Wel of geen nieuws onder de zon?

donderdag 11 december, 2014

Wie zegt dat er niets nieuws onder de zon is, lijkt z’n eigen gelijk te te bewijzen, want het zelfde is al een paar duizend jaar geleden opgemerkt in het boek Prediker. Maar is het ook waar dat er niets nieuws onder de zon is?

Stel je voor dat je een bepaald stokpaardje hebt, waar je je omgeving regelmatig aan herinnert. Op een dag zit je naar een serieus discussieprogramma op de tv te kijken (op een buitenlandse zender bijvoorbeeld) en daar verkondigt een gerespecteerd deskundige – weliswaar in iets andere bewoordingen – jouw stokpaard!
“Nou”, zeg je, terwijl je trots en ontroerd om je heen kijkt, “nou hoor je het eens van een ander”.
Blijk je alleen thuis te zijn.
Een geval van niets nieuws onder de zon, dus.

Dat tegenkomen van je eigen idee in het werk van een ander is iets wat me de laatste jaren meermaals overkomt.
Zo heb ik her en der in mijn teksten verkondigd dat je bent wat je doet.

Dit jaar kregen we voor het seminar “Denn was ist Zeit?” van de RWTH Aachen een literatuurlijstje waarop ook een fragment van een boek van Henri Bergson stond.
De inhoud van dat stuk bleek zo boeiend dat ik op zoek ging naar een Nederlandse vertaling van het oorspronkelijk Franstalige werk Lévolution creatrice. En die bleek te bestaan in een uitgave van de Wereldbibliotheek waarvan ik een druk van 1925 aan kon schaffen. En wat lees ik op pagina 38?

“Terecht zegt men dus, dat hetgeen wij doen, afhankelijk is van wat wij zijn; maar men voege daar nog aan toe, dat wij tot op zekere hoogte zijn, hetgeen wij doen, en dat wij zonder ophouden onszelf scheppen.”

De scheppende evolutie is überhaupt een idee wat mij zeer vertrouwd is. Ik heb het in dit blog ergens over een wevend tapijt en dat komt aardig in de buurt.
Het is overigens wel grappig hoe de figuur van Bergson al vaker mijn pad leek te kruisen.
Toen ik als tiener bedacht dat ik toch iets meer van  filosofie wilde weten, leende ik uit de hier al eerder bezongen bibliotheek een boek met als titel “Van Socrates tot Bergson”. Van Socrates had ik natuurlijk wel gehoord maar van die andere man niet. Ik wist toen nog niet dat je zijn naam met de klemtoon op de tweede lettergreep en met een Frans accent moest uitspreken.(En ook nog niet dat een filosoof niet per se een man hoeft te zijn.
Maar in het boek ben ik hem ook niet tegengekomen, want al bij Plato begon het me te duizelen.
Mijn jonge hersentjes waren er nog niet aan toe.
Een tiental jaren later werd mij door mijn toenmalige baas, de directeur van de Staatsdrukkerij, Th. H. Oltheten het werk van Teilhard de Chardin onder de aandacht gebracht. Daar trof ik het idee van een voortdurende schepping aan wat ongetwijfeld bijgedragen heeft aan mijn metafoor van een (zichzelf) wevend tapijt.
Inmiddels weet ik dat Teilhard sterk door Bergson beïnvloed is.

Een tweede ‘lees je het eens bij een ander’ ervaring werd veroorzaakt door Susanne K. Langer.
In mijn stukje De Betekenis der Dingen opperde ik dat door het verbinden van een klank (of een ander teken) aan een object, dus door het een naam te geven, je dat object kon oproepen in het bewustzijn van je zelf en dat van anderen met wie je dat teken gedeeld had. Met andere woorden (sic) door het uitvinden van de taal ontwikkel je ook het bestaan van abstracties!

Langer, beschrijft in Philosophy in a New Key: A Study in the Symbolism of Reason, Rite and Art op een zeer leesbare wijze hoe wij de werkelijkheid kunnen bevatten door deze te registreren in symbolen.

Een derde ‘schon dagewesen’ ontdekking betrof mijn stukje over ergens recht op hebben. Daar in speculeer ik dat het enige grondrecht wat ik me kan voorstellen het recht op (behoud van jouw) leven is. En dat dat op zich leidt tot een recht op alle voorwaarden waaraan voldaan moet worden om dat recht ook te kunnen doen gelden, en dat dat onder andere ook betekent dat je recht hebt op een gezond milieu.

Dus wie schets mijn verheugenis, toen ik in het Nederlands Juristenblad van 19 juni 2014 de volgende tekst aantrof:
Toen in de laatste decennia van de 20e eeuw het concept ‘duurzame ontwikkeling’ in zwang raakte, boog de Amerikaanse hoogleraar Edith Brown Weiss zich over de vraag of duurzaamheidsdenken juridisch-theoretisch onderbouwd kon worden door middel van de theorie van ‘intergenerationele ecologische rechtvaardigheid’ (intergenerational ecological justice).
In haar boek ‘In Fairness to Future Generations’ beargumenteert zij dat elke generatie een ‘natuurlijk en cultureel’ erfgoed ontvangt van voorgaande generaties en dit erfgoed voor toekomstige generaties beheert in een trust-relatie.Drie beginselen van intergenerationale ecologische rechtvaardigheid vloeien uit deze trust-relatie voort:
– elke generatie moet de diversiteit van het natuurlijke en culturele erfgoed behouden voor toekomstige generaties;
– elke generatie moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van dit erfgoed wordt behouden en wordt doorgegeven aan toekomstige generaties;
– elke generatie zorgt ervoor dat haar leden gelijkwaardige toegang hebben tot het natuurlijke en culturele erfgoed dat is ontvangen van voorgaande generaties, en dat deze toegang doorgegeven wordt aan toekomstige generaties.

Niets nieuws onder de zon dus?
Helemaal niet. De genen vóór mij die een en ander al eerder en beter bedacht hadden, waren destijds misschien wel de eersten die op dat idee kwamen.
Bovendien was het ooit voor mij wel een nieuw idee. En hier herken ik mijzelf weer in het denken van Bergson. Hij zegt op p. 36:

Onze persoonlijkheid, die op ieder oogenblik wordt opgebouwd uit zich opstapelende ondervinding, verandert onophoudelijk. ….Zoo groeit en rijpt onze persoonlijkheid zonder ophouden. Ieder van hare momenten is iets nieuws, dat toegevoegd wordt aan het voorafgaande.

Dat wil zeggen dat op het moment dat ik iets ervaar, iets herken, iets begrijp, iets nieuw-begrepens in verband breng met wat ik al begrepen had, ik veranderd ben, gegroeid en laten we hopen gerijpt ben. Er is een nieuw iemand onder de zon.
Ook Langer betoogt (p.89):
“A little reflection shows us that , since no experience occurs more than once, so called ‘repeated experiences’ are really analogous experiences”

Wat ook vernieuwt is dat de samenkomst van verschillende ideeën – of die nu zelf ontwikkeld zijn of uit al aanwezig gedachtegoed tot ons gekomen zijn – tot een reactief mengsel kan leiden waaruit nieuwe gedachten of nieuwe interpretaties ontstaan, die in de vorm van nieuwe patronen of symbolen tot nieuwe inzichten en gedragspatronen kunnen leiden.

In mijn geval heeft het in elk geval er voor gezorgd dat ik op een andere en inspirerende manier ben gaan nadenken over de vraag wat onze aanwezigheid hier als denkende dieren voor betekenis kan hebben, en wat je daarover wel en niet zult kunnen weten of begrijpen.
En ook dat het mogelijk moet zijn daarover in begrijpelijke taal te denken te spreken en te schrijven.

En dus heb ik het plan opgevat om hier een boek(je) over te gaan schrijven, waarvan de voorlopige titel op dit moment luidt:
Wat doen we hier eigenlijk?

Trappistenoplossing

vrijdag 18 juli, 2014

Schilderen is al erg genoeg.
En als je dan ook nog doorlopend trapje op, trapje af  moet om je roller of verfkwast in te dopen, ben je dat binnen de kortste keren (ladder)zat.

Vandaar deze oplossing. Het bakje vastgezet aan de bovenkant van het trapje
DSCN1620
DSCN1621

 

Positief denken, wasdatnouweer…

zondag 25 mei, 2014

Onlangs werd in mijn bijzijn iemand aangespoord positief te denken, en ik hoorde mezelf grommen.
Positief denken, het is een uitdrukking die bij mij juist negatieve gevoelens oproept.
Een van de oorzaken hiervoor is waarschijnlijk dat in het wauwelcircuit dat zich zelf veelal als ‘spiritueel’ afficheert, nog wel eens beweerd wordt dat je ernstige-, ja zelfs levensbedreigende aandoeningen kunt overwinnen door Pósitief Te Denken.
Je zou bijna vloeken als je zoiets hoort.
Iemand die bezwijkt aan een slopende ziekte, heeft dat dus blijkbaar aan zichzelf te danken: Niet positief genoeg gedacht.

Maar als je dit vervelende gebruik nu even vergeet, kan je je afvragen of er überhaupt zoiets bestaat als positief denken.
Wanneer denk je positief, wanneer negatief en wanneer haal je maar net een klein zesje?

Nu is het bij nuchter denkende mensen bekend dat denken geen enkel direct effect op de omgeving van de denkende heeft, ook al denken gebedsgenezers en paranormale lieden en hun achterban daar anders over.
Het kan natuurlijk wel dat je iets ziet of meemaakt dat je bevalt, je vervolgens denkt: ‘Goh, wat leuk’ (positieve gedachte?) en vervolgens glimlacht.
Dan kan die glimlach op zich ook weer een effect hebben. (Hij of zij kijkt terug en glimlacht ook, bijvoorbeeld).
Maar dan is dit toch niet een gevolg van positief denken. De positieve gedachte was zelf ook een gevolg.

Laten we dan iets anders bedenken.
Je wandelt in een andere stad in Nederland en je komt terecht in een winkelcentrum. Je ziet daar een Zeeman, een Kruidvat, een Scapino, een Blokker naast een Hakkenbar.
Vervolgens denk je: ‘Kom op, Positief Denken’ en je denkt met volle kracht: ‘Goh, wat een gezéllige winkelstraat’.
En wat gebeurt er? Niets
Helemaal niets.

We mogen dus gerust vaststellen dat weliswaar een positieve situatie een positieve emotie op kan wekken, die leiden kan tot een positieve gedachte en die misschien wel weer tot een positieve actie. En dat een negatieve situatie in de regel niet direct een positieve emotie en/of gedachte zal opwekken, en dat het in dat geval geen zin zal hebben een positieve gedachte te faken in de hoop dat er dan een positieve emotie en misschien zelfs wel een positieve situatie zal ontstaan.

Wat wél zou kunnen helpen in zo’n geval, is de negatieve situatie of emotie te analyseren. Na te gaan wat de oorzaak zou kunnen zijn. Te zien of je daardoor misschien ziet of- en hoe je die situatie zou kunnen veranderen.
Dat werkt vaak zowel bij grote maatschappelijke situaties als bij persoonlijke zoals een probleem op je werk of in een andere relatie of ten aanzien van een gemoedstoestand.
De kans op succes wordt dan groter als het denken er over eerlijk, helder, kritisch, analytisch en redelijk is.

Het is goed mogelijk dat er bij het nadenken over een moeilijke persoonlijke situatie of gemoedstoestand ook gedachten aan negatieve ervaringen naar voren komen.
Het zou dan niet nuttig zijn om die gedachten en emoties die ze oproepen onder het moto ‘positief denken’ zo maar weg te duwen. Het kan juist nuttig zijn om ze te doordenken. Om te kijken of je er een vinger achter kunt krijgen, waar ze vandaan komen, of ze misschien ook op een andere manier te interpreteren zijn.

Kortom de stuff waar therapeuten je mee kunnen helpen als je er zelf niet uitkomt.

Gelukkig in Holset VII; de Euregio bonus

zondag 23 maart, 2014

In ons vorige leven. dat wil zeggen toen wij nog niet in Limburg woonden, grepen we elke gelegenheid aan om hier een paar dagen door te brengen.
Dat vergde een autorit van ruim twee uur en daarbij was het passeren van Breda altijd een belangrijk moment. Want kort nadat we van de A zoveel de A nog iets meer opreden kwamen we in het bereik van Klara.
Klara speelt de laatste jaren een grote rol in mijn leven en heeft veel aan mijn levensgeluk bijgedragen.
Voor jullie nu denken dat ik slachtoffer ben geworden van een vertraagde midlife crisis, zal ik voor wie Klara niet kent verklaren wie zij is:
Zoals ik pas na enige jaren bedacht staat Klara voor klassieke radiozender. Een Nederlandstalige Belgische FM-zender.
Deze zender zendt het grootste deel van de werkdagen klassieke muziek uit, alleen onderbroken door aankondigingen en korte nieuwsuitzendingen.  Er is ook nog een zusterzender Klara continuo die alleen maar de muziek uitzendt en waarbij je de playlist van het internet moet vissen. (Of misschien zijn er wel moderne radio’s met een display waar de titels op verschijnen. Anders moet iemand dat maar uitvinden.)

Waarom ben ik zo van Klara gaan houden?
Om twee redenen.
Omdat ik nu van muziek ben gaan houden waar ik vroeger niet uit mijzelf naar zou gaan luisteren. Bijvoorbeeld omdat ik dacht aan Barok wel genoeg te hebben, en ik bepaalde genres en componisten soms zelfs niet eens bij naam kende.

Zo kan ik tegenwoordig op de vraag “Aimez-vous Brahms?’ Jazeker antwoorden. Nooit van mezelf gedacht.
Nu we hier wonen is Klara continu te ontvangen en is deze luxe een dagelijkse luxe geworden.
Zo viel ik op een dag in een uitzending die zoals ik later begreep gewijd was aan de dag van de stilte. (Blijkbaar is er een keer per jaar een dag van de stilte. Nou ja). Maar ondanks die stilte was er dus muziek. Muziek als ik nog niet eerder had gehoord. Mooi. IJzig mooi.
Muziek die mij raakt roept vaak beelden bij mij op. Landschappen meestal. Dit keer waren het tamelijk barbaarse landschappen waarin kreunend rotsen uit de grond oprezen. Het leek niet op iets wat ik ooit gezien had. Soms waren het geen rotsen maar reusachtige kristallen. De componist moest wel een Noor of een Fin zijn dacht ik. Dat had ik mis, maar ik zat wel in de buurt, het was een Est, Arvo Pärt.
Dank U, Klara.

Het is echter niet alleen de muziek waarvan ik geniet. Het is de totaal andere toonzetting van deze Vlaamse zender. Hier wordt normaal gesproken, zonder onnodige klemtonen en pauzes. Hier wordt geademd in plaats van gehijgd. Hier worden gesprekken gevoerd in plaats van discussies. Deze volstrekt on-hysterische toonzetting is iets wat je op de Nederlandse zenders nog nauwelijks aantreft. Wat een verademing.
Wees gegroet oh Klara. Gij zijt de gezegende onder de zenders.

Een andere Euregio bonus is dat we hier in het bereik van een aantal Duitse DVB-T zenders wonen.
Dat betekent niet alleen dat je het lokale nieuws kan volgen (Aken is lokaal nieuws), maar dat je van discussie programma’s van een soort die wij nauwelijks nog op de Nederlandse TV  aantreffen kunt genieten, zoals Köllner Treff en Hart aber fair.
Je weet niet wat je meemaakt. Mensen laten elkaar uitspreken. Gaan op elkaars argumenten in in plaats van hun eigen riedel te herhalen. En voor zover ik de Duitse taal meester ben, krijg ik de indruk dat alle zinnen op een natuurlijke wijze hun einde halen.

Alleen Buitenhof komt nog in de buurt al mis ik Clairy Polak nog steeds. En vroeger (opa spreekt nu over de beginjaren van de televisie) had je het internationale journalistenforum op zondag ochtend.

Het is dan ook met weinig spijt dat we ons Digitenne abonnement hebben opgezegd. De commerciële zenders kunnen we niet meer ontvangen, maar die bekeken we toch alleen naar als er een speelfilm op vertoond werd, en als we willen weten of rechts nog bestaat, kijken we eens per week wel even naar de zender voor wacko Nederland.

Gelukkig in Holset VI; Kump jot!

maandag 3 maart, 2014

Twee en een half jaar wonen we hier nu inmiddels officieel, en echt ingeburgerd zijn we bij lange na niet.
Het is ook de vraag of volledige Limburgerisering mogelijk is voor een “Hollander”.

“Hollander” is een Limburgs woord voor niet-Limburgse Nederlander. Dat ervoer  een uit Brabant afkomstige inwoner van Zuid-Limburg toen hij zijn bejaarde buurman te hulp wilde schieten die van de trap gevallen was. “Ik hoef niet geholpen te worden door een “Hollander” werd hem toegevoegd. Nu was de oude man ook wel een uitzonderlijk exemplaar, getuige alleen al het feit, dat de mensen die na zijn overlijden zijn huis betrokken daar tussen de achtergebleven spullen de “Tischgespräche mit Hitler” aantroffen.
De sterke regionale contrasten die binnen ons postzegelgrote landje mogelijk zijn werden ons ook nog eens duidelijk toen dezelfde hulpvaardige Brabander ons een cadeautje overhandigde dat we een paar dagen eerder aan zijn Limburgse vrouw hadden gegeven, die dat toen gracieus had ontvangen. “Het is niet de smaak, van mijn vrouw. En nu kan ik het wel in de afvalcontainer gooien, maar ik dacht misschien wil jij het wel hebben. Mijn vrouw durft dat niet te zeggen als Limburgse, maar wij zijn Hollanders hè?”
Ja, en die zijn rechtuit, of zoals sommige mensen het ook wel noemen, bot.

Nu vind je in elke cultuur natuurlijk mensen die die cultuur eer aandoen en uitgesproken eigenheimers. Zelf ben ik ook bepaald niet de gezelligste man van het westelijk halfrond. Maar over het geheel genomen is er toch duidelijk een sfeerverschil tussen het Limburgse en de polder waar wij in opgroeiden. Ook in het stukje Duitsland waar wij komen zijn de dingen anders. Auto’s die voor je stoppen als je oversteekt bijvoorbeeld, en soms zijn er dingen die je pas naar een tijdje ziet, bijvoorbeeld omdat ze niet te zien zijn, zoals hondenpoep. Maar dat begint in Limburg al. Je kunt hier gewoon lopen op de trottoirs!

De vriendelijke manier waarop je geholpen wordt in winkels en bij instanties, waarbij primair geprobeerd wordt je te helpen en niet primair de regels toegepast worden is iets wat weldadig aandoet als je uit lokettenland komt.
Dat verschil tussen het formele van het noorden en het informele van het zuiden wordt vaak toegeschreven aan de dominantie van het protestantisme versus het katholicisme en dat zou wel eens kunnen, al blijft de vraag wat hier kip en wat ei is.
Wat me wel belangrijk lijkt is de mengverhouding van  formeel en informeel waarmee je benaderd wordt, en het is ook wel afhankelijk van de situatie waar je het over hebt.
Als ik een koopcontract sluit moet er geen misverstand mogelijk zijn over prijs en product. Oké, over de leverdatum valt nog wel te praten misschien. Maar als het over minder zware zaken gaat, is de vorm en de sfeer toch wel bijna net zo belangrijk als de inhoud.
Iedereen krijgt wel eens iets wat hij niet mooi vindt. Maar dan kan je natuurlijk zeggen, ‘Heb je de bon nog’? Of koortsachtig nadenken of je niet iets  weet op te brengen als ‘Oh, wat een handig ding, zeg’.
Maar als informeel gedrag wordt  beoefend door lieden met macht dan is de kans groot dat er Roermondse toestanden ontstaan.

“Kump jot”, of “Kump allemoal jot”  is hier een veel gebezigde afsluiting als je iets afspreekt. Maar het blijkt dat afspraak hier toch een iets andere inhoud heeft dan in het noorden. Helemaal vreemd was dat niet voor me. In de drie jaar dat ik in Spanje woonde had ik dat ook al meegemaakt en was daar na een tijdje ook aan gewend geraakt.
En ja, dat is ook een katholiek land. Zou daar toch een verklaring in liggen?
Misschien zit het wel zó.
Waar noorderlingen een afspraak opvatten als een contract, zien zuiderlingen het misschien meer als een intentieverklaring. En is het ook welgemeend hun voornemen om dat en dat, dan en dan voor je te doen, want dan doet hij jou een plezier en vind jij hem ook een beste vent.
Dat er daarna tussen droom en daad van alles kan gebeuren, waardoor jij helaas pas iets later geholpen kan worden, kan gebeuren. Dat is force majeur.
Wat hier meehelpt is dat de intentie in het katholieke geloof hoger gewaardeerd wordt dan in het protestantisme. Iemand die lang tegen de verleiding gestreden heeft maar uiteindelijk toch zondigt maakt in katholieke opvattingen toch nog wel een kansje op de hemel.
Als je dit weet, aanvaard je dit ook gemakkelijker als ’s lands wijs.

Voor je het weet zeg je zelf “kump jot”.