Posts Tagged ‘politiek’

BOinK, en dat gun je ieder kind

maandag 13 december, 2010

Een bijzonder teletekst bericht op 13 december 2010:

De belangenvereniging van ouders in  de kinderopvang, BOinK, waarschuwt dat de Amsterdamse zedenzaak niet moet leiden tot een heksenjacht in de kinderopvang.
Voorzitter Jellesma zegt dat de aard en omvang van de zaak niet te bevatten is en dat mensen die dit met kinderen doen geestesziek zijn.Hij benadrukt dat de  andere 80.000 werknemers in de opvang  wel het beste met kinderen voorhebben.
Een moeder die twee jaar geleden al  melding maakte van misbruik van haar zoontje en een vriendje, werd door de  directeur van het kinderdagverblijf en
de politie niet serieus genomen. Dat heeft zij tegen de zender AT5 gezegd.

Hoewel er op dat moment nog geen enkel geluid richting de kinderopvang geuit is, waarschuwt meneer Jellema maar alvast. En omdat er bij ongeuite kritiek al direct de term heksenjacht in de mond genomen wordt, kan je wel verwachten wat de reactie zal zijn bij wel geuite kritiek.

Waarom is die man zo beducht voor reputatieschade van de kinderopvang?
Omdat de Belangenvereniging van ouders in werkelijkheid een vereniging is waarvan alleen oudercommissies binnen kinderopvang, buitenschoolse opvang , crèches en gastouderbureaus lid kunnen worden.
Die commissies betalen dan een contributie die afhankelijk is van het aantal groepen of bemiddelde kinderen. Wat er dus op neerkomt dat de commerciële instellingen in de kinderopvang voor de inkomsten uit contributie van BOinK zorgen. (En dat berekenen die organisaties natuurlijk weer door in hun tarieven).
Daarnaast ontvang BOinK voor projecten ook nog subsidie van OCW, het ministerie dat ook Stipko, de Stichting Promotie Kinderopvang subsidieert en als motto heeft “Kinderopvang, dat gun je ieder kind.”

Het is dus logisch dat men niet wil bijten in de hand die hen voedt. En beweert  de heer Jellema ook via de radio, dat hem niet is gebleken dat de kinderopvang te kort is geschoten in het toezicht op medewerkers. Ondanks de klacht van die moeder in 2008 die niet serieus genomen werd.

Het is wonderlijk dat je na zo’n incident volstaat met de bewering dat alle 80.000 werknemers het beste met kinderen voorhebben.
Dat had hij een week voor het bekend worden van het misbruik natuurlijk ook gezegd, en net als nu was dat dan een uitspraak geweest die niet op  wetenschap maar op een optimistisch vermoeden berustte.
We weten immers dat er veel mis is in de kinderopvang. Bijvoorbeeld op het punt van te grote groepen en ongekwalificeerde medewerkers en dat gemeenten op klachten van de ggd geen actie ondernemen.
Zie een artikel in de NRC hierover:
http://www.nrc.nl/economie/article2637309.ece/Kwaliteit_van_cregrave_ches_lijdt_onder_privatisering

site BOinK:  http://www.boink.info/home

site Stipko: http://www.datgunjeiederkind.nl/

Naschrift 14 december

Een dag later wordt in de Volkskrant al uit een genuanceerder vaatje getapt:

‘Geert Wilders slaagt er al niet in zijn Kamerleden goed te screenen, laat staan dat we 80 duizend medewerkers in de kinderopvang volledig  kunnen doorlichten’,zegt voorzitter Gjalt Jellesma van ouderbelangenvereniging Boink.
De branche zelf blijft nog vooral defensief:
Over  een verklaring omtrent het gedrag zegt Pico Kuiper, vicevoorzitter van de branchevereniging Ondernemers in de Kinderopvang: ‘Misschien moeten daar in de toekomst strengere eisen aan worden gesteld, maar we moeten van de kinderopvang  geen politiestaat maken.’

Wat kan je hier tegenin brengen als ouder?
Het onderstaande organigram op de website van BOinK geeft je een indruk waar die moeders in 2008 tegen op moesten boksen

1 Organigram medezeggenschap ouders

Deze afbeeldingen zijn inmiddels op de site van boink onzichtbaar gemaakt, of zoals ze daar misschien zeggen héél erg transparant.

Onderwerpen van gesprek bij de communicatielijnen (die in beide richtingen lopen):

  • 1 Onderwerpen van advies die gemandateerd zijn door locale oudercommissies (NB: kunnen voor verschillende lokale oudercommissies, verschillende onderwerpen zijn)
  • 2 Onderwerpen van advies die niet gemandateerd zijn door locale oudercommissies(NB: hoeven niet dezelfde te zijn, afhankelijk van mandaat aan centrale oc, zie onder 1)
  • 3 Communicatie vanuit centrale oc naar locale oc’s: notulen sturen, adviezen, peilingen. Vanuit locale oc’s: signalen afgeven aan centrale oc
  • 4 Intern overleg/ afspraken directie-management onderneming)
  • 5 Onderwerpen van advies OR-directie
  • 6 Informeel overleg
  • 7 Lokale Oudercommissies kunnen bij belangrijke aanstaande wijzigingen met elkaar overleggen, ook delen van ervaringen en documenten.
  • 8 Lokale oudercommissies- individuele ouders. Ouders kunnen signalen afgeven aan oudercommissie en andersom moet oc toetsen bij ouders, en weten wat er leeft.

Het is duidelijk dat BOinK een belangenorganisatie is. Maar om nou te zeggen dat de ouders hier het eerste en laatste woord hebben?

Nee, we hebben hier eerder te maken met zo’n overbodige korst van mee-etende managers lijkt me.

Advertenties

Betere vraag: “Wat is de on-zin van het (je) leven?”

zaterdag 10 juli, 2010

Iemand die op zoek is naar zijn identiteit, doet me altijd denken aan iemand die zijn bril loopt te zoeken zonder in de gaten te hebben dat hij die bril op heeft.
In beide gevallen valt dat gene waar naar gezocht wordt samen met datgene waar mee gezocht wordt.
Van die twee zoekenden heeft de bril-zoeker de beste vooruitzichten, omdat deze datgene wat hij zoekt kent, en het daardoor ook direct zal herkennen als het zijne wanneer hij het ziet. (Bijvoorbeeld in een spiegel, waar hij toevallig langs komt).

Voor de persoon die op zoek is naar zijn identiteit, zijn de vooruitzichten wat somberder, omdat hij het gezochte niet kent en ook niet kan herkennen, omdat hij een verkeerd beeld heeft van wat het begrip ‘identiteit ‘eigenlijk inhoudt. Anders zou hij er namelijk niet naar zoeken.
Degene die zoekt is namelijk datgene wat hij zoekt.
Hij is zogezegd identiek aan zijn identiteit. Maar hij snapt dat niet, want hij is  op zoek naar een attribuut dat hij aan zich zelf kan toevoegen.
En daarin is hij niet de enige.
Mensen zijn massaal bezig zich te omringen en te behangen met attributen. Dat kan in materiële zin door bezittingen te vergaren, zich zelf te piercen of te tatoeëren, hun haar of hun gezicht te verven, verre landen plat te lopen of een opvallend huisdier aan te schaffen. Maar het kan ook in ideologische zin door te zoeken naar een ‘spiritueel’ etiket of zich te verschansen in een etnisch of nationalistisch sjabloon.

Ik weet niet of die mensen er blij mee zouden zijn als ik ze dat zou zeggen, maar waar ze naar lijken te zoek is naar een merk. Een sterk merk. En voor sommigen van hen bij voorkeur een eigen merk. Maar de meesten nemen genoegen met (let op dit woord!) identificatie met een bestaand sterk merk.
Op het  moment  dat ik dit stukje schrijf worden in de meeste grote steden in Nederland grote beeldschermen op pleinen opgesteld om duizenden mensen in de gelegenheid te stellen gezamenlijk naar de finale van het wereldkampioenschap voetbal te kijken, en feest te vieren als het Nederlandse elftal wint.
Velen zullen zich daarvoor in bizarre kleding hullen en als het Nederlandse elftal inderdaad wint, zullen ze uitzinnig van vreugde zijn omdat we gewonnen hebben. Niet dat elftal, nou ja die ook natuurlijk, maar Nederland is kampioen. We are the champions!

Is dat iets om je druk over te maken?
Lastige vraag.
Het is natuurlijk jammer tot tragisch als je ziet dat mensen hun leven lang bezig zijn placebo’s voor nieuwere placebo’s in te ruilen. Want omdat het middel niet echt werkt blijven mensen onbevredigd en streven ze doorlopend  naar nieuwe geluksbrengers. Maar ik moet bekennen mij niet mijn broeders hoeder te voelen, en zeker niet als het om miljoenen broeders gaat.

Wat echter wèl van belang is, is wat het maatschappelijk  effect  is van hele volksstammen die hun vervulling denken te vinden in het verzamelen van zoveel mogelijk attributen.
Dat leidt namelijk tot een massale productie van onzin. Verdovende onzin.

Om maar enkele voorbeelden te noemen:
Al snel na de invoering van de televisie volgde de kleurentelevisie. Daar waren we jarenlang tevreden mee, maar nu wordt terwijl de HD televisie nog maar in een deel van huizen staat,  ons al weer 3D televisie aangeboden.
Televisie is eigenlijk al een ouderwets begrip. Je moet eigenlijk een soort huisbioscoop hebben, iets waarbij je niet meer weet waar je PC ophoudt of je TV begint, zoals je ook met je telefoon moet kunnen navigeren en met je  espresso-apparaat moet kunnen twitteren. Onder tussen liggen we aan het infuus bij een provider waar we zoveel bandbreedte hebben dat we in één uur meer video kunnen binnenhalen dan we in de rest van ons leven kunnen bekijken.
Dat kost allemaal geld, energie en grondstoffen.
Zelfs als we die spullen allemaal klimaatneutraal zouden  kunnen fabriceren, distribueren en recyclen zouden we daarvoor toch de schaarse voorraden van bepaalde grondstoffen verder moeten uitputten, met alle geopolitieke dreigingen die daaruit kunnen ontstaan.

Is daar iets tegen te doen?
Wat denkt u zelf? Zou er in Nederland een politieke partij te vinden zijn die in haar programma zette: “Wij streven naar een economische groei van min 1,7%”?
Denk het niet.
Wat dan wel?
Jaren geleden, misschien wel 20 jaar, was er een plaag in de varkensindustrie. Op het journaal waren beelden te zien van het ‘ruimen’ zoals men dat verhullend noemde van varkenshouderijen  in onder meer Duitsland. Er was een fragment wat mij enorm schokte en me nog steeds achtervolgt:
Een boer had een  jong varken bij de achter poten vast en sloeg het beest met zijn kop tegen de stalmuur dood. Naast hem lag een stapel roze varkenslijken.
Even schoot door dat laatste beeld een beeld heen van een stapel mensenlijken uit filmbeelden van de bevrijding van een van de concentratiekampen. En meteen daarop schaamde ik me voor die associatie ( je mag Auswitsch nergens mee vergelijken), maar toen ik er over bleef nadenken kon ik er toch niet omheen dat de dieren die ik at  eigenlijk geen leven voor de dood hadden gehad, maar hun bestaan hadden doorgebracht in een soort vernietigingskamp.
Wat kon ik daaraan doen? Een Partij voor de Dieren was toentertijd net zo onwaarschijnlijk als een partijprogramma met economische krimp nu.
Ik besloot geen vlees meer te eten. Vrouw en kinderen konden daar wel in meegaan en dus gingen we op zoek naar vleesvervangers, vanwege de broodnodige eiwitten en zo.
In die tijd was dat lang zoeken en weinig keus. Maar nu zie je in alle supermarkten steeds meer schapruimte ingeruimd voor vegetarische producten, en deze week ontdekten we dat zelfs de Aldi met zijn beperkte assortiment meerdere vega producten verkoopt.

OK waar wil ik naar toe? Ben ik een soort terug naar de natuur type?
Nee, hooguit een vooruit naar de natuur type. Naar de menselijke natuur wel te verstaan.
Vooruitgang is voor mij niet meer dingen, maar de goede dingen.
Technologie is fantastisch als die gebruikt wordt voor het ontwikkelen van schone basisproducten die generaties mee gaan.
Laten we kinderen weer leren hun fantasie en hun handen te gebruiken om dingen te maken.
Gun ze het geluk om hun zelf gezaaide worteltjes te proeven.
Laten we ons zelf niet vermoeien met schijnproblemen als  onze identiteit (zie: Wie ben ik, en waarom?) of vragen over de zin van het leven (zie: Rare vraag eigenlijk: “Wat is de zin van het leven?”) maar ons bezig houden met het leven zelf en kijken hoeveel overbodige onzin we daaruit kunnen verwijderen.

En oh ja, bedenk de volgende keer dat je op de fiets zit dat je eigenlijk al een prachtig toestel hebt, dat niet van echt te onderscheiden beelden produceert in maximale definitie, full colour, surround geluid en drie echte dimensies, waarmee je de camerahoek met die twee handels voorop kunt instellen en je kunt inzoomen door je pedalen te bewegen. (Uitzoomspiegel los verkrijgbaar).
En terwijl je zo van deze Super TV geniet, werk je ook nog aan je gezondheid.

Kicken!

Haags respect

vrijdag 25 juni, 2010

De uitslag van de Tweede Kamer verkiezingen was teleurstellend, maar geen schok voor me. De peilingen gaven al lang aan welke kant het op ging. En ook zonder peilingen is het voor een enigszins oplettend persoon dat er een in kracht toenemende rechtse wind door Nederland waait.
Nu wil ik niet direct van een Post Electorale Stress Stoornis spreken, maar er ontwikkelde zich wel een aanzienlijk kater na de uitslag, want nog voor de haan drie maal gekraaid had werden de kiezers al vanaf meerdere kanten verraden.

Het begon met onze VOC held Jan Pieterszoon Balkenende.
Nog voor het ochtend krieken verscheen hij voor de pers en verklaarde hij:

“Ik heb onze partijvoorzitter laten weten dat ik mijn partijleiderschap per direct neerleg en ook heb ik aangegeven dat ik niet zal worden geïnstalleerd dat ik niet zal worden geïnstalleerd als lid van de Tweede  Kamer in zijn nieuwe samenstelling. Ook dat behoort bij het nemen van politieke verantwoordelijkheid.”

Het loont de moeite om zo’n tekst eens nauwkeurig te lezen.
Wat als eerste opvalt is dat Balkenende halverwege zijn uitspraak van de bedrijvende naar de lijdende vorm overstapt:
Hij heeft zijn partijleiderschap neergelegd, maar hij zal niet worden geïnstalleerd als lid van de Tweede Kamer.
Alsof er een hogere macht is die hem, Jan Peter Balkenende verhinderde om zitting te nemen op de zetel waarop hij volgens de Kieswet recht had.
Zetel? Zetels mag je wel zeggen, want van de 1.281.886 stemmen die het CDA verkreeg werden er maar liefst 947.785  op nr. 1 van de lijst uitgebracht. Dat is 73,94%, ofwel genoeg voor 15 zetels!
Maar in zijn vervolg zin trekt Balkenende de actie  weer naar zich toe door te zeggen: “Ook dat behoort bij het nemen van politieke verantwoordelijkheid.”

En hier slaat bij mij de totale verbijstering toe:
947.785 mensen zeggen ik wil jóu in de tweede Kamer als míjn politieke vertegenwoordiger, en hij zegt dan ‘dat doe ik niet’ en noemt dat vervolgens nog ‘het nemen van politieke verantwoordelijkheid”!

Nou ik noem dat gewoon weglopen.
Beledigd.
In Duitsland noemen ze  iemand die zoiets presteert Verzichtkanzler.
Waar is die Balkenende die keer op keer kraaide dat hij bij tegenwind alleen maar harder ging trappen?
We weten het nu. Hij gaat harder staan trappen op de  kiezers die hem trouw zijn gebleven.
Natuurlijk, hij heeft van te voren geroepen dat hij voor goud ging. Zoals wel meer gebeurt bij atleten met meer testosteron dan realiteitszin.Maar dat is nog geen excuus om als je de gouwe plak niet wint de 15 zilverlingen die je wel verdiend hebt in het gezicht van de jury te smijten.
Nu weten we wat een Balkenendenorm werkelijk voorstelt.
Meneer neemt geen genoegen met de nederig dienende taak van gekozen volksvertegenwoordiger. Hij wenst niet een van de vele door het volk geroepenen te zijn. Nee, hij wenst de ene door de majesteit uitverkorene te zijn.
Laten we deze man zo snel mogelijk vergeten!

Wilders was een goede tweede in kiezersbedrog.
Nog geen acht uur nadat hij het laten vallen van zijn AOW breekpunt kiezersbedrog noemde liet hij het vallen. Hij heeft er kennelijk het volste vertrouwen in dat zijn kiezers dom genoeg zijn om dat van hem te pikken.
Hij switchte trouwens op het zelfde punt als Balkenende ook al twee keer.
Vóór de gemeenteraadsverkiezingen zette hij zich zelf als lijstduwer op de lijst van Den Haag, met de verzekering dat hij bij verkiezing zijn zetel niet zou opeisen.
Vervolgens deed hij dat toch, omdat hij de keuze van zoveel kiezers wel moest respecteren. En inmiddels heeft zijn zetel weer teruggegeven omdat de twee functies raadslid en kamerlid niet goed te verenigen zijn. Wat een briljant inzicht is natuurlijk.

Dat respect voor de kiezers scoort trouwens hoog dezer dagen.
Iedereen van links tot rechts hoorde je in de dagen na de verkiezingsuitslag roepen dat je die miljoen kiezers die de PVV erbij had gekregen natuurlijk serieus moet nemen. Een geluid dat ik me niet herinner gehoord te hebben in 2006, toen de SP nog meer stemmen won.
Maar intussen hulden de partijen zich in nevelen hoe dat respect dan vorm moest krijgen en trachtten ze de hete PVV-aardappel met respect en al in de schoot van de concurrentie te frommelen.
Zoals ook een dichte nevel de (in)formatie omhuld. Hier kan namelijk niets over gezegd worden omdat dit de “procedure” zou schaden.
De procedure is kennelijk als een vierde macht aan onze Trias Politica toegevoegd.

Wat mij betreft zouden al die formatie-, informatie-, verkennings-, snuffel- en knuffelrondes volledig vastgelegd moeten worden en na totstandkoming van een kabinet openbaar gemaakt moeten worden. Zodat wij, de kiezers, weten hoe en door wie er geschoven is met standpunten en programma’s, zodat we daar bij de volgende verkiezingen rekening mee kunnen houden.
Dat zou nog eens van respect voor de kiezer getuigen.

Inmiddels zijn er na 16 dagen al vier combinaties bekeken en afgeserveerd en het begint er een beetje naar uit te zien dat met de VVD van Rutte niet samen te werken valt. En dat is vervelend voor de grootste onder de dwergen. Zeker nu hij hierdoor in de door hem afgedankte categorie der kansarmen dreigt te belanden.
Het valt te vrezen dat er echter bij volgende verkiezingen niet zoveel minder kans op een impasse is omdat we met een stelsel blijven zitten van tien partijen waarvan er acht in grootte naar elkaar toe kruipen.
Ik begin daarom steeds meer begrip te krijgen voor een kiesdrempel van bijvoorbeeld tien procent.

Hoe is dat te verdedigen door iemand die ooit PSP, Groen Links en SP heeft gestemd?
In de tijden dat ik dat deed, was er een sterke PvdA, waarvan je kon aannemen dat die in de regering zou komen. En je stemde dus op een groenere linksere of een pacifistischere variant om de PvdA scherp te houden.
Bij het bestaan van een kiesdrempel zou dat niet meer effectief  zijn en in zo’n situatie zou de richtingenstrijd binnen de partijen plaats moeten vinden door vleugelvorming.

Zoiets hebben we ook al gehad in de tijd van Nieuw Links en de Rode Vrouwen.
Het populisme houd je hier niet mee tegen en dat moet ook niet. Er zullen waarschijnlijk wel twee populistische partijen boven de kiesdrempel uitkomen, een linkse en een rechtse, maar ze zullen geen dwingende rol spelen bij de coalitievorming.

Waarom ik hier niet mag zijn

maandag 7 juni, 2010

In 1921 vertrok de toen 17-jarige Hubertina Katharina Maria Fretz (roepnaam Tienchen) uit haar geboortedorp Lobberich (tegenwoordig deel uitmakend van de gemeente Nettetal) naar Nederland.
Duitsland – na de eerste wereldoorlog leeggeplunderd op grond van het verdrag van Versailles – verkeerde in een economische crisis waarbij vergeleken de onze een periode van hoogconjunctuur is.
Volgens de huidige etikettencultuur was Tienchen dus een economische vluchteling. Maar sinds de verkiezingscampagne van 2010 wordt dit etiket overplakt door een nieuw; ‘kansarme migrant’. Of als men het neutraler wil laten klinken; ‘laag opgeleide migrant’.
Het auteursrecht voor deze nieuwe term moeten we zoeken bij de VVD.

Laten we voor we het verder over Tienchen Fretz hebben, nog een wat nauwkeuriger naar deze nieuwe etiketten kijken.
Wanneer politici over migranten spreken, bedoelen ze natuurlijk immigranten. Mensen dus, die hier willen wonen en werken, of hier zoeken naar een veilig bestaan.
De term economische vluchteling kwam in zwang toen men vond dat hier te veel mensen asiel kwamen zoeken en men twijfelde of zij wel allemaal politieke vluchtelingen waren.  Ook hier was de VVD weer de bakermat en was de voormalige gevangenbewaakster Verdonk de luidruchtigste pleitbezorger van een strenger deurbeleid.

Maar inderdaad, Tienchen had je in 1921 terecht een economische vluchteling kunnen noemen.
Ook de term ‘laag opgeleide migrant’ was wel op haar van toepassing. Want ze had niet meer opleiding dan het plaatselijk pastoorsschooltje.
Daarna werkte ze korte tijd op de weverij van de plaatselijke textielbaron Niedeck, en later op diens ‘kasteeltje’ als dienstmeisje, waar ze leerde serveren, de namen van de Franse wijnen correct uit te spreken als ze het etiket toonde, en een knicks  te maken bij het afscheid van de gasten.
Een van haar zusters, Gertrud, was haar al voorgegaan naar Amsterdam en zij zorgde voor een betrekking, zoals dat toen heette, bij de familie Peperkorrel.
Was Tienchen nu ook een kansarme migrant? Want dat is het criterium dat de heer Rutte van de volkspartij voor vrijheid en democratie aanlegt om te bepalen wie er van zijn kostelijk vrijheid en democratie mag meegenieten.
Dat is slim van meneer Rutte, want zo profiteert hij van de xenofobie van de heer Wilders (ook grootgebracht in  de VVD stallen) zonder voor de verkiezingen te veel op hem te lijken. Maar dat kan allemaal goed komen na 9 juni tenslotte zijn Bouterse en Brunswijk na de verkiezingen ook in elkaars armen gevallen.
Rutte discrimineert dus niet op etniciteit of religie, maar wil wel voorkomen dat ons land overstroomd wordt door kansarmen, die men in plattere kringen ook wel losers noemt.
Ik zit mij naar aanleiding van een televisie optreden van de heer R. hardop af te vragen hoe hij in Gods- c.q. Allah’s naam daar aan de grens bij Venlo (waar Tienchen destijds misschien ook wel overgestoken is) wil vaststellen of subject X al dan niet kansrijk is.
Maar dan geeft mijn jongste zoon, eerstejaars sociologie (in Nijmegen) het verlichtende commentaar: “In het land van Rutte bestaan toch helemaal geen kansarmen?”
Verdomd, hij heeft gelijk, die studie levert na een half jaar al rendement op.
In de liberale droomwereld kan iedereen het maken als hij zijn best maar doet, en niet te veel wordt gehinderd door “regeltjes” van een opdringerige overheid.
Van krantenjongen tot miljonair, dat soort werk. (Een beetje sneu dat de enige Nederlander die krantenjongen èn miljonair is zich tot de SP heeft bekend).
Alle politieke wrok even terzijde.  Als Rutte in 1921 minister president was geweest, was Tienchen hier niet binnen gekomen. En had zij niet mijn vader ontmoet, en had mijn jongste zoon niet die correcte opmerking kunnen plaatsen, en had mijn oudste zoon niet die goed opgeleide en kansrijke Poolse ontmoet en was dat prachtige kindje er niet geweest dat nu dapper probeert op eigen benen te staan en ooit wellicht de eerste vrouwelijke president van Polen of van de Verenigde Staten van Europa zal worden.
Maar ook als dat laatste niet gebeurt, is – omdat de heer Rutte in 1921 nog niet bestond – ons land toen verrijkt met een vrouw die mijn moeder zou worden.

Een moeder die mij leerde dat je niet een algemeen oordeel kon vellen over Duitsers of Joden of wie dan ook. Zij sprak altijd met warmte over de familie waar zij diende.
Die mij ondanks haar gebrekkige opleiding een ongeneeslijke nieuwsgierigheid bijbracht.
Die me leerde improviseren.
Die me leerde de waarde van sentiment en romantiek te ontdekken.
Die gedichten als das Lied von der Glocke, en Wahlfart nach Kevelaer kon reciteren.
Die al die Duitse deugden vertegenwoordigde voordat de rechtse xenofoben daar hun vernietigende werk deden.
Een moeder die het voor mij gemakkelijk maakte het feminisme te omhelzen.

Kortom, meneer Rutte waar praat U over?
Wat matigt U zich aan?
Waar haalt U het recht vandaan om te oordelen over de legitimiteit van mensen die U niet kent, en waarschijnlijk niet wilt kennen?
Begin eens te leven.  Zorg eens voor een kind, en kijk eens wat U daarvan terecht brengt, voor U zich aan de maatschappij vergrijpt!

Tweeverdieners en duurzaamheid

maandag 31 mei, 2010

Taal leeft, luidt het cliché. En taal kan het weten, want taal bestaat voor een goed deel uit clichés, of – om het iets neutraler uit te drukken – vaste uitdrukkingen.
Veel vaste uitdrukkingen zijn overigens ook weer niet muurvast. Na een tijdje raken ze weer in vergetelheid en weten alleen nog types als Paulien Cornelisse en Ewoud Sanders van hun bestaan.

Want wanneer gebruikt een normaal mens zoals u nog een uitdrukking als voordeurdelers? De kranten stonden er ooit vol van. Het Ik-tijdperk dan? Of tweeverdieners?
Deze termen zijn verdwenen, omdat de bijbehorende verschijnselen niet meer uitzonderlijk zijn.
Niemand bekommert er zich nog om of de buren wel of niet getrouwd zijn.
Een meerderheid van ons volk lijkt zielstevreden te zijn met ik-tijdperk.
OK. Links – zoals u weet het enige volksdeel met hobby’s – zou wel een tikje meer wij-tijdperk blieven en rechts ziet overal het gevaar van het hunnie-tijdperk. Maar vrijwel iedereen is tevreden met de tweeverdieners.

Toen mijn eerste kind naar de basisschool ging, was mijn vrouw een van de weinige vrouwen op het schoolplein die ook nog een andere baan had.
Toen mijn zes jaar later geboren kind die zelfde basis school verliet,  was zij een van de weinigen die niet buitenshuis werkte.

So what? Het is toch het goede recht van iedere vrouw om buitenshuis te gaan werken als ze dat willen?
Natuurlijk. Zoals het ook hun goede recht is om dat niet te doen, als ze dat niet willen en een partner daar voor zorgt.
Of als twee partners die taak delen.
Tenminste, dat is wat ik aan de tweede feministische golf heb overgehouden. Het idee dat de vrouw beslist over haar leven.

Dat laatste idee lijkt echter niet bij iedereen te leven.
De drie liberale partijen, VVD, D66 en GroenLinks en de twee populistische partijen SP en PVV willen dat vrouwen ‘gestimuleerd worden deel te nemen aan het arbeidsproces‘ zoals ze dat noemen en verklaren daarbij ook nog eens dat dit een bijdrage aan de emancipatie van de vrouw is.
Niks zelf beslissen. Wij weten wat goed voor je is. Je huis uit!

Het voortouw wordt hierbij genomen door GroenLinks. Een voormalige  lijsttrekker van deze partij liet geen gelegenheid voorbij gaan om te pleiten over wat zij smalend noemt de aanrechtsubsidie en dat is niet alleen demagogisch, maar ook anti-feministisch, rechts en milieu vijandig.
Ik zal die vier beschuldigingen hieronder stuk voor stuk onderbouwen.

Zeuren over aanrechtsubsidie is demagogisch

De zogenaamde aanrechtsubsidie is helemaal geen subsidie.
Officieel heet het algemene heffingskorting en het is een stukje van wat vroeger de belastingvrije voet heette. Het was het gedeelte van het inkomen waarover geen belasting betaald hoeft te worden.
Voor een gezin was dat bedrag hoger dan voor een alleenstaande. En de verrekening vond plaats via de aanslag van de kostwinner.

Later werd dit systeem gewijzigd. De belastingvrije voet van de kostwinner werd verlaagd. Deze ging dus meer belasting betalen en de niet werkende partner kreeg nu van de belastingdienst een bedrag op haar of zijn rekening teruggestort.
Prettiger konden ze het niet maken, maar wel ingewikkelder.
Maar de voorstanders van deze regeling vonden dat dit de emancipatie van de vrouw diende.

Nu er naar gestreefd wordt om deze uitkering te stoppen, wordt de belasting voor gezinnen waarvan een van de partners geen betalende baan heeft dus verhoogd.  En wederom wordt dit emanciperend genoemd.
Eerst emancipeer je dus door het uitdelen van een sigaar uit de eigen gezinsdoos en vervolgens emancipeer je nog eens door die sigaar weer af te pakken.
Als we het dus per se over een aanrecht willen hebben, hebben we het hier dus over het invoeren van de aanrechtbelasting!

Zeuren over aanrechtsubsidie is anti-feministisch

Zeuren over aanrechtsubsidie is niet alleen anti-feministisch omdat het het recht van vrouwen en een enkele man ontkent om zelf uit te maken hoe ze het werk met hun partner verdelen.
Het is ook anti-feministisch omdat het woord aanrechtsubsidie een kleinerend beeld creëert van het werk wat in huis verricht wordt.
Wat daar gebeurt is namelijk zeer belangrijk werk, wat veel aandacht, inspanning en kunde vraagt om het goed te doen, zeker als daar het verzorgen en opvoeden van kinderen bij komt.
Het scheppen van een veilige liefdevolle omgeving waarin kleine mensen opgroeien is niet alleen van cruciaal belang voor die kinderen zelf, maar tevens voor de maatschappij die zij later gaan bevolken.
Dat dat werk niet betaald en onvoldoende gewaardeerd wordt is al erg genoeg.
Het is ronduit schandalig om daar nog eens  een sneer over ‘aanrechtsubsidie’ aan toe te voegen en dan ook nog eens te claimen dat je emanciperend bezig bent.

Zeuren over aanrechtsubsidie is rechts

De werkelijke beweegreden achter het afnemen van de belastingcompensatie van niet-werkende partners is dat men verwacht dat dezen hierdoor aangemoedigd worden buitenshuis betaald werk te gaan verrichten.
Natuurlijk is het maar de vraag of mensen die bewust kiezen voor huis en gezin voor pakweg 170 euro per maand te koop zijn.  Maar overheden en politici denken zo niet. Zij denken niet aan individuele mensen, ze denken in systemen.
Ze gaan er van uit dat het goed is voor de economie dat er door iedere volwassene betaald werk verricht moet worden.

Mogelijk is dat ook goed voor de economie. Maar de vraag die iedere politicus zich moet stellen, en zeker iedere zich links noemende politicus zich moet stellen is:
Is wat goed is voor de economie, ook goed voor mensen?

Deze droom van de totale tweeverdienersmaatschappij is een rechts kapitalistisch droom en gaat niet meer over full employment maar over full exploitation.
In een economie waarin in meerdere bedrijfstakken de CAO ontdoken kan worden, het ontslagrecht wordt verruimd, de duur van de WW wordt ingekort;
waarin buitenlandse bedrijven van de ene op de andere dag hun productie naar een ander land kunnen  verplaatsen;
waarin iedereen tot zijn 67ste moet werken, maar vrijwel niemand boven z’n vijftigste nog een normale baan kan vinden;
In zo’n economie valt groei stelselmatig uit in het voordeel van de ondernemer  en niet in het voordeel van hen die ondernomen worden.

Werken is prachtig. Maar het moet eerlijk beloond worden, zowel binnenshuis als buitenshuis.
Werken is een individueel recht en een sociale plicht zowel binnenshuis als buitenshuis.
En ieder moet het recht hebben zelf uit te maken waar hij zijn of haar werk wil verrichten.

Het gezeur over aanrechtsubsidie is milieu-vijandig

Hoe meer arbeidsparticipatie, hoe meer woon werk verkeer. Dat kan iedereen op zijn vingers natellen.
Natuurlijk, politici verven desgevraagd de banen die zij op papier creëren allemaal duurzaam groen. Maar dat thuis werken is een verhaal dat we al jaren horen, maar nog nauwelijks zien.
(Soms krijg je heimwee naar dat jaar 2020 waarin al die kabinetsdoelstellingen bereikt werden).

Als iedereen werkt, heeft er ook bijna niemand meer puf om uitgebreid te koken. De kinderen die in zo’n convenience gezin opgroeien zullen het dan ook niet of nauwelijks zien gebeuren en zullen het derhalve ook nooit leren en het later ook niet doen. En dus zie  je steeds meer kant en klaar producten in de winkel.
Vroeger maakte je van tien basisproducten zoals aardappelen, melk, ei, ui, meel, havermout, appel, boter, rijst en pasta tezamen met groenten en fruit honderd en veertig verschillende gerechten. Nu vind je er minstens honderdtwintig daarvan kant en klaar in de supermarkt.
Zo komt de Plusmarkt aan zijn 10.000 artikelen en de Jumbo aan de 32.000!

Stuur je nu een kind voor een pak yoghurt naar Albert dan zal het minuten lang moeten zoeken tussen de 27 yoghurt varianten.
Al die producten zullen gefabriceerd , verpakt en vervoerd moeten worden en ons via de reclame aangepraat moeten worden. En dagelijks blijven van al die producten weer onverkochte resten over.
Twee verdieners zijn ook twee verbruikers. Sparen is ongeveer net zo populair als koperpoetsen dus komt die 3D tv er wel en de derde vakantie over een tijdje ook wel. Dat bankstel kan eigenlijk ook niet meer en een boodschappen autootje zou toch wel handig zijn. Elektrisch misschien, vanwege het milieu?

Kortom, de grondstoffen raken dan wel op, ook al kunnen we binnenkort olie uit de oceaan halen, maar de productie moet blijven groeien.

Het tweeverdienersmodel is de zege van de consumptiemaatschappij, maar een ramp voor het milieu en het ondergraaft het persoonlijk- en maatschappelijk noodzakelijke (kent u dat woord nog?) gezinsleven.

Met die mythe van de aanrechtsubsidie toont GroenLinks zich dus niet groen en niet links.

Zie ook  het pamflet “Waarom ouders onmisbaar zijn; Het gezin de broedstoof van de evolutie” en nogmaals aanbevolen het Moederfront


%d bloggers liken dit: