Posts Tagged ‘wereldbeeld’

Gelukkig in Holset IV; Onder de hemel

zaterdag 19 november, 2011

Voor het eerst sinds we eind september in ons nieuwe huis in de heuvels trokken om daar als een soort kwartiermakers te gaan kamperen vind ik voldoende rust om iets op te schrijven. Niet dat het huis af is. Nog lang niet, maar er zijn al zeer bewoonbare gedeelten.
Wat wel volmaakt is, is het uitzicht, dat ik elke ochtend geboren zie worden. Naar mate de horizon achter me, die van uit dit huis niet zichtbaar is, zich verder naar de zon toe wentelt, onderscheidt de westelijke hemel zich duidelijker van de heuvelrand.
Elke dag gebeurt dit iets later. En ook voor zonsopgang is er ook al van alles verschoven in de weken dat ik hier wakker word.

De maan blijft steeds meer achter naarmate hij minder vol is en Orion is opgeschoven en hangt nu boven België als het nog net donker is.

Dan voltrekt zich wat beschreven wordt in mijn favoriete lied Nuevo dia van de gelijknamige CD van Lole y Manuel.

El sol joven y fuerte
ha vencido a la luna
que se aleja impotente
del campo de batalla.

La luz vence tinieblas por campiñas lejanas.
El aire huele a pan nuevo.
El pueblo se despereza.
Ha llegado la mañana.

De zon, jong en krachtig
heeft de maan verslagen
die zich machteloos terugtrekt
uit het slagveld.

De zon lost de nevels op in de velden in de verte.
De lucht ruikt naar vers brood.
De mensen rekken zich uit.
De ochtend is aangebroken.

Terwijl ik dit schrijf  is de zon door de wolken gebroken en worden drie verderop gelegen boerderijen uitgelicht. De huizen dichterbij moeten nog even wachten tot de zon ook de heuvel waarop wij wonen heeft genomen.

De schapen van de overburen hebben zich nog niet laten zien.  Ze zijn met zijn drieën. Twee witte en één donkerbruin.
Toen het een paar dagen geleden rijpte was het bruine schaap aan de bovenkant ook wit. De koeien in de grote boerderij verderop wachten tot het wat warmer wordt voor ze uit de stal komen.

Zo worden er langzamerhand patronen zichtbaar.
Patronen en verschuivingen in die patronen die zich voltrekken in het tempo dat de wetten van het heelal ze oplegt.

Het geeft me een intens gevoel weer thuis te zijn. Thuis in het heelal, de schepping of hoe je het noemen wil, de onpeilbare complexe ruimte gevuld met leegte en materie, waarvan ik dankzij een raadselachtig verschijnsel dat leven heet een tijd getuige mag zijn.

Wow!

Advertenties

Het gezin, de broedstoof van de evolutie

zaterdag 5 maart, 2011

Het gezin, de broedstoof van de evolutie. Dat is de ondertitel van een pamflet van pakweg dertig A4tjes, “Waarom ouders onmisbaar zijn” .

Het pamflet is bedoeld als ruggensteun voor die ouders – vooralsnog voornamelijk moeders – die er voor gekozen hebben hun kind of kinderen zelf te verzorgen en op te voeden, en ter overweging voor die ouders die die keuze nog moeten maken.
Veertig jaar geleden zou zo’n tekst nergens op geslagen hebben. Natuurlijk verzorg je zelf je kinderen en voed je ze zelf op. Wie anders.
Maar tegenwoordig zijn er meerdere partijen die vinden dat dat een ouderwets stoffig idee is.

De overheid vindt bijvoorbeeld dat vrouwen veel meer moeten deelnemen aan het arbeidsproces, en als de overheid het over ‘het arbeidsproces’ heeft , dan bedoelen ze buitenshuis betaald werk.
De kinderopvang sector vindt dat je je kind de deur uit moet doen, omdat dat veel beter voor je kind is.
Veel ouders vinden dat ze wel moeten, want van één inkomen kunnen ze niet rondkomen.
En een aantal spraakmakende vrouwen vinden dat zelfs part-time werken nog niet feministisch genoeg is.

Het pamflet wil een tegengeluid laten horen.
Het gezin staat aan het begin van de vorming van ieder individu.
Het gezin is daarom het doorgeefluik van onze beschaving.
Ouders bepalen samen hoe de wereld van de toekomst er uit zal zien.

De volledige tekst kan je hier in pdf formaat openen en dan eventueel opslaan of uitprinten.

Als daar belangstelling voor is kan ik het ook in een e-book formaat beschikbaar stellen. Geef dan wel aan in welk formaat

Betere vraag: “Wat is de on-zin van het (je) leven?”

zaterdag 10 juli, 2010

Iemand die op zoek is naar zijn identiteit, doet me altijd denken aan iemand die zijn bril loopt te zoeken zonder in de gaten te hebben dat hij die bril op heeft.
In beide gevallen valt dat gene waar naar gezocht wordt samen met datgene waar mee gezocht wordt.
Van die twee zoekenden heeft de bril-zoeker de beste vooruitzichten, omdat deze datgene wat hij zoekt kent, en het daardoor ook direct zal herkennen als het zijne wanneer hij het ziet. (Bijvoorbeeld in een spiegel, waar hij toevallig langs komt).

Voor de persoon die op zoek is naar zijn identiteit, zijn de vooruitzichten wat somberder, omdat hij het gezochte niet kent en ook niet kan herkennen, omdat hij een verkeerd beeld heeft van wat het begrip ‘identiteit ‘eigenlijk inhoudt. Anders zou hij er namelijk niet naar zoeken.
Degene die zoekt is namelijk datgene wat hij zoekt.
Hij is zogezegd identiek aan zijn identiteit. Maar hij snapt dat niet, want hij is  op zoek naar een attribuut dat hij aan zich zelf kan toevoegen.
En daarin is hij niet de enige.
Mensen zijn massaal bezig zich te omringen en te behangen met attributen. Dat kan in materiële zin door bezittingen te vergaren, zich zelf te piercen of te tatoeëren, hun haar of hun gezicht te verven, verre landen plat te lopen of een opvallend huisdier aan te schaffen. Maar het kan ook in ideologische zin door te zoeken naar een ‘spiritueel’ etiket of zich te verschansen in een etnisch of nationalistisch sjabloon.

Ik weet niet of die mensen er blij mee zouden zijn als ik ze dat zou zeggen, maar waar ze naar lijken te zoek is naar een merk. Een sterk merk. En voor sommigen van hen bij voorkeur een eigen merk. Maar de meesten nemen genoegen met (let op dit woord!) identificatie met een bestaand sterk merk.
Op het  moment  dat ik dit stukje schrijf worden in de meeste grote steden in Nederland grote beeldschermen op pleinen opgesteld om duizenden mensen in de gelegenheid te stellen gezamenlijk naar de finale van het wereldkampioenschap voetbal te kijken, en feest te vieren als het Nederlandse elftal wint.
Velen zullen zich daarvoor in bizarre kleding hullen en als het Nederlandse elftal inderdaad wint, zullen ze uitzinnig van vreugde zijn omdat we gewonnen hebben. Niet dat elftal, nou ja die ook natuurlijk, maar Nederland is kampioen. We are the champions!

Is dat iets om je druk over te maken?
Lastige vraag.
Het is natuurlijk jammer tot tragisch als je ziet dat mensen hun leven lang bezig zijn placebo’s voor nieuwere placebo’s in te ruilen. Want omdat het middel niet echt werkt blijven mensen onbevredigd en streven ze doorlopend  naar nieuwe geluksbrengers. Maar ik moet bekennen mij niet mijn broeders hoeder te voelen, en zeker niet als het om miljoenen broeders gaat.

Wat echter wèl van belang is, is wat het maatschappelijk  effect  is van hele volksstammen die hun vervulling denken te vinden in het verzamelen van zoveel mogelijk attributen.
Dat leidt namelijk tot een massale productie van onzin. Verdovende onzin.

Om maar enkele voorbeelden te noemen:
Al snel na de invoering van de televisie volgde de kleurentelevisie. Daar waren we jarenlang tevreden mee, maar nu wordt terwijl de HD televisie nog maar in een deel van huizen staat,  ons al weer 3D televisie aangeboden.
Televisie is eigenlijk al een ouderwets begrip. Je moet eigenlijk een soort huisbioscoop hebben, iets waarbij je niet meer weet waar je PC ophoudt of je TV begint, zoals je ook met je telefoon moet kunnen navigeren en met je  espresso-apparaat moet kunnen twitteren. Onder tussen liggen we aan het infuus bij een provider waar we zoveel bandbreedte hebben dat we in één uur meer video kunnen binnenhalen dan we in de rest van ons leven kunnen bekijken.
Dat kost allemaal geld, energie en grondstoffen.
Zelfs als we die spullen allemaal klimaatneutraal zouden  kunnen fabriceren, distribueren en recyclen zouden we daarvoor toch de schaarse voorraden van bepaalde grondstoffen verder moeten uitputten, met alle geopolitieke dreigingen die daaruit kunnen ontstaan.

Is daar iets tegen te doen?
Wat denkt u zelf? Zou er in Nederland een politieke partij te vinden zijn die in haar programma zette: “Wij streven naar een economische groei van min 1,7%”?
Denk het niet.
Wat dan wel?
Jaren geleden, misschien wel 20 jaar, was er een plaag in de varkensindustrie. Op het journaal waren beelden te zien van het ‘ruimen’ zoals men dat verhullend noemde van varkenshouderijen  in onder meer Duitsland. Er was een fragment wat mij enorm schokte en me nog steeds achtervolgt:
Een boer had een  jong varken bij de achter poten vast en sloeg het beest met zijn kop tegen de stalmuur dood. Naast hem lag een stapel roze varkenslijken.
Even schoot door dat laatste beeld een beeld heen van een stapel mensenlijken uit filmbeelden van de bevrijding van een van de concentratiekampen. En meteen daarop schaamde ik me voor die associatie ( je mag Auswitsch nergens mee vergelijken), maar toen ik er over bleef nadenken kon ik er toch niet omheen dat de dieren die ik at  eigenlijk geen leven voor de dood hadden gehad, maar hun bestaan hadden doorgebracht in een soort vernietigingskamp.
Wat kon ik daaraan doen? Een Partij voor de Dieren was toentertijd net zo onwaarschijnlijk als een partijprogramma met economische krimp nu.
Ik besloot geen vlees meer te eten. Vrouw en kinderen konden daar wel in meegaan en dus gingen we op zoek naar vleesvervangers, vanwege de broodnodige eiwitten en zo.
In die tijd was dat lang zoeken en weinig keus. Maar nu zie je in alle supermarkten steeds meer schapruimte ingeruimd voor vegetarische producten, en deze week ontdekten we dat zelfs de Aldi met zijn beperkte assortiment meerdere vega producten verkoopt.

OK waar wil ik naar toe? Ben ik een soort terug naar de natuur type?
Nee, hooguit een vooruit naar de natuur type. Naar de menselijke natuur wel te verstaan.
Vooruitgang is voor mij niet meer dingen, maar de goede dingen.
Technologie is fantastisch als die gebruikt wordt voor het ontwikkelen van schone basisproducten die generaties mee gaan.
Laten we kinderen weer leren hun fantasie en hun handen te gebruiken om dingen te maken.
Gun ze het geluk om hun zelf gezaaide worteltjes te proeven.
Laten we ons zelf niet vermoeien met schijnproblemen als  onze identiteit (zie: Wie ben ik, en waarom?) of vragen over de zin van het leven (zie: Rare vraag eigenlijk: “Wat is de zin van het leven?”) maar ons bezig houden met het leven zelf en kijken hoeveel overbodige onzin we daaruit kunnen verwijderen.

En oh ja, bedenk de volgende keer dat je op de fiets zit dat je eigenlijk al een prachtig toestel hebt, dat niet van echt te onderscheiden beelden produceert in maximale definitie, full colour, surround geluid en drie echte dimensies, waarmee je de camerahoek met die twee handels voorop kunt instellen en je kunt inzoomen door je pedalen te bewegen. (Uitzoomspiegel los verkrijgbaar).
En terwijl je zo van deze Super TV geniet, werk je ook nog aan je gezondheid.

Kicken!

De maaiveld mythe

vrijdag 3 juli, 2009

U kent ze wel, die mensen die regelmatig klagen dat ‘als je hier je kop boven het maaiveld uitsteekt, het er onmiddellijk afgemaaid wordt”.
Als ik  naga welke mensen ik dat in de loop van de tijd heb horen roepen, dan valt het me op dat die mensen een aantal dingen met elkaar gemeen hebben.
Dat is niet in de eerste plaats dat ze verongelijkt zijn.
Naar mijn schatting is minstens 70% van de Nederlandse bevolking verongelijkt.
Dat tevens 70% van die zelfde bevolking zegt gelukkig te zijn lijkt vreemd, maar is niet onmogelijk.
Dat kunnen die 30% niet-verongelijkten zijn en 40% uit die groep van verongelijkten die genieten van onbegrepen zijn. Even rekenen 40% van 70% dat geeft 28% Nederlnders met een enigszins masochistische inslag.
Maar tilt u hier niet te zwaar aan. Die geluksscore berust op onderzoek en die verongelijktheidscijfers zijn maar een inschatting van mij.

Wat wél opvallend is, is dat die maaiveldklagers nooit behoren tot de bevolkingslaag  onder het maaiveld. En dat het veelal ondernemers zijn en dat ze zelden tot het meest linkse volksdeel behoren. Dat ze de meeste overheidsbemoeienis zien als een domme zo niet vijandige actie tegen mensen zolas zij, waar de maatschappij het van moet hebben.
En dat ze nooit met concrete voorbeelden komen waneer en waar er dan koppen gerold hebben.

Het bleek ook weer eens op de Dag van de Nationale Dialoog die op 25 juni in Den Haag werd gehouden naar aaneliding van de uitkomsten van het bevolkingsonderzoek 21minuten 2009.
Daar kwam de volgende deeluitkomst ter sprake:

Daarop werd terecht uit de zaal op gereageerd met de observatie dat respect voor gezag en informele omgang elkaar niet in de weg hoeven te zitten. Wat door de spreker van het onderzoeksbureau toegegeven werd.

Het verslag van 21minuten concludeerde op basis van deze uitkomst:
“De Nederlander wenst een egalitaire samenleving: bescheiden, solidair en gezagsgetrouw”.

Later werd daar in een door Felix Rottenberg geleide paneldiscussie nog een een schepje bovenop gegooid en ja hoor het maaiveld kwam weer eens ter sprake.

Toen Sir Isaac Newton geprezen werd voor zijn schitterende bijdrage aan de wetenschap, was zijn bescheiden antwoord: “Ik stond op de schouders van reuzen”.
Mij dunkt dat je – als je op de schouders van reuzen staat – een flink end boven het maaiveld uit steekt.
Maar dat het antwoord van Newton aantoont, dat dit voor een werkelijk grote geest geen beletsel voor bescheidenheid hoeft te vormen.

Later in een groepsdiscussie kwam de eerst veronderstelde tegenstelling respect voor gezag versus informeel ook nog eens ter sprake. Daar werd naar aanleiding van een vermeende generatie tegenstelling beweert dat er in jeugdbendes intern juist enorm veel respect bestond.
Waaruit maar blijkt dat respect snel wordt verward met discipline, en gezag met autoritair gedrag.
Maar ja, dat kon ik mijn mede-activisten in de Provo tijd al niet uitleggen, dat er niets mis is met gezag, zolang dit op kundigheid berust.

We miscommuniceren verder, mensen.

Een andere normen en waarden discussie s.v.p.

dinsdag 9 juni, 2009

Ik vrees dat veel mensen de opsomming normen en waarden opvatten als een zelfde soort opsomming als potten en pannen, of gooi- en smijtwerk. En dat terwijl normen en waarden volstrekt verschillende begrippen zijn.

Hoe kom ik op het idee dat mensen normen en waarden als soortgelijke begrippen zien? Door de volgorde waarin ze doorlopend genoemd worden: eerst normen en dan waarden.
Wie zich echter realiseert wat de betekenis van die woorden is, zou eerder spreken van waarden en normen.

Is dit nou taalkundige muggenzifterij?
Ik vind van niet. Ik kan best op z’n tijd met plezier een mugje of wat ziften, maar als we het over normen en waarden hebben, dan hebben we het over begrippen die van een enorme maatschappelijke betekenis zijn, en dan dient de discussie daarover in heldere termen gevoerd te worden. Dat wil zeggen dat iedereen zo veel mogelijk het zelfde bedoelt als hij een bepaalde term gebruikt.

Daarom eerst een definitie van waarde en van norm:
Als we het over waarden hebben, dan hebben we het over essentiële overtuigingen van mensen.
Als we het over normen hebben, dan hebben we het over aanbevelingen zo niet voorschriften gericht op samenlevingen.

Als een groep mensen dezelfde waarden gemeen hebben, dan is er er kans dat in die gemeenschap die waarden tot norm verheven worden.
Dat is op zich zelf een begrijpelijk en meestal positief verschijnsel. Er kunnen dingen uit voortvloeien als de Conventie van Genève, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, of het Non-Proliferatie Verdrag.
Maar ook profane zaken zoals de standaardisering van het formaat van een velletje briefpapier, wat ook weer tot passende formaten van bureauladen, ordners en printers leidt.
Anderzijds kan het normeringsproces er ook toe leiden dat een samenleving tot Joods-Christelijk wordt verklaard en dat op basis daarvan andere levensovertuigingen als niet passend in die samenleving worden ervaren, om het maar eens heel mild uit te drukken.

Het is duidelijk dat er in een samenleving spanningen ontstaan als een beduidend deel van de individuen binnen een samenleving (en dat hoeft beslist geen meerderheid te zijn) verschil ervaart tussen de waarden die zij koesteren en de normen waar de maatschappij van uit gaat.

Ik heb de indruk dat bestuurders, overheden en politici in zo’n situatie in eerste instantie geneigd zijn dan naar de normen te kijken.
Afhankelijk van hun aard of de ideologie die zij aanhangen zullen ze dan kiezen voor een gedoogbeleid (als voorloper van formele bijstelling van de norm) of juist aandringen op een betere controle op de naleving.
Waarschijnlijk leeft er bij bestuurder een geloof dat men door normering waarden kan veranderen.
Het is waarschijnlijk hetzelfde misverstand dat er toe leidt dat je op een flap-over reorganisaties kunt ontwerpen.
Het is waarschijnlijk ook hetzelfde misverstand wat politieke partijen na een verkiezingsnederlaag doet uitzien naar een nieuwe campagneleider, want (“kijk mij, hand in eigen boezem”) wij zijn er wederom niet in geslaagd onze boodschap helder over te brengen.”

Nu kan ter verdediging van deze bestuurders worden aangevoerd dat het ook niet mogelijk is om met bestuursmiddelen (innerlijke) waarden van mensen te veranderen.
Andersom kan dit wel degelijk. Er zijn tal van gevestigde opvattingen nu die hun beslag in maatregelen hebben gekregen, die enkele decennia geleden als onmaatschappelijk of zelfs anti-maatschappelijk werden ervaren. Maar waar de overtuiging van enkelen overgebracht op meerderen uiteindelijk tot een dusdanige maatschappelijke beweging leidde, dat de overheid ‘om ging’.
Men denke aan de gelijkberechtiging van vrouwen, het homo-huwelijk, abortuswetgeving, erkenning van de milieuproblematiek en de eindigheid van grondstoffen voorraden, de standpunten ten aanzien van nucleaire bewapening.

Waarden kunnen dus wel degelijk veranderen en zelfs tot bijstelling van normen leidden, maar dat is blijkbaar geen van bovenaf geleid proces.
Kunnen bestuurders en politici dan nog wel iets anders doen dan afwachten?

Ik heb ooit een boekje geschreven dat “De demokratisering van het geluk” heette. Dat was natuurlijk een titel die bedoeld was om te prikkelen, want hoe zeer ik ook in verandering geloofde (en geloof), ik besefte wel degelijk dat geluk niet te distribueren valt, maar dat je wel degelijk veel kunt doen om dusdanige voorwaarden te scheppen, dat geluk kan ontstaan.
En als je me zou vragen welke voorwaarden zijn dat dan, dan is mijn eerste impuls om te zeggen: vrijheid, kennis en inzicht.
Maar hoe zeer het thema me ook aan het hart gebakken is, het gaat hier niet over geluk. Het gaat hier over waarden.

Waarden horen we vaak genoemd worden in de combinatie ‘maatschappelijke waarden’ en dat is een beetje een dubbelzinnige term, want je zou ‘maatschappelijke waarden’ kunnen opvatten als de set van waarden die door ‘de maatschappij’ voorgestaan worden.
Maar dat is geen bruikbare interpretatie, want het is niet te definiëren wat ‘de maatschappij’ vindt. Zijn dat de ‘mensen in het land’ van Wiegel, de hardwerkende mensen van Rutte, is dat de zwijgende meerderheid van Wilders, wakker Nederland van de Telegraaf, de linkse kerk van Fortuyn, of de gemiddelde BN-er.
Allemaal ideologisch bepaalde etiketten.
Alleen individuele mensen hebben overtuigingen.
Maatschappelijke waarden betekent daarom voor mij waarden die maatschappelijk zijn. Dus waarden die aan het algemeen belang meer waarde toekennen dan aan het persoonlijke belang.
Natuurlijk is mij ook bekend dat het hemd nader is dan de rok. En dat houdt ook in dat mijn concrete keuzes soms en misschien wel vaak meer door het belang van mijn gezin worden ingegeven dan door dat dat van de maatschappij, maar dan heb ik het over gedrag, en dat wordt behalve door waarden ook gestuurd door instincten.
Een van de kenmerken van een stabiele samenleving is echter dat onze instincten getemperd worden door (maatschappelijke) waarden en daarom is heet van belang om condities te scheppen waarin het besef van die waarden kan groeien.

Laten we een beetje concreet worden
Hoe zorg je er voor dat mensen zelf een maatschappelijk waardenbesef ontwikkelen?
Het helpt natuurlijk als je van huis uit een sociale instelling meekrijgt en je in een omgeving terechtkomt waar men prettig met elkaar omgaat, maar niet iedereen is zo gelukkig.
Als zoals ik vermoed ook bij het ontwikkelen van waarden vrijheid, kennis en inzicht een rol spelen zou je ook aan het onderwijs  moeten denken.
Nu hoor ik mensen in het onderwijs al zuchten als ze alweer met een taak worden opgezadeld, maar als

  • er minder lessen uitvallen,
  • scholen net zo belangrijk voor de maatschappij worden gevonden als banken zodat er daar een enorme kapitaalsinjectie wordt gegeven om kleinere klassen en meer goed toegeruste docenten te krijgen
  • en er ook iets hogere eisen aan de leerlingen worden gesteld

dan moet het toch mogelijk zijn om kinderen kennis te laten maken met kunst in gratis toegankelijke musea en bibliotheken, met de natuur in een gratis school- of volkstuin en met de verbluffende mogelijkheden van hun eigen denken in de filosofie les.
Laat leerlingen van groep zes van het basisonderwijs  of van de brugklas maar eens twee uur met elkaar aan de slag gaan om uit te vinden wat een bruikbare omschrijving van vrijheid is.
Zou dat niet weer opleveren dan een seizoen Sire of Postbus 52 spotjes?

Je hebt dan in ieder geval een beginnetje.
Net zo belangrijk als het scheppen van een stimulerende omgeving, lijkt me een het scheppen van een klimaat dat sociale motivatie in stand houdt.
Dat betekent dat minder sociaal gedrag niet alleen bij de zwakkeren van de samenleving maar ook bij de sterkeren wordt aangepakt. (En niet alleen maar wordt betreurd).

Ik denk dat het te veel gevraagd is om politici te vragen om in het vervolg eerlijk hun fouten en vergissingen toe te geven, maar je zou van de journalistiek wel wat meer mogen verwachten.
Volgens een bekend groothandelaar in Angst hebben we in dit land een linkse journalistieke elite.
Mmmm, als dat zou kunnen.
Ik verbaas me vrijwel dagelijks grenzeloos hoe geïnterviewde gezagsdragers er mee weg komen om een heldere vraag te laten verdwijnen in een wolk van opportunistische woordenpuree.
Zoals ik me ook verbaas over de volstrekt chaotische discussies die presentatoren die toch genoeg verdienen om eens een cursus gespreksleiding te volgen aan ons voorschotelen.
De discussies voorafgaand aan de Europese verkiezingen waren wat dat betreft een dieptepunt.
Niet alleen schreeuwt vrijwel iedereen door elkaar, maar er worden ook volstrekt diametrale ‘feiten’ in de discussie getolereerd.
Kijk, als de een zegt Europa is goed voor Nederland, en de ander zegt nee, Europa is juist hartstikke slecht voor Nederland, dan moet je dat accepteren omdat het over interpretaties gaat, en kan je hooguit vragen of ze eens uit willen leggen waarom ze dat vinden.
Maar als in dezelfde uitzending de correspondent in Brussel uitlegt dat niet ingeschreven parlementsleden geen spreektijd krijgen en een fractieleider even later zegt dat dat ze wel spreektijd krijgen, dan verwacht ik dat de presentator de discussie even schorst en boven tafel haalt wie er nou eigenlijk gelijk heeft.
Als in dezelfde uitzending fractieleider A zegt ik wil niet met u samenwerken omdat u tegen x, y en z heeft gestemd, en fractieleider B zegt dat dat niet zo is, dan verlang ik eveneens van de presentator dat hij opheldert wat hiervan wel en niet waar is.
Ik verwacht van interviewers dat ze niet los laten, en beleefd zeggen, dat was een prachtig antwoord op een vraag, die ik niet gesteld heb, maar geeft u nu alstublieft antwoord op de vraag die ik wel stelde. En als dat niet helpt. Het spijt me maar ik begreep uw antwoord niet. Volgens mij is deze vraag in alle logica maar op twee manieren te beantwoorden, namelijk… enzovoort. En als dat ook niet helpt dat je de dan de geïnterviewde wegstuurt wegens obstructie.
Ook wacht ik met smart op een televisie programma waarin uitspraken van politici van alle richtingen die zich te buiten gaan aan politpraat  geprojecteerd worden en vervolgens zin voor zin ontleed worden op betekenis, on-betekenis en suggestie.


%d bloggers liken dit: