terugdenken aan ‘onze strijkbout’.

Historisch materialistische verklaring:
We waren arm dus thuis. Leefden van ‘het steun’. En ze hadden in die tijd de rare gewoonte om dingen te maken die lang mee gingen. Mijn naaimachine was nog jaren dezelfde die mijn moeder kreeg vijftig jaar daarvoor toen ze ‘moest trouwen’ en toen was die Singer al tweedehands.

Mijn jeugd is een onuitputtelijk reservoir van dat soort bodemschatten.
Herinneringen aan geuren en vormen, van dingen die met ons mee leefden. Net als de maan die over de bomen heen met je meeliep, die enkele spannende keer dat je in het donker buiten was. Goed er waren ook enge gaten en putten, maar de wanden schitterden van mineralen en al was dat geen goud het glansde wel, en ik heb nog steeds de sleutel naar dat gebied.

Nu had ik ook wel wat mee. Mijn vader was een reus en m’n moeder een godin, en dat is een goed begin voor een aankomend tovenaar.
Maar ik denk dat meer kinderen dat hebben.
Wat ik me als bijzonder weldadig herinner, is dat we vastigheid hadden.
Ons leven had patronen.
Om te beginnen woonden we altijd in hetzelfde huis. Gevuld met dezelfde dingen, die we ook op een vaste manier gebruikten. Hoewel mijn moeder daar soms op een opwindende manier doorheen kon breken.

De zondagochtenden waren bij ons geheiligd. Dat wil zeggen, de zondagen dat hij bij ons thuis was en niet in Brabant moest blijven in de ‘werkverschaffing’.
Mijn vader stond er op die dag zijn aandeel in het huishouden te hebben. “Kom Tine”, zei hij, “we zulle de zaak es effe opmarojeme”.
Of mijn moeder daar blij mee was, betwijfel ik.
Ze ging in de keuken aan de gang. M’n vader werkte met akelige precisie de kamer af, en wij, m’n zus en ik, hingen de beest uit.
Tegen half elf werd het spannend. Er werd koffie gezet.
Soms mocht ik malen. Anderhalf lood.
De keuken blonk.
De zon scheen laag door het raam terwille van de stoom uit de fluitketel waaruit mijn moeder opschonk.
Iedereen bevond zich in de keuken.
Daar gebeurde het.
De zondagochtend werd bevestigd.
We waren bij elkaar.

Hemelvaart

vrijdag 5 mei, 2006

Hemelvaart viel vroeg dit jaar.
Op de vroege ochtend van de twee Paasdag fietste ik naar mijn werkt toen het een grutto te veel werd.
Pijlsnel steeg ze op, schuin over het opkomend tarweveld.
Haar silhouet deed denken aan de duif van het Hugenotenkruisje.
In één rechte lijn vloog ze naar de lichtste plek van het wolkendek, waar ze in het niets (of is het juist al) verdween.
Stikkend van geluk.
Ik voelde met haar mee.

Een paar honderd meter verderop aan de Anthony Lionweg stond een groepje schapen en lammeren doodstil het tafereel gade te slaan.
De gebroeders van Eyck zouden heel tevreden geweest zijn met de opstelling.
Een lammetje rechts keek extra zoet. Ik wist zeker dat het op de momenten dat ik niet keek een ijl baniertje op de linkerschouder zou heffen.

Ik moest even stoppen voor ik naar binnen ging.
Wat brengt het leven me toch veel.
En ik had nog niet eens gewerkt die dag.

mailtobutton


%d bloggers liken dit: